Woensdag 01/12/2021

Het nieuwe New Orleans:

''Ze hebben de dijken opgeblazen. Waarom? Om de andere kant te redden, Canal Street en het French Quarter. En om van de mensen hier af te zijn. Er is hier zoveel misdaad... Ze hebben de mensen op de vlucht gejaagd opdat ze niet meer zouden terugkomen'

het Parijs van de Caraïben

New Orleans stond bekend als een oord van plezier. Tot de orkaan Katrina eind augustus door de stad raasde. Nu het water weer gezakt is, kijkt men naar de toekomst. En is de grote schoonmaak letterlijk te nemen. Want het nieuwe New Orleans, zo lijkt vast te staan, zal een veel kleinere, veel rijkere en vooral veel blankere stad worden.

Gert Van Langendonck

Ze noemden zichzelf de Ninth Ward Rangers en ze schatten dat ze met hun zessen zo'n drie- tot vierhonderd mensen uit de Lower Ninth Ward van de verdrinkingsdood hebben gered. Dat was in de eerste dagen nadat orkaan Katrina eind augustus voorbij New Orleans was getrokken en 80 procent van de stad blank had gezet. Terwijl de hele wereld stomverbaasd toekeek hoe het machtige Amerika dagenlang niet in staat bleek om de tienduizenden New Orleanians en gestrande toeristen te hulp te schieten, besloten de Ninth Ward Rangers hun lot in eigen handen te nemen. Voor de bewoners van de straatarme en van criminaliteit vergeven stadswijk Lower Ninth Ward was dat al lang een tweede natuur.

We staan op de ophaalbrug over het Industrieel Kanaal die de Lower Ninth Ward verbindt met het centrum van New Orleans. Van hieruit heb je een goed zicht op het gat in de dijk en op het vrachtschip dat daar doorheen geslagen is en midden in de wijk is gestrand. Het is een maand na Katrina en in de rest van de stad mogen de bewoners deze week mondjesmaat naar hun huizen terugkeren. Maar dat geldt niet voor de Lower Ninth Ward. Wat orkaan Katrina niet had verwoest maakte orkaan Rita drie weken later af. De Lower Ninth Ward, daar zijn de meeste experts het over eens, is alleen nog goed voor de bulldozer.

En dat, zegt Michael Knight, de 44-jarige informele leider van de Ninth Ward Rangers, was van meet af aan de bedoeling. "Ze hebben de dijken opgeblazen", zegt Knight zonder een spoor van aarzeling. "Boem, boem, boem. Drie knallen heb ik gehoord en toen begon het water plots heel snel te stijgen. Waarom? Om de andere kant te redden, Canal Street en het French Quarter. En om van de mensen hier af te zijn. Er is hier zoveel misdaad, schietpartijen en moorden... Ze hebben de mensen op de vlucht gejaagd opdat ze niet meer zouden terugkomen. Dat is wat ik denk."

Dat mensen als Knight gevoelig zijn voor complottheorieën is niet verwonderlijk. De Lower Ninth Ward was het bestuur van New Orleans al lang een doorn in het oog. New Orleans is sowieso een bijzonder gewelddadige stad, maar binnen de stad spant de Lower Ninth Ward de kroon. In 1994 was New Orleans met 421 moorden op een bevolking van een half miljoen nog de absolute moordhoofdstad van Amerika. Vijf jaar later was dat aantal gedaald tot 159, het gevolg van de algemene dalende trend van de misdaad in de VS, maar vooral van het opkuisen van de politie van New Orleans (NOPD), die huurmoordenaars in zijn rangen bleek te tellen.

De voorbije jaren zat moord echter opnieuw in de lift in New Orleans, tegen de nationale trend in. In 2004 werden 265 moorden opgetekend en een goed deel daarvan gebeurde in de Lower Ninth Ward, waar dubbel zoveel moorden gebeuren als in New Orleans in zijn geheel en zes keer zoveel als in New York City. Toen burgemeester Ray Nagin op 9 september de zakengemeenschap van New Orleans bijeenriep om de wederopbouw van de stad te bespreken, verbaasde het dan ook niemand dat de Lower Ninth Ward op de meeste plannen niet meer voorkomt.

