Zondag 25/10/2020

Het Metropolitan Museum of Art viert de 50e verjaardag van het fotomodel

Maar laten we beginnen bij het begin, want dat is ook waar de tentoonstelling start. Na de Tweede Wereldoorlog begint de mode- en de reclame-industrie aan een revival. En daar horen modellen bij natuurlijk. In 1946 wordt modellenbureau Ford Models in New York opgericht, wat later het meest invloedrijke en succesvolle modellenbureau ter wereld zal blijken. Rond diezelfde tijd lanceert Christian Dior op de catwalk zijn gesofisticeerde New Look en het is die vrouwelijke, ‘high fashion’-trend die zich ook doorzet in de keuze van de modellen. De verfijnde Lisa Fonssagrives, de elitaire Dovima, de glamoureuze Suzy Parker en de verleidelijke Dorian Leigh worden dé sterren van de haute couture. Gekleed in Balenciaga en Dior wordt hun aristocratische grandeur vastgelegd door ’s werelds meest gerenommeerde fotografen. Die fotografen hebben trouwens een niet te onderschatten rol gespeeld in de evolutie van de modellenwereld. “Aan het begin van de twintigste eeuw hebben flitslampen ervoor gezorgd dat de modellen herkenbaarder werden, en dus meer in de focus van het beeld terechtkwamen”, vertelt Yohannan. “Toen na WO II de kleurenfilm werd ontwikkeld, werd de tint van de ogen en het haar ineens veel belangrijker. De Texaanse Suzy Parker, één van dé topmodellen van de jaren 1940 en ’50, was gezegend met een dos vuurrode haren. Zij kleurde haar coupe van de ene dag op de andere in een wat zachtere tint, zodat dat ze perfect vastgelegd kon worden op de EktaChrome-film van Kodak. De jaren die volgden, bleef de resolutie almaar stijgen en werd de verlichting fijner. De textuur en de tint van de huid werden beter zichtbaar én dus belangrijker. Maar in het algemeen blijven de belangrijkste ingrediënten voor een succesvol model de bottenstructuur en een aangeboren levensvreugde die zich op het papier weerspiegelt… het mysterie van wel of niet fotogeniek zijn.”

In de jaren zestig maakt glamour plaats voor jeugdige rebellie, en ook de modellen worden gekozen in functie van de sixties-zeitgeist. Deze ‘Youthquake’-modellen showen de stijve, space-age outfits van Pierre Cardin en Rudi Gernreich. Die laatste ontwerpt in 1964 een controversieel topless badpak, dat onbewogen wordt geshowd door de oosters ogende Peggy Moffitt. Het boegbeeld van dit nieuw, minder verlegen schoonheidsideaal is de jonge, elfjesachtige Twiggy. Haar slungelige ledematen en androgyne look zijn nu nog steeds even verrassend als ze dat waren toen Life Magazine haar in 1967 uitriep tot ‘Face of the Year’. “Twiggy is één van mijn favoriete modellen aller tijden”, aldus Yohannan. “Zij is een one-womanrevolutie op zichzelf. Twiggy was de openlijke veroordeling van de volwassen looks van de jaren vijftig. Zij was toen al wat Kate Moss nu is. Een rebel.”Die jeugdige vrijheid maakt in de jaren 1970 plaats voor een praktische ingesteldheid. Een vrouw kan nu eenmaal niet de hele dag rondlopen in fleurige lange jurken en weinig verhullende blouses. Er moet voor de kinderen gezorgd worden, de was en de plas moeten worden gedaan en sommige vrouwen ambiëren zelfs een zakelijke carrière. Tijd dus voor een meer alledaagse, casual vorm van elegantie met een hogere geloofwaardigheid voor de drukbezette vrouw. Die mode wordt neergezet door all-American beauties als Jerry Hall, Lauren Hutton, Lisa Taylor en Christie Brinkley. Zij staan met hun smalle tailles en stevige billen symbool voor een gezonde, actieve levensstijl. Midden jaren 1970 volgt er dan nog een shift in het kleurenpalet. De blauwogige blondjes moeten hun spreadfoto’s stilaan afstaan aan bruinogige, donkerharige en bruingetinte modellen als Beverly Johnson en Janice Dickinson. Het zijn ook de gloriedagen van de exotische, Somalische schoonheid Iman.

