Maandag 05/12/2022

Het leven na de psychose: het verhaal van Els D.

Eén akkefietje kan mijn mentale evenwicht onderuithalen

Er werd de voorbije dagen veel deskundig commentaar gegeven over het fenomeen psychose. Maar wat doet dit syndroom met een mens? Els D. kan het weten. Eén keer dacht ze dat haar schoonfamilie duivels waren, een andere keer spookten Einstein en professor Gobelijn door haar geest. Vandaag kan ze erom lachen, het beste bewijs dat alles snor zit in de bovenkamer. Er is leven, ook na de psychose.

Door Erik Raspoet / tekening jan Vanriet

Het drama van Sint-Gillis-Dendermonde heeft niet alleen collectieve verbijstering veroorzaakt. Zelden werden zoveel psychiaters in de media opgevoerd als de afgelopen week. Blijkbaar heeft de moorddadige raid van Kim De Gelder op een kinderdagverblijf bij het publiek een niet te stillen honger naar inzicht in de menselijke geest opgewekt, vooral dan in de duistere krochten van die geest. Nauwelijks gehinderd door concrete dossierelementen waagden experts zich aan met jargon gestoffeerde analyses. Schizofreen, manisch-depressief, affectieve dissociatie, delirium, waanbeelden, dwangstemmen, ziektebeelden en symptomen klutsten vrolijk door elkaar. In die mist van speculaties doemde echter één aan zekerheid grenzend vermoeden op. Kim De Gelder heeft zijn moorden onder invloed van een psychotische aanval gepleegd.

Psychose is geen ziekte maar een syndroom, een geestelijke toestand die gepaard gaat met symptomen zoals wanen, paranoia, hallucinaties, dwangstemmen, storingen in zintuiglijke waarnemingen zoals spraak en geur. Meestal, maar niet altijd, past ze in een ruimer ziektebeeld, vooral schizofrenie en manische depressie. Saaie theorie? Niet zo voor de twee à drie op de duizend Belgen die tijdens hun leven met een psychose worden geconfronteerd. Els D., een 45-jarige, universitair geschoolde huismoeder, is een van hen. We hebben afgesproken in een café in Leuven. Liever niet thuis, want de kinderen luisteren mee. Niet dat haar kroost helemaal onwetend is over haar toestand. Een psychose, zo zal ten overvloede blijken, treft niet alleen de patiënt maar ook zijn omgeving. Tussen ons in ligt het boek dat ze onder het pseudoniem Els D. heeft geschreven met de Leuvense psychiater Pascal Sienaert. Manisch-depressief luidt de titel, wat tegelijkertijd de door Sienaert gestelde diagnose van haar eigen ziekte is. Ik ben gekomen om haar verhaal te horen, maar uiteraard kunnen we niet voorbij aan de aanleiding voor dit gesprek. Hoeft het gezegd dat ze de speculaties over de mentale huishouding van Kim De Gelder met meer dan gewone aandacht heeft gelezen?

Els D.: "Ik was even geschokt als iedereen. Ik heb zelf drie psychoses doorgemaakt en ik kan me niet inbeelden dat ik me ooit agressief of destructief zou gedragen. Maar je kunt dat niet vergelijken, psychoses zijn bij iedereen verschillend. Hoe gruwelijk de feiten ook zijn, ik kan ergens wel geloven dat ze tijdens een psychotische aanval werden gepleegd. Werd er niet gezegd dat hij een innerlijke stem heeft gevolgd? Dat lijkt me niet onwaarschijnlijk. Zelf heb ik dat nooit meegemaakt, maar bij mijn laatste psychose voelde ik wel een innerlijke drang, alsof ik een dwingende opdracht kreeg die ik koste wat het kost moest vervullen. Dat hij zich van de feiten niks herinnert, dat geloof ik zonder meer. In mijn laatste psychotische periode zit een gat van drie weken waarvan ik absoluut niets meer weet."

