Vrijdag 23/10/2020

Het nulpunt van het schilderen

Kazimir Malevitsj, de schilder van het zwarte vierkant, is een kroonjuweel van het Stedelijk in Amsterdam. De meer dan zestig werken die het museum van de Russische avant-gardist bezit, zijn nu aangevuld met twee Russische privécollecties en bruiklenen uit de hele wereld. Het resultaat is een schitterend overzicht, een reis naar 'het einde van de schilderkunst'.

Kazimir Malevich en de Russische avant-garde(de organisatoren opteerden voor de Engelse spelling van zijn naam)is een grote en dure tentoonstelling: er zijn meer dan vijfhonderd werken te zien en de toegangsprijs is 20 euro. Alles is relatief, natuurlijk. Onder die vijfhonderd stuks bevindt zich niet alleen werk van Malevitsj zelf maar ook van tijdgenoten, en het gaat niet louter om schilderijen maar ook om tekeningen, maquettes, kostuumontwerpen en gebruiksvoorwerpen plus didactisch materiaal, want Malevitsj was een bevlogen leraar. De tentoonstelling is erg gevarieerd en de scenografie is inventief zodat nergens het gevoel van overdaad of monotonie de kop op steekt. Twintig euro voor een dergelijk overzicht - de grootste Malevitsj-expositie sinds 1989 - is dan ook te verantwoorden. In die prijs is trouwens toegang tot de vaste collectie van het Stedelijk en twee kleinere tijdelijke tentoonstellingen inbegrepen.

Van navolger tot voorloper: dat is in het kort de carrière van Kazimir Malevitsj. Aanvankelijk staat de Rus, geboren in 1879 in Kiev, zwaar onder de invloed van Franse schilders als Monet en Cézanne, wier werk hij in 1904 in Moskouse privéverzamelingen ziet. Rond die tijd probeert hij diverse stijlen uit: impressionisme, pointillisme en symbolisme. Een grote ommekeer komt er in 1908, wanneer Malevitsj een tentoonstelling bezoekt met zo'n tweehonderd eigentijdse werken, voornamelijk uit Parijs: de expressieve schilderijen van Van Gogh, het felle kleurgebruik van fauvisten als Matisse, Derain en Van Dongen, en het primitivisme van Gauguin leiden bij Malevitsj tot een radicale stijlbreuk. Hij probeert hoekige, zwaar aangezette composities uit: taferelen van alledag met vereenvoudigde, soms groteske figuren, die met forse borsteltrekken en opvallende kleuren geschilderd zijn. Permeke in kleur, zeg maar. Tegelijk blijft de traditionele kunst van de iconen een belangrijke invloed: zo schildert hij zijn zelfportret uit 1908-10 frontaal en opvallend plat, maar wel met vurige kleuren.

Malevitsj drijft de geometrische visie van Cézanne sterk door: een merkwaardig werk is De houthakkeruit 1912, waarin de boomstammen en de figuur zelf zijn opgebouwd uit louter cilindrische vormen. Het is opvallend dat Malevitsj zich in die jaren tussen extreme polen beweegt: hij experimenteert met een doorgedreven futurisme in schilderijen vol fragmentarische bewegingen (De messenslijper), bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakt hij satirische, anti-Duitse cartoons in de stijl van oude volksboeken, en tegelijkertijd schildert hij 'a-logische' doeken in een collageachtige stijl met absurde associaties. Malevitsj is zoekend, maar één ding is duidelijk: niet de 'waarheidsgetrouwheid' interesseert hem, hij wil de ervaring centraal stellen in zijn werk.

Een belangrijk project was Overwinning op de zon, een futuristische opera die in 1913 in Sint-Petersburg wordt opgevoerd en waarvoor Malevitsj decors en kostuums ontwerpt. Het libretto is in een onbegrijpelijke taal, de muziek zit vol dissonanten en de 'zon' in de titel staat voor de Russische tsaar, die door de mensen van de toekomst vernietigd wordt. In Amsterdam is een video te zien van een reconstructie die Amerikaanse studenten maakten in 1980. In de losse, 'vliegende' geometrische vlakken van de decorschetsen zitten de eerste kiemen van wat later het 'suprematisme' zou gaan heten. Maar het duurt nog anderhalf jaar voor Malevitsj zijn eerste échte 'suprematistische composities' zal maken.

Hoogmoed

Op 19 december 1915 opent in Sint-Petersburg 0,10. De laatste futuristische tentoonstelling. Malevitsj toont er 39 schilderijen, allemaal nieuw en volledig abstract. Zelf noemt hij de werken 'objectloos' of 'voorstelingsloos': ze vertegenwoordigen voor hem het échte realisme. De gedeeltelijke reconstructie met dertien schilderijen zorgt in het Stedelijk voor een verbluffende ruimte en een eerste hoogtepunt: in 1915 moet het een donderslag bij heldere hemel zijn geweest. Malevitsj schildert tegen witte achtergronden een stel geometrische vormen. Soms gaat het om zwarte vierkanten, die hij groepeert tot een kruis, soms zijn het kleurrijke rechthoeken, cirkels, vierkanten en trapeziums, die tegen elkaar aanbotsen, elkaar overlappen of zich in een picturale spanning tegenover elkaar verhouden. De kunstenaar zelf noemt de stijl van zijn creaties 'suprematisme' omdat ze het oppergezag van vorm en kleur in de schilderkunst verbeelden. Het gaat om pure creatie, niet om imitatie van de zichtbare werkelijkheid.

