Vrijdag 03/12/2021

Het lied van de herinnering

De Duitse theatermaker Raimund Hoghe is geen sant in eigen land. Negentig procent van zijn voorstellingen speelt elders. 'Duitsers willen dat er in hun plaats nagedacht wordt: daar ben ik niet toe bereid,' zegt hij met klem. In België aardt hij wel. Het Brusselse Kaaitheater stelt de komende twee weken een retrospectief van zijn werk voor. Niet de danssolo's die hij voor anderen choreografeerde, wel de performances waarin hijzelf het podium betreedt. Met zijn bochel en zijn 1,52 m. Op het programma staat ook de première van een nieuw stuk: Dialogue with Charlotte, een duet met de Zweedse danseres en actrice Charlotte Engelkes.

Peter Anthonissen

Zoals in 1996 met het werk van de Amerikaanse choreografe Meg Stuart het geval was, voert Kaaitheater met dit retrospectief een inhaalmanoeuvre uit. De naam Raimund Hoghe was tot nu toe immers vooral verbonden met Klapstuk: in het spoor van Johan Reyniers, die begin dit jaar Klapstuk ruilde voor de artistieke leiding (met Agna Smisdom) van Kaaitheater, verhuist ook hij van Leuven naar Brussel.

Op vraag van Reyniers was Hoghe tijdens Klapstuk 95 voor het eerst in België te gast. Daar ook zag ik hem een eerste keer aan het werk. Geen voorstelling heeft me sindsdien zo geraakt als zijn solo Meinwärts toen. Dat was geen toeval. Het stuk bleek niet alleen een requiem voor de 'uitgestotenen' (joden, homoseksuelen, aidspatiënten, gehandicapten), maar voor alle afwezigen, alle 'aflijvigen' tout court. Op een schokkende manier hield het verband met mijn eigen leven. Dag op dag precies negen jaar eerder was mijn moeder overleden - op een paar kilometer afstand van datzelfde theater.

De perceptie van Hoghes werk hangt heel erg van het moment af - en van de persoon die kijkt. Dat blijkt de Duitser beter te beseffen dan wie ook, aan het eind van een twee weken durend verblijf in Brussel waarin hij werkte aan Dialogue with Charlotte: "Wanneer ik Charlotte in een aantal scènes bezig zie, komt er veel op me af, zonder dat ik precies kan zeggen wat of waarom. Mensen maken zich te veel zorgen om de betekenis van een stuk. Ieder kijkt vanuit zijn eigen ervaring: de ene herkent zich erin, de andere niet."

Dat hij zijn producties vanuit zichzelf opbouwt maar er terzelfder tijd maar beperkt deel van wil uitmaken, typeert Hoghe. De twee solo's die hij in de Kaaitheaterstudio's laat zien, zijn zowel zelfportret als politiek statement. In Meinwärts (1994) vergelijkt hij zich - letterlijk en figuurlijk - met de 1,54 m lange joodse tenor Joseph Schmidt, die in 1942, op de vlucht voor het nationaal socialisme, in een Zwitsers interneringskamp om het leven kwam. In Chambre Séparée (1997) vertelt hij zijn eigen verhaal: hoe het was om op te groeien in het Duitsland van de jaren vijftig en zestig. Hoghe geeft zich bloot en verwacht van zijn publiek hetzelfde. Dat ligt niet voor de hand. Nog steeds stuit zijn werk op afwijzende, zelfs vijandige reacties. In Italië nog maakte hij het afgelopen zomer mee dat de helft van de toeschouwers opstond en vertrok. Vraagt hij, met dat soort situaties in het achterhoofd, een bepaalde houding van zijn publiek? "Toeschouwers moeten openstaan voor hun gevoelens en herinneringen. Doen ze dat niet, dan blijven ze beter thuis."

