Maandag 28/11/2022

'Het leven is wreed, absurd en zit vol stommiteiten'

Ooit was het genre op sterven na dood, maar met figuren als Dave Eggers, David Foster Wallace, William Vollman, A.M. Homes, Adam Haslett en ZZ Packer lijkt het opnieuw springlevend. Korte verhalen worden meer en meer geschreven, gepubliceerd en gelezen. 'Ze passen gewoon goed bij de tijdgeest', zegt William Boyd, auteur van de verhalenbundel Fascination. 'Steeds meer mensen willen iets korts lezen, iets waar ze in een ruk doorheen komen, thuis, tussen twee taken door, of gewoon op de trein van of naar het werk. Het doorsneeverhaal is daar met zijn vijftien à twintig minuten leestijd ideaal voor.' door Marnix verplancke

William Boyd

Fascination

Hamish Hamilton, Londen, 209 p., 10,99 pond.

William Boyd is een van de peetvaders van het korte verhaal. Niet dat hij er veel schrijft - eentje om de acht maanden ongeveer, bekent hij, en dan meestal op vraag van een kranten- of tijdschriftredacteur -, maar wat hij schrijft, is wel om van te smullen. Begin jaren tachtig was er On the Yankee Station, midden jaren negentig The Destiny of Nathalie 'X' en nu Fascination, een bundel van zestien verhalen waarvan er geen twee op elkaar lijken. Zo is er bijvoorbeeld 'Adult Video', over een klaploper die ervan droomt schrijver te worden, de koffer induikt met de zus van de blinde jongen die hij Joseph Conrad voorleest en zonder enige gêne in het huwelijk treedt met de zakenvrouw die god weet waarom iets in hem ziet. Het leuke is dat we het verhaal als een videoband gepresenteerd krijgen en dat er heftig voor- en achteruit wordt gespoeld. 'The Haunting' is dan weer een hedendaags Victoriaans aandoend mysterieverhaal over een flamboyante tuinarchitect die in een midlifecrisis raakt en zichzelf zo ongeveer ziet veranderen in een negentiende-eeuwse fysicus. 'The Ghost of a Bird' speelt op het einde van de Tweede Wereldoorlog en gaat over een Engelse schrijver-soldaat die een granaatscherf in het hoofd krijgt en daardoor zijn geheugen verliest. Als er na lang proberen van de artsen toch iets terug begint te komen, blijkt dat een verhaal te zijn dat hij ooit schreef en dat hij in het ziekenhuis voor zijn eigen leven houdt.

Hoe verschillend van vorm en thematiek Boyds verhalen ook zijn, toch hebben ze een paar zaken gemeen. Ten eerste zijn ze bijzonder verzorgd. Boyd lijkt over ieder woord nagedacht te hebben en schrijft eerder met het fileermes dan met de pen. Hij is bijzonder trefzeker en kan een situatie of karakter in een paar zinnetjes tot leven wekken. En ook qua diepere filosofische inzichten komen deze verhalen duidelijk uit één en dezelfde geest. Veel tijd voor plezier is er niet in Fascination. Er gaat vooral veel verloren, mensen blijken niet met elkaar te kunnen communiceren en de wereld toont zich al te vaak als een zelfgemaakte hel. Als het enigszins mogelijk was, zouden Boyds personages nog het liefst van al in een dierentuin zitten, zoals de kunstenares Beulah Berlin die hij in een verhaal opvoert: "In my worst moments I longed to be a rhino in my rhino armour. And so I would calm myself, watching them, imagining I was a rhino in a zoo, my day an ordered round of eating, defecating and sleeping. In a zoo, but free somehow. Free from the world and its noisy demands. Free, finally, from angst."

