Dinsdag 10/12/2019

Het leven zoals het is in een sprookje van

Het gemiddelde maandloon bedraagt 15 dollar, om een beetje fatsoenlijk te kunnen leven heeft een gezin met twee kinderen 100 dollar nodig

Oezbekistan

Als boven de lemen stadswallen van de woestijnstad Khiva de gouden en turkooizen koepels en de met tegels geborduurde minaretten verrijzen, hap ik naar adem. Khiva, Buchara, Samarkand...: dit zijn ze dan, de legendarische parels van de al even legendarische Zijderoute, en ze zijn nog mooier dan in mijn mooiste droom. Hoe moeilijk leven het is in een sprookje van duizend-en-een-nacht, vertelde die droom er nooit bij. Ondanks zijn rijke erfenis kan Oezbekistan, geklemd tussen sovjetverleden en moslimfundamentalisme, zijn prille vrijheid niet betalen. Al lachen de vrouwen er letterlijk met duizend gouden tanden.

Onder het vliegtuig glijden eindeloze steppen voorbij. Hier draafden de miljoenen paarden waarvan gezegd werd dat ze bloed zweetten. De Chinezen betaalden ervoor met zijde en niet lang daarna zwichtte Rome voor deze haast doorschijnende stof: de Zijderoute was geboren.

Het keizerrijk van de nomaden werd het doorgeefluik van goederen en godsdiensten. Hier werden zowel wapens als culturen gekruist: zijn prachtigste bouwwerken dankt Oezbekistan aan de kunstenaars en ambachtslui die Timoer Lenk in de 14de eeuw meebracht van zijn veroveringstochten. Rustig is het in deze streken nooit geweest: Ghenghis Khan raasde er slachtend en plunderend doorheen, de gezant van de Russische tsaar werd een kopje kleiner gemaakt, Stalin sloeg het verzet van de boeren plat door ze te deporteren naar Siberië. Nee, dan wij mogen niet klagen. Wij worden niet, zoals de heidenen destijds, van de hoogste minaret naar beneden gegooid. Integendeel, ons worden bij 40 graden Celsius gigantische bontmutsen en dikke zelfgehaakte sokken aangeboden. Wij krijgen een ontbijt voorgeschoteld van kefir, noten en rozijnen, kersen en abrikozen, pannenkoeken en ronde platte broden. En we leren loungen op z'n Oezbeeks: groene of zwarte thee slurpen, zittend of liggend op grote bedden, waarop kleine tafeltjes worden gezet. Overal langs de weg vind je zulke chaikana's (theehuizen) waar in hoofdzaak mannen de uren wegkletsen, maar ook elk pension en zelfs elk huis heeft zo zijn luie hoekje, bij voorkeur op de binnenkoer en overschaduwd door wijnranken.

Khiva is door de Russen gerestaureerd tot een soort Bokrijk: gered van het verval, maar beroofd van het leven. Wij dwalen tussen de 218 gesculpteerde houten zuilen van de Juma Moskee, flaneren in de rijkelijke harem van het Tosh-Khovli-paleis. Maar de Oezbeken richten hun schreden naar elders: wenend, gebeden prevelend, knielen ze voor het graf van Pahlavon Mohammed, dichter-worstelaar en patroonheilige van de stad. Bankbiljetten worden door het hek gestoken, wat van het budget overblijft wordt aan de voorbidder geofferd, in ruil voor een homp gezegend brood.

Godsdienstbeoefening was hier toch aan banden gelegd? Opium voor het volk en een bedreiging voor het regime: de communisten hadden het er nooit erg op begrepen. Maar laat nu uitgerekend de talloze moskees en koranscholen, met hun weelde aan mozaïeken en majolica, de grootste architectuurschatten zijn van het land. Bijgevolg mag, ten behoeve van het toerisme, de commerce wat de godsdienst niet mag: nissen van madrasa's (islamitische hogeschoolcomplexen) zijn vertimmerd tot souvenirwinkeltjes, binnenkoeren tot openluchtrestaurants.

