Zaterdag 07/12/2019

Interview

Het noodlot trof Claire Tillekaerts al drie keer: “Het is alsof je een schaduw meeneemt”

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, ­evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: CEO/gedelegeerd bestuurder van Flanders Investment & Trade Claire Tillekaerts (61). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Hm 40. Dat is dus 21 jaar gewonnen. Met mijn hoofd kan ik er niet bij waarom ik al 61 ben. Dat is eigenlijk veel te vroeg, maar goed. Ik lig daar ook niet van wakker. Niet van 40, niet van 50, ook niet van 60.

“Lichamelijk heb ik wel wat opdoffers gekregen. Ik heb chemotherapie gehad, een operatie, bestralingen en dat voel ik wel natuurlijk. Ik heb 42 jaar gerookt, en dat voel ik ook. Maar ik weet niet wie mij ooit eens zei: ‘Op onze leeftijd mag je blij zijn als je uit je bed komt en je hebt nergens pijn.' Ik zal hout vasthouden. Mijn stem gaat wel weg, maar dat is van vermoeidheid en dat had ik ook al toen ik twintig was." (lacht)

Wie is Claire Tillekaerts?

Gent, 1957 was 20 jaar lang advocaat aan de balie in Gent en combineerde die functie met lesgeven aan de Universiteit Gent * is sinds 2012 CEO/gedelegeerd bestuurder van Flanders Investment & Trade * partner van componist Dirk Brossé * moeder van Aurore (zou nu 34 worden) en Camille (27)

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Wat me eigenlijk het meeste verbaast, is mijn veerkracht. Na alles wat er in mijn leven gebeurd is, en dat is toch wel heel wat, had ik niet verwacht dat ik telkens de kracht zou vinden om er opnieuw bovenop te komen. Wat niet wil zeggen dat ik het niet meedraag in mijn rugzakje, maar ik ben er wel in geslaagd om de draad van mijn leven weer op te pakken. Drie keer al.

“Welk zinnig mens kan anticiperen op zulke gebeurtenissen? Als je soortgelijke verhalen hoort van anderen denk je: ik zou dat nooit te boven komen. Maar het kan. Voorbij gaat het nooit, maar ooit gaat het beter. Je kunt je weer goed voelen, maar het zal minder onbezonnen zijn, minder onbezorgd ook. Het is alsof je een schaduw meeneemt. Het is ook niet de bedoeling dat je die wegcijfert, want dat zou niet fair zijn tegenover de mensen die er niet meer zijn. Soms denk ik: allez, ik heb vandaag niet aan hen gedacht, hoe kan dat nu?

“Natuurlijk kan ik nog altijd bevangen worden als ik denk aan wat mijn dochter overkomen is. Je kunt daar als ouder niet bij, hoor. Het is zo’n beetje als in die film uit de jaren 70: Ca n’arrive qu’aux autres. Dat is dus niet waar, hè. Ik zie dat ook bij mijn schoonmama, die nu 91 jaar is. Mijn man is gestorven in 1991, dat is nu toch wel een tijdje geleden, maar dat gemis zie ik ook bij haar, nog altijd. We hadden onlangs een familiefeest waarop twee mensen ontbraken. Mijn man en mijn dochter. Nu kunnen we wel al makkelijker over hen spreken, en dat is fijn. Vroeger durfden we dat niet, omdat we bang waren voor de emoties die dat zou losmaken.

“Toen ze mij vertelden dat mijn dochter vermoord was (kruist armen, krimpt ineen) beschermde ik mijn buik. Hoe instinct toch werkt. Merkwaardig. Die moeder-kindband voel je lijfelijk je leven lang.”

3. Wat is uw passie?

“Goh, dat is heel wisselend. Ik ben per definitie een passioneel iemand. Als ik iets doe, zal ik me daar 200 procent voor inzetten. Met gelijkgestemden voor hetzelfde doel werken, passioneert mij.

“Maar ik denk niet dat mijn passie ervoor gezorgd heeft dat ik een maand na de dood van mijn dochter in staat was om opnieuw te gaan werken. Dat was mijn veerkracht, mijn wens om verder te gaan met mijn leven. Met vallen en opstaan, hè. Want je weet dat iedereen naar je kijkt. Ik heb zes maanden geen enkel publiek optreden aanvaard omdat ik wist dat mensen niet gingen komen luisteren naar wat ik te vertellen heb over economie of vrouwenrechten, maar dat ze gingen luisteren naar de mama van het vermoorde meisje. En dat wou ik niet.