Vorige week was William Boyd in Brussel, als eregast van de Foire du Livre. Dit zou kunnen verbazen, maar als je weet dat zijn volledige werk in het Frans is vertaald en hij zowel in Wallonië als in Frankrijk bijzonder succesvol is, verandert het plaatje al gauw. Boyd studeerde ooit een jaartje in Nice - "very nice" grapt hij daarover - en woont nu zo'n drie maanden per jaar in het oude boerderijtje dat hij een tiental jaar geleden kocht in het zuidwesten van het land. "Frankrijk", zo zegt hij zacht en in onberispelijk mooi Engels, "is mijn tweede thuis. Daar wonen is een manier om af en toe uit Engeland weg te zijn en een afstandelijkere en frissere kijk te ontwikkelen op mijn eigen cultuur."

Na acht romans en twaalf filmscenario's - hij begon ooit te schrijven in de hoop zich binnen te kunnen wringen in de filmwereld - is Boyd nog steeds verknocht aan het korte verhaal. "Het hangt allemaal af van welk soort schrijver je bent. Neem John Updike, die is altijd verhalen blijven schrijven. De meeste schrijvers beschouwen het verhaal als beginnerswerk, maar voor mij is het gewoon een andere literaire vorm. De uitdaging en de beloning die gepaard gaan met het schrijven van een verhaal zijn gewoon anders. Het is niet simpelweg een kwestie van lengte, maar wel van het effect dat je wilt bereiken. En hetzelfde geldt voor de lezer. Het plezier dat je put uit het lezen van een goed verhaal, is anders dan hetgeen je voelt bij het lezen van een roman, maar esthetisch gezien kunnen beide even veel voldoening geven. Men zegt weleens dat de roman te vergelijken is met een symfonie en het verhaal met een strijkkwartet. Volgens mij is dat een volstrekt verkeerd beeld. Beter is de roman te vergelijken met een episch gedicht en het verhaal met een lyrisch gedicht. Het een is niet beter dan het ander. Het verschaft gewoon een ander soort voldoening en van de schrijver eist het tweede vooral een grotere concentratie. In een lyrisch gedicht heb je soms maar twaalf lijntjes om je verhaal te doen, dus je moet goed nadenken over wat je erin zult zetten en hoe je dat zult doen. Als auteur word je gedwongen om heel strak en precies te schrijven. In een roman kun je best een paar dooie paragrafen zetten, daar valt niemand over."

Kun je in een verhaal ook andere dingen doen dan in een roman?

"De roman is een bijzonder genereuze kunstvorm. Je kunt er alles in doen wat je wilt, en dat geldt ook voor het verhaal. Je middelen zijn dezelfde, maar het resultaat is anders. Op een bepaalde manier kun je wel degelijk meer doen met verhalen dan met een roman, maar dat komt gewoon doordat je er meer van kunt schrijven. Het duurt geen drie jaar voor er eentje klaar is. Een verhaal is veel meer een laboratorium dan een roman. Je kunt experimenteren en nieuwe zaken proberen. Draait het op niets uit, dan is dat niet zo erg. In Fascination heb ik een paar keer de lijn van een verhaal helemaal stukgeslagen en verbrokkeld, gewoon uit nieuwsgierigheid, omdat ik wou weten of dat iets interessants zou opleveren. Stel dat je dit in een roman doet en het wordt niets, dan heb je drie jaar vergeefs werk geleverd, en er zijn er al van minder gek geworden."

Precies, neem nu 'Lunch', de beschrijving van wat iemand zeven dagen 's middags eet, met wie, waar en voor welke prijs, waaruit de contouren van een mislukt leven tevoorschijn komen. Dat kan toch alleen maar in een verhaal?

