Maandag 06/07/2020

Het mysterie van de koninklijke kunstcollectie

Net iets meer dan honderd jaar geleden sprak de goegemeente schande over koning Leopold II. Vlammende krantenartikels en vlijmscherpe spotprenten staken de draak met zijn plan om een deel van zijn kunstcollectie te verkopen. L’histoire se répète. De N-VA is razend omdat De vier elementen van Jan Breughel II in de VS op de internationale kunstmarkt gegooid worden. Het werk moet eerst op de Belgische markt aangeboden worden, zo meent de partij. De N-VA interpelleerde minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V), maar die liet weten dat het doek niet tot de ‘topstukkenlijst’ behoort en dat er dus geen voorkooprecht is. Wél zou een exportvergoeding aangevraagd moeten zijn, omdat het vierluik meer waard is dan 150.000 euro. Dat gebeurde niet. Het vermoeden leeft dat de Breughel zich in Londen bevindt bij prinses Esmeralda of mogelijk al in New York is. Gisteren bleek ook dat de kroost van wijlen Leopold III en Liliane Baels al in 2008 een bureau van de vorst verkochten in Brussel. Het stuk van Henry Van de Velde werd niet als zodanig geïdentificeerd in de veilingcatalogus, en ook van een koninklijke link was geen sprake. In 2009 gebeurde hetzelfde. De meubelen werden verkocht voor respectievelijk 4.600 en 3.000 euro. Een prikje, zo menen experts.Uitzoeken waar de Breughel is, wie het initiatief voor de verkoop van het bureau nam, of de stukken überhaupt verkocht mogen worden, en wat mogelijks nog te koop aangeboden kan worden, is als het ontrafelen van een ingewikkeld kluwen. Het merendeel van de meubelen en decoratiestukken in de koninklijke kastelen en paleizen behoort tot de zogenaamde Koninklijke Verzameling. “De Koninklijke Verzameling is eigendom van de staat. In juridisch opzicht komt het erop neer dat de koninklijke familie het vruchtgebruik van die spullen heeft”, stelt politicoloog en VUB-professor Herman Matthijs. “Enkel de sieraden zijn privaat bezit, omdat die behoren tot de persoonlijke levenssfeer. Het idee achter de Koninklijke Verzameling is dat de koninklijke familie nu eenmaal een decor nodig heeft om haar functie luister bij te zetten. De meubelen en kunstwerken dienen om de paleizen en kastelen in te richten, maar blijven te allen tijden het bezit van de overheid. Er kan ook niets verkocht worden zonder toestemming van de minister van Financiën.”De Breughel behoort naar verluidt niet tot de Koninklijke Verzameling. Of hij er deel van hád moeten uitmaken, is een andere zaak. “Helemaal niet”, zo benadrukt Pierre-Emmanuel De Bauw, woordvoerder van het koninklijk paleis. “De Koninklijke Verzameling dateert van na de dood van Leopold II. Dit werk behoorde tot het bezit van Leopold I en is via erfenis overgegaan op de broer van Leopold II: Filips, graaf van Vlaanderen. Ze waren op het ogenblik dat de Koninklijke Verzameling ontstond niet eens in het bezit van de vorst. Later zijn ze wel geërfd door Albert en vervolgens door Leopold III.”