Dat de dijk van het Industrieel Kanaal opzettelijk is opgeblazen is dan ook een bijzonder hardnekkig gerucht in New Orleans. Het deed al de ronde na orkaan Betsy in 1965, toen het Industrieel Kanaal op bijna dezelfde plek lek sloeg en de Lower Ninth Ward onder water zette. Toen ging het verhaal dat burgemeester Victor Hugo Schiro, een conservatieve Democraat, de Lower Ninth Ward opzettelijk had laten onderlopen, zodat de zwarten bij de komende verkiezingen niet voor zijn progressievere rivaal zouden kunnen stemmen. Het verhaal is nooit bewezen, maar eerder is wel iets gelijkaardigs gebeurd: in 1927 bliezen de autoriteiten de dijk van de Mississippirivier in St. Bernard Parish op om het centrum van New Orleans te redden.

'Men wil ons hier weg hebben", zegt ook Charmaine Marchand. De 39-jarige zwarte politica vertegenwoordigt de Lower Ninth Ward in het parlement van de staat Louisiana. Marchand is de enige politiek verkozene in haar district die ook echt in de Lower Ninth Ward woont. Ze heeft er geen enkele moeite mee zich in te leven in het lot van haar kiezers: sinds Katrina slaapt ze met haar veertienjarige zoon en haar ouders op de bank bij vrienden in de hoofdstad Baton Rouge.

Marchand heeft een plan. Ze wil FEMA, het nationale rampenagentschap, ertoe aanzetten om woonwagens te plaatsen op het braakliggende terrein waar tot voor kort de beruchte sociale woonwijken Desire en Florida stonden. Daar zou een deel van de vroegere inwoners van de Lower Ninth Ward onderdak kunnen krijgen. Het huisvestingsplan moet gekoppeld worden aan een tewerkstellingsplan. "Zodat wij kunnen meehelpen aan de heropbouw van de stad. Want men zegt wel dat de mensen hier allemaal van de bijstand leven of criminelen zijn. Maar geef ze een kans, in plaats van de wederopbouw uit te besteden aan bedrijven van buiten Louisiana, zoals nu gebeurt."

Marchand weet dat ze tegen enorme krachten zal moeten opboksen om haar buurt te redden. Wetenschappers zeggen dat laaggelegen gebieden als de Lower Ninth Ward maar beter worden omgevormd tot spaarbekkens. En Alphonso Jackson, minister van Huisvesting van de regering Bush, drong er eind september al persoonlijk bij burgemeester Ray Nagin op aan om de Lower Ninth Ward vooral niet herop te bouwen. Volgens Jackson zal het nieuwe New Orleans sowieso een veel wittere stad worden, met hooguit 35 tot 40 procent zwarten. Voor Katrina was dat 67 procent. "Of we dat nu leuk vinden of niet, New Orleans zal voor lange tijd, misschien wel voor altijd, lang niet zo zwart zijn als het was", zei Jackson.

Om een idee te krijgen van hoe men buiten New Orleans over buurten als de Lower Ninth Ward denkt, volstaat een bezoek aan de grens met St. Bernard Parish. Eerst dringt het niet door: de metershoge muur van containers en autowrakken op de gemeentegrens staat daar niet om mensen uit het rampgebied van de Lower Ninth Ward te houden. Het is net andersom: de muur moest verhinderen dat mensen uit de Lower Ninth Ward - voor 98 procent zwart - konden oversteken naar St. Bernard Parish - voor 95 procent blank. Jack Stephens, de imposante sheriff van St. Bernard, draait niet rond de pot: "Voor het water zakte en we de muur hebben opgetrokken, had ik gewapende mannen op de dijken staan om potentiële plunderaars uit New Orleans terug te sturen. Ze hadden orders om te schieten om te doden als het nodig was. Nee, we hoefden niet te schieten. De mensen begrepen de boodschap onmiddellijk."

