Zondag 28/11/2021

Het leven zoals het is: Het front

Benghazi, 7 april. Het regent en dat maakt de stad nog deprimerender dan ze is. Het vuil stapelt zich op tussen de grijze woonwijken. De verkeerslichten doen het niet meer, en dus zijn er overal files. Na zonsondergang zie je niemand meer op straat. Regelmatig hoor je iemand zijn AK47 leegschieten. Voorheen gebeurde dat wel eens uit vreugde, nu vooral uit frustratie.

De mensen doen hun best om optimistisch te blijven, maar iedereen weet dat de rebellen al meer dan een week geen vooruitgang meer boeken aan het front. Misurata blijft een belegerde stad en het Westen doet weinig of niets meer om de situatie te verbeteren. Vandaag bleek een NAVO-luchtaanval nog maar eens het verkeerde doel geraakt te hebben. Dertien rebellen werden gedood op de weg tussen Brega en Ajdabiya, er zijn tientallen zwaargewonden. De weinige journalisten die het aandurfden om het front in Brega te verslaan, keren één na één terug naar Benghazi. Waarom elke dag weer je leven op het spel zetten als steeds vaker de vraag door je hoofd spookt of er eigenlijk ergens nog wel iemand geïnteresseerd is in dit uitzichtloze verhaal?

VREUGDESCHOTEN

De troepen van Kadhafi hadden zich teruggetrokken in Ajdabya en daar was nu de nieuwe frontlijn, ongeveer 200 kilometer ten westen van Benghazi. Toen ook daar de tanks van de kolonel aan flarden werden geschoten, konden we voorzichtig de stad binnen rijden. Ajdabiya was een spookstad: geen levende ziel te bekennen. Er waren nog vuurgevechten te horen aan de westelijke kant van de stad en dus besloten we eerst het ziekenhuis in het oostelijke deel te bezoeken. Binnen was er niemand te zien, tot ineens een arts uit een klein kamertje kwam gekropen. “Zijn ze weg?”

“Het was verschrikkelijk”, vertelde hij. “Ze zijn twee keer binnengevallen met lijsten van personen die ze zochten.” Hij toonde ons het lege ziekenhuis en de couveuse met een tijdens de belegering geboren baby in. “Het was een keizersnede, zonder verdoving”, stamelde de arts.

We reden verder door de stad, waar de machinegeweren steeds luider klonken. Voorzichtig reden we door de kleine straatjes tot we op de centrale rotonde kwamen, waar een vijftigtal rebellen hun overwinning aan het vieren waren met schoten in de lucht. Sommigen gooiden met handgranaten. “Kadhafi is weg! We gaan nu naar Sirt.”

De geboortestad van de kolonel ligt wel nog 600 kilometer verder, en dus besloten we een plek voor de nacht te zoeken. Uit het niets kwam Nuri opduiken, een charmante leraar Engels. Hij stelde ons voor om in zijn huis te slapen. Hij had zelfs een generator, want de hele stad zat nog maar eens zonder elektriciteit. We werkten als gekken om onze deadlines te halen, Nuri keerde terug met matrassen en dekens. Hij verontschuldigde zich omdat er niets te eten was. We behielpen ons opnieuw met beschuitjes van La Vache Qui Rit, én de fles single malt (die altijd goed moet worden verborgen).

Onze korte slaap werd abrupt onderbroken door het geknal van kalasjnikovs in de straat, deze keer gewoon om te vieren dat de elektriciteit weer werkte. Later die ochtend stormde Nuri uitgelaten onze kamer binnen met het bericht dat de rebellen Brega al hadden ingenomen en nu op weg waren naar Ras Lanuf. Dat is de plek waar we drie weken geleden nog hun vreselijke nederlaag hadden gefilmd. We pakten alles snel in en reden spoorslags weer westwaarts.

Aan de poort van de stad telden we een tiental uitgebrande tanks van Kadhafi. De coalitie mikt nu en dan ook eens raak. Overal zagen we blijde gezichten van Libiërs, die zich verdrongen om samen met de smeulende pantsers op de foto te staan. Iedereen was er nu wel zeker van: het ging gebeuren. De volgende stap was Sirt en dan Tripoli! We keken elkaar vol ongeloof aan. Wat nu? We konden de rebellen gerust volgen als we dat wilden, maar waar gingen we ons kamp opslaan? We besloten toch maar aan te sluiten bij het konvooi van pick-ups volgeladen met revolutionairen en machinegeweren. Bij onze aankomst in Ras Lanuf troffen we onze collega’s van Channel 4. Ze hadden een huis gevonden voor de nacht, perfect!

