Maandag 28/09/2020

Het ministerrapport van Frank Vandenbroucke: 8/10

Beeld UNKNOWN

Frank Vandenbroucke (sp.a) is Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming.

Vijf jaar lang deed Frank Vandenbroucke zijn ding, zonder op- of omkijken. Met resultaat, alleen is het werk niet afgeraakt. Om zijn erfenis veilig te stellen heeft hij minstens nog eens vijf jaar nodig.

Vijftig jaar na het Schoolpact slaagde Vandenbroucke erin de financiering van de onderwijsnetten gelijk te schakelen. Op de arbeidsmarkt joeg hij het activeringsbeleid aan.

In zijn eigen partij zijn er niet veel die het graag horen, maar Frank Vandenbroucke blijft een klasbak. Een beetje eenzelvig, en altijd met het schoolmeestersvingertje in de aanslag, maar als beleidsman weet hij wel perfect waarheen en hoe er te geraken.

In de zomer van 2004 kiest Vandenbroucke, na een lang federaal parcours, voor de Vlaamse regering. Hij vlucht, fluistert men. Met Johan Vande Lanotte had Vandenbroucke net de beruchte open brief geschreven waarin ze waarschuwden voor de vergrijzing. Om de sociale zekerheid betaalbaar te houden moesten er meer mensen aan het werk. Maar elke poging van Vandenbroucke, toen nog federaal minister van Werk en Pensioenen, om werklozen aan te manen sneller een job te zoeken, stuitte op verzet van een onwillige PS.

Frustratie
Een vlucht dus, uit frustratie om zoveel tegenwerking. Maar die zomer, in 2004, krijgt Vandenbroucke met Werk en Onderwijs zijn eigen speeltuin. Of beter: zijn pretpark, al zullen andere sp.a'ers eerder spreken over een reservaat. Daar kan hij ongestoord zijn ding doen. Zonder PS'ers die tegenwerken of sp.a'ers die hem ongerust op de vingers kijken. Want het beleid dat Vandenbroucke zal ontvouwen is misschien sociaal, socialistisch is het op dat moment nog niet. De basislijn is duidelijk: iedereen aan het werk, ook wie zich genesteld heeft in de sociale zekerheid.

Zijn kabinet spuit vijf jaar lang maatregelen en ideeën. Vandenbroucke verkent de grenzen van zijn Vlaamse bevoegdheden, en als het moet, dwingt hij zijn gelijk af bij de federale en/of Waalse collega's. Hij moderniseert de VDAB, waar hij onder meer de 'sluitende aanpak' introduceert. Werklozen komen er niet meer zomaar vanaf wanneer ze, veel vaker dan vroeger trouwens, jobs of opleidingen krijgen voorgeschoteld. Bedrijven die vijftigplussers aanwerven, krijgen een premie. Het jeugdwerkplan zorgt ervoor dat schoolverlaters worden overstelpt met vacatures via sms. Onwilligen verliezen sneller hun uitkering. Ook binnen de eigen partij zijn er die niet meteen het verschil (willen) zien tussen dat activeringsbeleid en een heksenjacht, maar geleidelijk wordt het discours van Vandenbroucke opgepikt. Zelfs de PS werkt mee om Franstalige werklozen sneller naar vacatures in Vlaanderen te leiden.

Planningsfase
Ook in zijn onderwijsbeleid heeft Vandenbroucke een duidelijke rode draad: gelijke kansen. Hij slaagt erin om de financiering van de onderwijsnetten te hertekenen, tot dan een levensgroot taboe. Scholen krijgen niet langer méér geld omdat ze tot een bepaald net behoren, maar wel omdat ze meer kinderen uit kansarme gezinnen tellen. De studiebeurs voor het secundair onderwijs wordt fors opgetrokken, terwijl ook kleuters nu een schooltoelage krijgen. Ook in het hoger onderwijs verlegt hij een aantal stenen. De Europese Bolognahervorming wordt uitgerold, met bachelor- en mastergraden, en er komt een nieuw 'hoger beroepsonderwijs'. Dat er vijf jaar lang niet gestaakt is in het onderwijs, zegt veel.

Dat betekent niet dat hij over de hele lijn geslaagd is. Zijn grootste mislukking is het uitblijven van een akkoord over publiek-private samenwerking voor de scholenbouw. Vandenbroucke zocht 1 miljard euro voor een bouw- en renovatieoffensief, maar dat is voorlopig niet gelukt. Ook het leerzorgdecreet, dat de strikte scheiding tussen regulier en buitengewoon onderwijs moest doen vervagen, is er niet gekomen. Nogal wat mensen verwijten hem bovendien dat hij het inhoudelijke debat heeft verwaarloosd door alleen maar te focussen op gelijke kansen, getuige de discussie over de outputfinanciering in het hoger onderwijs. Door universiteiten en hogescholen geld te geven op basis van het aantal diploma's dat ze afleveren, zal de kwaliteit van het onderwijs afnemen, is de kritiek.

Bovendien is een groot deel van de onderwijshervorming niet af. De nieuwe financieringsmechanismen zijn er nu wel, maar zijn ideeën over wat er met dat geld moet gebeuren staan hooguit in de steigers. Zo is de hervorming van het secundair onderwijs in de planningsfase blijven steken. Om zijn erfenis veilig te stellen, zou Vandenbroucke nog eens vijf jaar minister van Onderwijs moeten zijn.

Eenmanspartij
Als viceminister-president stond Vandenbroucke mee aan het roer van de hele Vlaamse regering, eerst met Yves Leterme en Fientje Moerman, later met Kris Peeters en Dirk Van Mechelen. Vooral in die tweede constellatie draaide de Vlaamse machine op volle toeren, al kreeg Vandenbroucke gaandeweg te kampen met de spreidstand van de sp.a. Regeren met de partijen waartegen je op een ander niveau oppositie moet voeren, is niet eenvoudig.

Maar af en toe kreeg hij zijn Vlaamse collega's mee in de oppositie tegen hun federale partijgenoten. Zoals toen het Vlaams Parlement een belangenconflict liet stemmen tegen de federale beslissing om het doelgroepenbeleid voor 50-plussers af te voeren, voor hem een pijler van de activering. Of zoals met de invoering van de overbruggingspremie, die bedrijven toelaat werknemers tijdelijk op non-actief te zetten. Hij haalde niet alleen zijn slag thuis tegen een onwillige Open Vld, in één moeite door maakte hij de federale regering belachelijk, want die bleef nog weken kibbelen over haar alternatief, de tijdelijke werkloosheid voor bedienden. En na twee jaar communautaire impasse was hij degene die met de Waalse minister Marcourt een akkoord maakte over de hervorming van het arbeidsmarktbeleid. Een PS'er, nota bene.

De koppigheid van Vandenbroucke, zijn machiavellistische trekjes en zijn intieme overtuiging dat hij de slimste is, zorgen weleens voor irritatie bij collega's en partijgenoten, en stilaan is hij binnen de sp.a een factie op zich geworden. Maar ondertussen heeft hij zich wel weer tot verkiezingsboegbeeld van de partij gemanoeuvreerd. Frank Vandenbroucke ziet maar één opvolger voor zichzelf: Frank Vandenbroucke. Zelfs met een rampzalig verkiezingsresultaat zou hij op 8 juni zo weer in een driepartijenregering stappen. Alleen dreigt hij dan wel echt een eenmanspartij te worden. (Gorik Van Holen)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234