Dinsdag 16/07/2019

Het masterplan van Marvel

De Amerikaanse stripuitgever Marvel liet zijn personages altijd al een gastoptreden verzorgen in elkaars strips. Sinds het bedrijf zijn eigen films produceert, past het dat principe ook toe op de verfilmingen: acteurs die in de ene film de titelrol spelen, maken een korte verschijning in een andere prent. Typecasting als commercieel plan dus.

Amerikaanse stripuitgever laat zijn superhelden nu ook in elkaars films opdraven

Die strategie van kruisverschijningen zal een voorlopig orgelpunt bereiken in 2012 met de ensemblefilm The Avengers. Daarin zullen Robert Downey Jr., Edward Norton, Samuel L. Jackson en de twee hoofdacteurs uit de nog te verschijnen films Thor en Captain America opnieuw de rol van hun respectieve superheld opnemen.

Op het einde van de film Iron Man (2008) krijgt hoofdpersonage Tony Stark (Robert Downey Jr.) bezoek van Nick Fury (gespeeld door Samuel L. Jackson), die het met hem over de ‘Avengermissie’ wil hebben. De scène en Jacksons personage hebben niets te maken met de plot van de film, en houden evenmin verband met opvolger Iron Man 2, die eind deze maand in onze zalen landt en waarin Downey Jr. opnieuw de rol van de metalen superheld op zich neemt. Wel was die korte dialoog in Iron Man een erg vroege referentie aan de film The Avengers, die pas in 2012 in de bioscoopzalen te zien zal zijn.

De voorlopige cast van die film bestaat opnieuw uit Downey Jr. en Jackson, in de rol van hun personages uit Iron Man. In een recent interview zei Kevin Feige, directeur van de filmafdeling van Marvel, dat ook Edward Norton zijn titelpersonage uit de eveneens in 2008 verschenen film The Incredible Hulk opnieuw zal opnemen in die ensemblefilm. In The Incredible Hulk zat bovendien al een korte cameo van Downey Jr. als Tony Stark. Typecasting als commercieel plan, zeg maar.

Die gastoptredens zijn geen nieuwe truc van Marvel. Al sinds de vroege jaren ’60 laat het bedrijf zijn striphelden in elkaars verhalen optreden, die zich ook allemaal in hetzelfde verhalende universum afspelen. Het bedrijf had daar zowel narratieve als commerciële redenen voor: het laten opdraven van een bepaald personage in een andere reeks kan ook lezers naar zijn eigen serie lokken. Bovendien creëerde Marvel op die manier een trouwe basis van lezers, die zo veel mogelijk stukjes uit de enorme globale puzzel willen ingevuld zien. En dus boekjes kochten. Dat 5.000 personages tellende stripuniversum was ook een van de belangrijkste redenen waarom mediagigant Disney eind vorig jaar de stripuitgever voor een bedrag van meer dan 3 miljard euro overnam.

Maar in de talloze verfilmingen van Marvelstrips, die al opduiken sinds de jaren ’70, was niets terug te zien van die globale continuïteit die de scenaristen de afgelopen vijftig jaar hebben opgebouwd. De adaptaties kwamen er in het verleden namelijk vooral door andere filmmaatschappijen, die gewoon een licentie kochten op een bepaald Marvelpersonage. Volgens dat model is het niet interessant om kwistig te zijn met gastoptredens: mannetjes tekenen is een pak goedkoper dan een acteur onder contract houden, en de licentieprijzen die de filmmaatschappijen onder die oude regeling moesten ophoesten aan Marvel waren te duur om gewoon te gebruiken voor een kort gastoptreden.

Eind jaren ’90 richtte Marvel dan zijn eigen filmafdeling op: Marvel Studios. Die nam meer en meer het heft in eigen handen: het in 2003 gelanceerde Hulk, een freudiaanse herinterpretatie van de gelijknamige Marvelstrip door regisseur Ang Lee, was in essentie de laatste ‘onafhankelijke’ Marvelverfilming.

Sinds 2008 doet het bedrijf, na een overgangsperiode waarin het meer en meer zijn stempel drukte op andere superheldenproducties, alles binnenshuis. Ineens zijn er wél mogelijkheden om de verhaallijnen van verschillende films door elkaar te laten lopen: de vormgeving kan volgens bepaalde voorschriften gebeuren, acteurs kunnen voor meerdere films tekenen, en licenties zijn geen factor meer.

En dus hanteert Marvel het commerciële masterplan dat het al vijftig jaar inzette voor zijn strips nu ook in de verfilmingen ervan. Dat betekent echter niet dat de individuele films gewoon dienst doen als opstapje voor de megaproductie The Avengers. Marvel geeft goed geld uit om de individuele films en hun hoofdpersonages in de markt te zetten: de marketingbudgetten van Iron Man en The Incredible Hulk zaten tussen 75 en 100 miljoen dollar (55 en 74 miljoen euro), wat gemakkelijk het dubbele tot driedubbele is van dat van een gemiddelde Hollywoodfilm.

Maar de personages zijn, behalve voor een kleine kern van striplezers, volslagen onbekend, en dat moet veranderen om binnen twee jaar van Avengers een succes te maken. “Waar het mij om gaat, is dat elke franchise op zijn eigen benen kan staan”, oppert Feige in het Britse maandblad SFX Magazine. “Tegen de tijd dat The Avengers dus in de zalen komt, is het een teamfilm met personages die je al in andere films hebt leren kennen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden