Zondag 08/12/2019

Het leven na de dood

Ruim een halve eeuw nadat L'espèce humaine van Robert Antelme voor het eerst verscheen, is er nu de Nederlandse vertaling van dit indrukwekkende document uit de zogenaamde kampliteratuur.

Robert Antelme

De menselijke soort

Vertaald uit het Frans door P. Huigsloot

SUN, Nijmegen, 318 p., 790 frank.

Etty Mulder

Fuga uit Buchenwald

SUN, Nijmegen, 95 p., 490 frank.

Robert Antelme woog nauwelijks dertig kilogram toen hij eind april 1945 uit Dachau werd bevrijd. In de zomer van het voorlaatste oorlogsjaar was de Franse verzetsstrijder gearresteerd en naar Buchenwald gedeporteerd. Kort daarna verhuisde Antelme met een strafcommando naar een kamp in de buurt van het stadje Gandersheim. Een tijd werkte hij in een fabriek die aluminiumonderdelen voor vliegtuigcabines vervaardigde. Toen de geallieerden in de lente van 1945 oprukten, doekte de SS het werkkamp op. Antelme en enkele honderden andere politieke gevangenen begonnen aan een wekenlange zwerftocht die hen eerst te voet en daarna per trein via Dresden en Praag uiteindelijk naar Dachau vlakbij München voerde. De bevrijding kwam geen dag te vroeg. Antelme was meer stervend dan levend. Kameraden uit het verzet vlogen meteen naar Duitsland en namen hem mee naar huis. Bij de verzetslieden de latere Franse president François Mitterrand en Dionys Mascolo, die een relatie had met Marguerite Duras, de ex-vrouw van Antelme. Toen Antelme de poort van Dachau uit stapte, nam hij uit gewoonte zijn muts af voor de bewakers.

Twee jaar later al verscheen L'espèce humaine, Antelmes verslag van zijn kampervaringen. Samen met Se questo è un uomo van Primo Levi en Jorge Sempruns Le grand voyage is het boek van Antelme het meest indrukwekkende document uit de zogenaamde kampliteratuur, en het baart alleen maar verwondering dat er nu pas een Nederlandse vertaling is gekomen. P. Huigsloot deed zijn uiterste best, maar het Frans van Antelme verliest nu en dan zijn zwier en elegantie, vooral in de beschrijvende delen. En de taal zelf was nu precies het instrument waarmee Antelme het trauma van het kamp probeerde te overwinnen. Antelme zag immers in de taalverslapping die hij in de kampen had meegemaakt, een visioen van de hel. "De plaats waar alles wat gezegd wordt, alles wat uitgedrukt wordt, in één brij wordt uitgespuwd zoals bij het braken van een dronkeman." Nee, Antelme wil door en met en in de taal de bron van zijn menselijkheid hervinden. "De goden weven rampen voor de mensen opdat komende generaties iets te zingen hebben", schreef Homerus. Etty Mulder vermeldt dit citaat in een boekje dat tegelijk met De menselijke soort bij Sun verscheen. Over Mulder en haar commentaar later meer.

