Vrijdag 27/05/2022

Het nieuwe wonder aan de Nijl

'Er zit nog geen Aziatische tijger aan de Nijl. Maar we werken eraan.' Egyptische economen zijn euforisch over het succesverhaal van hun land. De hervormingsijver begint vruchten af te werpen. Buitenlandse investeerders hebben -voorlopig- vertrouwen. Er staan megaprojecten op het getouw, er zijn privatiseringen bij de vleet en het IMF strooit met complimentjes. Zelfs het toerisme beleeft een (super)lichte relance.

Nadia Dala

Het was een mokerslag voor de Egyptische economie. Toen in november van vorig jaar zestig toeristen werden afgemaakt door terroristen van de integristische gamia' al-islamiya-beweging, zakte het toerisme - een sector die één op tien Egyptenaren rechtstreeks of onrechtstreeks tewerkstelt - in elkaar als een pudding. Egypte was niet langer een veilig land voor zonnebaders en cultuuraanbidders. De graven van Toetanchamon, de piramides... ze lagen er de daaropvolgende maanden verlaten bij.

Maar sinds kort is er weer een lichte stijging in de toerismesector. Voldoende om van een schuchtere relance te spreken. "Sinds april van dit jaar is het toerisme met 30 procent toegenomen", verklaart de nieuwe Egyptische ambassadeur in Brussel, Raouf Saad. "De Benelux-markt, en vooral de Belgische, is het minst geraakt door het Luxor-incident. Er duiken weer Belgische toeristen op in ons land." Saad laat wel in het midden of die stijging opweegt tegen het verlies sinds de aanslag en hoe het zit met de Duitse toeristen, die het grootste deel van de toerisme-industrie uitmaakten. Maar de Egyptenaren geloven dat ook zij, mondjesmaat, hun weg naar de Nijl zullen terugvinden. "Iedereen weet intussen dat er sinds het 'incident' geen nieuwe aanslagen meer geweest zijn in Luxor", oppert Saad. "Het moet gezegd. We werken aan onze veiligheid. Speciale agenten hebben een nieuwe uitrusting en gesofistikeerde technologie gekregen."

Maar Egypte, met zijn 62 miljoen inwoners, mikt op meer voor de toekomst. Het land wil andere inkomstenpotjes dan het toerisme. Sinds 1991 zijn er maar twee woorden die de nieuwe generatie Egyptische experts in de mond nemen: privatiseren en vrijemarkteconomie. Van alle landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika is Egypte, samen met Jordanië en Marokko, het best geslaagd in een verregaande liberalisering van zijn tot voor enkele jaren strak geleide economie. Voor deze oefening krijgt Egypte trouwens hartelijke schouderklopjes van de Wereldbank en het IMF,

-verwacht wordt dat het land weldra van onder de voogdij van het IMF zal komen.

De dirigerende rol van de overheid in het markteconomisch gebeuren wordt steeds verder beknot. Volgens de meest optimistische lezingen heeft die overheid zich momenteel bijna volledig uit het marktgebeuren teruggetrokken en is maar liefst 90 procent van de economische activiteiten in handen van de privé-sector.

"Ons privatiseringsprogramma is vrij strikt", legt de ambassadeur uit, "314 overheidsbedrijven moeten omschakelen. Daarvan zijn er al honderd geprivatiseerd." Sceptische waarnemers merken echter op dat de bedrijven niet makkelijk verkocht geraken. Vooral de staalfabrieken zijn moeilijk aan de man te brengen. De machines zijn hopeloos verouderd, de schuldenlast - die de geïnteresseerden ook moeten overnemen - is enorm en de arbeidswetten zijn vreselijk streng. Werkkrachten uit een voormalig staatsbedrijf ontslaan is bijzonder moeilijk.

Maar de Egyptische economen geloven dat deze schoonheidsfoutjes weggewerkt kunnen worden. Zij spreken van een onverdeeld macro-economisch succes. Tenminste toch in cijfers en procenten. Op enkele jaren tijd is de inflatie de kop ingedrukt. In 1991 bedroeg de inflatie nog 27 procent, nu grenst ze aan de 5,5 procent. Ook het begrotingstekort, een chronische ziekte van de Egyptische economie, is omlaag getuimeld. In 1991 bedroeg het begrotingstekort 24 procent van het bruto nationaal product, anno 1998 is dat minder dan 0,5 procent van het bnp. De reserves van buitenlandse valuta in de centrale bank zijn dan weer geklommen. In 1991 was er bijna niets. Amper 2 miljoen dollar. Dit jaar heeft Egypte een reserve van 21 miljard dollar.

De investeerders hebben het land de rug zeker niet toegekeerd. "Mede dankzij de crisis in Azië", menen sommigen. "Er was dit jaar geen daling in de investeringen", weet Saad. "In 1991 werd 500 miljoen dollar in ons land geïnvesteerd, in 1998 is dat 4 miljard dollar."

