Vrijdag 18/06/2021

Het noodlot tegemoet

Veelbelovende debuutroman van Britse jonge schrijfster

Interview door Gertjan Vincent

Helen Cross

Mijn zomer vol liefde

Uit het Engels vertaald door Ardy Stegeman

Meulenhoff, Amsterdam, 2001, 239 p., 665 frank.

In East Yorkshire, vlakbij Hull, ligt het plaatsje Beverley. Een industriestadje dat betere tijden heeft gekend. Verlaten fabrieksgebouwen met ingegooide ruiten flankeren het kanaal dat het stadje in tweeën splijt. In 1984 werd daar het lijk van een jongetje verpakt in een vuilniszak vanaf het viaduct in het troebele water gegooid. De moordenaar werd nooit gevonden. Deze deprimerende omgeving vormt het decor van My Summer of Love, de in de Engelse pers met lovende kritieken ontvangen debuutroman van de jonge Britse schrijfster Helen Cross (1967).

"Ik kan me de lucht van de plaatselijke leerlooierij nog goed herinneren", zegt ze in het café van de National Gallery in Londen waar we elkaar ontmoeten. "Vanuit mijn lagere school keek je iedere dag naar de voorbijrijdende lorries volgeladen met bloederige huiden. Verder had je er nog een veevoederfabriek die buiten werking was. Er hing een griezelig sfeertje, dat ik ook wel weer spannend vond. Mijn boek speelt zich af in 1984, het jaar waarin het lichaam van dat vermoorde jongetje gevonden werd. Alle tieners uit de buurt werden door de politie ondervraagd, dat staat me nog levendig bij. Bovendien was iedereen in de ban van de lugubere seriemoordenaar Petere Sutcliffe, de Yorkshire Ripper, die in die streek een spoor van veertien vermoorde en gruwelijk toegetakelde prostituees had achtergelaten. De angst zat er zo diep in dat mijn moeder 's avonds alleen nog maar midden op de weg durfde te lopen. Dat heeft me gevoelig gemaakt voor gevaar dat op de loer ligt. Maar verder heb ik een gelukkige jeugd gehad, hoor!" Mijn zomer vol liefde, zoals de Nederlandse vertaling luidt, is het verhaal van een fatale vriendschap tijdens de drukkend hete zomer van 1984. De vijftienjarige Mona, die boven de pub woont waar haar vader achter de bar staat, zuipt als een ketter en is verslaafd aan de gokkast. Haar moeder is overleden en haar stiefmoeder, die Mona opzadelt met een stiefbroer, de onappetijtelijke Speklap, gaat er op een gegeven moment vandoor. Zij raakt in de ban van Arthur Scargill, de leider van de Britse mijnwerkersstakingen en laat haar 'gezin' in de steek voor de socialistische klassenstrijd. De vertwijfelde Mona sluit vriendschap met Tamsin Fakenham, een leeftijdgenootje dat in een prachtig landhuis enkele kilometers verderop woont. Hoewel ze allebei uit een totaal verschillend milieu afkomstig zijn, is er ook iets wat hen bindt: het huwelijk van Tamsins ouders is ook een ramp, haar moeder heeft meer belangstelling voor haar carrière als actrice dan voor haar kinderen en vader zoekt zijn heil in de armen van zijn secretaresse.

