Zaterdag 17/04/2021

Het leven na Londen

Hoe zou het nog zijn met Evi Van Acker, Hans Van Alphen, Charline Van Snick en Lionel Cox? De Spelen zijn voorbij, ook voor zij die er (bijna) een medaille wonnen. Ze banen zich een weg in een leven zonder olympisch doel.

HANS VAN ALPHEN

'Bizarre voorstellen van rare vrouwen'

"Ik zit in een rustperiode", zegt Hans Van Alphen. In de comfortabele livingzetel in Alken ben je geneigd hem gelijk te geven. Van Alphen twittert nu al enige tijd over zijn bezigheden. Impressies over tuinieren en over het installeren van een keukenkraan. Hij praat er graag over, omdat het dan niet over Londen hoeft te gaan. "Als je zo'n keukenkraan installeert", zegt Van Alphen, "dan doe je precies alles verkeerd wat je verkeerd kan doen. Blauw warm en rood koud, zo'n dingen. Moest ik dat hele ding opnieuw losmaken. Nu heb ik wel wat kracht in de armen, mag ik zeggen, maar toch. Hier in de straat is er een winkel die gelukkig de juiste tang had."

Wat een geluk, inderdaad. Maar dan toch maar even Londen laten vallen. Van Alphen: "Of mijn leven nu anders is? Valt wel mee. De buitenwereld heeft mij ontdekt. Mensen herkennen mij, wat vroeger nooit gebeurde. Neem die winkel van de keukenkranen. Ik kom binnen en die mens weet wie ik ben. Dat voel je, aan de vriendelijkheid en zo. Ik mocht die tang gewoon meenemen. 'Breng maar terug als je klaar bent.' Misschien had ik ze anders moeten huren. Dat soort dingen is wel handig."

Dat soort dingen maakt het verschil tussen het leven voor en na de vierde plaats in de olympische tienkamp. Veel meer is het blijkbaar niet. "Ik word meer gesolliciteerd", zegt Van Alphen. "Huldigingen, lezingen, actes de présence, fotoshoots. En op Facebook zijn er bizarre voorstellen van rare vrouwen. Vage hints om eens af te spreken. Je denkt: 'ha, en wie bent u?' Voor alle duidelijkheid: de meeste uitnodigingen gaan om sport."

Maar hoe is dat nu, een atleet na de Olympische Spelen? Valt die niet in een gat? Stelt die zich geen vragen over zingeving? Ligt die niet in de knoop met zichzelf? Vraagt die zich 's ochtends niet af waarom hij in hemelsnaam uit bed zou stappen? "Goh", zucht Van Alphen. "De Spelen zijn natuurlijk wel iets waar je lang naar toewerkt. Vijf jaar geleden al heb ik gezegd dat ik top vijf wilde halen in Londen. Dat waarmaken geeft veel voldoening. Soms overvalt het me: 'Ik heb het toch maar mooi gedaan.' En ja: ik heb me wel eens afgevraagd: 'Wat nu?' Maar er is weinig tijd voor overpeinzingen. Na Londen was er midden september al de wedstrijd in Talence (die Van Alphen won, JPDV) Vooraf dacht ik: ga ik me wel kunnen opladen voor de trainingen? Wel, het was niet zoals Londen, maar het viel goed mee."

"Ik heb sindsdien drie weken gerust, en dat voel je. De tonus op mijn spieren verslapt. De eerste krachttrainingen volgende week (week van 3 oktober, JPDV) gaan pijn doen, maar ik kijk er ook wel naar uit. Ik wil graag alternatief beginnen: squashen en fietsen, weg van de piste."

"Wat wel anders is: na een groot kampioenschap, zeker als het goed was, speel je de film opnieuw af. Maar bij de Spelen gebeurt dat niet. Natuurlijk zijn er momenten die terugkomen. Die worp van Leonel Suarez, toen het brons weg was. Maar ik doe het minder dan anders. Misschien omdat ik er zoveel over moet praten, misschien is dat mijn manier om het te ventileren."

Zou het kunnen dat hij voor altijd vereenzelvigd wordt met die vierde plaats van Londen? Dat hij er eeuwig over moet praten? Als hij stopt met atletiek, als de spelen ooit nog eens doorgaan in Londen, als België opnieuw een jonge tienkamper heeft: altijd weer Hans van Alphen over de vierde plaats van Londen 2012. Van Alphen: "Dat heb ik mij al vaak afgevraagd: hoe ik daar ga op terugkijken over zoveel jaar. De kleine nuances gaan vervagen, alles zal herleid worden tot die paar grote momenten. Maar ik hoop echt dat ik niet iemand word die eeuwig over atletiek praat. Zo ken ik er wel een paar. Maar er is meer in het leven. Ik wil meer zijn dan Hans Van Alphen, de man die ooit vierde was op de tienkamp van Londen 2012."

