Maandag 21/06/2021

Het leven kun je leren

De ervaringen van een vijftienjarig meisje op een Amerikaanse kostschool in Prep passen naadloos in de typisch Amerikaanse coming-of-age-novel. Dat genre put uit enigszins voorspelbare ingrediënten, maar Curtis Sittenfeld brouwt er een heel eigen, emotioneel hoogstaand boek mee.

Het is ontegensprekelijk in Amerika dat het negentiende-eeuwse genre van de bildungsroman tot grote bloei is gekomen. Terwijl wij in Europa 'groot worden' nogal eens als een vanzelfsprekendheid ervaren - als je lang genoeg wacht gebeurt het immers vanzelf - lijkt in de VS de weg naar de volwassenheid bezaaid te liggen met struikelblokken en valkuilen. Het is een probleem, waardoor het een ideaal onderwerp is om over te schrijven en te lezen. En zoals dat dan gaat aan de overkant van de grote plas zit je dan al vlug met een afgebakend genre op zich. Universiteiten organiseren cursussen die specifiek over de coming-of-age-novel gaan en in de overzichten die bij die cursussen horen blijkt het genre iets universeels te zijn. Jeanette Wintersons Oranges are not the Only Fruit en zelfs onze eigenste Hugo Claus zijn The Sorrow of Belgium blijken dan opeens tot de canon te behoren.

Hoe edelmoedig die inlijfpogingen ook bedoeld mogen zijn, ze rammelen aan alle kanten. De echte coming-of-age-novel is immers zuiver Amerikaans. Hij speelt binnen het typisch Amerikaanse onderwijssysteem, zorgt daardoor voor typisch Amerikaanse sociale tegenstellingen en drijft op een typisch Amerikaanse gevoeligheid. Maar dat is op zich geen probleem, want als hij goed is gemaakt, leidt hij tot een onvergetelijke leeservaring, zoals Curtis Sittenfelds Prep er eentje biedt, een boek dat je ernaar laat verlangen een vijftienjarig meisje op een Amerikaanse kostschool te zijn.

Lee Fiora is de dochter van een matrassenverkoper uit de Midwest die beseft dat ze, wil ze het ergens brengen in het leven - wat in de VS betekent naar een goede universiteit genre Harvard, Yale of Brown gaan - beter niet verder bij haar om de hoek naar school kan blijven gaan. Daarom solliciteert ze op eigen initiatief voor een beurs, wat haar een royale jaarlijkse toelage oplevert voor Ault in Massachusetts, een eersteklas kostschool die zo'n 22.000 dollar inschrijvingsgeld per jaar vraagt maar dat omwille van het minderheden- en gelijkekansenbeleid wel voor een keertje door de vingers wil zien. Vanaf de eerste dag ondervindt Lee dat ze in feite tot een andere wereld is toegetreden. Zaken die tot voor kort belangrijk leken, zoals geld of huidskleur bijvoorbeeld, blijken op Ault van geen tel; daar spreekt men gewoon niet over. Schoonheid lijkt er het belangrijkste te zijn, wat Lee niet bepaald goed uitkomt aangezien ze niet echt zo'n tv-seriemodel is.

In Prep volgen we Lee van haar eerste dag op Ault tot op het moment dat ze haar einddiploma ontvangt en samen met haar ontdekken we dat schijn soms bedriegt. Niet alleen wordt Lee ingewijd in de desillusies van liefde en trouw, tussen haar veertiende en achttiende ontpopt ze zich ook van een onschuldig schuw meisje tot een jonge vrouw die de naïviteit voor een groot deel achter zich heeft gelaten en klaar is voor het leven aan de universiteit en - breder gezien - in de harde maatschappij. En als ze in een ding slaagt, afgezien van de examens natuurlijk, is het een persoonlijkheid ontwikkelen, en meer bepaald eentje die niet lijkt op die van 'Audrey', een begrip op Ault. Dat is een meisje dat cello speelt, roomkaas op haar pannenkoeken smeert en haar vuile maandverbanden een hele dag achter zich aansleept omdat ze die in haar eigen vuilnisbak wil gooien.

Nuchter gezien bevat Prep alle clichés van het genre: jonge meisjes die vooral aan zichzelf denken en hoe ze door de anderen gezien worden, grote vriendschappen, bitter bedrog, het bedotten van de examencommissie, de ontmaagding en de vernedering daarna doordat de liefde voor hem niet meer dan seks was, het lesbische meisje, de stoere basketter, de begrijpende zwarte, de vervreemding van de ouders, en - iets minder voorstelbaar voor Europese lezers wellicht - de zakdoeken vol tranen bij het einddiploma. Dat Prep evenwel met kop en schouders boven zijn soortgenoten uitsteekt komt door zijn schrijfster, Curtis Sittenfeld dus, die van dit alles een heel eigen, emotioneel hoogstaand boek brouwt.

Heel knap is bijvoorbeeld hoe Sittenfeld haar stijl mee laat ontwikkelen met de leeftijd en psychische weerbaarheid van Lee. In de eerste hoofdstukken, wanneer we te maken hebben met een veertienjarige Lee, schrijft Sittenfeld heel schools. In ieder hoofdstuk worden er twee verhaallijnen uitgezet die op het einde van het hoofdstuk mooi bij elkaar komen en daar tot een mooie, betekenisvolle finale verknoopt worden. Een goed voorbeeld daarvan is het hoofdstuk waarin Lee meedoet aan het sluipmoordenaarspel dat klassiek is in een Amerikaanse kostschool. Het idee is dat je via een brief een slachtoffer toegewezen krijgt dat je zonder dat iemand het merkt moet 'doden' door er een sticker op te plakken. De dode geeft daarna zijn doelwit door aan zijn moordenaar en zo blijft er uiteindelijk één grote winnaar over. De tweede verhaallijn gaat over de half Zuid-Amerikaanse Conchita, van wie Lee vermoedt dat het ook een beursstudente is. Dat meisje blijkt niet te kunnen fietsen en Lee, altijd bekommerd om de stumperds van de school, wil haar dat best leren.