Salontombola’s

Dat klopt niet helemaal, aldus Matthijs, die zich verdiepte in de kwestie. “De Koninklijke Verzameling bestond wel degelijk al voor de tijd van Leopold II”, zegt hij. “Ze was er al bij de oprichting van België en bevat ook vele stukken die zelfs teruggaan tot de Oostenrijkse periode. Wel is het zo dat de Koninklijke Verzameling na de dood van Leopold II werd aangevuld met een belangrijk aantal voorwerpen.”In het boek Dynastie en cultuur in België uit 1990 van Herman Balthazar en Jean Stengers is een hoofdstuk gewijd aan de Koninklijke Verzameling ten tijde van de eerste twee Belgische vorsten. Uit dat stuk, geschreven door Martine Vermeire, blijkt dat Leopold II op een bepaald moment 1.500 schilderijen bezat. De basis van de Koninklijke Verzameling werd echter al gelegd toen Napoleon in 1803 het kasteel van Laken kocht. Na het Congres van Wenen in 1815 ging het aanwezige meubilair, de kunst en de sieraden naar het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 werd de collectie bezit van de Belgische staat en bleef ze ter beschikking staan van de vorst.Die eerste vorst, Leopold I, kwam uit Engeland aan met een niet onaardige collectie schilderijen: voornamelijk Engelse en Duitse schilders, maar ook een behoorlijke collectie oude Vlaamse en Hollandse meesters. Die collectie werd in de loop der jaren aangevuld tot een veertigtal doeken. Ook De vier elementen van Breughel was erbij, al is niet duidelijk of dat doek meegebracht werd uit Groot-Brittannië of gekocht werd op het moment dat Leopold al koning was. “Maar voor het overgrote deel bestond de collectie uit werken ‘gewonnen op salontombola’s”, zo weet royaltykenner Jan Van Den Berghe. “Het principe was hetzelfde als bij een gewone tombola, alleen waren de lotjes veel duurder.” Toen Leopold I overleed, erfde zijn opvolger zowat 500 kunstwerken. Dat aantal verdrievoudigde tijdens het leven van Leopold II. Een paar weken voor zijn dood besloot Leopold II een deel van zijn collectie te schenken aan de Koninklijke Verzameling. Tegelijkertijd wilde hij een verzameling oude meesters van de hand doen. Dat plan werd, zowel publiekelijk als politiek, erg slecht ontvangen. Her en der doken spotprenten op, en de zaak werd in de pers op de spits gedreven. Leopold II, die omschreven werd als ‘le brocanteur royal’, ging echter door met zijn plan en verkocht 24 werken via een Parijs kunsthandelaar. Twee doeken - De mirakels van de H. Benedictus van Rubens en de kopie ervan door Delacroix - raakten niet verkocht voor zijn dood en werden achteraf door de staat aangekocht voor de Koninklijke Musea van Schone Kunsten. Vijfhonderd kunstwerken bleven in privébezit: ze belandden in toenmalige residenties van Leopold II in Frankrijk, werden aan zijn dochters geschonken of gingen naar zijn zus, prinses Charlotte, de laatste keizerin van Mexico. In 1890 verwoestte een brand in Laken ook enkele stukken. Met het deel dat Leopold II geschonken had - en dat behalve schilderijen ook meubelen, juwelen en koetsen bevatte - bleek na zijn dood een juridisch probleem, waardoor de Belgische overheid uiteindelijk besloot te betalen voor de collectie en ze vervolgens opnieuw in bruikleen te schenken aan de koninklijke familie.

Vijfde rijkste royal

De échte problemen kwamen er in 1960. “Dat staat beschreven in de memoires van Gaston Eyskens”, vertelt senator Pol Van Den Driessche (CD&V). “Boudewijn en Fabiola moesten vervroegd terugkomen van hun huwelijksreis omdat er protest was tegen de Eenheidswet. Toen ze arriveerden in Laken, waren hun appartementen zo goed als leeggehaald. Leopold III en Liliane hadden van de gelegenheid gebruikgemaakt om één en ander naar Argenteuil te verhuizen.” Eyskens heeft toen in het holst van de nacht bemiddeld om nog wat huisraad naar Laken te halen, maar het merendeel bleef in Argenteuil. “Met die breuk in de familie is veel verdwenen”, stelt ook historicus en hoogleraar aan de KUBrussel Marc van den Wijngaert. “In principe hadden die spullen terug moeten keren naar Laken, maar de drie kinderen van Leopold III en Liliane beschouwden ze als een gewone erfenis.” “Bewijzen zijn er niet,” zegt Matthijs, “maar je kunt vermoeden dat de Breughel die weg heeft afgelegd.” De overgebleven voorwerpen na de verhuizing naar Argenteuil werden overigens ook aangekocht door de overheid en vormen de voorlopig laatste, grote uitbreiding van de Koninklijke Verzameling.De belangrijkste kunstverzamelaars onder de Europese royals zijn de vorsten van Liechtenstein. “Zij hebben in hun slot in Vaduz een kunstcollectie waar elk museum waar ook ter wereld jaloers op is”, meent Van Den Berghe. “Het is een fabelachtige verzameling.” De Liechtensteinse kunst is privébezit van de vorstelijke familie, maar kan vrij bezocht worden. Die transparantie staat in schril contrast met de waas van mysterie die over de Belgische Koninklijke Verzameling hangt. “Duidelijk is de zaak allesbehalve”, meent ook Matthijs. “Ik heb mij erin verdiept omdat onze koning in het Britse blad Eurobusiness plotseling opdook als vijfde rijkste royal. Bleek dat ze ook de paleizen, de Koninklijke Stichting én de Koninklijke Verzameling tot zijn privébezit gerekend hadden. Hoe ze dat gedaan hebben, weet ik overigens niet, want niemand kent de waarde van die verzameling. Het is hoogst onduidelijk wat er zich allemaal in bevindt.”