Om buitenlandse bedrijven te prikkelen, lanceerde Egypte enkele jaren geleden een uitdagend programma: het BOT-systeem. BOT staat voor Build Operate and Transfer.: buitenlandse investeerders krijgen gunstige investeringsvoorwaarden om grootschalige projecten te bouwen (build); gedurende een bepaalde periode mogen de investeerders winst maken uit deze projecten (operate); waarna ze de projecten weer overdragen aan de staat (transfer). Voorwaarde is wel dat de constructies hoog strategische projecten zijn. Zo bood de regering onlangs een BOT-project aan voor verschillende nieuwe luchthavens, een elektriciteitscentrale en vier hoofdwegen die samen 1.850 kilometer lang zijn.

Er staan ook enkele beloftevolle megaprojecten in de steigers. Er is net een constructie gebouwd dat het water van de Nijl naar de Sinaï moet voeren, voor de irrigatie van 200.000 hectaren grond. Vier tunnels met een diameter van 6,5 meter zorgen ervoor dat het Nijlwater door een sifon onder het Suez-kanaal naar de Sinaï-woestijn wordt gepompt. Het Belgische constructiebedrijf Besix verzorgde deze opdracht.

In Opper-Egypte worden dan weer zeven nieuwe sites ingeplant. Er is ruimte voor industrieën, agrarische activiteiten en toeristische etablissementen. Dat betekent veel werkgelegenheid en een verplaatsing van 3 tot 4 miljoen Egyptenaren naar deze regio. Geen slechte zaak want de meeste mensen wonen in de overvolle hoofdstad Kaïro Deze zogenaamde Toshki-regio zou voor 4 miljard dollar investeringsgeld uit het buitenland moeten kunnen aantrekken. Het derde megaproject is een gloednieuwe inplanting bij Port Said, een havenstad aan het Suez-kanaal. Hier komt een enorme site waar handel, transit en andere economische activiteiten plaatsvinden. "Port Said wordt de poort naar Europa, de Golfregio en het Midden-Oosten", voorspelt de diplomaat. "Vergelijk het met grote Europese havensteden zoals Rotterdam en Antwerpen."

Om deze en andere toekomstgerichte mammoetprojecten te ondersteunen, hebben de Egyptenaren hard gewerkt aan een "vertrouwensklimaat". Maar dat klimaat moet dagelijks gekneed worden. De werkloosheid blijft immers een economisch én sociaal zorgenkind. Nog voor ze hun diploma in handen hebben, weten massa's afgestudeerde jongeren dat ze moeilijk een job zullen versieren. Volgens de gezaghebbende Britse financiële krant, The Financial Times, schuift ieder halfjaar een half miljoen Egyptenaren aan bij de rij werkzoekenden. Hun sociaal ongenoegen is een voedingsbodem voor extremistische reflexen. De islam, en de meest fundamentalistische versie ervan, kent niet voor niets een grote aanhang onder de jongeren...

Vroeger, onder het socialistische systeem, was het anders. Toen garandeerde vadertje staat een betrekking voor elke universitair geschoolde. Dit 'opvangsysteem' lag mee aan de basis van de totale sclerose van het administratiesysteem: te veel werkkrachten, te weinig verantwoordelijheden, totale inefficiëntie.

Vandaag ligt het werkloosheidscijfer op ongeveer 9 procent van de actieve bevolking. Tegen het jaar 2000 wil Egypte dat cijfer tot 5 procent terugbrengen. Een hele ommezwaai want in 1991 zweefde de werkloosheid boven de 22 procent. "We maken écht werk van de aanpak van de werkloosheid", commentarieert Raouf Saad. "Onder meer door de bevolkingsgroei wat af te remmen. Maar het probleem is lang niet opgelost." De vrees bestaat dat de in zwang zijnde privatiseringsprojecten de tewerkstelling niet bepaald zullen aanzwengelen. Saad spreekt dit tegen. "We hebben een indrukwekkend sociaal fonds", zo heet het. "Gefinancierd door donors in Europa, de Verenigde Staten en Azië en in samenwerking met het IMF. Dit fonds dient uitsluitend voor de rehabilitatie van arbeiders."

Alle euforie ten spijt, blijft Egypte een ontwikkelingsland, waar de kloof tussen rijk en arm met de dag dieper wordt, waar arme drommels uit pure ellende in kerkhoven, onder bruggen en op straat slapen, waar de prijzen van brood en de meest elementaire voedingsmiddelen geregeld de hoogte ingaan. Het zal nog een tijdje duren voor 'de kleine man' kan meegenieten van alle macro-economische staaltjes van goed management en beheer. Want wat zijn zij ermee dat er in het hartje van Kaïro een gloednieuw Conrad-hotel komt, gebouwd door Besix? Voeg daarbij het legertje ongeletterden dat steeds toeneemt. Sommige bronnen melden dat twee derde van de vrouwen en een derde van de mannen analfabeet zijn en dus totaal onvoorbereid de moderne tijden met een globale markteconomie tegemoet gaan.

Verder blijven de diep genestelde corruptie, de bottlenecks in havens en douanes en de moeilijkheid om contracten af te dwingen serieuze euvels. Er wordt geklaagd dat het jaren duurt voor een commercieel dispuut bijgelegd wordt. Daartegenover staat dan weer een batterij van nieuwe wetten die het investeringsklimaat aanmoedigen. "Vroeger duurde het officieel vier weken vooraleer een project goedgekeurd werd", weet Raouf Saad. "In werkelijkheid moest je meer dan zes maanden wachten. Dankzij de nieuwe wet krijg je een goedkeuring binnen de week."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234