Omdat haar vader elders bezigheden heeft, moet Tamsin een paar weken op het huis passen en zodra ze het rijk alleen heeft, verschanst ze zich met Mona in het kolossale pand. Hun bondgenootschap neemt steeds extremere vormen aan omdat de een niet voor de ander wil onderdoen. Naarmate het verhaal vordert, snellen ze steeds driester hun noodlot tegemoet. De gruwelijke climax in het laatste hoofdstuk dient zich dan ook aan met de onvermijdelijkheid van een Griekse tragedie. "Ik wilde een boek schrijven over klassenverschillen", zegt Cross. "De Engelse samenleving is scherp verdeeld en de klassentegenstellingen zijn sinds de opkomst van Thatcher sterk gepolariseerd. De maatschappij is egoïstischer geworden en kinderen hebben daar sterk onder te lijden, want ze realiseren zich al vroeg dat ze moeten leven in een wereld waarin iedereen voor zichzelf zal moeten opkomen. De klassentegenstellingen maken het nog gecompliceerder: de ene helft van de Britse samenleving heeft er werkelijk geen idee van hoe de andere helft leeft! Mona heeft allerlei fantasieën over het kostschoolleven van Tamsin en het sprookjesachtige landhuis van haar familie, terwijl Tamsin denkt dat Mona zo arm is, dat ze samen met de honden op de kale vloer slaapt, iets in de trant van Charlotte Bröntes verpauperde boeren. Hoewel ze uit heel verschillende milieus komen, hebben ze toch meer gemeen dan ze denken: allebei komen ze uit een gebroken gezin en ze hebben daardoor heel wat heilige huisjes om in elkaar te trappen. Samen proberen ze een andere vorm aan hun leven te geven, maar bij gebrek aan acceptabele rolmodellen ontsporen ze dramatisch." Helen Cross heeft zelf een lower middle class achtergrond: haar vader is bookmaker bij de paardenraces en bezocht iedere avond de pub die in de roman is omgetoverd tot Mona's ouderlijk huis. Thuis werd op van alles en nog wat gegokt en drank maakte een vast onderdeel uit van het dagelijkse leefpatroon: "Drank is stevig geworteld in de Engelse samenleving", verklaart Cross. "Tegenwoordig gebruikt zo'n beetje iedereen drugs, maar zeker in die tijd vloeide de alcohol rijkelijk. Ik kan me herinneren dat ik vanaf een jaar of veertien net als mijn leeftijdgenootjes heel vaak dronken was. En wat het gokken betreft: dat is ook iets wat alles met sociale klassen te maken heeft. Het idee dat je je leven drastisch kunt veranderen is zo verslavend: op een goede dag kun jij de winnaar zijn! Iemand heeft laatst een onderzoek gedaan naar gokgedrag en daaruit bleek dat dat het sterkst ontwikkeld was in samenlevingen met een scherp klassenbewustzijn zoals in China en India met zijn kastensysteem. Het milieu waar ik uit kom, is in de Engelse literatuur nog onvoldoende van binnenuit beschreven. De meeste Britse auteurs hebben een degelijke upperclass achtergrond: je moet in zekere zin ook wel geprivilegieerd zijn om voldoende tijd te hebben om boeken te schrijven. De literaire kliek in en rond Londen hangt van nepotisme aan elkaar. Gelukkig zie je dat er nu wat verschuivingen plaatsvinden: met het groeiende zelfbewustzijn van Schotland en Wales treden er schrijvers op de voorgrond die vanuit een andere sociale achtergrond het eigen dialect ruim baan geven in hun romans. Uitgevers stimuleren die trend. Daar komt nog bij dat veel Britse schrijfsters hun mogelijkheden aan het verkennen zijn buiten de geijkte paden van de traditionele mannelijke, hoog opgeleide schrijvers om. Vrouwenfictie maakt op het ogenblik een spannende en veelzijdige ontwikkeling door. Het is niet te vergelijken met het polemische feminisme van de jaren zeventig. Die fase zijn we ondertussen wel voorbij. Het is wel opmerkelijk - ik weet niet of dat bij jullie ook zo is - dat Engelse mannen nauwelijks vrouwenfictie lezen. Maar ja, tegelijk zijn het ook vooral mannen die naar het voetbal kijken en die proberen hun vrouwen er ook niet bij te slepen, prima. Laat dat voor literatuur dan ook maar zo zijn. Vrouwen hebben toch genoeg van het idee dat mannen hun goedkeuring moeten geven aan alles waar ze mee bezig zijn."

In de periode waarin het boek zich afspeelt, veranderde de positie van de vrouw in de samenleving ingrijpend. De keuzemogelijkheden voor vrouwen namen spectaculair toe, maar een maatschappelijke carrière zette tegelijkertijd het traditionele gezin onder zware druk. Margaret Thatcher werd de eerste vrouwelijke minister-president, maar zij bleek behoudzuchtiger dan al haar mannelijke voorgangers: "De vriendschap tussen die twee meisjes is een metafoor voor de verwarring waar vrouwen aan ten prooi vielen", zegt Cross. "Tamsins moeder en Mona's stiefmoeder willen aan hun traditionele rol ontsnappen. De eerste wil zichzelf als actrice ontplooien en de laatste zoekt haar heil in het socialisme. Ze willen niet langer 'gewoontjes' zijn. Voor hun dochters is dat ook een schrikbeeld, maar bij gebrek aan een alternatief rolmodel gaan ze zelf op onderzoek uit, met alle desastreuze gevolgen van dien. Mona en Tamsin hitsen elkaar op en omdat er niemand is om ze in toom te houden, gaan ze zich te buiten aan drank, seks en fysieke uithongering."