“Mijn passie is daarbij natuurlijk een geluk, omdat je geen tijd hebt om constant te zitten piekeren. Want het is een job die niet alleen fysiek heel zwaar is, maar ook mentaal heel veel van je vergt. Maar de tijd van piekeren moet misschien nog komen, hè.”

4. Waarvoor wilt u vechten?

“Ik wil vechten voor elke zaak waarin ik geloof. Voor dit agentschap, tegen onrechtvaardigheid, voor vrouwenrechten.

“Ik heb altijd mannenberoepen uitgeoefend. Toen ik aan de balie begon, werkten er hoofdzakelijk mannen, aan de universiteit waren er denk ik één of twee vrouwelijke proffen in de rechten. Ik kan niet klagen over het glazen plafond, want ik heb geen glazen plafond. Ongepast gedrag heb ik nooit ervaren. Waarschijnlijk omdat mannen bang zijn van mij. Maar ik zie wel in mijn omgeving dat vrouwen anders behandeld worden dan mannen. Ik zie af en toe een heel grote neerbuigendheid die ik niet begrijp. Ik zie ook heel wat vrouwen die schroom hebben om te zeggen dat ze ambitie koesteren omdat ze dan beschouwd worden als een slechte moeder. Daarom vind ik het belangrijk om jonge mensen aan te moedigen: ‘Ga voor je dromen.' Soms word ik opgevoerd als icoon, als rolmodel, maar dan voel ik mij meteen tachtig." (lacht)

5. Wat vindt u uw grootste prestatie?

(neemt trek van e-sigaret) "Ik heb er eigenlijk geen. Het belangrijkste vind ik dat ik er tot nog toe altijd in geslaagd ben om de dingen waarvoor ik me engageerde zo goed mogelijk te doen. Met volle energie en volle overgave, in om het even welke omstandigheden.

“Echt fier ben ik op de mensen die mijn kinderen geworden zijn. Maar dat is natuurlijk niet echt mijn verdienste. Aurore zou nu 34 worden en Camille is 27. Mooie mensen, met respect voor de anderen.”

6. Wat wilde u worden als kind?

“Veearts, omdat ik geweldig veel van dieren hou en vooral van honden. Alleen, ik had absoluut geen interesse slash talent voor fysica, scheikunde en wiskunde.”

7. Wat was voor u een moment van groot geluk?

(zwijgt even) "Goh. Ik vind dat een heel moeilijke vraag en dat heeft waarschijnlijk te maken met alles wat er gebeurd is. Groot geluk. Ik zou niet weten wat dat is.

“Een van de momenten waarop ik me helemaal ‘vol’ voelde, was toen ik met Dirk in Australië bultrugwalvissen ben gaan spotten. Ik heb een heel intense band met de natuur. Ik herinner me ook mijn eerste blik op de Grand Canyon. De tranen rolden over mijn gezicht. Is dat geluk? Waarschijnlijk wel, omdat je bevoorrecht bent omdat je het te zien krijgt.”

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Licht dat binnenvalt.”

9. Wat is uw zwakte?

“Mijn empathie denk ik. Ik ben heel bezorgd om de mensen die ik graag zie en voor wie ik verantwoordelijkheid draag. Dat vergt heel veel van mezelf. Als het gaat om menselijk leed, ben ik heel kwetsbaar. Mijn moeder noemde mij de sint-bernardshond van de familie, omdat ik altijd bezig ben met problemen oplossen van anderen. Maar als je je te veel zorgen maakt, begin je jezelf te ondermijnen.

“Die empathie is wel verminderd door alles wat ik heb meegemaakt. Waarschijnlijk ben ik toch voor een stukje gehard. Na de dood van mijn dochter zei iemand mij: ‘Je bent teruggekomen en je was veranderd, je bent hard geworden.' Maar ik noem dat niet hard, het is een manier om verder te functioneren, want als ik hier constant in tranen zit, kan ik evengoed thuis blijven. Niemand heeft daar een boodschap aan. Je wordt misschien iets harder naar mensen toe die constant klagen over futiliteiten, dat wel.

