Vrijdag 09/12/2022

Het mes gevonden om de navelstreng door te snijden

nno 2011 lijkt het alsof Arezki Semrouni al zijn hele leven in België heeft gewoond. Hij weet zich verzekerd van een uitgebreide vriendenkring, gaat geregeld op citytrip en sjeest van maandag tot vrijdag het land af als medisch vertegenwoordiger. Als je het aan zijn moeder in Algiers zou vragen, dan zou ze zweren dat hij vier jaar geleden louter naar ons land is verkast omdat hier een superjob wachtte. Maar in zijn geboortestad werkte hij evengoed voor een multinational. Hij had een bedrijfswagen en een loon waar de meeste van zijn landgenoten alleen van kunnen dromen.

Dat Arezki naar Brussel vertrok om er met een man in het huwelijksbootje te stappen, zei hij thuis niet. En zelfs bij latere familiebezoeken zweeg hij in alle talen over zijn echtgenoot. “Weet dat je moeder niet wil sterven zonder je kinderen te hebben gezien”, klinkt het bij elk weerzien.

Wel heeft ma geleerd dat het weinig zin heeft haar kind te bruuskeren. “Op een dag zei ze dat ik wellicht iemand was die alleen daar gelukkig kon zijn”, vertelt hij. “Ik vroeg me af wat ze ermee bedoelde. Ze wil echt dat ik me goed voel, dacht ik, onbewust weet ze dat ik holebi ben. Zo gaat dat toch met moeders? Mijn hart maakte een sprongetje maar ik hield wijselijk mijn mond.”

Het is Arezki niet aan te zien, maar het was best een afmattende reis naar Brussel. Ze liep via de dienstplicht, een liefde in de kuststad Oran en het internet. Maar in zijn hoofd woont de verpleger-anesthesist al lang in Europa. Zo ongeveer sinds hij Frans leerde en zijn liefde voor literatuur ontdekte. Zijn Belgische echtgenoot meent dat dat hem nog het meest onderscheidt van veel andere Noord-Afrikanen: Arezki was al hier toen hij zich nog daar bevond. Niet zelden is het net andersom.

Le grand bleu

“Algiers is dubbel zo groot als Brussel en heeft drie keer zoveel inwoners maar toch is dit mijn stad van de zuurstof. Het is ‘Le grand bleu’, op het moment dat de acteur eindelijk boven water komt. Oooh - de bevrijding.

“Weet je, net na mijn aankomst in februari 2007 was ik als een kind dat op kerstavond wordt opgesloten in een vol speelgoed gestouwde Inno, met de medeling dat alles nu van hem is. Ik had het mijn hele leven moeten doen met een enkel houten speeltje en wist me volstrekt geen raad met de ladingen Lego en de bergen onbekende, glimmende spullen.

“In het eerste jaar dat ik hier was, ben ik evenveel uitgeweest als in een heel leven in Algerije. Het was ronduit heerlijk om je geen zorgen meer te hoeven maken over de mogelijke geur van alcohol, het gemorrel met de sleutel in het slot of de afkeurende ouderlijke blikken aan de ontbijttafel. Ik was onaanvaardbaar vrij en betrapte mezelf op gevoelens van schuld en van argwaan. Diep in mijn hart was ik ervan overtuigd dat het maar een kwestie van tijd was voor de eerste verwijten zouden komen”.

Als mensen hem vragen waar hij is opgegroeid, zegt Arezki dat er thuis veel kamers waren maar weinig ruimte. Hij was als kind nooit alleen. Met zijn grootouders, ouders, broers, zussen, tantes, ooms, neven en nichten - zestien mensen in totaal - woonden ze in een groot appartement in het hart van de hoofdstad. “Ik kom uit een doordeweekse middenklassefamilie. Liberaal noch conservatief, vermogend noch verpauperd. Het soort dat ’s zomers strandvakanties houdt en in het weekend met de kinderen naar de bioscoop gaat - tot aan het begin van de burgeroorlog in 1991 toch. Daarna werd alles grimmiger - wie ’s ochtends naar school of uit werken ging, nam afscheid van de hele familie. Je wist immers niet of je terug zou komen.

“Er was thuis geen ademruimte en bovendien kom ik uit een maatschappij waarin het ‘ik’ alleen bestaat in de spiegel van de anderen. Van kindsbeen af leer je verstoppertje te spelen. Je wordt een kameleon, het is een overlevingsstrategie voor een collectief keurslijf dat wordt bepaald door de dogma’s van religie, familie en traditie.

“We waren met velen maar ik was mijn moeders lieveling. Een paar jaar geleden zou ik nog gezegd hebben dat zij alles voor me betekende. Veel boeken, psychologen en ontmoetingen later heb ik het mes gevonden om de navelstreng door te snijden. Zodat het kind kon leven.