Eén voordeel hebben monumenten op non-actief: ze laten zich in alle rust en stilte verkennen, ook al omdat toeristen zo schaars zijn. In de Kalyanmoskee van Buchara zit ik een uur lang moederziel alleen op de binnenplaats onder de moerbeiboom en kijk door de poort heen naar het bedwelmende portaal aan de overkant, geschraagd door minaretten en hemelsblauwe koepels. Zelfs het Registan van Samarkand - een majestueus plein, omgeven door drie statige madrasa's en een van de meest indrukwekkende complexen van Centraal-Azië - is een oase in volle stadscentrum.

Als er zoiets bestaat als een snelcursus zen, dan kun je die volgen op deze pleinen en binnenkoeren. Overdonderd door de weelde van turkoois en blauw, aangezogen door de steeds wisselende geometrische patronen. Al heeft hier en daar iemand het verbod op het afbeelden van levende wezens met voeten getreden. Plotseling ontdek je bloemranken, een koppel pauwen, twee brullende leeuwen...

En altijd weer die lucht van puur azuur. Bij zonsondergang kleuren de laatste stralen de aarde okergeel en terracotta. Gevels lichten op en miljoenen mozaïeken fonkelen: plotseling zijn de gebouwen van zuiver goud. Toen Marco Polo bij zijn terugkeer in Venetië dit soort verhalen vertelde, wilde niemand hem geloven.

Maar dan het leven in dit hemelse decor. Sedert Oezbekistan zich in 1991 van de Sovjetunie afscheurde, is het levenspeil met de helft gedaald en werd 40 procent van de mannen werkloos. Het gemiddelde maandloon bedraagt 15 dollar, om een beetje fatsoenlijk te kunnen leven heeft een gezin met twee kinderen 100 dollar nodig.

Kinderen klampen je aan: kom je bij ons eten, vanavond? Geen invitatie, maar een mooie bijverdienste voor moeder de vrouw. In de beste kamer staat de tafel gedekt met wat de lokale keuken - weinig gevarieerd maar wel lekker - zoal te bieden heeft: sla (tomaat en komkommer), laghman (soep met noedels), plov (met uien gebakken rijst), soms ook spiesjes met schapenvlees.

Sommigen hebben er wat anders op gevonden: om de haverklap wordt ons busje ter controle tegengehouden door milities. Een ontoegankelijke bergpas gaat als bij wonder open nadat de chauffeur tussen zijn rijbewijs een stapeltje bankbiljetten heeft geschoven.

Dit mineraalwater bevat geen benzeen: niet op alle flessen staat het trots vermeld. Maar te kiezen valt er niet: het leidingwater is ondrinkbaar en heeft in de uitgeleefde sovjethotels bovendien glijdende werkuren - als er al iets uit de kraan komt. Net wat je nodig hebt, bij tropische temperaturen en een dieet dat de darmflora zwaar op de proef stelt. Maar het allergevaarlijkst is gewoon over straat lopen: overal gapen metersdiepe putten, omdat riooldeksels worden gestolen en doorverkocht.

"Nergens worden de Russen zo gehaat als hier", klinkt het meermaals. Na de onafhankelijkheid is de Russische intelligentsia het land ontvlucht; wat overblijft, voelt zich scheef bekeken en kijkt scheef terug. Onze chauffeur, zelf een Rus, weigert halt te houden aan Oezbeekse restaurants - alleen maar een kwestie van taal? Het volstaat niet om het standbeeld van Lenin te vervangen door dat van een Oezbeeks sterrenkundige om het verleden uit te wissen. Fergana oogt als een klein Sint-Petersburg en in de hoofdstad Tashkent doet de jeugd er alles aan om de nouveaux riches uit Moskou te imiteren. House schalt uit de luidsprekers als ze door de kermisstraat defileert die - what's in a name? - Broadway heet. Meisjes, zwaar geblanket en op plateauschoenen, in minuscule topjes en krappe piratenbroeken. Spannend, in meer dan een opzicht.