“Maar wat verdriet betreft, ik denk dat er eigenlijk in verdriet geen gradaties zijn. Verdriet is verdriet. Wat de oorzaak ervan ook mag zijn. Als iemand verdrietig is, moet je dat au sérieux nemen. Het ene verdriet zal snel overgaan, het andere zit veel dieper, maar ik vind niet dat anderen moeten boeten omdat ik zoveel heb meegemaakt. Want het laatste wat ik wil, is een slachtofferrol. Als je daarin verzeilt, raak je er niet meer uit.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Goh, dat ik als puber zo’n moeilijke relatie met mijn moeder had. Wij waren gelijkende karakters, wat natuurlijk voor het nodige vuurwerk gezorgd heeft. Ik heb pas veel later begrepen toen ik zelf kinderen had hoe moeilijk het voor haar moet zijn geweest.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Mijn autonomie verliezen. Op een moment komen dat ik niet meer over mezelf kan beslissen. Als ik mijn zelfredzaamheid kwijt zou raken, mag het ophouden, dan hoeft het leven voor mij niet meer.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat is een goeie vraag. Ik zou het eigenlijk niet weten. Dat zal zeer lang geleden zijn. Vroeger huilde ik nochtans gemakkelijk, maar nu kan ik dat niet meer. Waarschijnlijk heb ik mezelf zo vaak verplicht om niet te huilen dat het mij niet meer overkomt.

“Huilen van schoonheid, van ontroering, kan ik dan weer wel, maar niet meer van verdriet.”

13. Wat kan u plots uit uw humeur halen?

“Mensen die te kwader trouw zijn, mensen met verborgen agenda’s, mensen die altijd negatief zijn, daar kan ik bijzonder giftig op reageren. Ik hou van eerlijkheid, van transparantie, van openheid. Ik ben altijd recht voor de raap, ja. What you see is what you get.

14. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

(zwijgt even) "Echt door het lint? Pfoe. Ik moet zeggen dat ik mezelf vrij goed onder controle heb. Ik ben weleens in een ruzie met mijn huidige partner in een woedende colère in mijn auto gestapt en er volle gas vandoor gegaan, maar dat is lang geleden. Overkokende melk spelen, dat vermindert wel met de jaren, vind ik. De laatste keer dat het mij is overkomen, was na het overlijden van mijn dochter om iets heel onnozels – ik herinner me zelfs niet meer wat er gebeurd was. Maar toen ben ik zo kwaad geworden dat ik het servies tegen de grond heb geknald. Als je dat wilt doen, neem dan wel dat van Ikea en niet het porselein van je grootmoeder, zou ik zeggen. Dat van Ikea maakt veel meer lawaai. (lacht)

Claire Tillekaerts: 'Mensen die beweren niet ijdel te zijn, geloof ik niet. Níét!' Beeld Stefaan Temmerman

“Als je hoort dat je dochter dood is, ga je niet door het lint, nee. Dan stuik je in elkaar. Dan is het niet de melk die overkookt, maar het kaartenhuisje dat in elkaar valt." (neemt trek van e-sigaret)

15. Wat is het decadentste wat u ooit hebt meegemaakt?

“Op de Balearen ben ik ooit eens terechtgekomen op een feestje van een van de rijkste erfgenamen van Scandinavië. In zo’n villa met trappen tot aan de zee. Overal vloeide champagne en zag je mannen met dikke havanna’s – twee keer trekken en poef: uit. Dat vond ik decadent. Met twintig van die sigaren kun je waarschijnlijk een dorp in Afrika een jaar lang eten geven, om het met een cliché te zeggen. Ik hou niet van exuberant gedrag. Ik hou niet van show-offmensen, die zijn niet authentiek.”

16. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Ik ben geïnteresseerd in alle kunstvormen, vanuit mijn opvoeding, maar wat mij zeer raakt – anders heb ik thuis ruzie (lacht) – is muziek. Muziek kan tot heel diep in jezelf binnendringen en ervoor zorgen dat je je anders gaat voelen. Die uitwisseling is heel merkwaardig. Als ik Dirk zie componeren, vraag ik me telkens weer af hoe hij erin slaagt om al die emoties te vertalen op verschillende manieren, want dat gaat soms over tachtig instrumenten.