"Dat verhaal is ongeveer 1.500 woorden lang en het geeft een beeld van een emotioneel labiele man en zijn gebroken huwelijk. Het is verbazingwekkend wat je kunt doen in een verhaal. En veel heeft met persoonlijke uitdagingen te maken: kan ik dit tot een goed einde brengen? Neem nu 'Beulah Berlin, an A-Z'. De uitdaging was of ik een verhaal kon schrijven over een vrouw uitgaand van haar 26 kenmerkende eigenschappen of voor haar betekenisvolle begrippen, waarbij die woorden de letters van het alfabet zouden hebben, ieder paragraafje zou eindigen met het eerste woord van de volgende paragraaf en het laatste woord van het verhaal gelijk zou zijn aan het eerste. Zoiets vind ik intellectueel stimulerend. Of het titelverhaal, waarin ik een gebeurtenis afwisselend vanuit twee standpunten vertel en bepaalde zinnen herhaal, zodat ze, ook al zijn ze identiek, toch een andere betekenis en sfeer oproepen. Stel je voor dat je zoiets in een roman zou doen, dat iedere nieuwe paragraaf een zin zou herhalen uit de vorige. Dat zou binnen de kortste keren gewoon stomvervelend worden. Een poëtische herhaling is op twintig pagina's haalbaar, op tweehonderd niet."

Er staan twee verhalen met een motto in Fascination en dat motto is telkens van dezelfde man, Anton Tsjechov. Dat zal wel geen toeval zijn.

"Nee, vorig jaar was Tsjechov honderd jaar dood en daarom heb ik nogal wat over hem gelezen. Een paar jaar eerder had ik al een film geschreven gebaseerd op drie van zijn verhalen. Ik leef dus al een tijdje samen met de man en ben daar heel gelukkig mee. Hij was immers niet alleen een uitzonderlijk schrijver, maar ook een fascinerend mens. Bovendien kon ik niet om hem heen. Hij is wellicht de grootste verhalenschrijver van allemaal. Het Tsjechoviaanse model, waarbij de auteur het leven in al zijn stupiditeit en banaliteit aan de lezer laat zien zonder daarbij een moreel oordeel uit te spreken, heeft enorm veel invloed gehad op de Europese literatuur. En het bijzondere aan Tsjechov is dat zijn beste verhalen, ook al schreef hij ze in de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw, qua toon en levensattitude toch heel modern zijn. Tsjechov is een soort obsessie geworden voor mij, het onbereikbare ideaal, zowel wat stijl als wat levensfilosofie betreft, en dat heeft veel te maken met zijn visie op de mens en de wereld, die ik in grote mate deel: het leven is wreed, absurd en zit vol stommiteiten; er is geen god om je aan vast te klampen en als je al eens een moment gelukkig bent, dien je dat zo lang mogelijk vast te houden, in het besef dat het niet zal blijven duren. Het is het soort stoïcijnse, berustende en absurde levensvisie waarbij ik me kiplekker voel."

Wat vindt u belangrijker in een verhaal, een spannende plot of emotionele diepgang?

"Dat hangt af van het verhaal waar ik mee bezig ben. Bij een Tsjechoviaans verhaal probeer ik de realiteit van het menselijk karakter juist te krijgen, of dat nu triestig is of vrolijk. Het moet vooral echt zijn, multidimensionaal. Een ludiek verhaal is meer op de techniek van het verhaal zelf gericht, zoals 'Lunch'. Plot vind ik eigenlijk niet zo belangrijk omdat je toch de tijd of de ruimte niet hebt om een ingewikkelde intrige op papier te zetten."

U zei vrolijk, maar veel vrolijkheid heb ik in uw verhalen nog niet opgemerkt. Ze zijn toch vooral tragisch?