Koninklijke kluis

De website van de monarchie omschrijft de collectie als “een uitgebreid aantal kunst- en decoratieve voorwerpen zoals beeldhouwwerken, schilderijen, maar ook meubelen, zilverwerk en porselein”. Toch bestaat er een gedetailleerde oplijsting. Een exemplaar van de inventaris bevindt zich in het koninklijk paleis in Brussel - de verzameling wordt beheerd door de intendant van de civiele lijst - en er is een kopietje in het archief van de FOD Financiën. “Die documenten zijn niet openbaar”, aldus De Bauw. “Het staat u echter vrij om een formele aanvraag in te dienen bij de intendant om ze te mogen inzien, maar dat is geen snelle procedure.”“Bovendien is de lijst niet volledig”, meent Matthijs. “Denkt u maar aan de heisa over de meubelen van het paleis op de Meir in Antwerpen een paar jaar geleden (prins Filip moest toen meubelen teruggegeven, KH). Het is nog altijd niet helemaal uitgeklaard hoe het met die eigendom zit.” Onder meer voor de tentoonstelling Koninklijk zilver in het Antwerpse zilvermuseum Sterckshof een paar jaar geleden kon de inventaris - zij het enkel die van het zilverwerk - ingekeken worden. “En het gaat om een behoorlijke collectie”, stelt wetenschappelijk assistente Anne-Marie ten Bokum. “We hadden toen 200 stukken op de tentoonstelling. Daar waren weliswaar ook schenkingen bij van de koninklijke familie aan bijvoorbeeld kerken.” Eind maart opent in het Sterckshof een tentoonstelling over het werk van het Brusselse zilverbedrijf Delheid Frères en ook daarvoor kon het museum een beroep op de collectie van het paleis. “We laten een kelk zien. Een tamelijk imposant stuk van zo’n 40 centimeter. De zilvercollectie van de Koninklijke Verzameling wordt voor zover ik weet bewaard in de kluis van het paleis in Brussel.”Want ook de locatie van de Koninklijke Verzameling is niet geweten. Een deel staat logischerwijze in de kastelen in Laken en Brussel. “Tijdens de opening van het paleis van Brussel in de zomer is een deel van de verzameling te bezichtigen”, zo meldt monarchie.be. ‘De Witte Salons met empiremeubilair en bekleed met wandtapijten uit Beauvais of de kostbare serviezen waarmee de tafel van de Blauwe Salon is gedekt, zijn daarvan representatieve voorbeelden” Maar evengoed zijn er volgens Matthijs stukken uitgeleend aan musea en wetenschappelijke instellingen in binnen- en buitenland.

