Vrijdag 17/09/2021

Het levenslied literair

Huilen is voor jou te laat, ik kom niet meer." Onsterfelijke regels, geschreven door Pierre Kartner en in 1970 gezongen door Corry en de Rekels. Ik weet wel dat het niet de meest gelaagde verzen uit de Nederlandse tekstgeschiedenis zijn, maar met de melodie erbij klinken ze onweerstaanbaar: "Wacht maar niet op mij, het is de laatste keer."

In 1999 overleed Johan Diepstraten, 48 jaar jong, dichter, literair journalist, en ooit de enthousiaste redacteur van het literair magazine Bzzlletin. Diepstraten raakte in de jaren zeventig op slag verliefd op het zangeresje en voormalig kapstertje Corry Konings. Maar hoeveel verzen hij ook schreef, zij koos voor een ander, niet voor de dichter Diepstraten. Op zijn begrafenis zongen zijn vrienden in zijn naam de onsterfelijke strofe:

Alles wat ik had gaf ik aan jou alleen Maar je ging toch steeds weer naar die ander heen Nooit kom ik nog terug bij jou zoals weleer Huilen is nu voor jou te laat, nee ik kom niet meer

Lucebert dichtte: "het lied heeft het eeuwige leven", - het staat gegraveerd in een klok van het Amsterdamse Rijksmuseum en ik moest er aan denken tijdens het lezen van Vic van de Reijt's Top-100 van Nederlandstalige singles (Nijgh & Van Ditmar), waarin ik onder meer de anekdote over Diepstraten aantrof. Uitgever Vic van de Reijt publiceerde al eerder succesrijke verzamelingen met liedjesteksten - Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben - en stelde op verzoek van Het Parool zijn top-100 op van singletjes. In het boek staan ze gebundeld, met teksten en afbeeldingen van de originele hoesjes erbij, en van deskundig en soms ironisch commentaar voorzien. Onvervalste smartlappen naast luisterliedjes, carnavalschlagers naast Nederlandstalige rock, André Hazes en Drs. P, 'Op een mooie Pinksterdag' naast 'Het land van Maas en Waal', 'Oerend hard' naast 'Ik voel me zo verdomd alleen'. Op nummer 1 staat een onvermijdelijke klassieker ('Aan de Amsterdamse grachten'), op 100 een b-kantje uit 1966 van Conny van den Bos (toen was de naam nog niet aaneengeschreven), 'Ik ben gelukkig zonder jou', dat later zowaar een feministisch lijflied werd. De muziek was van Peter Koelewijn, die door samensteller Van de Reijt "de godfather van de Nederlandse rock-'n roll" wordt genoemd. Naar aanleiding van 'Marijke' schrijft hij bijvoorbeeld: "En dit alles in 1960, twee jaar vóór The Beatles. Onthulling: Peter Koelewijn is de tweede man links op dat zebrapad." Elders is hij kritischer; over 'Blauw' van The Scene schrijft hij: "Opzwepende muziek en onbegrijpelijke tekst, zoals gebruikelijk in de vaderlandse rock-'n-roll. 'Ik heb vannacht gedronken en gezien,' zingt Thé Lau ter verklaring." Bij het boek zit een gratis bonus-cd, waarop de toptwintig-keuze van de lezers van Het Parool.

Terug naar de literatuur, naar Lucebert bijvoorbeeld, de keizer van de Vijftigers, die in 1969 een heuse smartlap, 'De soldatenmoeder', schreef voor de Zangeres zonder Naam. Met politieke verwijzingen, zoals blijkt uit het citaat: "soldatenmoeder was zij, nu een lichtekooi / Als Amerikaanse moet ze nu wel haten / Maar geeft zich toch aan de Vietcong-soldaten / O mensen, dit deden de Roden uit Hanoi".

Nog meer literaire curiosa in de singlecollectie van Vic van de Reijt. Zo bijvoorbeeld 'De flipstand' van Jan Cremer, uit 1966, waarbij smartlappenkoning Johnny Hoes tekende voor de muziek. Een van de parlando-strofen luidde: "He, ik was laatst in Parijs bij De Gaulle / Hij zei tegen mij: Ja, la France, c'est moi / Ik zeg: Charles, moet je effe goed luisteren jongen / Le Flipstand, c'est moi!" Het werd niet de verhoopte onverbiddelijke bestseller, ook al omdat het plaatje geboycot werd. Over parlando in het levenslied merkt Vic van de Reijt elders, over een lied van André Hazes, op: "Liedjes met gesproken tekst in het midden kunnen niet slecht zijn." Een onmiskenbare kenner van het pathetische genre, zoveel is duidelijk.

