Dinsdag 19/10/2021

Het masochisme van Junkster

Dat er in Ierland niet alleen Guinness wordt gebrouwen, is sinds de wereldwijde doorbraak van U2 geen geheim meer. In de voetsporen van het populaire klavertje vier trachten ook talloze andere bands uit Dublin het verschil te maken. De jongste in de eindeloze rij heet Junkster, een vijftal dat onder aanvoering van Deirdre O'Neil grossiert in typisch Ierse rock, aangelengd met een verfrissende hiphop-beat. De zangeres houdt ervan gevaarlijk te leven, dus een confrontatie met DeMix kon niet uitblijven.

Junkster was afgelopen zomer een van de revelaties op Pukkelpop. Hoewel de groep er een beetje uit de toon viel wegens haar conventionele, toegankelijke geluid, wist ze toch aanzienlijk wat indruk te maken door de bevlogen manier waarop ze zich op het songmateriaal stortte. 'If you ever think of me/Think about me now' zong O'Neil op de debuutsingle 'Twister' en uit alles bleek dat ze het meende. De intensiteit van haar voordracht herinnerde meer dan eens aan Chrissie Hynde. Geen toeval, zo blijkt, want de frontvrouw van The Pretenders fungeerde als rolmodel voor de jonge Deirdre. "Ze had een stem waar je hoofd van begon te tollen en ze zag er net als een jongen uit. Dat coole macho-imago zorgde ervoor dat ik ook zangeres wilde worden." Die kinderdroom ging eerder dit jaar officieel in vervulling. "Toen we het eerste exemplaar van onze cd overhandigd kregen heb ik me aangesteld als een klein kind. Ik ging naar Times Square in New York, stapte er de HMV binnen en kocht er onze eigen plaat. Het idee dat je gewoon een winkel kan binnenstappen om er jezelf te kopen was ronduit geweldig. De jongens wilden cool zijn en deden alsof het hen niets kon schelen. Maar toen er op het kassaticketje het woordje Junkster stond afgedrukt kreeg ik haast een orgasme. Een pathetisch, maar wonderbaarlijk moment."

Naar eigen zeggen maakt O'Neil muziek omdat ze anders binnen de kortste keren afwijkend gedrag gaat vertonen. " 't Is een uitgelezen manier om mijn gewelddadig karakter in te tomen. Als kind kloegen mijn broers en zussen elke avond steen en been omdat ik in bed stroperige liedjes van Doris Day lag te zingen. Het is dus niet zo dat mijn omgeving me aanmoedigde om zangeres te worden, maar dat kon mij nauwelijks schelen. (lacht:) Ik vond mijn eigen mening véél belangrijker. Voor Junkster zat ik in een groep die rechttoe-rechtaan rock'n'roll maakte, en dat deed me weinig of niets. 't Was me te eenzijdig, er zat te weinig diepgang in. Wij schrijven onze songs op een akoestische gitaar. De conventionele manier, inderdaad. Er lopen al zoveel bands rond die naar believen experimenteren met de nieuwste elektronische snufjes, en daarbij uit het oog verliezen dat er eerst een song moet worden geschreven. Het is allemaal goed en wel om veel lawaai te maken, maar je kan toch maar best ook nog wat te vertellen hebben. Wij zorgen ervoor dat het nummer eerst zelf op punt staat, en pas nadien worden de loops en de samples bovengehaald. Vergelijk het met een kok die peper en zout aan zijn gerecht toevoegt. Op onze eerste elpee knetterden de beats nog zachtjes op de achtergrond, maar uit de songs waar we momenteel aan werken blijkt dat het dance-element in de toekomst prominenter aanwezig zal zijn."

Zodra de beats wegvallen klinkt Junkster niet wezenlijk verschillend van een andere Ierse band, The Cranberries. Hoe komt het overigens dat Ierland, een gebied met minder inwoners dan België, zoveel groepen voortbrengt? Er lijkt gewoon geen eind aan te komen.