Bovenaan, in een hoek, hangt Malevitsj zijn beroemde Zwart vierkant, de oorsprong van alle andere vormen. Die plek is in Russische orthodox-christelijke huiskamers traditioneel voorbehouden voor de icoon. "Hoogmoed" en "het einde van de schilderkunst" noemen critici het, maar volgens een nogal zelfingenomen Malevitsj gaat het om "het nieuwe gezicht van de schilderkunst". Hij schrijft in zijn manifest: "Ik heb mezelf getransformeerd tot het nulpunt van de vorm en heb mezelf opgevist uit de beerput van de academische kunst."

En hij gaat nog een stap verder. In de volgende, eveneens sublieme ruimte in het Stedelijk, hangen zijn 'witte composities' uit de jaren 1918-'22: na perspectief, ruimte en volume laat hij ook de kleur los. Zo laat hij een geel vlak langzaam oplossen in wit of schildert hij nagenoeg monochrome doeken met twee tinten wit. Malevitsj brengt verschillen aan in textuur: de witte achtergrond schildert hij met lusvormige bewegingen, de witte streep is rechttoe rechtaan geborsteld.

De witte vlakken die hij schildert beschouwt hij als de kosmische ruimte: net zoals hij zich bevrijd heeft van alle regels van de schilderkunst, zal er ook in de Russische maatschappij na de revolutie van 1917 een tijd van spirituele vrijheid aanbreken. Denkt hij. Het zal helaas anders uitpakken.

Malevitsj ziet geen verdere mogelijkheden meer in de schilderkunst en werpt zich op de architectuur. In 1919 verhuist hij naar het stadje Vitebsk, waar hij door tussenkomst van El Lissitsky gaat lesgeven aan de kunstopleiding die Marc Chagall daar heeft opgezet na de Oktoberrevolutie van 1917. Enerzijds ontwerpt Malevitsj onuitvoerbare gebouwen en zelfs ruimteschepen - prachtig gepresenteerd in een zwarte zaal met zwevende vitrinekasten. Anderzijds wil hij dat de kunst gereïntegreerd wordt in het dagelijkse leven: het leidt tot affiches, rantsoenkaarten, boek- en decorontwerpen, en zelfs versiering op suprematische wijze in de straten van Vitebsk.

Duitse spion

In 1926 reist Malevitsj naar Warschau en Berlijn om zijn theoretische bevindingen over schilderkunst aan een westers publiek kenbaar te maken. Op die reis, zijn enige buiten Rusland, neemt hij zijn belangrijkste schilderijen, architectuurmodellen en manuscripten mee. Die zal hij achterlaten op de expo Grosse Berliner Kunstausstellung, want door een verlopen visum moet hij in juni 1927 onverwacht terugkeren naar Rusland. Even ter zijde: in 1957 zal het Stedelijk die achtergebleven collectie verwerven. De erven Malevitsj hebben lange tijd de geldigheid van die aankoop betwist en pas in 2008 werd een schikking getroffen met de gemeente Amsterdam.

Terug naar Malevitsj. Die hoopt snel naar Berlijn te kunnen terugkeren, maar hij raakt de Sovjet-Unie niet meer uit. Met Stalin aan de macht wordt de roep om een sociaal-realistische, begrijpelijke kunst steeds luider: 'abstracte brouwsels' en 'burgerlijke bourgeoiskunst' brengen de Revolutie immers in diskrediet. Als Malevitsj in 1928 weer begint te schilderen, grijpt hij dan ook terug naar de figuratie - het impressionisme en neo-primitivisme van het begin van zijn carrière - maar laat daar toch het suprematisme in doorklinken: boeren in een bijna abstract landschap en een meisje met een realistisch gezicht en suprematistische kleding. Af en toe signeert hij met een zwart vierkant. Het zijn echter geen heroïsche schilderijen, zoals Stalin en het sociaal-realisme voorschrijven, maar bizarre, bevreemdende taferelen met een voelbare dreiging.

In 1930 wordt Malevitsj zelfs enkele maanden opgesloten omdat men hem ervan verdenkt een Duitse spion te zijn. Na een ziekbed van twee jaar overlijdt hij in op 15 mei 1935 aan maagkanker. Hij wordt opgebaard en boven zijn doodkist hangt, hoe kan het anders, zijn zwart vierkant.

Het overzicht in het Stedelijk is oersterk, de werken van Malevitsj visueel verbluffend, en zijn leven is een roman. Een reisje naar Amsterdam is dan ook een absolute aanrader. Misschien is er wat kritiek mogelijk op de wat klein uitgevallen zaalteksten en enkele iets te grijze zalen, maar dat zijn details. De expositie geeft een prima beeld van de man, zijn tijd en zijn belang. Hoe onverwacht zijn suprematisme ook was, Malevitsj was natuurlijk een kind van zijn tijd: rond de Eerste Wereldoorlog was er in heel Europa vanalles aan het gisten in de kunst. Misschien moeten de wortels van de abstractie maar eens blootgelegd worden in een expositie met kunstenaars als Duchamp, Kandinsky, Malevitsj, Mondriaan en Van Tongerloo, hun inspiratiebronnen en navolgers. Maar voorlopig kunt u gaan genieten van Malevitsj in al zijn breedte en diepte. Een ware herontdekking na 25 jaar.

Na Amsterdam reist de expo in gewijzigde vorm naar de Bundeskunsthalle, Bonn (11 maart-22 juni) en Tate Modern, Londen (17 juli-26 oktober).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234