“Ik kan zowel genieten van het celloconcerto van Elgar, gespeeld door Jacqueline du Pré, als van crooners, afhankelijk van mijn gemoed.”

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben een overtuigd atheïst. Mijn laatste religieuze activiteit was mijn plechtige communie, omdat mijn grootmoeder een zeer christelijk mens was. En ik sta er ook niet voor te springen." (lacht)

18. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Zoals iedereen ben ik ijdel. Mensen die beweren dat niet te zijn, geloof ik niet. Níét! Hoe ik me erin voel, hangt af van het aantal kilo’s dat ik op een missie bijkom. En ik vind ook dat de leeftijd vrij meedogenloos is voor het lichaam. Ook al ben je superactief, ook al smeer je allerlei crèmekes en laat je je grijze haren verven. Er zijn twee dingen die nog genade vinden bij mij: mijn onderbenen en mijn ogen. Alles ertussenin is passé. (lacht)

“Hoe anderen naar jou kijken is eigenlijk niet relevant. Het gaat erom hoe je naar jezelf kijkt. En als jij vindt dat er iets moet veranderen, perfect. Ik vind zelfbeschikkingsrecht superbelangrijk. Neem nu al die discussies over plastische chirurgie. Ik vind niet dat iemand zich daar mee te bemoeien heeft. Waarom al die commentaar als iemand botox laat spuiten, een lifting laat doen, borsten of buik laat optrekken? Laat mensen toch zelf beslissen.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Ogen. Een blik kan heel erotisch zijn. Via de ogen krijg je toegang tot de hele persoon.”

20. Wat is uw goorste fantasie?

“Niet voor publicatie vatbaar. Maar ik heb ze lang geleden wel al eens vervuld. (lacht) En ja, het was best leuk. (hilariteit) Hoe vaak ik het gedaan heb? Minstens één keer. (lacht) Tussen mensen die elkaar graag zien bestaan er geen taboes. En wat is goor trouwens? Mijn ouders zouden zwaar geshockeerd geweest zijn, mochten ze dit geweten hebben. Maar ik moet nu oppassen voor mijn dochter, dat ik niet tot de orde word geroepen. Want op een bepaald moment kantelt dat, hè. Dan krijg je van je kinderen onder je voeten." (lacht)

21. Welk dier zou u willen zijn?

“Een hond. Een grote hond. Zo’n leuk karakter, stijl labrador. Altijd content. Zie ik eten, ik pak het. Zie ik water, ik spring erin. (fluit) En ik luister alleen als het mij past.

“De labrador heeft toch een zalig karakter. De vrolijke dommerik die maar gewoon opdoet, nu eens in een stekelvarken bijt, en de volgende keer weer." (lacht)

22. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders waren allebei universitairen, die altijd een team hebben gevormd. Er was geen onevenwicht tussen hen, geen hiërarchie. Zij maakten ook geen onderscheid tussen mijn broer en mij, toch niet op het vlak van studies. Ik heb een vrij strenge opvoeding gekregen, waarin respect voor de ouders centraal stond. Zij zagen ons zeer graag en ik ben hen heel dankbaar voor de bagage die ik gekregen heb. 

"We zijn tweetalig opgevoed, waardoor we snel andere talen leerden. We hebben heel veel gereisd. Maar vanaf mijn puberteit waren er serieuze wrijvingen tussen mijn moeder en mij. Haar concept van vrijheid was zeer, zeer ver verwijderd van het mijne. (lacht) Als ik het te bont maakte, zei mijn vader: ‘Pas op, of ik stuur je naar het verbeteringsgesticht!’ En een van mijn heroïsche antwoorden was: ‘Het zal daar nog beter zijn dan hier.’ (lacht) Pas toen ik zelf kinderen kreeg, ben ik haar beter beginnen begrijpen.

“Ik mis mijn ouders nog altijd. Ze zijn in 1996 overleden, allebei in vijf maanden tijd. Het was duidelijk dat ze niet zonder elkaar wilden voortleven. Ja, ik denk nog dikwijls aan hen. Ik ben wel heel blij dat ze de dood van mijn dochter niet hebben meegemaakt. Ze zouden daar kapot van geweest zijn.”