Banale voortekens

"Voor alle duidelijkheid: ik ben zelf niet psychotisch, ik heb een bipolaire stoornis die in bepaalde omstandigheden een psychose kan uitlokken. Om de populaire naam van mijn ziekte te gebruiken: ik ben manisch-depressief. Maar dat wist ik niet toen ik mijn eerste aanval kreeg, kort na de bevalling van mijn eerste kind. De voortekens waren banaal. Na de bevalling was ik ontzettend moe en erg emotioneel. Nou en, zul je zeggen, welke pas bevallen moeder is niet moe en emotioneel? Maar na een hele week in de kraamafdeling had ik hoop en al acht uur geslapen. Ik trok aan de alarmbel, maar mijn klachten werden niet ernstig genomen. Het zal wel beteren, klonk het bemoederend, je moet gewoon wat meer rusten. Terwijl dat net het probleem was: ik kon geen rust vinden! Een psychiater van Gasthuisberg werd erbij geroepen, ook hij sprak sussende taal. Niks aan de hand, en na zes dagen mocht ik met de baby naar huis.

"Maar het beterde niet, de slapeloosheid werd alleen maar erger. Er was wel iets vreemds: ondanks het slaapgebrek was ik erg gedreven, ik maakte plannen en afspraken bij de vleet, mijn agenda puilde uit. Ik praatte ook veel meer dan gewoonlijk. Nu kan ik die euforie plaatsen, het moet mijn eerste manische opstoot zijn geweest. Maar op dat moment had ik niks in de gaten, ik voelde me gewoon super. Bert, mijn man, begon zich wel zorgen te maken. Je bent zo druk, zei hij, maar ik sloeg er geen acht op. Ik begon in die periode te schrijven, alles wat in mijn hoofd opkwam, moest genoteerd worden. Vaak gingen die bespiegelingen over mijn verleden, vooral over de slechte relatie met mijn ouders. Mijn overmoed kende geen grenzen, ik zou eens en voor altijd afrekenen met al mijn onverwerkte problemen. De tijd was rijp, want ineens zag ik grandioze verbanden die ik nooit eerder had gelegd. Ik belde mijn moeder op om over alles en nog wat uitleg te vragen. Doe niet zo raar, antwoordde ze, zorg liever voor je baby.

"Maar ik liet me niet ontmoedigen, ik vond dat Bert stante pede met mijn schrijfsels naar de psychiater van het ziekenhuis moest, want die zou alles wel begrijpen. Bert is inderdaad met die briefjes naar Gasthuisberg getrokken. De psychiater liet me onmiddellijk op consultatie komen. 'Je hebt een postpartumpsychose', zei hij, 'je moet je onmiddellijk laten opnemen.' Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. We konden en wilden het niet geloven, en toen de psychiater volhield dat een ambulante behandeling niet zou volstaan, hebben we alle contact verbroken. Intussen dreigde Bert er onderdoor te gaan, dodelijk vermoeid door mijn gedrag.

"Toen is er iets raars gebeurd: onze huisarts heeft niet mij maar Bert naar een psychiatrisch centrum gestuurd. Was het een doordacht manoeuvre om mij naar de plek te lokken waar ik op dat moment thuishoorde? Ik vraag het me nog altijd af, maar ik ben effectief meegegaan, met mijn zoontje. En toen is de bom gebarsten, ik ben daar compleet door het lint gegaan. Ik begon te roepen en te tieren, dat ik allerlei schandalen over de psychiatrie had ontdekt. Ik was er heilig van overtuigd dat ik, met mijn geweldige psychologische inzichten, zelf tot psychiater uitgeroepen moest worden. Ze hebben me meteen opgenomen, vastgebonden en platgespoten. Ik koester daar nu geen wrok meer over, het was wellicht nodig. Voor mijn baby, en ook om me tegen mezelf te beschermen. Evengoed was het een vernederende ervaring, vooral het wegnemen van mijn kindje kwam aan als een mokerslag. Van de ene dag op andere stoppen met borstvoeding, dat doet ook fysiek verschrikkelijk veel pijn.