Niet dat er in St. Bernard veel te rapen viel: de gemeente is even grondig verwoest als de Lower Ninth Ward. Pal op de gemeentegrens, vlak naast de barricade, staat een klein, wit gebouwtje met een toren. "Zie je die vlag daar op de eerste verdieping?", zegt kapitein Robert McNabb van de St. Bernardpolitie. "Tot zo hoog kwam het water. Ik weet dat goed omdat ik mij nog aan de vlaggenstok heb vastgehouden om op de boot te stappen toen de sheriff ons is komen redden." Net als Michael Knight en de Ninth Ward Rangers brachten McNabb en zijn collega's de volgende dagen door met het redden van mensen in hun eigen bootjes. "We stonden elke dag om zes uur op en werkten door tot het donker was." In St. Bernard zijn een honderdtal mensen omgekomen "Maar het echte aantal zullen we pas over een jaar of zo weten", weet McNabb. "Er zijn mensen weggespoeld naar de open zee. Die vind je nooit meer terug."

Het is voor een buitenstaander shockerend, hoe de politie van St. Bernard te midden van alle paniek wel de reflex heeft gehad om om onmiddellijk de grens met New Orleans af te sluiten. Die territoriumdrift dateert niet van Katrina. Het gebouwtje waaruit McNabb ontsnapte, is een van de politieposten die St. Bernard Parish lang geleden heeft opgetrokken bij elke overgang naar Orleans Parish. Vorig jaar kwam sheriff Stephens nog in het nieuws omdat hij met federaal geld, bedoeld om Amerika veiliger te maken voor een terreuraanslag, camera's had laten installeren op de gemeentegrens om er de gezichten en nummerplaten mee te registeren van elke automobilist die uit New Orleans kwam. De plaatselijke afdeling van de ACLU, de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, stuurde destijds nog een verontwaardigd persbericht rond.

"Kijk", zegt McNabb, "er is een enorm verschil tussen ons en de overkant. Wij zijn heel strikt, terwijl aan de andere kant bijna wetteloosheid heerst. Ginder hebben ze zes keer zoveel inwoners als wij en ze hadden vorig jaar bijna driehonderd moorden. Wij hadden er twee. Als je dat uitrekent per hoofd van de bevolking, dan zie je meteen wat ik bedoel. Wij willen niet dat mensen uit New Orleans hier misdaden komen plegen en dan weer over de grens verdwijnen. Vandaar die politieposten: je komt St. Bernard niet uit zonder ons te passeren."

St. Bernard Parish is geen uitzondering. In feite hebben alle blanke gemeenten die aan New Orleans grenzen vlak na Katrina de deuren gesloten voor de buren uit New Orleans. Ook Jefferson Parish (450.000 inwoners; 70 procent blank, 23 procent zwart) heeft een barricade opgeworpen op de grens met New Orleans. Sheriff Harry Lee van Jefferson riep in de week van de storm alle gewapende mannen uit zijn gemeente op, benoemde hen tot hulpagenten en stationeerde hen op de grens met New Orleans. "Wie wil plunderen, stelen, verkrachten of moorden, die kan maar beter niet naar Jefferson komen", liet de sheriff weten.

Na Katrina ging de meeste media-aandacht in de VS uit naar Gretna, een overwegend blanke gemeente op de westelijke oever van de Mississippirivier. Als er iemand een held is in eigen buurt, dan wel chief Arthur Lawson van de politie van Gretna. 'God bless chief Lawson and the Gretna police', staat er op de plakkaten die na Katrina op de meerderheid van de gazonnetjes van Gretna zijn geplaatst.

Voor de media in de VS was chief Arthur Lawson in september echter Public Enemy Nr. One. Dat kwam door een verhaal dat via internet en e-mail was gaan circuleren. Lawson zou vlak na Katrina de vluchtelingen uit New Orleans terug over de rivier hebben gejaagd door zijn mannen over hun hoofden te laten schieten. "Geen Superdomes in onze stad", zou de politie van Gretna hebben gezegd.

"Wij zijn in het hele land afgeschilderd als een racistische stad die opzettelijk zwarte mensen uit New Orleans heeft laten verdrinken", zei Lawson in De Morgen van 17 september. "Wel, dat is gewoon niet waar. Wat ze er nooit bij vertellen, is dat wij bijna zesduizend mensen uit New Orleans hebben geëvacueerd. We hebben alleen op een bepaald moment besloten dat het tijd was om voor onszelf te zorgen."