Cindy, Claudia, Naomi, Christy, Linda. De voornamen alleen al volstaan om in de jaren tachtig te weten over wie het gaat. Wat volgt zijn dan ook de hoogdagen van het modellenbestaan. “In de jaren tachtig mogen we voor het eerst spreken van supermodellen”, zegt Yohannan. “Christy Turlington, Naomi Campbell en Linda Evangelista, alias The Trinity, zijn de meest gevraagde modellen. Ze domineren niet alleen de modepagina’s en de catwalk, maar zijn ook heel bedreven in de marketing van hun persoonlijkheid. Ze vragen almaar grotere bedragen en zijn veel glamoureuzer dan filmsterren. Een show van Chanel of Versace is niet compleet zonder Claudia of Naomi. Merken staan te drummen om met hen samen te werken.” Een vintage jeansbroek van Calvin Klein is het bewijs van de impact die een model kan hebben op het succes van een product. Brooke Shields doneerde de jeans begin dit jaar aan het Costume Institute van het Metropolitan Museum. Als vijftienjarige vlijde ze zich met die jeans naar de camera toe met de wind in haar haren en fluisterde “Weet je wat er tussen mij en mijn Calvin komt?”… “Nothing.” Die scène uit een commercial van Richard Avedon in 1981, verkocht maar liefst 15 miljoen extra Calvin Klein-broeken. Modellen worden achtervolgd door paparazzi, ze worden gefotografeerd op rode lopers en weten machtige mannen aan de haak te slaan. Tot de jaren negentig aanbreken en de popsterren het celebrityrijk van hen overnemen.

“Vanaf de jaren negentig wordt de bestgeklede societyvrouw gebombardeerd tot mode-icoon”, zegt Harold Koda, medecurator verbonden aan het Costume Institute, in de bijbehorende catalogus die ook apart als boek wordt uitgegeven. “Exclusieve contracten gaan naar mensen als Jennifer Lopez, Uma Thurman en Madonna. Toch is het nog altijd het professionele model dat er het best in slaagt om ideeën over te brengen, niet alleen over mode, maar over vrouwelijke schoonheid. In tegenstelling tot Hollywoodacteurs die zich als een kameleon transformeren voor elke rol, verliezen modellen nooit zichzelf achter de make-up en de styling. Modellen zijn ook aangenamer om naar te kijken omdat we slechts zelden naar hun privéleven moeten luisteren of gedwongen worden te lezen over hún kijk op het leven. Niet voor niets probeert Kate Moss haar persoonlijk leven (met wisselend succes) af te schermen van de media. Ze geeft ook zelden een interview. Zij weet immers dat de basisvaardigheid van haar job erin bestaat te kunnen zwijgen.” Koda schrijft ook in diezelfde catalogus dat de bekendste modellen nooit de belangrijkste kleren dragen in een show. “Dat is de logica zelve”, reageert zijn collega Yohannan daarop. “Een uitzonderlijk mooie of speciale jurk ziet er goed uit op elk model. Maar een heel eenvoudig ontwerp kan nog veel aan kwaliteit winnen rond het lichaam van een model met wereldklasse.” En dat is precies de reden dat de beide curatoren zich verwachten aan een revival van het supermodelfenomeen. “De klassieke look van de huidige mode vraagt naar expressieve schoonheden. Het is geen toeval dat de vorige generatie supermodellen op het toneel verscheen vlak na de recessie begin jaren tachtig”, aldus Koda. “Vandaag zien we dat magazines en designers vooral graag met roodharigen en ‘etnische’ meisjes werken”, aldus Yohannan. “Maar als ik een trend zou moeten uitspreken voor de toekomst denk ik vooral aan een verbreding van het begrip schoonheid. Want van Coco Rocha (20) tot Carmen dell’Orefice (78), we zien eindelijk dat vrouwen in elk stadium van hun leven als model kunnen fungeren. Ik zou graag uitgaan van het idee dat dat in de toekomst nog gangbaarder wordt… maar het zou net zo goed wishful thinking kunnen zijn.”

Niet alleen de modellen zelf zijn geëvolueerd, ook de manier waarop we als publiek naar die meisjes kijken, is veranderd. Tot een twintigtal jaar geleden was een model een ideaal schepsel, iets onaanraakbaar moois. Maar met de opkomst van plastische chirurgie, allerlei fitnesswork-outs en crashdiëten is de vraag niet langer waarom een vrouw er als een model wil uitzien, maar waarom ze daarin nog niet is geslaagd. Of deze groots opgezette tentoonstelling met meer dan tachtig foto’s en archiefstukken het model opnieuw op een piëdestal zal plaatsen en de job opnieuw wat meer aanzien zal geven, valt af te wachten. Maar dat het kán, bewees het Metropolitan Museum of Arts al in het verleden, toen exposities de modewereld duidelijk hebben beïnvloed. De ‘Met buzz’, zo wordt het fenomeen genoemd. In 2003 bijvoorbeeld pakte het museum uit met een expo rond Griekse godinnen. Et voilà: het volgende seizoen stond de gedrapeerde look opnieuw op de catwalk. En meer recent, in 2007, was de exotische expo Poiret: King of Fashion inspiratie genoeg voor Prada, Dries Van Noten en Marc Jacobs om tunieken en harembroeken in de collecties te introduceren. Het is in elk geval een mooie gedachte, dat supermodellen de modewereld opnieuw zullen overnemen en dat alle andere vrouwen, Hollywoodster of niet, weer hun doordeweekse zelf kunnen zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234