"Ik kreeg Haldoldruppels, een heel bekend antipsychoticum. De bijwerkingen zijn niet van de poes. Ik voelde me alweer ontzettend moe, liep erbij als een slaapwandelaar. Ik raakte ook helemaal verkrampt, mijn handen waren net klauwen. Maar de medicatie werkte wel, na een week waren de waanvoorstellingen onderdrukt en nog een week later mocht ik naar huis. Met mijn baby, en met een keiharde diagnose. Ik was psychotisch, en als ik geen antipsychotica bleef slikken, zou ik schizofreen worden. Toch heb ik mijn medicatie afgebouwd, op advies van mijn toenmalige huisarts. Gelukkig maar, want de diagnose was fout. Eigenlijk had ik toen al stemmingsstabilisatoren zoals lithium moeten slikken, een adequaat middel om een manische depressie onder controle te houden. Niettemin: de acute fase van de psychose was voorbij, maar de schok is lang blijven nazinderen. Ik bleef depressief en gespannen, niet bepaald het zonnetje in huis."

Riskant Zalig gevoel

"Zes jaar heeft de tweede psychose op zich laten wachten. In die periode heb ik nog twee kinderen gekregen, zonder psychiatrische complicaties. Ik had er bewust voor gekozen om niet in het drukke Gasthuisberg maar in een kleiner ziekenhuis te bevallen. Stress, dat had ik begrepen, is een trigger voor psychoses. Ik was intussen gestopt met werken. Voor de kinderen maar ook vanwege de onzekerheid over mijn gezondheid. Niet dat het slecht ging. Al bij al leidde ik een vrij normaal leven, alleen had ik last van stemmingswisselingen. Soms voelde ik me een week lang uitgelaten. Ik kon dat toen nog niet plaatsen, maar ik leed aan hypomanieën, een licht manische toestand die eigenlijk best aangenaam is. Je voelt je zalig, loopt over van energie en zelfvertrouwen, kunt de hele wereld aan. Maar zo'n toestand is ook riskant, want een hypomanie kan de voorbode van een echte manische opstoot zijn. Wellicht was dat het geval toen mijn tweede psychotische periode aanbrak.

"Hoe is het ook alweer begonnen? Ik was al hyperactief toen mijn oudste dochter van vier met een vreemd verhaal thuiskwam. Er zou van alles zijn misgelopen tijdens een logeerpartij bij mijn schoonouders. Ze waren 's nachts haar kamer binnengekomen en hadden haar bang gemaakt. Allemaal kinderfantasie, maar het begon te malen in mijn geest. Wat was er met mijn dochter gebeurd? Ze was toch niet misbruikt, zeker? Bert lachte mijn gepieker weg, alsof zijn ouders ooit zoiets zouden kunnen doen. Maar de angst liet me niet los, ik raakte steeds meer in paniek en werd helemaal psychotisch. Mijn schoonmoeder en schoonzus waren duivelinnen, daar was ik ineens zeker van.

"Mijn geest sloeg helemaal op hol toen mijn jongste dochter van anderhalf vreselijke diarree kreeg. De smurrie die uit haar pamper lekte, dat kon geen gewone buikloop zijn. Nee, er waren duistere krachten aan het werk. Ik werd doodsbang dat ook mijn dochtertje bezeten was door de duivel. Hoe meer ik er over nadacht, hoe vanzelfsprekender het leek. In tegenstelling tot mijn andere twee kinderen was ze nog niet gedoopt en bijgevolg vatbaar voor het Kwade. Ten einde raad heb ik haar opgepakt en ben er recht mee naar de pastoor gelopen. Ik smeekte om haar meteen te dopen, maar de pastoor was onvermurwbaar. Maar mevrouw toch, zei hij, dat gaat zomaar niet, een doop moet een feestelijke aangelegenheid in familiekring blijven. Ik ben dan de kerk ingelopen en heb haar zelf gedoopt, in een wijwatervat. Toen voelde ik me gerustgesteld, maar daarmee was de psychose nog lang niet voorbij. Nog diezelfde dag ben ik met de drie kinderen naar Gasthuisberg gevlucht. Ik was intussen zelfs bang geworden voor Bert, die op dat moment niet thuis was. In het ziekenhuis stak ik een lang verhaal af over familieleden die door kwade geesten waren bezeten, en dat ze die familieleden moest straffen. Nog diezelfde avond werd ik opnieuw opgenomen, het was de enige juiste beslissing.