Een maand later is Larry Bradshaw in San Francisco een open brief aan het schrijven aan de inwoners van Gretna. Bradshaw is de 47-jarige (blanke) verpleger uit San Francisco die samen met zijn vriendin Lorrie Beth Slonsky aan de basis lag van het Gretnaschandaal. Hun relaas over het incident op de brug werd het symbool voor het 'ieder voor zich'-gevoel dat zich in New Orleans heeft gemanifesteerd.

"Ik wil niet dat dit een vete wordt tussen mij en Gretna", zegt Bradshaw. "Ik denk ook niet dat chief Lawson een lid van de Ku Klux Klan is of zo. Ik denk dat hij een groep zwarten heeft gezien en onmiddellijk aan gevaar heeft gedacht. Het is droevig als gezagsdragers in termen van 'ons tegen hen' denken, als zij gemeenschappen tegen elkaar opzetten. Als je ziet wat Lawson nu zegt, dan valt op dat hij het voortdurend heeft over hoe hij de eigendommen van de mensen in Gretna heeft beschermd. Ik begrijp de angst die men toen had in Gretna. Maar Lawson had moeten weten dat de mensen die gestrand waren op dat kleine stukje van New Orleans dat nog niet onder water stond ook heel erg bang waren. Waarom was de angst van de mensen in Gretna zoveel belangrijker dan die van de mensen in New Orleans?"

Bradshaw hoopt dat er toch iets positiefs zal komen uit het debacle. "Het is een goeie zaak dat de Amerikanen gedwongen worden om na te denken over het racisme en de klassenverschillen in onze maatschappij." En hij hoopt dat de mensen in Gretna aan het denken gezet worden over wat er gebeurd was als de situatie omgekeerd was geweest. Als Gretna overstroomd was en New Orleans de enige uitweg was geweest. "Of als zij als toeristen in San Francisco zouden stranden tijdens de grote aardbeving."

Misschien komt de beste analyse van wat in New Orleans is gebeurd nog van de dertienjarige Ramon Golden uit Boston, die samen met zijn moeder tot het laatst bij Bradshaw is gebleven. "De mensen in New Orleans", zei Golden toen hij met Bradshaw werd herenigd voor een studiogesprek op CNN, "waren zo bang dat ze alleen nog aan zichzelf konden denken."

Het was de Republikeinse senator Richard Baker uit Baton Rouge die, in een onbewaakt moment kort na Katrina, zei: "We hebben eindelijk de sociale huurkazernes in New Orleans gezuiverd. Wat ons nooit gelukt is, heeft God in onze plaats gedaan." Het probleem is dat veel van de mensen uit die wijken na Katrina in Baton Rouge beland zijn. De hoofdstad van Louisiana is daarmee plots de grootste stad van de staat geworden. De bevolking is verdubbeld van 200.000 tot meer dan 400.000, met een permanent verkeersinfarct tot gevolg. Een deel daarvan waren welgestelde New Orleanians, rijk genoeg om onmiddellijk een nieuw huis te kopen in Baton Rouge. Wie dat geld niet had, belandde in het River Center. "Het is een constant mentaal gevecht", zegt Nanette James, een zwarte dame van rond de veertig. James zit op de stoep van het congrescentrum, vlak naast de dijk van de Mississippirivier, en overal zijn er tekenen dat het geduld van Baton Rouge met de arme evacués uit New Orleans bijna op is: het bord dat zegt dat het centrum geen nieuwkomers meer opneemt, de briefjes onder de ruitenwisser waarop staat dat alle voertuigen weggesleept zullen worden, de FEMA-stand die mensen warm maakt om te tekenen voor het woonwagenkamp ten noorden van Baton Rouge, de politie die de hele buurt heeft afgegrendeld.

"Wij zijn gebrandmerkt", zegt James. Ze wijst op de oranje armband om haar pols. Elke vluchteling krijgt zo'n armband om - het is hun toegangsbewijs tot het opvangcentrum. "Telkens wanneer ik de stad inga, doe ik een groot polshorloge om zodat mensen niet zouden zien dat ik uit New Orleans kwam. Anders word je gediscrimineerd. Met zo'n oranje armband om kun je nergens in Baton Rouge een auto of een appartement huren. Ik weet het, want ik heb het geprobeerd."