Claire Tillekaerts: 'Extreme verliefdheid maakt plaats voor onvoorwaardelijke samenhorigheid. Dat vind ik wel mooi.' Beeld Stefaan Temmerman

23. Hoe definieert u liefde?

“Als compliciteit. Dirk en ik, wij vormen een eenheid, waar we ons ook bevinden, de een in Gent, de ander aan de andere kant van de wereld.

“Liefde op je 20, 30 heeft een heel andere finaliteit dan op je 40, 50 of 60. Hoe ouder je wordt, hoe makkelijker je elkaar de ruimte gunt om elk je ding te doen en te zijn wie je bent. Het wordt allemaal veel minder scherp. Die extreme verliefdheid maakt plaats voor onvoorwaardelijke samenhorigheid. Dat vind ik wel mooi.”

24. Hoe wilt u bemind worden?

“Zoals ik ben, met mijn kwaliteiten en gebreken. Of zoals ik ga worden, dat zal nog veel erger zijn." (hilariteit)

25. Hoe zou u willen sterven?

“Kort. Ik heb altijd zeer pragmatisch nagedacht over mijn dood, met de nodige afstandelijkheid, maar dat is veranderd door het overlijden van mijn dochter, omdat ik er zo lang mogelijk wil zijn voor mijn jongste. Maar het laatste wat ik wil is een last zijn voor anderen.

“Als het leven niet meer waardevol is, moet je ermee kunnen ophouden, vind ik. Zelfbeschikkingsrecht is essentieel, hoewel ik daar lang mee geworsteld heb. Toen een vriendin zelfmoord pleegde, was ik verschrikkelijk boos op haar. Nochtans was er een heel lang proces aan voorafgegaan. En net toen we dachten dat het risico voorbij was, is het gebeurd. Maar of dit nu de juiste of de foute beslissing was, intussen heb ik leren beseffen dat het niet aan mij is om te oordelen.”

26. Welk maatschappelijk probleem raakt u?

“De polarisatie binnen onze maatschappij. De discussies op sociale media. Je krijgt de indruk dat er niet meer gepraat wordt over mensen, maar over insecten. En hoe dat dan allemaal breed uitgesmeerd wordt in de media.”

27. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Een bepaalde vooringenomenheid ervaar ik soms wel, ja. Zo was ik ooit bij de leider van de boeddhisten in Myanmar en die man keek dwars door mij heen. Ik schrok daar wel van, maar meer ook niet. Terwijl ik het wel storend vond als een orthodoxe jood of een moslim mij geen hand wilde geven. Toen dacht ik: tiens, je hebt twee maten en twee gewichten.

“Wat ik wel merk: ook al geven ze me geen hand, ze respecteren me wel in mijn functie en behandelen mij op een correcte manier. Mochten we daar nu eens met zijn allen minder stormenderhand op reageren...”

28. Wat betekent geld voor u?

“Goh, het is een noodzakelijk kwaad waar ik eigenlijk niet zoveel mee bezig ben. Ik heb weinig tijd om te shoppen, maar als ik eens shop doet het wel zeer. (lacht) We zitten in een luxepositie, maar werken er allebei heel hard voor. Nu, maak je geen illusies, voor het geld moet je deze job niet doen.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Cultuur en natuur, hoewel dat moeilijk te combineren valt. Rust, licht, zon. Ik ben een zonnemens. En tijd voor elkaar, want dat hebben we heel weinig. Zonder computers, zonder telefoons, dat is de afspraak. Zonder piano’s ook – Dirk heeft speciale piano’s die in zijn valies passen. De laatste keer is dat dik tegengevallen. Toen heb ik gezegd: ‘Dat zal toch spijtig zijn als die piano in de zee zal liggen.' (hilariteit) Maar hij heeft er zo twee." (lacht)

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Samen met de papa van Aurore hebben we een stichting voor herinneringseducatie opgericht. Aurore gaf geschiedenis en was heel geëngageerd. Ze was ervan overtuigd dat je uit de fouten van het verleden kunt leren om jongeren weerbaar te maken tegen extreem gedachtegoed. Daarom nam ze haar leerlingen mee naar Auschwitz en Birkenau. Met die stichting willen we haar werk en ideeën voortzetten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234