Voedsel is een obsessie voor beide meisjes. Indringend beschrijft Cross de psychische mechanismen die de jonge meisjes tot op het randje van anorexia brengen. De titels van de hoofdstukken verwijzen allemaal naar voedsel: "De bedoeling daarvan is duidelijk te maken hoe sterk het hun leven beheerst", legt Cross uit. "Mona en Tamsin willen iets interessants van hun leven maken, maar ze weten niet hoe ze dat moeten aanpakken. Wat ze in ieder geval niet willen, is zo vet worden als Speklap. Je zou hun houding zelfs als een kiem van politiek bewustzijn kunnen beschouwen: kapitalisten creëren het verlangen naar consumptie en daar zetten ze zich tegen af. Als je te dik bent, betekent dat dat je geen controle over je eigen leven hebt. Ze zouden wel gezond willen eten, maar ze weten niet hoe, dus besluiten ze om maar helemaal met eten te stoppen. Wat Tamsin aan experimentele maaltijden op tafel zet, is nou ook niet direct eetlustbevorderend!"

De morele verwarring van de meisjes is bij Cross ingepast in een breder tijdsbeeld. Zo loopt het gevaar van een nucleaire oorlog als een rode draad door het verhaal. Het is een dreiging die constant in de lucht hangt en de meisjes sterkt in hun overtuiging dat niks er werkelijk meer toe doet omdat toch iedereen naar de verdommenis gaat.

"In de jaren tachtig geloofden de mensen echt dat de totale vernietiging ophanden was. Het is opvallend hoe snel zoiets kennelijk uit het collectieve geheugen is gewist. Maar ik weet nog goed dat de regering pamfletten verspreidde met tips om je te beschermen tegen de straling: je moest je ramen met witte verf bestrijken om de flits van de explosie terug te laten kaatsen. In het Imperial War museum vind je nog allerlei overblijfselen uit die periode, waaronder een bestelling van 55 miljoen plastic lepels, die verspreid moesten worden onder de mensen, die de explosie overleefd hadden. Die lepels waren precies geschikt voor het rantsoen eten dat beschikbaar zou zijn. Als je opgroeit met het idee dat de ene helft van de wereld op het punt staat de andere helft te vernietigen, kweek je - zeker bij kinderen - een behoorlijk scheve moraal."

Nu haar debuutroman in de Engelse bladen een lovende pers heeft gekregen, lijkt haar droom om ooit schrijfster te worden nu echt uit te komen: "Ik heb wel tegen heel wat wantrouwen op moeten boksen", zegt ze. "M'n ouders hebben me niet direct ontmoedigd, maar ze hadden wel hun twijfels. Mijn grootouders waren straatarm en door heel hard te werken zijn mijn ouders uit dat dal omhooggeklommen. De angst om te mislukken zit dan in je genen. Als je te veel risico's neemt, kun je zo weer op de bodem terechtkomen. Na een toneelopleiding in Londen heb ik een paar jaar als actrice gewerkt, maar dat was bij uitstek een baan waarmee je je hoofd nauwelijks boven water kon houden. Toen mijn enthousiasme over zijn hoogtepunt heen was, besloot ik een administratief baantje te nemen bij The Royal Shakespeare Company. Na verloop van tijd wilde ik toch de sprong in het diepe wagen en besloot ik me aan te melden bij de Universiteit van East Anglia, waar ze een prestigieuze schrijfcursus hebben, waar schrijvers als Ian McEwan en Kazuo Ishiguro de kneepjes van het vak hebben geleerd. Toen mijn ouders hoorden dat ik mijn baan op wilde geven om daar tijd voor vrij te kunnen maken, waren ze compleet van slag. 'Het lukt je nooit om daar aangenomen te worden', zeiden ze, maar ik wilde het per se proberen. Toen ik hoorde dat ik was aangenomen, kon ik het bijna niet geloven. Nu m'n eerste roman een succes is, is er bijna sprake van een collectieve opluchting: ik moest over hun angst heenkomen om mijn schrijversdroom waar te kunnen maken." Dat Helen Cross een eendagsvlieg zal blijken, is niet erg waarschijnlijk. Ze barst van het zelfvertrouwen en bruist van de ideeën. Een tweede roman is in de maak, ze heeft onlangs een paar korte verhalen gepubliceerd en is bezig met een radiohoorspel over Amy Johnson, de eerste vrouw die in de jaren dertig in haar eentje rond de wereld is gevlogen. "Het enige probleem is, dat ik te weinig tijd heb", lacht ze. "Ik hoef echt niet te wachten op een muze, ik ga er gewoon lekker tegenaan."

'Ik kan me herinneren dat ik vanaf mijn veertiende net als mijn leeftijdgenootjes heel vaak dronken was'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234