"Zoals Henry de Montherlant al zei - en nu doe ik het maar even in het Engels - 'Happiness writes white'. Dat zie je dus niet staan op een blad papier. En zo is het toch? Wie is er nu geïnteresseerd in een verhaal over een gelukkige, mentaal stabiele persoon die alles krijgt wat hij wil? Dat is toch vervelend? John Updike zei ooit dat geluk geen onderwerp is voor fictie, en ik zou er willen aan toevoegen dat dit juist is, maar dat het nastreven van het geluk dit des te meer is. We willen allemaal graag gelukkig zijn, ook al zal het overgrote deel van ons dit nooit worden. Het leven is hard en bestaat vooral uit een reeks tegenslagen en opdoffers, en ook een beetje geluk, maar we weten allemaal dat we uiteindelijk sterven. En die wetenschap werpt een schaduw over ons leven. Om realistisch fictie te schrijven moet je je best doen om de realiteit geen geweld aan te doen en ik ken niemand die een zorgeloos leven heeft geleid. Jij wel? Dat is de realiteit niet, dat is romantiek, en als je die wilt lezen, moet je je maar een paar boeken van Barbara Cartland aanschaffen. Je leest ernstige fictie om er de menselijke conditie in uitgelegd te zien en om toegang te krijgen tot het hoofd van de ander. Want het is alleen in fictie dat we weten wat er in het hoofd van een ander omgaat. In het echte leven weten we dat niet. Lezen is dus meer dan zomaar amusement. We vervullen er een paar diepmenselijke verlangens mee in de zin dat we ons eigen avontuur weerspiegeld willen zien in anderen."

En wat is schrijven dan?

"Een vorm van empathie: betekenis geven aan het leven op deze gekke planeet. Alle kunst doet dat, maar de roman kan fijner inspelen op de complexiteit van dit leven omdat de roman een 'lange' kunstvorm is. Je kunt een duizend pagina's lange roman schrijven die een periode van een paar honderd jaar overspant. Probeer dat maar eens te doen in een schilderij. Een roman is dus heel goed om het menszijn te doorgronden."

U gebruikt ook veel kunst in uw werk. In ieder verhaal komt er wel een schilderij, literair werk of muziekstuk voor. En in uw vorige roman, Any Human Heart, liepen Picasso, Hemingway en Woolf elkaar constant voor de voeten.

"In deze bundel zitten er trouwens ook meer dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Tsjechov loopt door de verhalen, net als Georges Braque en Johannes Brahms, zonder dat zij bij naam genoemd worden. Dat is een van mijn liefhebberijen: biografische verhalen schrijven, gebaseerd op echte levens. Ik doe dat zo graag omdat ik onder de huid wil kruipen van de mensen die ik bewonder. Ik wil me voorstellen hoe zij zich gevoeld moeten hebben, of hoe het geweest moet zijn om met hen in contact te komen. Voor mij waren het natuurlijk fascinerende figuren, maar tegelijkertijd ook gewone mensen. Vandaar dat ik er graag mee aan de haal ga."

Het lijkt wel alsof u in uw verhalen vooral op zoek gaat naar de tragedie van het menszijn en dat specifieke actuele kwalen u minder interesseren.

"Doordat het zo'n korte literaire vorm is, heeft het verhaal weinig aandacht voor de tijd. Iemand definieerde het verhaal als een literaire tekst waarin je geen belang hecht aan het verleden. In een verhaal vraag je je niet af waar de personages vandaan komen en wat ze vroeger deden. In een verhaal heb je letterlijk geen tijd om je met de specifieke geplogenheden van een bepaald tijdperk in te laten."

En toch, het verleden speelt in uw verhalen wel degelijk een grote rol.

"Maar wat is het verleden? De twintigste eeuw is voor mij het heden. Mijn grootmoeder werd geboren in 1885. Ik kende dus iemand die in 1900 een jong meisje was en die Queen Victoria nog meegemaakt heeft. Dat is zeker niet het verre verleden. Mijn grootvader en zijn broer vochten tijdens de Eerste Wereldoorlog hier in Vlaanderen. De een werd gewond in Ieper, de ander in Passendale. Dat is negentig jaar geleden, maar op mij komt dat heel recent over. Het is trouwens ook opvallend dat de beste romans gaan over een gebeurtenis twee of drie decennia eerder, zoals Ulysses van Joyce bijvoorbeeld, of George Eliots Middlemarch. Blijkbaar moet er wat tijd overheen gaan voor je de essentie van een era kunt vatten."

