Zondag 25/10/2020

Het leven, een handleiding

Ligt het ultieme geluk in de gezapige burgerlijkheid? Zowel de Vlamingen Toon van Mierlo als Clara van den Broek doen in hun debuut verslag van hun enerverende queestes en knipogen naar Annelies Verbeke. In Excuses voor het ongemak ironiseert Hans Hogenkamp bij monde van de stuntel Edo Kleingeld de hedendaagse samenleving. Pieter Boskma vlucht in de nostalgische troost van de lichtheid in zijn debuutverhalen Westerlingen. Bert Bultinck & Dirk Leyman neusden in vier recente debuten.

Van Mierlo zet met succes in

op een sterke herkenbaarheidsfactor

De Antwerpse schrijver Toon van Mierlo is de nieuwste naam in de ophefmakende Vlaamse golf van jong schrijftalent. Net als veel van zijn collega's tekent deze dertiger in makkelijk lezend proza het grote verdriet en de kleine kantjes van de westerse mens. Die westerse mens, die in dit soort boeken bij voorkeur in Gent, Antwerpen of Brussel woont, kan maar moeilijk zijn plaats vinden in een illusieloze, geatomiseerde gemeenschap, waar het leven tegelijk te moeilijk en te gemakkelijk is.

Het is niet alleen omdat een van de twee hoofdpersonages tegen de slapeloosheid vecht dat dit Vlaamse debuut doet denken aan de eerste roman van Annelies Verbeke. Insomnia is één ding, maar Van Mierlo heeft het ook al snel over zelfmoord, de "heroïek van een marginaal bestaan" en de toevalligheden die elk bestaan van richting doen veranderen, zonder daar toestemming voor te vragen. Toeval, zo schrijft hij in een van de snediger passages, "is niet meer dan een logische samenloop van omstandigheden die wij verkeerd interpreteren".

Pieter Duivestand moet bekomen van een gebroken liefde en doet dat met porno, zwemmen, uiensoep en een Mexicaanse ovenschotel. Hij gaat op straat wonen, probeert het als alcoholist, maar na een paar dagen wil hij zijn "stank kwijt" en zijn "bed terug". Uiteindelijk besluit hij om het rijkeluiszoontje te blijven dat hij altijd al was: zijn grootvader, vader en zus hebben achtereenvolgens en met groeiend succes de Duivestand-warenhuisketen opgebouwd en geleid (Duivestand - Stuyvesant, u voelde al dat er een woordspeling in het spel was). Zijn leven verandert volledig wanneer een meisje van een jaar of twintig, Lutgardis of kortweg Gard, terloops vraagt of zij en haar vriend Pieters bed mogen gebruiken. Twee weken later staat ze opnieuw aan zijn deur, maar nu alleen. Hij laat haar binnen en niet lang daarna wordt hij vader.

Pieters verhaal wordt afgewisseld met scènes uit het leven van Lodewijk van Noten, die als bediende werkt op de personeelsdienst van een sigarettenpapierbedrijf en behept is met het vreselijke noodlot dat iedereen die hij graag ziet al jong dood gaat. De uitgebreid georchestreerde zelfmoord van "zijn laatste vriend" Tommy zal niet de laatste tragedie in Lodes leven zijn, maar het brengt wel de twee hoofdpersonages bijeen, via een mysterieuze afscheidsbrief, die gepast droevig, cynisch en futiel is.

Van Mierlo is erin geslaagd om zijn niet al te bijzondere verhaal met zwierigheid op het papier te zetten. Uitgenomen de allerlaatste ontknoping blijft alles binnen de lijnen van het geloofwaardige en hij zet met succes in op een sterke herkenbaarheidsfactor. Toch wegen deze gefictionaliseerde mijmeringen over vriendschap, liefde en het geluk van het vaderschap te licht om nu al van een sterke roman te kunnen spreken. (BB)

Toon Van Mierlo

Het geluk van jonge vaders

Querido, Amsterdam, 168 p., 16,95 euro.

Stilistisch rammelt dit boek

als een deux-chevaux

Ik maak haar billetjes schoon. Ik smeer er crème op, en doe haar een nieuwe luier aan van het merk Colruyt. Die zijn het best in prijs-kwaliteitsverhouding. Ze zijn eigenlijk gewoon het goedkoopst, en toch heel goed. Pampers zijn heel duur. Toch gebruik ik ze soms."

Voor u er écht aan gaat twijfelen: deze zinnen zijn niet afkomstig uit een Test Aankoop-onderzoek van baby-artikelen, maar wél uit de debuutroman van de Vlaamse theateractrice Clara van den Broek. Met het modieuze Aarde mikt uitgeverij De Geus voluit op een reprise van het Annelies Verbeke-effect: jonge vrouwelijke, niet onaardig ogende auteur met enig public appeal schrijft toegankelijk proza met een rafelrandje beheersbare gekte. Een flagrante inschattingsfout, zo valt te vrezen. Van den Broeks dunne boek kreunt immers onder een gênante overlast van hortende, ronduit tenenkrullende taalbrouwsels.

