Zondag 27/11/2022

Het nieuwe nationale orkest

Onder druk van nieuwe tendensen in de hedendaagse en de oude muziek neemt het Nationaal Orkest van België een bocht richting flexibiliteit. Strikt noodzakelijk, maar zal het nieuwe enthousiasme volstaan?

Een symfonieorkest is een eigenaardig organisme. Een honderdtal kunstenaars - per definitie individualisten - moet samen één kunstwerk reconstrueren, liefst homogeen. Daartoe gebruiken ze een dirigent, die hen op één lijn brengt en dus al die individuele manieren van doen zo kan beïnvloeden dat het lijkt alsof ze uit één mond spreken.

Het fenomeen is geleidelijk gegroeid: uit dansbands, die in de zeventiende eeuw aan het Franse hof tot een uniform balletorkest werden gedrild; uit militaire kapellen, die de blazers tot discipline dwongen; uit anarchistische operaorkesten en reizende jachthoornspelers.

Men zegt vaak dat ergens in de 'klassieke' periode ons huidige symfonieorkest werd geboren en dat het in de 'romantische' periode zijn definitieve vorm kreeg. Dat is manifest onjuist. Het orkest bleef constant verder evolueren en doet dat nog; het kende enkel een periode van stagnatie in de twintigste eeuw omdat het veel te veel hetzelfde repertoire voor hetzelfde publiek uitvoerde en dat met zo min mogelijk moeite probeerde te doen.

Onder druk van nieuwe tendensen in de hedendaagse en de oude muziek moest het opnieuw flexibeler worden. Pakweg de Berliner Philharmoniker heeft dat in de laatste jaren onder Sir Simon Rattle op verbluffende wijze klaargespeeld.

Sommige orkesten hebben lang tegengestribbeld maar zelfs ons Nationaal Orkest, vaak (een beetje onterecht) gezien als een bolwerk van conservatisme en traditie (de Elisabeth- wedstrijd) neemt nu de bocht. En het is niet eens de nieuwe chef-dirigent Andrey Boreyko - een Rus die tot nu toe vooral in Duitsland actief was - die dat heeft doorgeduwd.

Nochtans is hij een man die de straffe uitspraken niet schuwt ("Dat men in de Brusselse metro klassieke muziek gebruikt om hangjongeren te verdrijven, vind ik aanstootgevend. Erger, maar wel van dezelfde orde, is dat in België al twee generaties geen muziekles meer gekregen hebben op school.")En we mogen van hem meer hedendaagse muziek in de programmering verwachten. Vorige zondag dirigeerde hij al werk van de in Antwerpen wonende Georgische componist Gija Kantsjeli.

Maar het was niet hij, het waren de musici zelf die met het idee op de proppen kwamen om binnen het orkest een kleiner 'klassiek' ensemble op te richten, dat de muziek van de late 18de eeuw anders kan aanpakken.

Een gespecialiseerde dirigent werd ook al aangetrokken: Frank Agsteribbe van B'Rock. In een volgende fase komen er misschien ook een ensemble voor hedendaagse muziek en verschillende kamermuziekensembles bij: "We moeten op drie podia tegelijk kunnen spelen".

Katapulteert dit het NOB meteen in de eenentwintigste eeuw? Nauwelijks, maar het biedt wel een kans op overleven in een concurrentiële omgeving. Voor musici en management wordt het een puzzel: hoe zo veel mogelijk diversiteit waarborgen, voor elk gedeelte een publiek vinden, de kwaliteit opkrikken én de merknaam behouden (en een beter imago bezorgen). Het erg sympathieke nieuwe enthousiasme zal niet volstaan. Maar het is zoals bij alle 'anders werken'-campagnes: zonder ga je ten onder, mét zul je vallen en opstaan.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234