“Zie je, in de wereld waarin ik werd geboren, zijn moeders martelaressen. Ze cijferen zich weg, vergooien hun leven voor ons, hun kinderen. Maar voor wat hoort wat. Alleen de zon komt gratis op. En dus is er een eeuwige onderstroom van emotionele chantage.

“In mijn hoofd zat ik permanent met mijn moeder opgesloten in een kamer, ongeacht hoe groot de fysieke afstand tussen ons was. Studieresultaten, de sollicatie voor een job, de kennismaking met nieuwe vrienden of gevoelens van verliefdheid. De eerste vraag die ik me stelde was of ze haar goedkeuring zouden wegdragen. Tot le déclic kwam. Et moi dans cette histoire?”

Weg van huis

Arezki ontsnapte. In zijn legerdienst in Oran. “Voor het eerst ging ik twee jaar van huis weg. Hoewel de burgeroorlog aan de gang was en het vervullen van de dienstplicht weinig weg had van vakantie, was ik reuze tevreden. Ik voelde me vrij, meester van mijn eigen leven.

“Mijn moeder merkte dat meteen. Le petit gentil was in haar ogen van de weg afgeraakt. Op zo’n moment sta je voor de keuze: verzet bieden en het ingeslagen pad bewust verder blijven bewandelen of je laten vermorzelen. Ik beloofde mezelf dat ik zou vechten. Dat ik antwoorden zou vinden op de vragen die me bleven kwellen. Wat is geluk, wat wil ik, ben ik hetero of homo? De meeste mensen houden die doos van pandora angstvallig dicht. Ze leven zoals men op het ijs loopt: traag, onzeker en zonder enig spoor achter te laten. Ik niet. Ik was niet bereid om louter te zijn wat anderen van me verlangden. Ik heb niet de ziel van de martelaar”.

In de jaren daarvoor dacht hij nog dat God kon helpen. “Was de Koran immers niet de reddingssloep bij uitstek voor al wie verdronk in de zee der vertwijfeling? Maar terwijl ik de heilige verzen reciteerde, spookten het lijf van Leila en de kont van Reda door mijn kop. Met alle macht probeerde ik die pornografische beelden weg te drukken door me nog meer toe te leggen op het gebed.

“Ik schopte het zelfs tot imam van de klas. Een hele eer, ja, alleen hielp het geen moer. Toen ik ervan overtuigd was dat God me niet zou redden, ben ik prompt opgehouden met bidden en ook de ramadan hoefde niet meer. In een land als het mijne staat dat zo ongeveer gelijk met naakt door de straten huppelen, maar dat deerde me niet. Ik rookte en at in de toiletten”.

Het vasten is voorgoed weg maar er is een beetje God gebleven. “Ik zie Hem als un ami, quelqu’un de vâchement sympathique. Als een licht en als liefde met een grote L. Waar ik me evenwel te pletter aan erger, is aan de onwrikbaarheid van de gelovigen en aan hun verbod om in de Koran tussen de regels te lezen. Mohammed ontving zijn instructies via infraroodstralen en stuurde die vervolgens naar ons door met bluetooth, voorzien van de mededeling dat het zo is en niet anders.

Nochtans gaat het om een transmissie tussen mensen, falen is dus niet uitgesloten, discussie en adaptatie moeten mogelijk zijn. Weet je, als Mohammed in onze tijd had geleefd, beschikte hij wellicht over een eigen Facebookpagina.

“Ik kan er niet bij. De Arabische cultuur, die ooit de algebra aan de mensheid gaf, verplettert aan het begin van de eenentwintigste eeuw elke onderhandeling of poging tot debat met een gigantisch haram. Zoveel is verboden... Soms denk ik dat ze niets van de geschiedenis hebben begrepen. En ik, ik moet mijn eigen leven leiden.

“Kan ik me dan voorstellen dat ik tegen mijn moeder vertel dat ik met een man ben getrouwd? Ja en neen. We wonen in totaal verschillende werelden en kunnen dat niet helpen. Ik hoor het mezelf al zeggen. Hallo mama, ik ben getrouwd met un mec. Ja, mijn zoon, antwoordt ze geheid, en ik ben de koningin van Engeland.

Eerste grote liefde

Na zijn legerdienst besluit Arezki in Oran te blijven, waar zijn eerste grote liefde, dokter Omar, voor hem een contract weet te versieren in een ziekenhuis. “Blij waren ze daar thuis niet mee maar ik liet me niet meer kooien. Het was een van de enige momenten in mijn leven waarop ik volstrekt vergat in welke omgeving ik was grootgebracht. Voor mij telde alleen Omar, al kwam ik er gauw achter dat hij mijn vrijheid niet deelde. Oran was zijn stad, zijn thuis. Als pas gescheiden man liet zijn familie hem even met rust maar lang duurde dat niet.

