Zaterdag 10/12/2022

Het mysterie van het IJslandmodel

In zijn beleidsnota 2004-2009, meer bepaald in het onderdeel over podiumkunsten en muziek, vraagt Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux (Spirit) aandacht voor het 'IJslandmodel'. "Een aantal kleinere landen heeft zwaar geïnvesteerd in zijn beste cultuurambassadeurs", lezen we. "De inspanningen die bijvoorbeeld door IJsland geleverd werden om zijn muzikanten internationaal onder de aandacht te brengen en te houden, zijn bijzonder succesvol."

Vreemd. Ondergetekende is net terug uit IJsland en sprak er met artiesten, journalisten, radiomensen en labeleigenaars, en over één ding waren ze het roerend eens: als IJslandse popmuziek door internationale sterren als Björk en Sigur Rós in het buitenland momenteel een goede reputatie heeft, dankt ze dat uitsluitend aan privé-initiatief. Van overheidssteun, zo werd ons verzekerd, is volstrekt geen sprake. Het Iceland Airwaves-festival, bij uitstek een showcase voor plaatselijk talent, wordt gefinancierd door de vliegtuigmaatschappij Iceland Air, de stad Reykjavík en privé-sponsors.

Bij het Muziekcentrum Vlaanderen, een overheidsdienst die in het leven werd geroepen om Vlaamse muziek in het buitenland te promoten, doet de term IJslandmodel alvast geen belletje rinkelen. Scandinavische landen die de jongste jaren van overheidswege wel actief betrokken waren bij de export van hun muziek, zijn Noorwegen en Denemarken. Zo heeft de Danish Rock Council een goed gecoördineerde samenwerking opgebouwd met de lokale ministeries van Economie en Buitenlandse Handel en die heeft inmiddels vrucht afgeworpen: Deense bands maakten de jongste jaren bijvoorbeeld het goede weer op EuroSonic in Groningen en muziekbeurzen als Midem in Cannes of Popkomm in Berlijn. Ook de Noorse overheid doet serieuze inspanningen om haar muziekgroepen een internationale uitstraling te bezorgen: op Sónar 2003 in Barcelona waren Noorse bands alomtegenwoordig. In het beste geval zou je dus kunnen spreken van een Deens model. Of een Noors. Maar een IJslands?

Toch maar een telefoontje naar de IJslandse ambassade in Brussel geprobeerd. "IJslands talent is er vooral goed in zichzelf te verkopen", zegt ambassadeur Kjarten Jóhannsson. "Initiatieven van de overheid terzake zijn mij niet bekend." Een halfuur later blijkt hij meer te weten. "Het IJslandse ministerie van Cultuur heeft in mei van dit jaar het beschikbare fonds ter ondersteuning van onze muziek in binnen- en buitenland verdubbeld van 300.000 naar 600.000 euro. Artiesten kunnen dus een werktoelage, projectsubsidie of reisbeurs aanvragen om hun activiteiten te financieren. Iedere aanvraag wordt onderzocht en beoordeeld door een comité van deskundigen."

Goed, ook in IJsland is de overheid dus wakker geschoten, al valt de doeltreffendheid van dit initiatief na amper zes maanden onmogelijk te evalueren. Bovendien is het gros van de muzikanten voor wie de maatregel is bedoeld er nog niet eens van op de hoogte. Zeker is alleen dat alle IJslandse muzikanten die bij ons enige bekendheid hebben, die status op eigen houtje hebben bereikt. Dus meneer Anciaux, wat ís nu precies dat IJslandmodel? Wij gokken op een fictie. Een lege doos, zonder inhoud. En van een ernstige beleidsmaker hadden we toch wat anders verwacht.

Dirk Steenhaut,

redacteur muziek

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234