We reden meteen door naar de frontlijn, die zich nu al voorbij Bin Jawad bevond. Daar begon onbekend terrein. Nooit waren de rebellen zo ver geraakt, de spanning was te snijden. We hoorden de bombardementen in de verte en zagen de eerste rookpluimen. Een scéne die de volgende twee weken dagelijkse kost bleek te gaan worden. We hoorden het gierende geluid van artilleriegranaten boven ons hoofd. Iedereen dook op de grond, maar als cameraman hoor je te blijven staan en beelden te draaien. Een granaat ontplofte met een meters hoge vlam op nog geen 100 meter van ons. Er was totale paniek, de auto’s stoven terug in de andere richting. Drie rebellen sprongen in onze wagen, met de deuren open reden we tegen meer dan 100 kilometer per uur richting Bin Jawad. Ik zag door de achterruit bommen rondom ons ontploffen. We hielden halt in het centrum van Bin Jawad, ongeveer 20 kilometer verder. Vluchtende wagens deden een enorme gele stofwolk van woestijnzand ontstaan onder de groene poort van het dorp. Nog geen half uur later vielen ook daar Kadhafi’s eerste granaten. De rebellen probeerden nog wanhopig een aantal raketten af te vuren - zonder veel resultaat - en sloegen opnieuw op de vlucht.

Dromen van dat ene beeld

Ons huis in Ras Lanuf was nu geen optie meer, het was duidelijk nog maar een kwestie van uren voor Kadhafi’s soldaten Bin Jawad zouden heroveren. Dus toch maar weer naar Ajdabiya, de plek waar we twee dagen eerder waren vertrokken. Gelukkig was het hotel daar opnieuw open, zodat we iets fatsoenlijks konden eten. En er was nog whisky.

Het werd alleen deprimerender. De nieuwe frontlijn was nu Brega, want zoals verwacht viel ook Ras Lanuf de volgende dag. Een week lang vertrokken we elke ochtend naar het front, waar de rebellen - studenten, mecaniciens, leraren en haarkappers - het met hun lichte wapens moesten opnemen tegen een professioneel leger met raketten en artillerie. Telkens weer liepen ze met dezelfde strijdvaardigheid in dezelfde val. Kadhafi’s leger had zich ingegraven rond Brega en liet de rebellen rustig komen, waarna elke dag een herhaling werd van de vorige. Eerst vielen er een paar bommen aan het front, waarna iedereen op de vlucht sloeg. De artillerieaanval werd meteen een paar kilometer bijgesteld zodat de bommen opeens overal neerploften, en je geen kant meer op leek te kunnen.

De rebellen stelden zich vragen over het uitblijven van luchtsteun. Aan het front werd nu pijnlijk duidelijk dat er niet echt een manier bestaat om Kadhafi’s leger aan te vallen en te garanderen dat er geen burgerslachtoffers zijn. Zolang hij ingegraven bleef, waren de doelwitten moeillijk te herkennen. Dat bleek toen de eerste fout werd gemaakt. Vijf wagens van de rebellen werden per vergissing gebombardeerd en er vielen minstens tien doden. De rebellen kwamen geen meter meer vooruit en Kadhafi had niet de intentie om Ajdabiya nog eens aan te vallen. Want dat zou het licht op groen zetten voor een nieuwe NAVO-luchtaanval.

Terug in ons hotel vroegen de bange Filippijnse obers die als gastarbeider in de keuken werken of ze onze satelliettelefoon mochten gebruiken. Al weken hadden ze geen contact met hun familie gehad. De weinige journalisten die hier nog logeerden, zagen er elke dag bleker uit. Sommigen zijn nog jonge freelancers. Ze leven op goedkope broodjes, want geld voor het restaurant hebben ze niet. Een Spaanse fotograaf vertelde dat hij heel nipt uit de kosten kwam, maar wel elke dag gigantische risico’s bleef nemen om dat ene beeld te schieten dat hem op slag wereldberoemd zou maken. Gisteren begonnen Kadhafi’s bommen toch weer dichter bij de stad te vallen, en opnieuw moesten alle families op de vlucht - nu naar Benghazi.

Ook wij zijn teruggekeerd. Het verhaal dat op 17 februari zo bemoedigend leek, blijkt nu af te stevenen op een internationale diplomatieke nachtmerrie. En ergens in Tripoli zit een heerschap grijnzend toe te kijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234