Toch ontkent Hoghe dat hij het podium opgaat vanuit een behoefte tot zelfexpressie. Hij "moet dingen doen", zegt hij: het gevolg daarvan is dat hij op de bühne staat. Hij heeft er ook lang mee gewacht. Geboren in Wuppertal in 1949, was hij aanvankelijk schrijver en journalist. Daarvan uitgaande vroeg choreografe Pïna Bausch hem als dramaturg, een functie die hij op heel eigen wijze van 1980 tot 1990 invulde: "Pina houdt er niet van haar werk te bediscussiëren. Ik droeg foto's, teksten of muziek aan. Bij het samenbrengen van scènes, bij de algemene structuur van haar stukken gaf ik commentaar." Na zijn vertrek bij Bausch choreografeerde hij een aantal solo's voor dansers die met haar hadden gewerkt, zoals Verdi Prati en Geraldo's Solo. Pas in Meinwärts ging hij voor het eerst alleen de bühne op: niet vanzelfsprekend voor iemand wiens lichaam de zichtbare sporen van scoliose of ruggengraatverkromming draagt. De voorstelling begint terwijl Hoghe, in bijna volledige duisternis gehuld, met de rug naar het publiek gekeerd, zit te luisteren naar een langzame versie van Debussy's 'Prélude à l'après-midi d'un faune'. Wat later trekt hij zich aan een trapeze op en wiegt heen en weer op de tonen van Donizetti's aria 'Una furtiva lagrima', gezongen door Joseph Schmidt.

De muziek en de figuur van Schmidt bepaalden zijn aanpak van Meinwärts. Intussen spelen ook andere, meer praktische overwegingen een rol: "Ik werk graag met duisternis. Acteurs en dansers hebben het daar moeilijk mee, zij willen zich tonen." Vier jaar na de eerste voorstelling van Meinwärts is hij kalmer geworden op het podium. Zijn houding tegenover zijn lichaam echter blijft ongewijzigd: "Ik heb intussen meer vertrouwen in het beeld dat mijn lichaam oproept. Maar ik heb nog steeds niet het gevoel dat ik mezelf uitdruk. Het is geen therapie." Eén discussie lijkt alvast geluwd sinds hij België die eerste keer aandeed: die rond victim art, de volgens een aantal critici kwalijke tendens waarbij 'slachtoffers' (op dat moment vooral aidspatiënten) zich op een podium presenteren. "Er is opnieuw een trend naar frisse, energieke, getrainde lichamen," aldus Hoghe. "Pina heeft weer een zeer jong ensemble. Mocht ik Meinwärts opnieuw maken, dan zou het een andere discussie zijn. Maar het stuk blijft relevant." De context waarin een voorstelling speelt, heeft volgens Hoghe dus invloed op de inhoud: "In elk land is de situatie anders. In België denk ik bijvoorbeeld aan Semira Adamu. Ik verwijs daar niet expliciet naar, maar mik op de herinnering van de toeschouwers."

Daarom misschien dat zijn werk in zijn geboorteland op weinig begrip kan rekenen. "Er is de voorbije jaren nogal wat veranderd in Duitsland. Er is minder zekerheid, en dat ligt moeilijk. In mijn werk worden ze daarmee geconfronteerd. Het is ook niet het creatiefste land van het moment. Duitsers willen dat er in hun plaats nagedacht wordt: daar ben ik niet toe bereid."

Ook de vorm van Hoghes werk is on-Duits. Zijn performances bestaan uit een opeenvolging van secuur uitgevoerde rituelen die op twee pijlers berusten: een sobere esthetiek die zowel joods als Japans aandoet, en het overvloedige gebruik van muziek. Het trage tempo dat zijn stukken kenmerkt, is geen uitgangspunt, maar het gevolg van de sacrale manier waarop hij muziek benadert. Scènes duren zo lang als de muziek die hen vergezelt. Een fade-out is bij Hoghe uit den boze: "In een interview met Charles Aznavour las ik dat Edith Piaf hem had verteld dat een lied om één handbeweging vraagt. Die beweging moet zo met dat lied verbonden zijn dat je, telkens als je het hoort, aan die beweging denkt. Daar ben ik zelf naar op zoek: één beweging, één actie per lied. Het is nooit mijn bedoeling geweest de tijd te rekken. Voordeel is dat het publiek zo de mogelijkheid krijgt om gedachten te ontwikkelen."