LIONEL COX

'Ik zal niet met een Porsche in een tankstation rijden'

Lionel Cox, winnaar van olympisch zilver, ontvangt ons op kantoor. In de 'City Center Offices', Boulevard du Jardin Botanique, waar hij werkzaam is op de dienst arbeidsinspectie. Het interieur doet heel hard aan 'Het Eiland' denken: de ene clean desk naast de andere, met alleen het hoogst noodzakelijke binnen handbereik: perforator, stempel, nietjesmachine, meetlat.

Het is de dagelijkse microcosmos van Cox: je ziet dat hij er zich thuis voelt. Veel meer dan in de grootsheid van de London Olympics. Hij vertelt geanimeerd, met humor. Cox: "Fundamenteel is mijn leven niet veranderd. Ik ben opnieuw aan het werk, om maar een voorbeeld te geven. Maar helemaal hetzelfde zal het nooit meer zijn."

Aan de muur van het kantoor hangen krantenknipsels over zijn prestaties op de Spelen. Voelt hij dat de collega's anders naar hem kijken? "Bwa, misschien dat mensen zich nu realiseren dat ik meer doe dan 'pang pang pang' in het weekend. Ik ben een topsporter, tussen haakjes dan. Voorheen wisten ze dat hier niet echt: ik ben er de man niet naar om zoiets van de daken te schreeuwen. Maar een echte ster? Neen. Ik ben geen Jonathan Legaer: ik kan niet met een Porsche in een tankstation rijden. Daar heb ik de financiële middelen niet voor. Mijn salaris is hier hetzelfde als voor Londen."

Karabijnschieten maakt niet rijk. Ook niet als je olympisch zilver wint. "Ja, ik heb een premie gekregen. (30.000 euro, JPDV) maar dat was een bruto bedrag. Als je aan schieten doet, moet je aanvaarden dat het geld zal kosten. Ik heb er meer geld in geïnvesteerd dan eender wie kan begrijpen. Op het absurde af. Geld dat andere mensen besteden aan mooie auto's, geef ik uit aan mooie karabijnen. Schieten is mijn hobby en mijn plezier zit in het feit dat ik het goed doe. Zoeken naar een betere techniek, naar betere munitie, naar een betere karabijn. Schieten is eeuwig zoeken en dat spreekt me aan."

"Londen is daarin de bevestiging geweest. Want soms twijfel je zelf: waarom doe ik het allemaal? Waarom investeer ik al dat geld? Mijn moeder heeft me gek verklaard. Maar nu weet ik dat mijn idee juist was. Dat ik het zo moest doen om iets te halen in deze sport."

Maar is het niet frustrerend? Weten dat hij elke dag van nine to five achterstand oploopt op de concurrentie. Denkt hij nooit bij de kopieermachine: 'Op dit moment is gouden medaille Sergei Martinov aan het trainen?' "Natuurlijk denk ik daaraan. Dat is vandaag zo, dat zal morgen zo zijn, en elke dag die daarop volgt. Er is niet alleen Martinov. Overal in de wereld zijn er mensen die meer kunnen trainen dan ik. Maar wat telt echt? Het podium. In Londen heb ik achtenveertig schutters achter mij gelaten."

Cox deed dat in een sport die buitengewone concentratie en standvastigheid vereist. De sleutel voor zijn overwinning in Londen: schieten in een trance, tussen twee hartslagen in. Maar wat gebeurt er als de trance voorbij is? Moet die extreme zelfcontrole dan gecompenseerd worden? Cox interpreteert de omslachtige vraagstelling helemaal juist: "Je wilt weten of ik na Londen bourré ben geweest? Laat ons zeggen dat een mens zijn limieten kent. Vijf, zes glazen drinken, dat gaat. Gijs Van Hoecke? Die jongen heeft pech gehad. Zonder die fotograaf spreekt niemand daar vandaag over. Het is niet ongebruikelijk in het olympisch dorp om mensen te zien die na hun competitie een beetje zat zijn."

Over dat onderwerp: ervaart hij hetzelfde als Hans Van Alphen? Vrouwen die hem bizarre voorstellen doen? Cox' schaterlach echoot door het kantoorgebouw: "Hans is een mooie mec, hé. Tienkampers genieten op dat gebied fysiek een voordeel. Hans is plus costaud. Neen, de eerste dagen hier in Brussel voel je dat mensen je herkennen. Maar stilaan ebt dat weg."