Antelme besefte dus waarom hij schreef. Zijn boek zou hem uit zijn kampverleden bevrijden. Schrijven als therapie? Ongetwijfeld. Alleen, Antelme moest niet alleen genezen, hij moest ook uit het dodenrijk terugkomen en weer tot leven worden gewekt. "De dood stond hier op gelijke voet met het leven, maar dan ook iedere seconde. De schoorsteen van het crematorium rookte naast die van de keuken." Daarom is De menselijke soort in de eerste plaats een filosofisch commentaar en pas dan een ooggetuigenverslag. Bovendien probeert Antelme met de taal een bezwerende cadans te ontwikkelen die hem uiteindelijk tot inzicht zal brengen. Zijn doel? Dat alle mensen tot één soort behoren, ook al doen sommigen alsof dat niet het geval is, zoals de SS. In de meest fantastische scène van het hele boek bereikt Antelme het hoogtepunt van dat inzicht. Als in een roes schrijft hij over de eenheid van de menselijke soort die de SS nooit kon vernietigen. Het is een oerschreeuw, een kreet die door de hele wereld galmt. "Dat alles wat die eenheid in de wereld maskeert, alles wat mensen in een situatie van uitbuiting en onderworpenheid plaatst en daarmee het bestaan zou impliceren van soortvariëteiten, onwaar en dwaas is; en dat wij daarvan hier het bewijs hebben, het meest onweerlegbare bewijs, aangezien het ergste slachtoffer niet anders kan dan vaststellen dat de macht van de beul, in zijn ergste vorm, geen andere kan zijn dan die van de mens: de macht om te moorden. Hij kan een mens doden, maar hij kan hem niet in iets anders veranderen." Sommigen denken dat iemand als Adolf Hitler geen mens was maar een duivel. Anderen, zoals Hannah Arendt, beweren dat het kwaad zo banaal is dat ieder mens in staat is om kampbewaker te worden en te moorden. Antelme gelooft in een andere waarheid. Hij plaatst het kwaad helemaal binnen de mens, én hij toont aan dat in de hel van Buchenwald, Gandersheim of Dachau zowel de gevangenen als de burgers en bewakers het kwade én het goede in zich dragen.

In de strijd voor de eenheid van de menselijke soort is iedere daad een verzetsdaad. Pissen is een verzetsdaad, met de handen in de broekzakken staan, langzaam op een stuk brood kauwen zodat je iedere kruimel proeft, het gewicht voelen van een gevangene die naast je op de strozak ligt. Iedere dode is een overwinning van de SS. Maar zelfs dan krijgen zij de menselijke soort niet stuk. Ze kunnen die soort niet muteren. De SS'ers zijn zelf opgesloten in dezelfde soort en dezelfde geschiedenis. "Ze hebben mensen verbrand en er zijn tonnen as, ze kunnen die neutrale materie bij tonnen wegen. Je zult niet zijn, maar zij kunnen niet voor wie straks as zal zijn, beslissen dat hij niet is... Ook kunnen ze de geschiedenis niet tegenhouden, die deze droge as vruchtbaarder zal maken dan het vettige skelet van de Lagerführer." Antelme herhaalt voortdurend deze toverformule, en hoe vaker hij hem prevelt, hoe sterker het geloof dat de menselijke soort niet vernietigd kan worden. Antelme praat zich moed in, hij weet dat de kleinste misstap fataal kan zijn, want "je ontdekt dat je jezelf zo kunt opgeven als je nooit eerder voor mogelijk had gehouden". Daarom móéten ze koste wat het wil in leven blijven. Een mens heeft alleen dit leven. "Hoe meer we als mens door de SS in twijfel worden getrokken, hoe groter de kans is dat we als mens worden bevestigd."