Nochtans vindt James dat Katrina "geen slechte zaak" was voor New Orleans. "Ik zie het veeleer als een nieuw begin. Ik zal blij zijn als die van misdaad vergeven woonkazernes afgebroken worden." Haar vriend Troy Davis uit Jefferson Parish geeft haar gelijk. "Katrina was een zegen", zegt hij, "Een tweede kans in het leven voor veel mensen in New Orleans." Hij schat dat 70 procent van de zwarte gemeenschap niet zal terugkeren. "Dit is voor hen een gelegenheid om zich ergens te vestigen waar ze misschien meer kansen zullen krijgen."

Het is maar goed dat Charmaine Marchand de bus naar Iowa niet ziet vertrekken voor het River Center. Het zou haar moedeloos stemmen over de kans om ooit nog de Lower Ninth Ward te doen heropleven. Klaar om te vertrekken zijn zeventien mensen van twee families die allemaal in hetzelfde gebouw in de Lower Ninth Ward woonden. "Voorlopig denken we een jaar in Iowa te blijven, zegt de achttienjarige Herbert Bolder. "Het zal ervan afhangen of we daar jobs kunnen vinden. Maar ik sprong een gat in de lucht toen ons deze kans werd geboden. Ik wil nooit meer terug naar New Orleans. Goed, ik zal een aantal vrienden missen. Maar verder is er niets voor ons in New Orleans. Ons leven daar bestond uit zaken die helemaal niet zouden mogen gebeuren, zoals jonge mensen die doodgeschoten worden. Nee, Katrina heeft ons een kans gegeven om dat alles te ontvluchten."

De twee families zijn op weg naar het dorp Pella in Iowa, ooit een Nederlandse nederzetting, op uitnodiging van een evangelische kerk daar. Pas wanneer het bagageruim dichtgaat en de bus wegrijdt, wordt de naam van de kerk zichtbaar: het One Way Ministry.

Wie daar niet rouwig om zal zijn is projectontwikkelaar Pres Kabacoff. Hij en zijn vriendin Sally Glassman zijn onder de genodigden op de eerste kunsttentoonstelling in New Orleans sinds Katrina in de galerij van Andy Antippas in het hippe Warehouse District. Glassman stelt hier haar eerste, door de storm geïnspireerde werk tentoon. "Het ziet ernaar uit dat er een hoop minder mensen zal wonen in het nieuwe New Orleans", zegt Kabacoff. "We zullen een veel dichtere stad moeten bouwen, rondom het French Quarter en op hoge grond. We gaan van New Orleans het Parijs van de Caraïben maken."

Toevallig heeft Kabacoff daar al een plan voor klaar, Operatie Rebirth. Dat had hij al liggen van voor Katrina. Een onderdeel van dat plan is om het Iberville Project af te breken, een woonkazerne vlak bij het French Quarter waar de vastgoedsector al lang op aast. Kabacoff heeft enige ervaring in het afbreken van woonkazernes. Een vijftal jaar geleden was hij betrokken bij de afbraak van de St. Thomaswijk, een woonkazerne die pal in het chique Garden District lag. In de plaats daarvan staan nu keurige huizen voor welgestelde professionals en een Walmartsupermarkt.

Volgens Kabacoff ziet burgemeester Ray Nagin het St. Thomasproject als "het model voor het nieuwe New Orleans". Voor de Lower Ninth Ward heeft Kabacoff een gelijkaardige toekomst in gedachten. Ja, hij heeft gehoord dat sommigen dat nu al "etnische zuivering" noemen. "Dat is een sterk woord, vind ik. Die arme mensen zullen het elders beter hebben, ergens waar ze kansen krijgen die ze hier in New Orleans niet hebben."

'Er zijn in dit land veel bevooroordeelde mensen die er automatisch van uitgaan dat Afrikaans-Amerikanen criminelen zijn", zegt Charmaine Marchand op de brug in de Lower Ninth Ward. "En er zijn mensen in New Orleans, in de eerste plaats de vastgoedontwikkelaars, die niet willen dat de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschappen terugkeren." Maar, zegt ze fel: "Wij zwarten zijn als kakkerlakken: we komen altijd terug."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234