De kevers van Fabre

Wat er ook in zit en waar de stukken zich ook bevinden: de Koninklijke Verzameling is geen statisch gegeven. De collectie wordt niet alleen onderhouden, maar ook aangevuld. Als u in het voorjaar 2,5 euro betaalt om de serres in Laken te bezoeken, dan gaat een deel van dat bedrag naar de uitbouw van de Koninklijke Verzameling. Kunstkenner Jan Hoet staat koningin Paola al enkele jaren bij als raadgever over kunstaangelegenheden. Hij adviseerde haar in recente jaren toen ze een paar moderne kunstwerken wou kopen voor het paleis in Brussel. “Bekend is natuurlijk het werk van Jan Fabre met het plafond vol kevers”, aldus Hoet. “Maar we - er zijn verscheidene raadgevers - hebben haar ook op het belang van fotografie gewezen, en zo is ze bij de foto’s van Dirk Braeckman terechtgekomen. Het is niet altijd makkelijk: we moeten ook een evenwicht zoeken tussen Vlaamse en Waalse kunstenaars.” “Over die kevers is toen gediscussieerd over de vraag wie dat moest betalen”, weet Matthijs. “Uiteindelijk werd beslist dat dat tot het ‘klein onderhoud’ van het kasteel behoorde en dat de koning dat uit eigen zak moest betalen.”Naast de Koninklijke Verzameling zijn er immers ook stukken in zuivere privé-eigendom. Over die privécollectie van het vorstenpaar is zo goed als niets geweten. Zelfs Hoet weet niet wat en of de vorstin investeert in kunst. “Ik heb geen idee”, zegt hij. “Ze vraagt wat dat betreft in ieder geval niet om advies, maar dat moet ook niet. Ze kent ondertussen zelf goed genoeg haar weg.” “Paul Delvaux heeft ooit een paar werkjes cadeau gedaan aan prins Alexander”, herinnert Van Den Berghe zich, “maar de prins had speelschulden en verkocht ze meteen. Om Delvaux toch een beetje te vriend te houden, heeft de familie toen een werk gekocht. Ach, bij de voorbije generaties was vooral koningin Elisabeth de grote kunstliefhebster. Ik denk niet dat sinds Elisabeth nog echt grote investeringen gebeurd zijn.”Paola zelf studeerde ooit kunstgeschiedenis en had tot voor enkele jaren vooral belangstelling voor oude meesters. “En al helemaal als ze in kerken of kloosters hangen”, vertelt Royalty-presentatrice Kathy Pauwels. “Op elk staatsbezoek trekt ze naar kloosters of kerken. Dat is niet altijd even boeiend voor de meereizende journalisten. (Lacht) Maar ze is er echt in geïnteresseerd.”Koningin Paola is ondertussen ook gewonnen voor hedendaagse kunst. “Ik heb de koningin ontmoet bij een tentoonstelling in het S.M.A.K. en zij heeft mij toen uitgenodigd om in Berlijn musea te bezoeken”, vertelt Hoet. “We zijn ook samen naar de biënnale van Venetië geweest. Sindsdien word ik om de zoveel tijd uitgenodigd op het paleis om het met haar te hebben over de plaats van kunst in de maatschappij en geef ik advies omtrent tentoonstellingen. Ze is écht geïnteresseerd. We hebben ooit een dag videokunst bekeken. Een volledige dag! Van tien tot zes, weet u wat dat is?”

Gulle gevers

Tussen privé en publiek bevindt zich nog een grijze zone. Wat met kunstwerken van enige waarde die leden van het koningshuis cadeau krijgen bij bezoeken, vernissages en andere gelegenheden? “Als ze in het buitenland op officieel staatsbezoek zijn, dan is alles wat ze aangeboden krijgen eigendom van de staat”, zegt Matthijs. “In feite geldt hetzelfde voor officiële verplichtingen in eigen land. Maar ja, duidelijk is dat niet altijd.” Volgens Hoet valt het trouwens wat tegen met de gulle gevers. “De koningin brengt af en toe privé een bezoek aan het atelier van kunstenaars zoals Jan Fabre of Luc Tuymans. Ik vergezel haar regelmatig, maar heb nog niet gemerkt dat ze kunstwerken mee naar huis krijgt. Die grote kunstenaar hebben daar geen behoefte meer aan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234