Dinsdag 18/02/2020

Het meisje dat het ongeval overleefde

Zelf heeft Cathy Galle alle Harry Potter-boeken verslonden. Over de tovenaarsjongen die de vloek van slechterik Voldemort miraculeus overleefde. Een zwaar ongeval als kind gaf haar zelf ook een Potter-status in haar eigenste Lauwe. Als het-meisje-dat-het-ongeval-overleefde. Een stempel die ze nooit meer weg kreeg.

Zeven meisjes rijden samen met de fiets naar school.
Een auto rijdt op hen in.
Vijf meisjes worden van de weg gemaaid.
Eentje is er erg aan toe.
Na een operatie en revalidatie herstelt ze helemaal.
Ik was dat eentje.

Het verhaaltje is snel verteld. In een paar zinnetjes. Maar in een dorp als Lauwe werkt dat niet zo. Lauwe is zo'n typisch West-Vlaams dorp, waar het rustig is om wonen, waar weinig gebeurt en waar iedereen elkaar kent. Maar waar elke rimpeling in het wateroppervlak lang blijft doorwerken.

In Lauwe was 'het ongeval' een grote gebeurtenis. Een dag in september halfweg de jaren 80. Vijf meisjes in één keer van de weg gemaaid. Vijf meisjes uit hetzelfde dorp. Een lokale krant maakte het nog wat erger en scheef verkeerdelijk dat eentje, ik dus, het ongeval niet overleefd had. Het zorgde er vooral voor dat ik - die tot nader wel degelijk nog springlevend ben - wereldberoemd werd in eigen dorp. The talk of the town zowaar.

Nu nog altijd, merk ik wanneer ik op het terras van Kafé-O-Lait, een tearoom op de Plaats van Lauwe, aangesproken word door een oude bekende. "Oe est? Nog last van dat ongeluk?" Het tweede deel van de vraag is waar de oude bekende een antwoord op wil. In het eerste deel is ze niet echt geïnteresseerd.

Haar vraag katapulteert me terug in de tijd. Iedereen wou ook toen telkens het hele verhaal horen. Dat de bestuurder de controle over het stuur verloren had toen ze haar kindje op de achterbank terug in het autostoeltje wilde duwen en zo op ons inreed. Dat ik als eerste opgeschept werd en dus de klap opving. En met zware verwondingen een tijdlang in het ziekenhuis lag. Dat er nadien nog een hele revalidatie volgde. Dat de andere vier meisjes er gelukkig minder erg aan toe waren en er met enkele dagen ziekenhuis vanaf kwamen. En vooral - en dat zinnetje moest er telkens bij - dat het allemaal nog zoveel erger had kunnen zijn. Wat hebben we toch allemaal een geluk gehad zeg.

Ook nu vertel ik nog eens het hele verhaal aan de oude bekende. Ik weet wat er van mij verwacht wordt. Ik heb mijn rol van 'zij-die-het-ongeval-overleefde' altijd met verve gespeeld. Nooit laten merken hoe vervelend ik dat wel vond. Dat niemand ooit meer vroeg hoe het met míj ging. Dat niemand ook maar enige interesse toonde in de echte Cathy. Ik was voorgoed gereduceerd tot 'die-van-hét-ongeval'. Zo ging dat in Lauwe. Je kreeg - goedbedoeld, dat wel - een stempel en zat vervolgens in een vakje.

"We zien je hier wel niet veel meer, hé", gaat de oude bekende op het terras verder. En dan de hamvraag: "En, spreek je nog Lauws?" Ik zou wel willen antwoorden in het dialect, maar de woorden komen niet meteen. Ik zie de teleurstelling en ook de afkeuring in haar ogen. Dat ik daar hard op heb moeten oefenen, op dat wegwerken van mijn dialect, wil ik opmerken. Want in de echte wereld, lees: de wereld buiten Lauwe, moét je wel beschaafd spreken. Ik wil vertellen over de hilarische conversaties die ik voerde tijdens mijn eerste weken op kot in Gent. Toen mijn niet-West-Vlaamse medestudenten mij gewoon niet verstonden, hoe goed ik ook mijn best deed. Hoe ze het buiten Lauwe echt wel raar vinden dat Lauwenaren de werkwoorden 'kennen' en 'kunnen' door elkaar gebruiken als ware het zuivere synoniemen. Maar ik hou mijn argumenten voor mij, weet dat het weinig zin heeft. In Lauwe zijn mensen die beschaafd spreken 'bekakt'. Punt uit.