"Zo'n psychose valt aan de buitenwereld moeilijk uit te leggen. Er schuilt een logica achter de waanvoorstellingen, maar die logica staat totaal buiten de realiteit. Je moet ervan afkicken, tot lang na de acute fase. Toen ik opnieuw thuiskwam en Bert de draak stak met mijn duivels werd ik boos. Lach daar niet mee, zei ik, dat is echt gebeurd. Na een poosje kon ik er zelf mee lachen, het beste bewijs dat ik weer beter was. Na die tweede psychose ben ik in behandeling gegaan bij Pascal Sienaert, een psychiater-psychotherapeut die onder meer in Kortenberg werkt. Eindelijk in goede handen, hij heeft onmiddellijk de vinger op de juiste plek gelegd. Ik had dus een bipolaire stoornis, hij heeft me meteen stemmingsstabilisatoren voorgeschreven. Die werken efficiënt, maar je moet er alweer enkele vervelende neveneffecten bijnemen. Je gevoelens vervlakken, ook onschuldige prikkels worden minder intens.

"Ik moest ook antidepressiva slikken, daar kreeg ik dan weer een cocoongevoel van, alsof ik onder een stolp leefde. Antipsychotica had ik ook in huis, voor het geval ik een opstoot voelde komen. Ondanks of dankzij de zware medicatie voelde ik me goed, zozeer zelfs dat ik het plan opvatte om samen met dokter Sienaert een boek te schrijven. Ik tekende onder een pseudoniem mijn ervaringen op, hij leverde het kader en de deskundige uitleg. Ik ben blij met het resultaat, maar ik heb er een zware prijs voor betaald. De stress die met dat boek gepaard ging, heeft het pad naar mijn derde psychose geëffend. Het zat me dwars: ik had een boek geschreven, maar kon er met niemand over praten. Pas op, er was veel meer aan de hand. Ook de verbouwing van ons huis zorgde voor stress, net zoals het gekibbel met mijn ouders over onze zoon, die zijn communie niet wilde doen. Voor gewone mensen is dat allemaal perfect beheersbaar, maar in mijn toestand kan een akkefietje volstaan om mijn mentale evenwicht onderuit te halen.

"Er zit een opgaande curve in mijn psychoses. De derde aanval sloeg alles, zowel qua lengte als qua intensiteit. Ik heb een hele maand in Kortenberg gezeten, een afschuwelijke periode, want ik mocht mijn kinderen niet zien. Maar de acute fase heeft veel langer geduurd, ik ben drie maanden volledig van de kaart geweest. Mijn herinneringen zijn erg fragmentarisch. Als ik de film terugspoel, zie ik een gat van drie weken. Ik weet wel hoe het is begonnen, als een manie die steeds sterker werd. Ik voelde me erg ontspannen, al mijn zintuigen stonden op scherp, ik hoorde en rook beter dan ooit te voren. Zoals gewoonlijk in zo'n toestand was ik erg actief, maar het duurde niet lang of die daadkracht sloeg door in een waan. Net als bij mijn vorige psychoses draaiden de hersenspinsels rond een thema. Dit keer waren het echter geen duivels, het waren Einstein en professor Gobelijn die door mijn hoofd spookten. Ik denk dat de trigger een bericht op de radio was, iets wetenschappelijks over frequenties en gecodeerde boodschappen. Daar begon ik op te kauwen en hoe langer ik erop kauwde, hoe vaster mijn voornemen werd. Ik moest en zou een theorie bedenken om de tijd stil te zetten. En het moest snel gaan, want de periode van de Nobelprijzen zat eraan te komen. Dertien november was mijn deadline: op die dag werd de Nobelprijs bekendgemaakt en ik zou de laureaat zijn.'