"Tja, we krijgen de liefde voor muziek gewoon met de moedermelk ingegeven. Bij mij thuis wordt elke avond om tien uur de whisky uit de kast gehaald en begint iedereen luidkeels te zingen. Je doet mee of je krast op. Zo simpel is het. Wij Ieren willen onze eeuwenoude tradities in ere houden. Tegelijk valt het op hoe weinig chauvinistisch we eigenlijk zijn. Bono was onlangs te gast in een praatprogramma op de Amerikaanse televisie, en daar vroeg men hem wat het voornaamste verschil was tussen Ierland en de Verenigde Staten. Hij dacht even na en antwoordde met een voorbeeld: wanneer een Amerikaanse jongen door een straat loopt en plots een gigantische villa ziet staan, droomt hij er meteen van om ooit ook in zo'n groot huis te kunnen wonen. Een Ierse jongen redeneert anders. Die bedenkt meteen een heleboel methoden om die rijke klootzak het leven zuur te maken. De spijker op de kop, als je het mij vraagt. Amerika is gek op sterren. Iedereen die er vijftig cd's verkoopt krijgt meteen een zwarte limousine met chauffeur voorgereden. Ieren verafschuwen dat soort glitter en glamour, halen hun succesvolle landgenoten meteen weer naar beneden en herinneren hen eraan in welke armoedige omstandigheden ze doorgaans zijn opgegroeid. Een gezonde houding, vind ik. Natuurlijk, iedereen wil met respect worden behandeld. Vrijwel iedere Ierse groep, van U2 tot The Cranberries, moet eerst in de States doorbreken voor ze thuis een voet aan de grond krijgt. Da's de schaduwzijde van ons nuchter karakter. Ik ben ontzettend trots op wat U2 gepresteerd heeft. De groep heeft ons getoond dat je uit het kleinste gehucht kan komen en toch de wereld aan je voeten kan krijgen. Bovendien investeren ze een aanzienlijk deel van hun fortuin om andere jongeren uit Dublin ook kansen te geven. Ze bouwen studio's, richten een eigen platenlabel op, nemen Ierse bands mee op toernee. Niemand verplicht hen daartoe, hé? Ze moéten dat niet doen. Ik wéét dat het trendy is om ze te haten, maar het zijn stuk voor stuk fantastische kerels. Dan ben ik maar liever niét in de mode. Wat de loops en de samples betreft, is het eigenlijk net zo: het kan me niet schelen of we nu al of niet hip zijn. Wie met opzet probeert om erbij te horen, klinkt binnen de kortste keren hopeloos verouderd. Ik wil in de eerste plaats songs schrijven, en de manier waarop die verpakt worden is daar ondergeschikt aan. De hele dancecultuur is erg verschraald. Iedereen staat er voortdurend naar elkaars navel te staren en gedraagt zich vreselijk blasé. Mij lijkt dat erg onvolwassen."

Je teksten zijn vaak ontzettend persoonlijk. In die mate zelfs dat men er als luisteraar ongemakkelijk bij zou kunnen worden.

"Het klopt dat ik erg autobiografisch schrijf. Ken je het gevoel dat komt opwellen wanneer je jezelf probeert wijs te maken dat je je niet pathetisch gedraagt, terwijl dat eigenlijk wél zo is? Wel, daar gaat 'Mr.Blue' over. 't Is in een overmoedige bui geschreven en het zit vol zinnen die ik al lang luidop wilde zeggen, alleen had ik er tot dan toe nooit het lef voor gehad. Alle personages in mijn songs bestaan écht, alleen vertel ik hen nooit dat ze in een Junkster-song verzeild zijn geraakt. Dan is de lol er immers af. Je moet ook weten dat ik op het podium een alter-ego heb dat Fiffy heet. Tot voor kort vond ik dat een onwaarschijnlijk glamoureuze naam, echt iets voor rocksterren. Dit in schril contrast tot mijn eigen naam, die typisch Iers is. Daarnet heb ik vernomen dat dat Fiffy in België een veel voorkomende hondennaam is, dus zal ik iets nieuws moeten verzinnen."

Waarom vertel je de mensen in jouw kennissenkring eigenlijk niet dat je hen als protagonisten opvoert in de songs? Uiteindelijk komen ze het toch te weten, met als gevolg dat op de duur niemand nog wat tegen jou gaat vertellen, omdat alles wat ze zeggen tegen hen gebruikt kan worden.

"Volgens mij hebben ze er geen flauw vermoeden van dat ik het over hen heb. Ze worden immers nooit bij naam genoemd en je weet toch dat je de mensen de pap in de mond moet geven voor er ergens een lichtje gaat branden? Vrijwel iedereen interpreteert mijn nummers op een totaal andere manier en dat vind ik eigenlijk wel prettig. Da's overigens een van de redenen waarom de teksten niet op de hoes staan afgedrukt. Onlangs las ik in een boek het verhaal van een jongen die naar Bill Haley's 'Shake, Rattle And Roll had geluisterd, en jaren aan een stuk dacht dat er 'Shake Marilyn Monroe' werd gezongen. Ik hou van dergelijke anekdotes. Het is toch geweldig dat men soms heel andere dingen hoort dan er werkelijk gezegd worden? Ik wil de inhoud van mijn songs dus niet te veel blootgeven, uit angst dat de fantasie van de luisteraar daardoor genekt wordt. Iedereen mag er voor zichzelf uithalen wat erin zit. Bovendien hoéft niemand te weten waar ik het over heb. Wanneer je je als artiest uitdrukt door een song te schrijven, moet dat volstaan. Je hoeft het achteraf niet nog eens over te doen tijdens interviews. Ik heb altijd de neiging om me erg defensief op te stellen tegenover mensen die té nieuwsgierig zijn. Uit angst omdat men me zou uitlachen. Sinéad O'Connor is altijd heel erg open geweest tegenover de media, en kijk wat men met haar heeft uitgericht. Zij maakte haar fouten terwijl de hele wereld stond toe te kijken, en daar heb ik veel van geleerd. Ik ben vreselijk trots op haar. Ze zou een nationale heldin moeten zijn."

De meeste songs klinken erg triest, alsof je aan een chronische depressie lijdt.