Verderop in het land ligt de Ferganavallei. Dit vruchtbare hart van Oezbekistan, waar een derde van de bevolking woont, heeft zich grotendeels weten te onttrekken aan de Russische invloed. Hier knopen vrouwen gebloemde sjaals op hun hoofd, dragen ze wijde gebloemde jurken over weer anders gebloemde broeken. In rijen staan ze te kakelen in de openluchtbazaars, achter stapels komkommers en tomaten, manden kersen en aardbeien, kwakken kaas en bergen kruiden. Sterke vrouwen zijn het, met matte roodbruine gezichten en verrassend lichtgrijze ogen. Hun weke echtgenoten, onveranderlijk in licht hemd en donkere broek, verbleken erbij. Als je er al eens een man opvalt, dan is het zo'n verweerde tachtigjarige kefirslurper. Zwarte jas, zwarte muts, lederen laarzen.

De moëddzin mag hier nog steeds niet zingen, maar de moskees worden aarzelend weer opengesteld. In de vijver voor het paleis van de laatste khan in Kokand plonzen honderden poedelnaakte jongetjes. Tussen de besneden piemeltjes, hier en daar een meisje. Gekleed van kop tot teen.

Een tiener toont ons de videoclip van hit nummer één, Asrasin van Yulduz Abdullaeva. De romantiek is even zeemzoet als de politieke boodschap gewelddadig is. In tranen neemt een mooie jonge vrouw afscheid van haar soldaat. Waarna die zich in je reinste Apocalypse Now-stijl voorbereidt op zijn missie: battledress, netje over de haren, zwarte oorlogsstrepen op het gezicht, en dan maar bengelen onder een helikopter. Doelwit is een Taliban-kamp - kijk daar heb je ze al: tulbanden, lange jurken, vervaarlijk draaiende ogen. Kelen worden overgesneden, met bijlen wordt op buiken ingehakt, vuisten noch botten worden gespaard. Even ziet het er beroerd uit voor onze beurs geslagen held, maar één blik op de foto van zijn geliefde geeft hem de kracht om te ontsnappen. Kung fu op z'n Oezbeeks.

Een krant, enkele dagen later. President Karimov is bij zijn Russiche collega en vroegere aartsvijand een knieval gaan maken, in de hoop op militaire steun. Zijn leger is uitgehongerd en gedemotiveerd. Deze zomer worden fundamentalistsche invallen verwacht.

In het fraaie theater van Tashkent gaan we kijken naar een Oezbeekse opera. Tickets kosten niet eens 100 frank, ook als er Gisèle wordt gedanst en de zaal nokvol zit. Vandaag is dat even anders: twintig lokale fans, een handvol toeristen - onder wie een Engels echtpaar met twee jongetjes die tijdens de intermezzo's Harry Potter lezen - en een bataljon soldaten in camouflagepakken die hier wellicht op strafkamp zijn. Prinses kan niet trouwen met prins, wegens beloofd aan andere prins. Afgaand op de Perzisch geïnspireerde decors speelt het verhaal zich af in de hoogdagen van de khans. Bezoeken van het ene hof aan het andere wisselen elkaar af in razend tempo. Figuranten verdringen zich op de scène: kan kunst de werkloosheid redden? Nu en dan zwaait een arm van tussen de coulissen, het gekletter op het zijbalkon blijkt een volgspot die beverig zijn doelwit zoekt, de zogenaamd ontblote benen van de prins zijn gehuld in een oudroze slabberbroek.

Zo wordt in Oezbekistan vandaag het roemrijke verleden naverteld: zelden had een operavoorstelling een zo hoog werkelijkheidsgehalte.

Ingrid Vander Veken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234