Levensgroot taboe

"Een maand lang heb ik op dat plan lopen broeden, in alle stilte. De enige die ik op de hoogte bracht, was een vriendin van een chatsite voor manisch-depressieven. Ik vroeg haar of ze mee wilde doen, maar ze heeft nooit gereageerd. Bert merkte dat ik me anders gedroeg, erg teruggetrokken. Geen zorgen, zei ik altijd, ik heb alles onder controle. Het werd 13 november en ik kreeg geen Nobelprijs, maar ik ben wel tilt geslagen. Alsof het zo moest zijn is die avond mijn horloge stilgevallen. Zie je wel, riep ik uit, de tijd staat stil. Wat ik daarna nog allemaal heb uitgekraamd, dat weet ik niet meer, maar het moet heel erg geweest zijn. Mijn kinderen waren erg geschrokken, ook al wisten ze toen al dat mama ziek was. Die keer hebben ze me een paar dagen in een isoleercel gestopt. Ik herinner er mij bitter weinig van, alleen de evenwichtsstoornissen van de medicatie zijn me bijgebleven.

"De nawerking was navenant. Ik lispelde en kon niet schrijven. Was het de psychose of waren het de medicamenten? Ik weet het niet, maar het heeft erg lang geduurd vooraleer ik Einstein uit mijn hoofd kon zetten en helemaal hersteld was. Na mijn ontslag uit Kortenberg kreeg ik een brief van de ziekenkas, er stak een formulier in om me invalide te laten verklaren. Uit trots heb ik dat niet gedaan, maar in feite ben ik wel gehandicapt. Echt werken is ondenkbaar, ik zou de stress niet meer aankunnen. Waar zou ik ook moeten solliciteren? Er rust nog altijd een levensgroot taboe op psychiatrische stoornissen. Ik loop er zelf niet mee te koop. Behalve mijn ouders en een paar goede vriendinnen weet niemand ervan. Soms is het lastig. Vrouwen onder elkaar praten graag over hun bevallingen. Ik durf dan mijn mond niet open te doen, bang als ik ben dat mijn psychiatrische problemen boven water zouden komen. Ook mijn kinderen leven met dat taboe. Mijn oudste dochter heeft het toch aan haar beste vriendin verteld. Ze is het me wel vooraf komen vragen: dat ze de behoefte voelde om haar geheim met iemand te delen.

"Laten we het ook niet te somber voorstellen. Je kunt leven en gelukkig zijn met een bipolaire stoornis maar niet zonder medicatie. Hout vasthouden, maar ik voel me nu al geruime tijd goed in mijn vel. Ik moet bij deze ook mijn man bedanken. Het is niet altijd gemakkelijk geweest, maar Bert is me altijd blijven steunen. Ik mag er niet aan denken dat dit me zou overkomen als ik in een sociaal zwakke positie zou verkeren, dan ging ik recht de dieperik in.

"Specialisten zeggen dat met iedere psychose de drempel voor een volgende opstoot verlaagt. Best mogelijk, maar ik ben ondertussen ook veel alerter geworden voor de tekens aan de wand. Van een nieuwe opstoot lig ik niet wakker, ik maak me meer zorgen om mijn kinderen. Stress en allerlei andere omgevingsfactoren spelen een grote rol, maar het staat vast dat fenomenen als manische depressie en psychose erfelijk zijn. Het zal wel geen toeval zijn: mijn eigen moeder leed vaak onder zware depressies, een van de redenen trouwens waarom we zo'n getroebleerde en moeilijke relatie hadden. Dat is misschien het enige pluspunt van mijn ziekte. Ik heb er meer begrip voor mijn moeder door gekregen."

Pascal Sienaert en Els D., Manisch-depressief. Een gids voor patiënt, familie, hulpverlener en geïnteresseerde. Lannoo, 19,95 euro.

Dat Kim De Gelder zich de feiten niet herinnert, geloof ik zeker. In mijn laatste psychotische periode zit een gat van drie weken waarvan ik absoluut niets

meer weet

Zo'n psychose valt aan de buitenwereld moeilijk uit te leggen. Er schuilt een logica achter de waanvoorstellingen, maar die staat totaal buiten de realiteit. Je moet ervan afkicken, tot lang na de acute fase

Je kunt leven en gelukkig zijn met een bipolaire stoornis maar niet zonder medicatie. Hout vasthouden, maar ik voel me nu al geruime tijd goed in mijn vel

Van een nieuwe opstoot lig ik niet wakker, ik maak me meer zorgen om mijn kinderen. Het staat vast dat manische depressie en psychose erfelijk zijn

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234