In de nieuwe voorstelling, Dialogue with Charlotte, weerklinken de in 1973 overleden Amerikaanse crooner Bobby Darin, zijn landgenote Peggy Lee en Chavela Vargas, een levende legende in Mexico. Hoghe houdt van het soort 'toevalligheden' dat hem tijdens het repeteren overvalt. Bijvoorbeeld dat Peggy Lee, pseudoniem voor Norma Delores Egstrom, Zweedse voorouders had: voor Hoghe volgt hier als vanzelf uit dat Lees muziek "bij Charlotte past". De aanwezigheid van Tsjaikovski's Het zwanenmeer houdt dan weer expliciet met Engelkes' verleden verband: "Toen ze klein was, droomde ze ervan om in Het zwanenmeer te dansen, maar daar was ze te groot voor. Nu kan het toch. Dat persoonlijke verhaal maakt het mooi."

Lag de muziek van Joseph Schmidt mee aan de grondslag van Meinwärts, voor Dialogue with Charlotte was Hoghes ontmoeting met Charlotte Engelkes het vertrekpunt. Engelkes was op dat moment zwanger en had net Remote Control verlaten, het gezelschap van de naar Zweden uitgeweken Antwerpenaar Michael Laub. Hoghe had haar nooit aan het werk gezien. Hij maakte er geen punt van: "De persoonlijkheid van iemand is voor mij het belangrijkste. Charlotte en ik zien er heel anders uit. Zij is met haar 1,86 m zeer groot. We hebben erg uiteenlopende lichamen. Het gaat om die twee mensen en hun relatie tot elkaar. Ik vraag Charlotte niet iemand te spelen: dat is een grote stap voor haar. De voorstelling is minder zwaar dan Meinwärts of Chambre Séparée. Scandinavië is open, en Charlotte brengt een zekere lichtheid mee: het zou dus niet eerlijk zijn een donker stuk met haar te maken."

Het decor van Dialogue with Charlotte past in één koffer, gaat op het vliegtuig mee als handbagage. "Ik verkies toneelbeelden die niet overweldigen," aldus Hoghe. "Het beeld van een trapeze op een lege bühne vind ik veel sterker. Ook de kostuums zijn eenvoudig: ik draag altijd hetzelfde." In tegenstelling tot wat hij met de muziek doet, grijpt Hoghe voor zijn toneelbeeld niet terug op vroeger, maar laat hij zich inspireren door hedendaagse voorbeelden: "Abstracte en conceptuele kunst zorgen voor een fijn contrast met de muziek, die concreet is. Al wat op het toneel staat, wordt gebruikt." Ook Japanse invloeden zijn te herkennen: "Absoluut. Maar dat heeft niets met exotisme te maken. Het maakt deel uit van mijn omgeving. In mijn buurt (in Düsseldorf, PA) wonen veel Japanse kinderen." Hoghes volgende productie wordt opnieuw een solo. Een eerste aanzet gaf hij tijdens het werk aan Dialogue with Charlotte. De muziek komt van Monteverdi; mogelijk neemt hij zijn levensverhaal daar weer op waar het in Chambre Séparée eindigde - bij het Eurovisiesongfestival 1967. "Veel zal afhangen van de maatschappelijke thema's die aan de orde zijn. Ik kan niet voorspellen wat er volgend jaar staat te gebeuren. De situatie van de vluchtelingen in Europa is slecht. Er is het probleem van de werkloosheid. Het wordt opnieuw een zware dobber, dat beloof ik."

Raimund Hoghe is met drie producties te gast in de Kaaitheaterstudio's, Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat 81, Brussel, telkens om 20.30: op 10 en 11 november met Meinwärts; op 13 en 14 november met Chambre Séparée; op 19, 20 en 21 november met Dialogue with Charlotte. Op 16 november, eveneens om 20.30 uur, geeft Hoghe commentaar op zijn werk tijdens Soirée Composée. Die avond wordt ook de film Der Buckel getoond die Hoghe over zichzelf maakte. Info en reservaties: tel. 02/201.59.59. Op 1 en 2 december om 20 uur is Hoghe tevens in Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 23, Gent, met Chambre Séparée. Info en reservaties: tel. 09/267.28.28.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234