Nog zo'n trekje van Lauwe: soms lijkt het wel of iedereen er hetzelfde denkt. Alsof het afgesproken is, alsof er ongeschreven wetten en regels zijn. Dat maakt het leven in zo'n dorp makkelijker: hou het eenvoudig en vooral duidelijk. En wie anders denkt, ziet het verkeerd. Per definitie. Ik ben dus bekakt. Niets aan te doen. Ik zit in dat vakje.

Mijn paradijs

Niet dat ik niet graag in Lauwe gewoond heb. Als kind was het mijn paradijs. Mijn zus en ik kropen vrijwel dagelijks door de heg rond onze tuin om naar 'het speelplein' te gaan. Dat 'speelplein' was een verzamelnaam voor een groot en wat verderop een klein speelplein, een grote parking van de sporthal, een paar kleine, autovrije kronkelwegjes waar het fijn fietsen was en met bomen om in te klimmen. En last but not least drie voetbalvelden: de oefenvelden van White Star Lauwe. Een zee aan ravotruimte dus. Wij waren echte 'hangjongeren', in een tijd dat het woord nog geen negatieve connotatie had.

Er zijn nu maar weinig kinderen aan het spelen in ons vroegere paradijs. Het kleine speelplein is afgesloten met een hek, de parking staat vol met auto's en op de oefenvelden is het nu blijkbaar verboden om te ravotten. Het ligt er allemaal wat triestig bij. Op het hoofdveld van White Star Lauwe, dat naast de oefenvelden ligt, rijdt een vrijwilliger op een grasmachine rond. Minutieus tuft hij toertjes. Alsof hij elk grassprietje afzonderlijk wil millimeteren.

Als kind was White Star Lauwe (Wiet Star in het Lauws) 'mijn' club. Daar heb ik mannen als Lorenzo Staelens en Hein Vanhaezebrouck zien sjotten. 'De voetbal' nam in Lauwe een vrij prominente plaats in. Lauwe had en heeft nog altijd twee elkaar beconcurrerende parochies (de Plaats, zeg maar centrum dus, en de Statie, de buurt rond het station) met elk een eigen voetbalclub (White Star en Racing). Als de twee clubs tegen elkaar speelden, ging het er - verbaal - heel fel aan toe. De vuile praat en voetballiedjes die in mijn geheugen gegrift staan, dateren uit die tijd.

De Racing, dat was de vijand. Wij, kinderen van de Plaats en supporters van White Star, mochten overigens niet spelen met de kinderen van de Statie en omgekeerd. Waarom is mij persoonlijk nooit helemaal duidelijk geworden.

Lauwe had nog zo van die regeltjes. Er waren destijds drie lagere scholen: een katholieke meisjesschool, een gemeentelijke jongensschool en een gemengde staatsschool (ondertussen heet dat GO!). Die laatste werd in mijn jeugd altijd scheef bekeken. Die was minderwaardig en werd in Lauwe dan ook 'de Papschool' genoemd. De kinderen van de Plaats mochten ook niet spelen met de kinderen uit de Papschool. Nog iets dat mij nooit duidelijk geworden is waarom. Zal wel met dat vakjesdenken van Lauwe te maken hebben.

En dan was er ook nog de Tuinwijk, die lag ergens tussen de Plaats en de Statie zeg maar. Mochten we ook niet mee spelen, want daarvan werd gezegd dat ze crapuul waren. Om het helemaal moeilijk te maken, zaten de kinderen uit die buurt verspreid over de drie scholen. Probeer als kind maar eens wijs te geraken uit wie nu wel 'speelwaardig' was. Die rangen en standen hadden overigens weinig te maken met het inkomen van de ouders. Het had louter met de ligging van het huis te maken. Dat van ons lag op een boogscheut van de Plaats.

'Zij'

Aan die Plaats ligt mijn vroegere schooltje. Het schoolgebouw katapulteert me opnieuw terug in de tijd. Naar het derde kleuterklasje. Toen kwam 'zij' in ons leven. Een adoptiekindje uit India, dat in een dorp terechtkwam dat voordien nauwelijks een gekleurde mens in het echt had gezien. Weer zo'n gebeurtenis die in het collectieve geheugen van Lauwe gegrift staat. Een gebeurentenis die een grote rimpeling in het wateroppervlak veroorzaakte. Toch voor de volwassenen. Wij, de kleuters, vonden een kindje met een huid 'zo zwart als roet' eigenlijk helemaal niet raar. We kenden dat uit de sinterklaasliedjes. Zo werden we trouwens ook voorbereid op haar komst, met die liedjes.

Ik zie haar nog binnenkomen in ons klasje: een klein, lief ogend meisje. Haar adoptieouders hadden geen idee van haar leeftijd, maar het leek de school een prima idee om het meisje in de derde kleuterklas te stoppen. In de hoop dat ze tegen het eerste leerjaar de taal onder de knie had.