Aarde - aangekondigd à la Heleen van Royen als "het boek voor jonge vrouwen die twijfelen over die grote liefde, kinderen en een carrière" - confronteert in een parallelle vertelling het leven van twee jonge vrouwen. De tweespalt tussen experimenteel én risicoloos leven wordt daarbij dik aangezet, maar finaal worden ze door eenzelfde verlangen gedreven.

Meisje één verzeilt, na het stomme dodelijke ongeluk van haar bink Jacky, op een trippy glijbaan waar ze zich laks laat meedrijven op de golfslag van het toeval. Zo doorkruist ze heel Europa. Ze belandt op ijlhoofdige feestjes, snoept softdrugs ("Er wordt intussen zoveel geblowd en gerookt, dat er een mist hangt, zo dik dat een konijn er een gang in zou kunnen graven") en laat zich neuken door wie het wil. "Het is alsof ik een plastic bekertje ben. Ik heb het gevoel dat ze mij maar één keer kunnen gebruiken. En dat zij mij daarna wegsmijten." Uiteindelijk raakt ze in de tentakels van een oudere man die als geldschieter fungeert en haar als luxehoer beschouwt ("als strikje rond zijn poedelnekje"). Tot bij beiden de zekeringen springen.

Als contrapunt volgen we de tredmolen van een jonge vrouw met een bloedeloze kantoorbaan. Zij is gepreoccupeerd door haar werk, haar baby en haar huis. Haar leefwereld is klein als een zakdoek, haar gedachten zijn van een ontstellende banaliteit. Van den Broek solfert ons alle details van de huishoudelijke fauna en flora op. Aarde neigt zelfs af en toe naar een zelfhulpgids voor poetswerk. Aan het slot speelt Van den Broek de ambiguë kaart: is "rollebollen met de baby", "een stijlvol huis" met "een zachte bank" en "lichte lampen" niet ver te verkiezen boven het hijgende, rusteloze zoeken naar authentiek, immaterieel geluk? Lang leve de gelukkige huisvrouw met Spic & Span in de hand.

Van den Broek hanteert in Aarde een irriterend naïef toontje, met archikorte zinnetjes en uitspraken die zo uit een Vitaya-programma zijn geplukt. Stilistisch rammelt dit boek als een deux-chevaux, dusdanig dat je eigenlijk gaat twijfelen of hier toch geen ironie mee gemoeid is: "Ik had de mascaras graag nog eens doen pinken van ontzetting. En de mensen in de kostuumbroeken doen scheeftrekken van afgunst." Of: "Ik heb slaag gekregen, en heb dan toch uit de nis kunnen komen." De uitsmijter is beslist: "Het is alsof de gang achter mij begint te lachen." En dankzij deze gillers kan deze Vlaamse proeve van chicklit met een "dekentje van melancholie op mijn schouders" alsnog cultstatus verwerven. (DL)

Clara van den Broek

Aarde

De Geus, Breda, 127 p., 14,50 euro.

Hogenkamp laat je om de tien pagina's lijzig grinniken met alle opgelepelde ellende

Ik was aangewezen op de kruimels die van tafel vielen. Zelf was ik een kruimel die al heel lang geleden van tafel was gevallen." In Excuses voor het ongemak, het debuut van de Nederlander Hans Hogenkamp, is de suffige anti-held Edo Kleingeld zich pijnlijk bewust van zijn beperkingen. Op het eerste gezicht lijkt hij nochtans niet te klagen te hebben. Hij woont in een ruim bemeten, Amsterdams grachtenpand, heeft een vetbetaalde maar niet erg vermoeiende baan bij een bureau voor kijk- en luisteronderzoek én als surplus zelfs een gewillige allochtone poetshulp. Zijn onvermogen tot reëel menselijk contact zit hem echter deerlijk dwars. Bovendien laat hij voortdurend over zich heen lopen en raakt hij maar niet aan de vrouw. Daarom voelt hij zich niet enkel een "kruimel" maar ook een "stoeptegel".

Wanneer de Sri Lankaanse huisknecht Bayya erop aanstuurt dat zijn zusje Chandrani een paar weken bij Kleingeld komt logeren, durft hij dat niet te weigeren. Hij wil tenslotte niet koelhartig overkomen tegenover migranten en wie weet is zij wel bloedmooi? De vierendertigjarige, nog steeds maagd zijnde Kleingeld ruikt een makkelijke prooi. Chandrani blijkt evenwel lelijk als de nacht, met een wegdraaiend oog en een onappetijtelijk figuur. Toch zal hij bij haar zijn maagdelijkheid verliezen. "Uit alles bleek dat ze mij wilde, en als vanzelf begon ik haar verlangen te weerkaatsen, zoals ik jarenlang minachting had weerkaatst", staat er mismoedig. Het hele boek lang weet Hogenkamp de halfslachtigheid van zijn hoofdpersonage goed uit te buiten. Zoetjesaan raakt de inwoning van Chandrani - die van geen wijken weet - een halve nachtmerrie voor Kleingeld. Vanaf nu wordt hij om de haverklap in het defensief geduwd, zeker als Chandrani zwanger blijkt te zijn.