Opmerkelijk hoog in zijn hitlijst staat 'Adieu café' van Herman van Veen, een b-kantje - "De meisjes waren gek van de a-kant 'Suzanne'" - met een tekst van Willem Wilmink, over de nieuwe wet voor caféhouders: "En mensen, ook al biggelt / er een traan over Carmiggelt / De wet, de wet heeft recht gedaan / dus die cafeetjes gaan eraan."

Over de relatie tussen het lichte lied en de literatuur zou een aardige bloemlezing gemaakt kunnen worden. Met bijvoorbeeld, naast de door Van de Reijt vermelde voorbeelden, ook een vermelding voor Gerrit Komrij, die de tekst schreef van 'De kinderballade' van Boudewijn de Groot. Verder herinner ik me dat Van Veen een gedicht van Carmiggelt op plaat zette, dat Liesbeth List teksten van Cees Nooteboom en Hugo Claus zong, en dat Herman de Coninck enkele liedjes schreef voor Leen Persyn. Met dichter Coenraed de Waele maakte Johan Verminnen teksten, die echter niet het niveau haalden van 'Bar Tropical', op tekst van Frank de Crits.

Een speciaal hoofdstuk kan worden gewijd aan Lennaert Nijgh, volgens Vic van de Reijt samen met Boudewijn de Groot "de Lennon en Mc Cartney van het Nederlandse lied". In veel liedjes verwijst Nijgh expliciet naar literatuur - "en ik zucht met Van het Reve: 't is weer niets dan narigheid" in 'Lied voor een kind dat bang is in het donker' - en in 'Zonder vrienden kan ik niet' verborg hij het geslaagdste acrostichon uit de Nederlandse poëzie. Dat zal hopelijk blijken uit het tekstboek van Lennaert Nijgh dat dit najaar verschijnt bij Vic van de Reijts uitgeverij. Opmerkelijk is dan ook het foutje dat achterin Vic van de Reijt's top-100 staat. Na zijn eigen hitlijst volgen nog meer lijstjes, onder meer de toptien van Frits Spits. Daarin staat 'Een wonderkind van vijftig', volgens Spits het levensverhaal van Boudewijn de Groot, "met een gezonde dosis ironie en zelfkennis". De tekst van Lennaert Nijgh gaat echter helemaal niet over de zanger, maar over de dichter Halbo C. Kool, die in 1968 zelfmoord pleegde. Bij zijn debuut in 1930 werd Kool een wonderkind genoemd, de beginregels van het lied luiden: "Toen hij in de jaren dertig debuteerde, een bleek Titaantje in een veel te wijde broek." Vreemd dat ook iemand, Frits Spits, die beweert van aansprekende teksten te houden, zo slordig luistert.

Met samensteller Vic van de Reijt verschil ik verder alleen van mening over Pierre Kartner, niet toevallig ook de dichter van 'Huilen is voor jou te laat'. "De onnozele tekst," beweert Van de Reijt over de onvolprezen smartlapklassieker van Vader Abraham, ''t Kleine café aan de haven'. Terwijl het pure poëzie is, met gedurfde metaforen - "De neonreclame die knipoogt langs ramen" - vermeende tegenstellingen en binnenrijmen: "Een mens is daar mens, rijk of arm - 't is daar warm / Geen monsieur of madame maar wc / maar het glas is gespoeld in het helderste water / Ja, het is daar een heel goed café." Let bijvoorbeeld op de originele associaties, naast het taalgrapje, in de laatste strofe, die zoals het hoort het kneuterige in ons volop naar boven brengt: "De wereldproblemen die zijn tussen twee / glazen bier opgelost voor altijd / Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening / of je staat in het krijt / Het enige wat je aan eten kunt krijgen / dat is daar een hardgekookt ei / De mensen die zijn daar gelukkig, gewoon / ja, de mensen die zijn daar nog blij."

En nu, met zijn allen, het refrein!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234