Vrijdag 30/10/2020

Het nieuwe land (3)

De buren op bezoek. We zitten op onze veranda, eten en drinken en kijken uit over Johannesburg. Geliefd onderwerp, altijd weer: de 'state of the nation'. Hoe staat Zuid-Afrika ervoor? Glijdt het land steeds verder af, zoals de pessimisten zeggen, of gloort er een nieuw land, een voorbeeld voor de rest van Afrika? ("Dit wordt de eeuw van Afrika," zegt president Mbeki.)

Zoals altijd worden we hopeloos heen en weer geslingerd, als een vederlicht bootje op de grote oceaan. Vaak vrezen we het ergste: de misdaad, altijd weer de misdaad, en het gebrek aan banen, en het gebrek aan scholing, en de verwoeste Afrikaanse tradities, en dan nu weer die rare sprong van president Mbeki om zich aan te sluiten bij de 'HIV-dissidenten', die allang achterhaalde wetenschappers die beweren dat er geen relatie bestaat tussen het HIV-virus en aids en dat mensen ziek worden van HIV-remmende middelen zoals AZT. Hierdoor laadt hij de ernstige verdenking op zich nog steeds in de ontkenningsfase te zitten wat betreft de op handen zijnde aidsramp in dit land.

Maar soms rijst er hoop op uit de stad. Gloort er niet een culturele revival in het zwarte stadsleven, in kleding, dans en jazz? Het is waar dat de Zuid-Afrikaanse jazz zich nooit het stilzwijgen heeft laten opleggen door de apartheid: muziek praat niet. Hoewel, zoveel muzikanten weken indertijd uit, naar New York, naar Londen, naar Amsterdam, maar het mooie is: ze komen allemaal terug. En dan spelen ze met hun hele hart. 'We zijn weer thuis!'

Kijk, daar beneden in het centrum van de stad, in het Market Theatre, speelt nu bijvoorbeeld Abdullah Ibrahim, toch zeker een van Zuid-Afrika's bekendste jazzpianisten. Bijna dertig jaar was hij van huis. In de jaren vijftig (hij heette toen nog Dollar Brand, later bekeerde hij zich tot de islam) speelde hij tot in de kleine uurtjes in de kroegen van Sophiatown, de befaamde volkswijk die barstte van leven: muzikanten, schrijvers, gangsters en arbeiders dronken, zongen en dansten de nacht stuk. Maar eind jaren vijftig was het afgelopen. Sophiatown werd tot exclusief blank gebied verklaard en 'opgeruimd'. In de plaats kwam Triomf, een wijk voor arme blanken.

Nieuwe rassenwetten traden in werking. Gemengde (zwart-blanke) jazzgroepen mochten niet meer optreden, ze begonnen uit elkaar te vallen. Begin jaren zestig vertrokken veel muzikanten. Abdullah Ibrahim kwam in New York terecht en maakte er carrière met zijn muziek. Maar nu is hij terug en hij speelt weer. In Johannesburg, in Soweto, in Durban, in Kaapstad. En hij speelt niet alleen, hij heeft ook een muziekschool opgericht. In Kaapstad, in de City Hall nog wel, waar Ibrahim vroeger niet mocht komen: 'Slegs vir blanke'. Ibrahim richtte ook het 'Senior Citizen's Jazz Orchestra' op, een band voor oudere, in Zuid-Afrika veelal vergeten muzikanten. Zij spelen nu leermeester voor hun jongere broeders en herstellen zo de Zuid-Afrikaanse jazztraditie.

Dus draaien we 'African Suite', de nieuwe cd van Ibrahim. En we kijken naar de dansende stadslichtjes en we zeggen: och ja, het gaat goed, het wordt het nieuwe land! Maar buurvrouw, die in zaken zit en de regering als klant heeft, zucht ineens: "Soms, als ik een onhandige zwarte ambtenaar tegenkom, denk ik weleens: ze kunnen ook niks! Zo diep is het ons ingewreven. Het is een mechanisme waar je heel moeilijk vanaf komt."

En zo zijn we weer afgedreven en is de hoop ineens vervlogen. Alhoewel, was dat geen opmerkelijke bekentenis? Het is de eerlijkste uitspraak die ik ooit uit de mond van een liberale blanke Zuid-Afrikaan hoorde, want natuurlijk kun je hier (behalve in conservatieve Afrikaner-kringen) geen blanke meer vinden die de apartheid steunde, iedereen was altijd al tegen, en iemand van racisme beschuldigen is tegenwoordig een grove, diepkrenkende belediging, laat staan dat iemand zelf toegeeft dat hij soms last heeft van racistische gedachten.

En zo komt het gesprek op racisme in de media en vervolgens op de correspondent van de Boston Globe die laatst door een 'bakkie' (pick-up) werd aangereden. Volgens hem was er op het moment van het gebeuren nauwelijks een voetganger te bekennen, maar toen er werd uitgestapt om de schade op te nemen, was er ineens een groepje van een stuk of tien zwarte Zuid-Afrikanen die konden getuigen dat de zwarte chauffeur van het 'bakkie' onschuldig was. Wat krijgen we nu?, dacht de correspondent van de Boston Globe die nog trilde op z'n benen. En toen kreeg hij door dat de zwarte chauffeur niet de eigenaar van het bakkie was maar dat hij werkte voor een blanke Baas en dat hij door zijn zwarte broeders verdedigd werd omdat zijn baan op het spel stond. En zo zijn de dingen in Zuid-Afrika nooit wat ze lijken en is dit land nieuw of oud, al naargelang van hoe je het bekijkt.

Petra Quaedvlieg is correspondent voor De Morgen in Moskou .

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234