Hogenkamp laat je om de tien pagina's lijzig grinniken met alle opgelepelde ellende. Zijn Edo is een bange wezel die tussen alle watertjes door probeert te zwemmen. Maar ook zijn omgeving is amper één haar beter. Zijn illusieloze beeld van een door de markt gecorrumpeerde samenleving, waarin iedereen zijn eigen voordeeltjes najaagt, is trefzeker. Hogenkamp debiteert tal van ironische oprispingen over de keerzijde van de Nederlandse welvaartsstaat: "Vroeger heette het dat allochtonen hier door de overheid werden doodgeknuffeld, maar dat knuffelen was inmiddels uitbesteed aan Club Nokia en McDonald's. Meer hadden we niet te bieden."

Even weergaloos zijn de scènes waarin Kleingeld - als voorvechter van een "ethisch reveil" - vanop zijn werk de kijkcijfers manipuleert om voyeuristische reality-programma's te laten kapseizen of het moment waarop hij door zijn baas, tot zijn eigen stomme verbazing, wordt gepromoveerd.

Het is niet eenvoudig om in de reeds overvolle galerie van literaire slapjanussen nog een ereplaats te bemachtigen. Met Edo Kleingeld is Hogenkamp daar voortreffelijk in geslaagd, in een debuut dat stilistisch zelden uit de bocht gaat. (DL)

Hans Hogenkamp

Excuses voor het ongemak

Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 222 p., 16,50 euro.

Het voordeel van dit soort proza is de troost van de lichtheid

Een slordige twintig jaar geleden viel Pieter Boskma met zijn eerste dichtbundels de Nederlandse literatuur binnen als een van de Maximalen, van wie Joost Zwagerman nog steeds de bekendste is. De Maximalen vochten voor meer "straatrumoer" in de poëzie - Rimbaud was hun god en de academisch genoemde poëzie van Faverey-epigonen de aartsvijand. In zijn eerste prozaboek - een reeks erg korte en losvast verbonden verhaaltjes - voel je die erfenis nog doorwegen. Boskma schrijft rock-'n-roll-miniatuurtjes, waarin de lijnen van vrouwenslipjes zich nadrukkelijk aftekenen onder joggingsbroeken, waarin er zeer meeslepend gezopen en geouwehoerd wordt, waarin kunstzinnige ego's worden opgeblazen, en waarin uiteindelijk alles "van gelijke duisternis" blijft.

Het voordeel van dit soort proza is de troost van de lichtheid: er is altijd een kleine schittering, een snuifje kwaadwilligheid (zoals in het vrij bittere verhaal 'Het vergeefse hout') en veel melancholie in "dit land voorbij het heimwee naar het andere". In dat land is de wens de vader van de gedachte, niet alleen bij de personages, maar ook bij de auteur. Dit boek gaat namelijk helemaal niet voorbij aan het heimwee naar het andere - in allerlei vormen druipt het zowat overal van de pagina's. Kijk eens naar de kleurenpracht op het einde van zo'n verhaaltje als - de titel alleen al - 'Terug naar hotel Acacia': "Ik kleedde me aan en stak een sigaret op. Met de rook blies ik een gat in een ijsbloem op het raam, en keek geboeid toe hoe in het heldere maanlicht dat door de wolken brak blauw en groen en geel en paars fonkelende ijskristallen dat gat weer uiterst langzaam en secuur begonnen te dichten." Boskma kan wél schrijven, dat zie je ook op andere plaatsen, en in tegenstelling tot sommige andere dichters die zich buiten hun verzen wagen, weet hij dat proza slechts zelden de densiteit van poëzie verdraagt. Wie Westerlingen leest, voelt dat hier een uiterst zorgvuldig taalgebruiker aan het woord is, maar wel van het type dat niet noodzakelijk spaken in de eigen wielen hoeft te steken.

Het nadeel van dit boekje is óók de troost van de lichtheid, of beter: de teleurstellende omstandigheid dat het niet veel meer biedt dan die troost, en dat we dit soort lichtheid eigenlijk ook al kenden. Dit is nostalgische literatuur die doet terugverlangen naar een tijd waarin men vol was van Remco Campert. De verhaaltjes van en over Jezus K. zijn gezwind opgeschreven en grappig en de portrettering van wonderactrice Katja Schuurman is mooi, wreed en net niet cliché: zij heeft de "in en in droeve blik van een veel te jong gekooide, die dolgraag in een zomerjurkje buiten spelen wil, maar die binnen moet blijven om te dansen voor de wereld". De rest van het boekje is bijna altijd even mooi, vaak een stuk minder wreed en leunt niet zelden even dicht aan bij de sjablonen van de literaire romantiek. (BB)

Pieter Boskma

Westerlingen

Prometheus, Amsterdam, 133 p., 18,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234