“Ik ben zo ongeveer zonder parachute uit een vliegtuig gesprongen, ik verbrandde mijn vleugels en tegenover me vond ik een man die zei dat zijn ouders langskwamen. Of ik ervoor kon zorgen dat ik straks niet thuis was?”

Verbitterd en teleurgesteld verlaat Arezki zijn geliefde. Hij ontmoet de vrijgevochten Khadidja, maar ook die kan in de ogen van zijn moeder geen genade vinden. ‘Wanneer kom je naar huis, mijn zoon?’ Na verloop van tijd begint elk telefoontje naar huis met die woorden. “En toen zette ze haar joker in. Ze hebben kanker vastgesteld, jongen, klonk het gespeeld luchthartig aan de andere kant van de lijn, maar daar hoef jij je geen zorgen over te maken.”

Het lievelingskind van zijn moeder haast zich naar Algiers terug, waar de medische diagnose al gauw in gunstige zin wordt bijgesteld. Het doel lijkt bereikt: de jongen is weer thuis. Maar in zijn hoofd is Arezki niet gekomen om te blijven. Hij rijdt in zijn vrije uren doelloos door de stad of struint het internet af, op zoek naar een ander leven.

“In die virtuele wereld leerde ik mijn toekomstige echtgenoot kennen. La mayonnaise a pris, al zou het niet meevallen om een deftige baan te vinden en vlot Nederlands te leren spreken. Bovendien, noem het een zaak van trots, maar er was geen denken aan dat ik ook maar één seconde illegaal in Europa zou verblijven. Trouwen was de enige mogelijkheid, zelfs al klonk dat als Tsjernobyl in mijn hoofd. Mensen die van elkaar houden, hebben geen etiket nodig om dat te bevestigen.

“Daar stonden we dan, twee kerels aan wie een vrouwelijke ambtenaar koeltjes uitlegde welke documenten er allemaal nodig waren. Wow, dacht ik, waarin heb ik me toch gestort.

“Het spijt me evenwel niet. Het grootste geschenk waarmee je jezelf bedenkt door te vertrekken is afstand. Je schept de ruimte die nodig is om de dingen helder te zien, om te beseffen waarom alles is zoals het is. Het mag cru klinken maar ik ben ervan overtuigd dat iedereen het leven heeft dat hij verdient.

“En toch mis ik Algerije, 38 jaar leven valt niet zomaar te amputeren. Je kunt mooi beweren dat je je als herboren voelt en alleen nog hier bestaat. Het kan eenvoudig weg niet. Ontelbare keren heb ik geprobeerd om er woorden op te plakken: wat is het dat ik mis? De corruptie, het machistische rijgedrag, het klimaat? Ach, het antwoord blijft tot dusver troebel, als een soort van bouillabaisse in mijn hoofd.

“Elke keer als ik terug ga naar Algiers, zit mijn hoofd vol vragen, beloften, hoop en schuld. Ik houd mezelf voor dat deze keer beter wordt dan de vorige. En dat het het laatste bezoek zal zijn. In mijn kamer bij mijn ouders thuis lees ik het evenwel in grote letters op het plafond. Vluchtmisdrijf, zelfs met gesloten ogen zie ik het. Ik ben weggelopen, ik had de kloten niet om te blijven. Ik ben mijn familie ontvlucht, mijn vrienden, het idiote staatssysteem.

Ik voel me ook schuldig omdat ik de dingen niet kan delen - een glas wijn in het Brusselse art-nouveau-etablissement Cirio, een filmvoorstelling in een van de vele alternatieve zalen. Mijn zussen zouden er van houden, mijn moeder ook, ik weet het wel zeker.

Niet achteromkijken

“Soms geloof ik dat ik dit alles veel eerder had moeten doen. Hoe vaak moest ik klappen krijgen om mijn eigen lijf en geest ook maar een beetje te mogen bewonen? Waarom moest ik haast 40 worden en kon ik niet wat zoveel anderen vermogen op hun zestiende? Ze wagen hun kans en verdwijnen met een gammel bootje.

“Ach, het is niet slecht om af en toe een blik te werpen in de achteruitkijkspiegel van het bestaan maar daar moet het bij blijven. In het verleden gebeurt immers niets meer, leven is beweging.

“Ik zie mezelf niet als een zwalpende schuit die de haven nu eindelijk heeft bereikt. Brussel is een halte tussen gisteren en morgen, wat dat laatste ook mag inhouden. Het is mijn poort naar de wereld, naar het volwassen leven, naar professionele kansen. En toch. Het gebrek aan licht hier valt me soms zwaar. En dan denk ik dat ik over een paar jaar vertrek naar een oord waar de hemel minder laag en grijs is. Wie zal vertellen welke kleur de toekomst heeft? Ik stel me haar alleen voor met de mensen van wie ik hou”.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234