Uw personages worden ook sterk door hun verleden bepaald.

"Maar geldt dat niet voor ieder van ons? Zodra je een verleden hebt, zal het ook opspelen. Je wilt weten hoe je geworden bent wie je bent en vraagt je af of de beslissingen die je nam wel de goede waren. Misschien ben je daar als schrijver wel meer mee bezig dan iemand anders. Je hebt een oeuvre achter je en dat bepaalt in zekere mate ook je volgende boek. Hoe meer afstand je afgelegd hebt, hoe kleiner je vrijheid om te meanderen wordt."

'The View from Yves Hill' gaat over een bejaarde schrijver die ooit beroemd was, maar nu niet meer gelezen wordt. Schrijvers, zo lijkt het wel, gaan niet op pensioen, ze worden gewoon vergeten. Any Human Heart ging ook al over een ouder wordende schrijver. Hebben we hier te maken met een persoonlijke bezorgdheid van een ouder wordende William Boyd?

"'Yves Hill' is gebaseerd op het leven van William Gerhardie, een schrijver die in de jaren twintig hoge toppen scheerde, superieur werd bevonden aan Aldous Huxley, Evelyn Waugh en Anthony Powell, intellectueel geknakt werd door de Tweede Wereldoorlog en de laatste 33 jaar van zijn leven niets meer schreef. De man zei steeds maar weer dat hij aan het werken was aan een grote roman, maar na zijn dood bleek er niets te zijn. Ik denk dat er geen schrijver is die zo'n verhaal niet zorgwekkend vindt. Het is de doem die over hun carrière hangt en volgens mij ook de reden waarom ze schrijven tot ze erbij neervallen. Er is immers geen pensioen en je kunt je niet voorstellen wat je anders zou moeten doen. Echt tragisch wordt het pas wanneer je als bejaarde auteur nog steeds schrijft, maar er niemand meer is die je wil uitgeven of lezen. Ik ken een paar schrijvers van eind de zestig, begin de zeventig die in zo'n situatie verkeren en ze zijn daar heel verbitterd door geworden. Ze hebben rond de twintig romans gepubliceerd, maar geen ervan is nog in druk. Het moet verschrikkelijk zijn. Als muzikant is het misschien mogelijk om thuis achter je piano te gaan zitten en rustig voor jezelf te spelen, maar als auteur kun je niet voor jezelf schrijven. Schrijver zijn impliceert precies dat er boeken verschijnen en dat mensen ze lezen. Het is een harde job. Naarmate je ouder wordt, begint je verbeelding te haperen. Het gaat allemaal wat trager en stroever. Ik ben 53 en werk nu aan mijn negende roman. Stel dat ik nog twintig jaar leef, hoeveel kan ik er dan nog schrijven? Vijf? Misschien zes? Je moet altijd vooruit kijken en denken: heb ik nog wel zes goede ideeën?"

Maar wat er is, is er natuurlijk, dat rijtje boeken in de boekhandel.

"En daar komt het naarmate je ouder wordt steeds meer op aan: in staat zijn om naar de boekwinkel te gaan en daar dat rijtje te zien staan. Literaire prijzen of uitnodigingen om lezingen te geven doen er dan allemaal niet meer toe. Het werk, het bedrukte papier, dat is wat uiteindelijk telt."

Marnix Verplancke

'Alleen in fictie weten we wat er in het hoofd van een ander omgaat. In het echte leven weten we dat niet. Lezen is dus meer dan zomaar amusement''Tsjechov is een soort obsessie geworden voor mij, het onbereikbare ideaal, zowel wat stijl als wat levensfilosofie betreft''Je hebt een oeuvre achter je en dat bepaalt in zekere mate ook je volgende boek. Hoe meer afstand je afgelegd hebt, hoe kleiner je vrijheid om te meanderen wordt'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234