Etty Mulder ging ook naar Buchenwald. Ze legt in Fuga uit Buchenwald uit waarom. Omdat het boek van Antelme in vertaling zou verschijnen, omdat Antelme in dat kamp had verbleven, omdat zij onthullende passages had gelezen in de biografie van Laure Adler uit 1998 over Marguerite Duras, die twee jaar voordien gestorven was. Voor Mulder is Buchenwald een heilige plaats. Die Wahlverwandtschaften van Goethe, Die Kunst der Fuge van Bach, Détruite dit-elle van Duras en L'espèce humaine van Antelme. Vier kunstwerken, vier levens, vier draden die in Buchenwald samenkomen. Wanneer Mulder in het kamp een steentje opraapt van het voormalige station van Buchenwald, associeert ze de steen met Charlotte von Stein, de geliefde van Goethe, met Charlotte Stein uit Goethes Wahlverwandtschaften en met Stein, de joodse protagonist in de roman van Duras. Tenslotte is Stein volgens Mulder ook de historische identificatie van de Franse schrijfster. Het boekje van Mulder is net als de fuga een meerstemmig stuk. Fragmenten uit het werk van onder meer Nietzsche, Goethe, Homeros en Vergilius volgen stipt de stem van het hoofdthema: Duras en Antelme. Mulder ziet in alles verbanden. Zo ontdekt Mulder in vrijwel alle slotpassages van Bachs fuga's een verhuld te lezen allusie op de shoah. Vergezocht? Lulkoek? De hineininterpretierung neemt soms bizarre vormen aan. "Heeft de ook in andere boeken van Duras figurerende tennisbaan, met zijn 'bruit de balles...', 'les tennis déserts...', hier iets te maken met gierende kogels en verlaten 'slag-velden'?" En hoe is het mogelijk, vraagt Mulder zich af, dat in de buurt van Weimar, de stad van Goethe, Schiller en Bach, eeuwen later een concentratiekamp in een beukenwoud opgericht zal worden? Is dat niet tragisch? Is dat niet veelzeggend? Nee, Etty Mulder, zulke overpeinzingen leiden nergens toe, tenzij je gelooft dat een beukenwoud magische krachten bezit dat 's mensen lot kan sturen. Mulder is ook een meesteres in het intrappen van open deuren. Bach kon onmogelijk bevroeden, schrijft ze, dat Adolf Hitler op het balkon van het hotel op de markt in Weimar zou staan, en hij kon evenmin weten dat "de dreigende desintegratie, het enorme geweld en de verscheurdheid in de slotpassages van Die Kunst der Fuge" voor de generatie van Mulder zo complex zouden worden dat al die lijnen van schoonheid en verschrikking in Buchenwald zouden samenlopen. Verder is het erg jammer dat Mulder glasheldere taal afwisselt met zo'n wollig taalgebruik dat het een hele kudden schapen kan toedekken.

Mulder kan er niet goed tegen dat Antelme SS'ers en gevangenen samen tot één menselijke soort rekent. Zij verkiest de stelling van Claude Lanzmann in Shoah of die van Marguerite Duras in Détruite dit-elle. Haat, afrekening, weerwraak. Toegegeven, Antelme zelf twijfelt soms aan zijn humanisme. Wanneer de Franse gevangenen in Dachau te eten krijgen, houden ze Russische kameraden met stokslagen op een afstand. Ondanks zulke tegenstrijdigheden blijft Antelme overtuigender dan Mulder. Als hij tussen de puinhopen van een dorp Duitse burgers ziet staan, is er slechts "mildheid van de ogen voor de ogen, medelijden dat men met zichzelf heeft in de blik van de ander". Waarom accepteert men zo gewillig dat de mens goed is? Waarom accepteert men zo moeilijk dat ook het kwade in de mens zit? Wie dat kwaad uitroept tot een geheimzinnige kracht of een donderslag bij heldere hemel ontkent de mens zelf. Het kwaad is niet onvoorstelbaar. Het zit in u en mij.

Etty Mulder heeft volkomen gelijk als ze zegt dat Antelme het boek schreef om het trauma van de kampen af te weren. "Schrijven is redding. Ontkomen aan de wurggreep van de feiten." Heel mooi. En toch gaan Mulder en Antelme op één fundamenteel punt uit elkaar. Voor Mulder is L'espèce humaine alleen een poging om het kampverleden te verwerken. Voor Antelme is het ook een schreeuw van vertrouwen in de toekomst. Wie zoals Antelme wil verrijzen uit de dood moet haat- en wraakgevoelens laten varen, moet leren leven met het kwaad zodat het menselijke bewaard kan blijven.

Joseph Pearce

Antelme toont aan dat in de hel van Buchenwald, Gandersheim of Dachau zowel de gevangenen als de burgers en bewakers het kwade én het goede in zich dragen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234