Via het spel leert Lee een en ander over sociale relaties, zoals dat het soms leuker is om iemand te besluipen en kat en muis met hem te spelen dan hem te doden, want dat betekent meteen ook het einde van de relatie. En ook via Conchita komt ze een en ander te weten, namelijk dat dit meisje een vriendin heeft, Martha, met wie het meteen klikt, en dat Conchita zelf in feite een verwend kreng is, de dochter van een oliemagnaat die haar met een limousine van school laat halen. Uiteindelijk 'doodt' Conchita Lee, maar deze is niet teleurgesteld, want ze heeft Conchita toch leren fietsen en ze heeft er een vriendin aan over gehouden over wie ze schrijft: "Jaren later hoorde ik een dominee op een bruiloft het huwelijk beschrijven als je verdriet halveren en je vreugde verdubbelen, en daarbij dacht ik niet aan de man met wie ik toen omging, zelfs niet aan een of andere ideale, denkbeeldige echtgenoot die ik later zou kunnen leren kennen; ik dacht meteen aan Martha."

Maar terug naar de structuur van het boek: vanaf het midden verandert die. Gedaan met de twee verhaallijnen. Er wordt iedere keer één verhaal verteld en dat blijkt steeds meer psychologische diepgang te krijgen, uitmondend in het laatste, meer dan honderd pagina's lange hoofdstuk waarin we een prachtig beeld krijgen van Lees naar liefde en begrip smachtende persoonlijkheid die uiteindelijk het kostschoolsysteem doorziet en er de onuitgesproken duistere zijde van toont.

Een typische Sittenfeldzin is: "Martha lachte. Later was het een van onze grappen dat Martha gauw lachte, een lachslet was." Niet alleen bewijst ze daarmee perfect te weten hoe je in een roman de lezer moet binden, namelijk door niet alleen naar het verleden, maar tezelfdertijd ook naar de toekomst te verwijzen, waardoor er een lange tijdslijn ontstaat, die maakt dat de lezer opgeslorpt wordt door het verhaal. Veel belangrijker is echter de melancholische ondertoon die met dat soort zinnetjes gepaard gaat, een toon die bijvoorbeeld ook Jeffrey Eugenides' The Virgin Suicides zo'n grandioos boek maakte: we kijken nu terug op onze jeugd, op onze tijd der onschuld en hoe het allemaal teloor is gegaan.

En dat opgroeien gepaard gaat met verlies is in Prep duidelijk, zeker in het centrale hoofdstuk, waarin Lees ouders wanneer ze in haar derde jaar zit voor het eerst op bezoek komen. Ze vliegen niet, zoals alle andere ouders, omdat dat te duur is, maar rijden wel achttien uur met hun oude Datsun, wat natuurlijk heel wat zegt over hun wil om hun dochter te zien. Sittenfeld weet de ouders perfect in een paar beelden te vatten. Vader is een spontane lachgrage figuur die het alfabet kan boeren en aan tafel graag over diarree fabuleert. Moeder daarentegen is een beetje een wereldvreemde huisvrouw die denkt dat een spetter een vlek op je kleren is. Enerzijds denkt Lee vol heimwee terug aan de tijd dat haar broer van de schoolbus werd gegooid omdat hij een platvloers liedje zat te zingen in de trant van: "Scrotum, het is een zak van huid / Je ballen vallen er niet uit..." Maar nu is het anders, weet ze. De tijden zijn veranderd, haar omgeving is veranderd en zij uiteindelijk ook. Haar vader is eerlijk en smakeloos, en ze houdt van hem, maar toch wil ze die kant van haar verleden voor de anderen verborgen houden. Het bezoek wordt dan ook een debacle. Lees ouders rijden na een dag al terug naar huis, kwaad en teleurgesteld om het hautaine en afstandelijke gedrag van hun dochter.

Ondanks al haar pogingen zal Lee toch nooit tot die andere wereld kunnen toetreden. Ze behoort niet tot de sterren van de school en beseft maar al te goed dat dit komt doordat ze tot een andere klasse behoort. Als puntje bij paaltje komt weegt haar afkomst zwaarder door dan al de rest, ook al wordt daar niet over gesproken. De rijke jongens pappen aan met de rijke meisjes en de anderen blijven achter in de kou. En Harvard, Yale of Brown mag ze als beursleerlinge ook wel vergeten. Het is een harde vaststelling die in handen van een mindere schrijfster tot een al te voor de hand liggende aanklacht had kunnen leiden. Sittenfeld is echter subtieler, zowel wat haar kijk op de sociale rol van kostscholen betreft als die op mensen in Lees situatie. "Hoe ongelukkig ik er ook was," bekent Lee op het einde van de rit, "Ault was nooit een plek die ik de rug zou kunnen toekeren."

Marnix Verplancke

Curtis Sittenfeld

Prep

Oorspronkelijke titel: Prep

Vertaald door Inge Kok

Cargo, Amsterdam, 430 p., 19,90 euro.

Heel knap is hoe de auteur haar stijl mee laat ontwikkelen met de leeftijd en psychische weerbaarheid van haar hoofdpersonage

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234