Heeft hij daar schrik voor: om na Londen weer op te gaan in de anonimiteit van het dagelijkse leven? Of werkt het eerder omgekeerd: is het schrikbeeld net het eeuwige leven, als curiosum of quizvraag. "Ach, misschien sta ik wel in de geschiedenisboeken. En misschien wordt er bij mijn dood een straat naar mij genoemd. Ik ben nu ereburger van Seraing en Amay, misschien zit dat wel in het pakket. Dat vind ik het mooie aan zo'n olympische zilveren medaille: je hebt ze voor altijd."

EVI VAN ACKER

'Nog niet gezeild sinds Londen'

Sms van Evi Van Acker: "Interview kan niet op dinsdag en woensdag. Heb practica." De bronzen medaille van Londen 2012 in het zeilen (Laser Radial) studeert aan de Gentse universiteit, vierde en vijfde jaar bio-ingenieur. Van Acker: "Ik wil dat papier. Dan houd ik alle opties open."

"'t Is wel raar", zegt ze met twee Gentse 'r-en' na elkaar. "Al mijn vrienden zijn allang afgestudeerd. Studeren op je zevenentwintigste is niet evident. Ik ken niemand, maar iedereen kent mij. Maar allé, ondertussen heb ik al wat vriendinnen."

En hoe zat het nu met die practica? Van Acker: "Dat is toch toch vrij interessant. Ik volg de richting voeding. We hebben gekeken naar van die ontbijtyoghurts. Yakult en Actimel en zo. En naar de werking van de probiotica daarin. Hoeveel overleven er echt in het maagdarmstelsel? Voor de test hebben we een maag en een dunne darm gesimuleerd, met zuren en galzouten. Bacteriën kunnen daar eigenlijk niet tegen. Volgende week hebben we de resultaten."

Het klinkt alsof ze die nu al wil kennen. En alsof ze vandaag meer academica dan zeilster is. Dat stond een maand geleden ook in de krant: "Ik kan geen zeilboot meer zien". Haar coach is Rio al gaan verkennen, maar Van Acker zelf heeft nog nooit verklaard dat ze effectief nog eens vier jaar wil doorgaan. Het zal toch niet dat haar carrière voorbij is? Van Acker: "Dat ik geen zeilboot meer kan zien, klopt niet. Het stond in de krant, maar ik heb dat nooit gezegd. Wat wel klopt: ik heb nog niet gezeild sinds Londen. Het is simpel: het is nu even tijd voor iets anders. Ik ben nu student. En voor mij is dat zoals topsport: je kan het niet op halve kracht doen. Ik zet mij even hard in. Maar het is zeker niet zo dat ik een degout heb van zeilen."

Maar gaat ze zeker door tot Rio? "Over een paar maanden hak ik de knoop door. Ik weet het u te zeggen. Het gaat niet over minnen of plussen. De zin is er nog, dat zeker, maar het betekent wel opnieuw drie jaar alles opofferen. Drie jaar leven als een bohemer. De mensen zien daar alleen het mooiste van: bootje varen in de zon. De realiteit is dat je leeft uit een valies en dat er geen tijd is om andere dingen te doen."

"De kans is redelijk groot dat ik doorga. Anderzijds: als ik na mijn carrière het bedrijfsleven in wil, moet ik ook eens aan die carrière beginnen. Als ik voor Rio ga, dan is dat zeker een eindpunt: nadien ben ik echt te oud en dan is het echt tijd voor een ander leven. Dat zijn de afwegingen die ik moet maken. En je kan daar maar beter wat tijd voor nemen. Het gevaar is dat je in de emotie na de Spelen te snel ja of neen zegt."

Ze is vatbaar voor 'emotie na de Spelen'. Na Peking 2008 ging het niet volgens plan. "Ik had een slechte prestatie neergezet. Naar mijn gevoel. (Van Acker eindigde achtste, JPDV) Ik had er toen helemaal geen zin meer in, het was echt een moeilijke periode. Net toen begon ik te studeren aan de UGent en mijn idee was: ik heb gefaald in mijn sport, dus ik moet nu echt slagen in mijn studie. Dat maakte van mij een nerd: er was alleen studie, geen sport. Ik verdikte vijf of zes kilo en verwaarloosde mezelf helemaal."

"Ik heb sindsdien afgeleerd om alleen maar te denken in termen van slagen of falen. Ik ben op mijn hoede om niet hetzelfde mee te maken als toen. Ik leef nu gedisciplineerd, maar met mate. Ik kan iets drinken op een trouwfeest, zonder met een kater op te staan. En ik blijf fysiek werken: zorgen dat de basis niet verdwijnt. Geen decompressie deze keer."