"Tja, ik geloof niet dat goeie nummers ontstaan wanneer het geluk me toelacht. Als ik tot over mijn oren verliefd ben, heb ik volstrekt niets zinnigs te vertellen. Daarom is het interessant om af en toe eens een slippertje te maken en op het scherp van de snee te leven. Zéker wanneer je songs schrijft. Dan moet je laat opblijven en met allerlei mensen optrekken die leven aan de zelfkant van de maatschappij. Dan moét je door de rosse buurt van Amsterdam wandelen en op stap gaan in de New Yorkse Bronx. Daar put ik inspiratie uit. Bovendien is haast niemand ooit écht gelukkig."

Maar probeer je je ongeluk nu sneller uit te buiten door er een song over te schrijven? Nu je een platencontract hebt moet er ook gewerkt worden.

"Dat speelt zeker mee. De laatste dagen heb ik een en ander meegemaakt in Amsterdam en sindsdien zit ik de hele tijd flarden van zinnen neer te schrijven. Vroeg of laat zal dat zeker zijn beslag krijgen in een songtekst. Ik betrap er mezelf op dat ik mijn eigen emoties nu meer cultiveer, dat ik veel sneller bereid ben om helemaal tot het uiterste te gaan. Ik wil alles intenser meemaken, soms tot op het destructieve af, gewoon omdat er steeds het besef sluimert dat mijn avonturen misschien in een sterk nummer zullen resulteren.

"Een paar weken geleden kwam ik in New York een totaal geflipte kerel tegen die er rotsvast van overtuigd was dat de wereld binnenkort zou vergaan. Hij had net een fantastische plaat uitgebracht, maar wist met zichzelf geen blijf. Ik werd er als een magneet tot aangetrokken, probeerde alles wat hij zei te onthouden en nam er later stiekem nota van met het oog op een nieuwe song. Soms gebeurt het ook dat ik mensen haast provoceer tot ze me slecht behandelen, zodat ik er later een goed verhaal uit kan puren. Ik gebruik anderen en laat mezelf door anderen gebruiken, telkens met datzelfde doel voor ogen: stof voor alweer een vers nummer. Noem me dus rustig een beetje psychotisch, want je hebt wellicht gelijk."

Waar komt eigenlijk de behoefte vandaan om op een podium te gaan staan? Schuilt er een exhibitioniste in jou?

"Af en toe staan we daar op het podium en ga ik zodanig op in de muziek dat ik vergeet dat er mensen in de zaal zitten. Fantastische momenten, ook al ben ik telkens weer verbaasd dat zoiets kàn. Doorgaans beschouwt men muzikanten als entertainers die als taak hebben het publiek in beweging te krijgen. Maar soms zijn de toeschouwers minder op zichzelf gericht en staan ze toe dat we onszelf in de songs verliezen. Dan voel ik dat Junkster iets te betékenen heeft. Zolang

we het voor elkaar krijgen om bij het publiek gevoelens los te weken, ben ik tevreden. Het gebeurt regelmatig dat er na een concert jonge meisjes op me af komen gestapt om me te vertellen dat ze zich heel erg met een song als 'The Only One' kunnen identificeren. Wanneer een van onze nummers op de radio gedraaid wordt en thuis stopt iemand even met de afwassen om na te denken over wat erin verteld wordt, is mijn doel bereikt, heeft Junkster bestaansrecht."

Stoort het je dat rockgroepen per definitie als entertainers worden beschouwd?

"Neen. Ik ben de mening toegedaan dat mensen een concertticket kopen om zich te amuseren, om een feestje te bouwen. Als we ooit een grote groep worden met een platenverkoop die in de miljoenen loopt, denk ik dat we veel van onze opbrengsten opnieuw in optredens zullen investeren: veel licht, een opvallend decor.... Wanneer U2 voor honderdduizend mensen speelt zorgt die band er ook voor dat mensen achteraan in het stadion nog kunnen zien wat er op het podium gaande is. Wij proberen de stage zodanig in te richten dat het haast een wereld op zichzelf lijkt."

Hoe moeilijk is het om je elke dag opnieuw in te leven in de emoties van een song? Mij lijkt het dat zoiets gauw routine wordt, dat je de nummers op de duur haast op automatische piloot afdreunt.

"Mmm. Dat verschilt van dag tot dag. Soms voel ik me op het podium net als op het moment toen ik de song schreef en dan kost het me helemaal geen moeite om me in de tekst in te leven. 'The Only One' handelt bijvoorbeeld over een dierbare die gestorven is en een tijdje terug heeft een van onze groepsleden zijn beste vriend verloren. Door die ervaring spelen we dat nummer nu een stuk intenser, leggen we er meer gevoel in dan vroeger. Weet je, ik ga graag naar clubs waar ik de beat in mijn buik kan voelen, het is onontbeerlijk dat een song een emotie losweekt. Pas wanneer een nummer me kan doen lachen of huilen, verloopt alles naar wens."

Bart Steenhaut

De titelloze cd van Junkster is verschenen bij RCA/BMG Ariola.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234