Zondag 18/04/2021

Het licht in de duisternis

De Verlichting als kraamkamer laat de lezer inzien dat we de verworvenheden uit de zeventiende eeuw niet als evident mogen beschouwen. Zeker niet in tijden van opkomend religieus fanatisme.

Tot de zeventiende eeuw geloofde bijna iedereen in God. Mensen dachten dat niet zijzelf maar hogere mythische machten hun lot in handen hadden. Wie dat in twijfel trok werd door de inquisitie opgepakt, gefolterd en veroordeeld. Het enige wat telde was een onvoorwaardelijk geloof in de Bijbel. En toch stonden in Europa moedige denkers op die hun twijfels over deze dogma's publiekelijk verkondigden en, op gevaar van eigen leven, kritiek leverden. Het was de periode van de Verlichting, die een leidraad vormt voor al wie zich verzet tegen dogmatisme, obscurantisme en irrationaliteit.

Hierover schreef de Nederlandse filosoof Jabik Veenbaas De Verlichting als kraamkamer. Met die titel geeft hij aan dat die periode een omwenteling in het westerse denken veroorzaakte. Zijn verdienste is dat hij tal van Verlichtingsdenkers, ook minder bekende figuren, opnieuw in het daglicht plaatst. Zoals Montesquieu, die met zijn scheiding der machten de basis legde voor onze huidige rechtsstaat. Veenbaas situeert de Verlichting echter al veel vroeger, namelijk bij Spinoza, en terecht. Sommigen beschouwen hem zelfs als de stamvader van de Verlichting. Hij verdedigde al in 1670 de vrijheid van denken en de gewetensvrijheid. "Het doel van de staat is de vrijheid", aldus Spinoza.

Pierre Bayle schokte de goegemeente met zijn uitspraak dat uit de geschiedenis blijkt 'dat atheïsten moreel gezien helemaal niet slechter zijn dan gelovigen', waarbij hij verwees naar het deugdzaam leven van Epicurus en Seneca. Ook hij pleitte voor vrijheid van geloofskeuze. Later verwierp David Hume dan weer de wonderen en profetieën uit de Bijbel, en het bestaan van een onsterfelijke ziel. Nogal bizar omschrijft Veenbaas hem als een grondlegger van het conservatisme, omdat hij hamerde op het belang van gewoonten. Dat is niet correct. De ideeën van Hume waren dermate vernieuwend dat ze de wereldlijke en geestelijke elite in Europa danig stoorden. De stelling van de auteur dat 'het conservatisme niet tegenover de Verlichting staat, maar van meet af aan behoorde tot de bagage van het tijdperk', klopt niet. Veenbaas plaatst de behoedzame Montesquieu tegenover de radicale utopist Rousseau. De vraag is of Rousseau met zijn principe van de algemene wil wel in de Verlichtingstraditie past. Montesquieu in ieder geval wel. Kijk naar alle liberale grondwetten die zijn vooruitstrevende principes centraal hebben geplaatst.

Menselijk gedrag

Dat deed Rousseau niet. 'Heeft hij Robespierres schrikbewind niet van munitie voorzien, door in zijn Du contrat social zo de nadruk te leggen op de ondeelbare volkssoevereiniteit', vraagt Veenbaas zich retorisch af. Ook de Romantiek waarvan Rousseau wel de initiator leek staat haaks op de Verlichting. De Romantiek is dan ook geen voortvloeisel uit de Verlichting maar een reactie tegen de kern van het Verlichtingsdenken, namelijk het zelfbeschikkingsrecht.

Veenbaas beklemtoont dat er tijdens de Verlichting veel scepsis bestond ten aanzien van de rede, maar dat belemmert niet dat juist in deze periode de rede centraal kwam te staan in het denken. Dat zien we ook bij Adam Smiths The Theory of Moral Sentiments waarin hij het menselijk gedrag rationaliseert. Veenbaas geeft wel goed aan dat Smith niet de gewetenloze diehard kapitalist was zoals velen hem voorstellen, maar iemand die het nut van de overheid inzag en opkwam voor verplicht onderwijs en progressieve belastingen.

Vrijheid van meningsuiting, gewetensvrijheid en zelfbeschikking waren belangrijke punten in het denken van veel filosofen van die tijd. Denk aan Gotthold Lessing, die zich afzette tegen de discriminatie van de joden, wat kwaad bloed zette bij de kerkelijke vertegenwoordigers. Mary Wollstonecraft stond met haar boek A Vindication of the Rights of Woman aan de wieg van de strijd voor vrouwenrechten. En Condorcet die moedig vocht tegen onderdrukking. Godsdienst zag hij als de grootste hinderpaal voor de menselijke vooruitgang.

Eigenaardig genoeg besteedt Veenbaas geen aandacht aan radicale Verlichters zoals Diderot en d'Holbach die nochtans bijzonder moedig waren. En helemaal afwezig is Césare Beccaria die met zijn boek Dei deletti e delle pene zorgde voor een omwenteling in het strafrecht. Wel positief is de aandacht aan Thomas Paine, de vergeten founding father van de VS. Misschien was hij wel de meest vooruitziende. Hij keerde zich vroeg tegen de slavernij, tegen erfopvolging, voor vrouwenrechten, voor gratis onderwijs en kinderbijslag, voor progressieve belastingen en een taks op erfenissen. Maar zijn belangrijkste bijdrage vormt Rights of Man, waarin hij als eerste het principe van mensenrechten verkondigde en daarmee vooruitliep op de latere Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De Verlichting als kraamkamer is een nuttig boek. Het doet ons inzien dat tal van rechten en vrijheden die we vandaag zo evident vinden, met bloed, zweet en tranen werden afgedwongen door moedige mensen. Het boek vormt een tegengif voor al wie nu zo onverschillig en relativistisch omgaat met die verworvenheden. Zeker in deze tijden van opkomend religieus fanatisme en wereldpopulisme biedt dit boek wat licht in de duisternis.

Jabik Veenbaas, De Verlichting als kraamkamer, Nieuw Amsterdam, 288 p., 19,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234