Haar komst gooide ons rustige en vredige leventje in Lauwe helemaal overhoop. Het meisje bleek namelijk een pak ouder te zijn dan iedereen toen wist. Waardoor ze een morele macht had over de andere kinderen van de klas. Dat ging zo: wanneer 'zij' op de speelplaats naar rechts ging, stapten in haar kielzog een vijftiental andere meisjes in volle adoratie diezelfde richting uit. Besloot 'zij' dat een bepaald kind een lelijke jas aanhad, dan vonden alle vijftien anderen dat als vanzelfsprekend ook. Het pesten werd met de jaren erger. Als volgeling/pester kon je ook van het ene moment op het andere, en zonder aanwijsbare reden, aan de kant van de gepesten belanden. Eén voordeel wel: tegen de tijd dat we in het zesde leerjaar zaten, was de groep gepesten zo groot dat we opnieuw in de meerderheid waren.

Asterix

Lauwe heeft ook best iets schattigs. Iets Asterix-achtigs. Het ligt tussen Menen en Kortrijk, twee steden met sterke, uitgesproken karakters, maar moest van beide steden weinig weten. Het was de tijd van de beruchte Paul Jambers-reportage over snobs met Millet-jassen aan. Die reportage was gedraaid in Kortrijk. Menen had dan weer een geweld- en drugsprobleem. En ook al was het de moedergemeente van Lauwe, geen Lauwenaar die er openlijk meer geassocieerd wilde worden. Lauwse kinderen stonden voor de keuze van een middelbare school voor een dilemma: snobstad of crapuulstad. Ik koos voor het tweede.

Het College van Menen had een goede reputatie en bleek een veilige cocon. Menen zelf was een ander paar mouwen. De stad kende een hoge werkloosheid, veel inwoners onder de armoedegrens en een boel laagopgeleide jongeren zonder enig perspectief. Wat een cocktail aan problemen gaf.

Voor ons tieners had die cocktail ook een naam: de Bende van Menen. Een groepje jonge werkloze Menenaars die begin jaren 90 de hele streek terroriseerden. Ze trokken naar alle fuiven om er keet te schoppen. Ik herinner me nog goed onze eigen honderddagenfuif. De leden veroorzaakten kortsluiting, zodat het licht in de zaal uitviel, om daarna traangasbommetjes binnen te gooien. Iedereen die in paniek de zaal uitvluchtte, klopten ze vervolgens in elkaar. Drie meisjes werden met zware verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Zelf kon ik me achteraan de zaal verbergen met een zakdoek voor de mond en ogen. Ik herinner me vooral nog levendig de complete paniek. Het was ook de zoveelste keer dat de Bende had toegeslagen in de regio. De stad Menen reageerde kordaat maar hard: ze kondigde een complete fuifstop af voor groot-Menen.

Ondanks de heisa, drong de situatie nauwelijks door tot in Lauwe. Zo'n dorp heeft ook het vermogen om zich af te sluiten van gebeurtenissen van buitenaf. Alsof het onder een stolp zit. Zelf trok ik me terug in mijn eigen straat, in café 't Schipke, een jongerencafé op een steenworp van mijn deur. Een oord waar ik veilig was. Want de Bende van Menen heeft de weg ernaartoe om de een of andere reden nooit gevonden.

Mensen zoals ik

Ik voel een vreemde mengeling van nostalgie en opluchting als ik nu in Lauwe rondloop. En ook het besef dat het goed is dat ik er weggeraakt ben. Want zo voelde het: dat ik er moest weggeraken. Weg van de eeuwige stempel, weg ook van het gevoel dat als je in Lauwe bleef je hele leven al vast lag. Van kindsbeen af hoorde ik dat ik twee opties had: of je kunt goed studeren en gaat ergens een bureaujob doen of je bakt er niet veel van op school en gaat later naar de fabriek. Ik kon goed studeren, maar in mijn ogen stond een bureaujob doen zowat gelijk aan sterven van saaiheid.

In Gent, waar ik eerst studeerde en vervolgens bleef plakken, gingen mijn ogen open. Daar liepen nog mensen rond zoals ik. Die nog helemaal niet wisten waar ze naartoe wilden met hun leven. Die discuteerden tot in de late uurtjes en probeerden de wereld te verbeteren. En die niet allemaal hetzelfde leken te denken en mensen in vakjes probeerden onder te brengen omdat dat nu eenmaal het leven makkelijk maakt. En ik voelde me er vooral veiliger dan ooit.

Een dorp als Lauwe heeft een eigen ritme. Een eigen ritme, met eigen regeltjes en ongeschreven wetten. Of je gaat er in mee, of je vlucht er weg. En gebeurtenissen die dat ritme verstoren, blijven er voor eeuwig hangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234