En dan, tot slot, de grote vraag: is haar leven na olympisch brons nu anders dan ervoor? Van Acker lacht breed: "Maar neen, gij. Mensen zeggen dat, maar het is flauwekul. Het is niet zo dat ik nu kan rentenieren. Het is mijn mooiste medaille, dat wel. Af en toe kom ik er eens aan en denk ik: 'hmm, mooi ding'. Ik heb ze verdiend, maar mensen die mensenlevens redden verdienen er ook één. Alles blijft hetzelfde na een medaille. En dat is precies zoals het moet zijn."

CHARLINE VAN SNICK

'De medaille zit nog in het doosje'

Nationale training judo in de sporthal van Etterbeek. Minstens veertig judoka's trainen er op één tatami. Onder hen alle grote namen in de sport: Charline Van Snick, Ilse Heylen, Joachim Bottieau, Dirk Van Tichelt en aanstormend talent Lola Mansour. Judoka's struikelen over elkaar, voeten belanden in oogkassen, blauwe kimono's lopen in de weg van de witte. In België heet het topsport.

"Trainingsinfrastructuur is het grote manco in de Belgische judosport, zegt Charline Van Snick. "We klagen er al zo lang over. Ik denk niet dat het nog zal veranderen." Alles is precies zoals het voor de Spelen was, een bronzen medaille in sportontwikkelingsland België is geen opstapje naar meer. "Ik had dat ook niet verwacht", zegt Van Snick. "We hebben nog altijd geen eigen topsportcentrum. Misschien dat de generatie na mij er ooit van kan profiteren."

Van Snick interviewen is zoals de kumi kata bij het begin van de kamp: trekken en sleuren, beducht voor elke beweging van de tegenstander. Ze is geen spraakwaterval. Soms praat ze wat langer na elkaar en dan zie je haar tongpiercing. Zoals tijdens de training ook de tatoeage op de onderrug af en toe zichtbaar is onder de zwarte gordel. Misschien zegt het iets over wie ze is naast de tatami, misschien niet. Van Snick is niet van plan om de vragensteller veel inkijk in haar persoon te geven.

Ze traint met de olympische kimono: haar naam staat erop, met daaronder 'Londen 2012'. Die combinatie zal voor altijd een mooie herinnering zijn."Ik denk vaak terug aan die ene lange dag", zegt ze. "En aan het beslissende moment toen de scheidsrechter mijn tegenstander bestrafte. Magnifiek. Een ander moment dat me fel getekend heeft: de slotceremonie. Het moment waarop je je realiseert: voilà, het is voorbij."

Dat moment inderdaad. Hoe hard komt het aan en hoe raak je er weer van af? Opnieuw is er kumi kata, met Van Snick in het defensief: "Nu is het makkelijk. Er zijn alweer nieuwe doelen. Het EK en zo. En het is ook niet zo dat ik goud gepakt heb. Ik moet nog beter worden."

Wat opvalt in het ondertussen broeierige zaaltje: er wordt hard getraind. Ondanks de troosteloze setting. Van Snick gooit haar opponente een paar keer hard tegen de grond. Ze wordt ook een paar keer hard gegooid. Toch, wanneer de coach de kamp stillegt, is alle agressie verdwenen en maken beide judoka's een buiging voor elkaar. "Judo is een levensschool", zegt Van Snick. "Je moet agressief zijn, zonder de controle te verliezen. Respect voor de tegenstander."

Krijgt ze zelf meer respect, als bronzen Olympiër? Van Snick: "Ja, mijn geloofwaardigheid is toegenomen. Dat voel ik op de tatami, of als ik met mensen praat. Ik word erkend omwille van mijn palmares. Omwille van wie ik nu ben." Dat is wat ze meeneemt van Londen: gestegen in de hiërarchie van haar sport.

Ze weet niet precies waar haar bronzen medaille ligt. Alvast niet in de lade van het nachtkastje en ook niet boven het haardvuur. "De medaille zit nog in het doosje. En het doosje is dicht. Soms doe ik het eens open als ik die medaille nodig heb voor een huldiging."

Na de training is Van Snick uit haar lood geslagen. Ze had geen goed gevoel op de mat. "Mijn conditie is niet goed en mijn reflexen zijn minder. Ik probeer te relativeren, maar het enerveert me toch. Gelukkig weet ik hoe het komt." De training heeft haar wat openhartiger gemaakt, genoeg om toe te geven dat Londen wat zwaarder heeft gewogen dan vooraf ingeschat: "Na de Spelen heb ik anderhalve maand stil gelegen. Ik ben uitgegaan in Londen, ben naar Tunesië op reis geweest met vriendinnen, en ik ben verhuisd. Je moet als sporter kunnen loslaten, maar anderhalve maand zonder sport, dat mag ik nooit meer doen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234