Vrijdag 03/12/2021

Het leven alsleerschoolBetty Mellaerts praat met Liliane Saint-Pierre

Twintig liedjes uit 1968 op een plaat. Liliane Saint-Pierre heeft het niet meer van anderen laten afhangen, ze besliste zelf om haar Franse repertoire uit de jaren met Claude François opnieuw uit te geven. Donker en een beetje hees. Haar stem is weinig veranderd, de vrouw des te meer.

Foto Stephan Vanfleteren

'Als je een beetje integer bent, kun je nooit meer volkomen gelukkig zijn op deze wereld. Er is gewoon te veel miserie. Ik ben net vierenvijftig geworden, ik heb hopelijk nog veel jaren voor mij, maar ik heb er ook al heel wat gehad. Sinds mijn vijftiende sta ik op de scène en ik ben de muziek ontzettend dankbaar. Dat vak is een enorme houvast. Ik kan me uiten en krijg er veel voor terug, terwijl er mensen zijn met mooiere gedachten dan ik die thuis tussen vier muren zitten en het moeilijk hebben. Tegenwoordig mag je je al gelukkig prijzen als er iemand naar je luistert. Maar tegelijkertijd vind ik dat je er moet aan werken. Als je je afsluit, zal niemand je tegemoetkomen.

"Hoewel we in een wereld leven waar in allerlei beroepen de jeugd voorrang krijgt, kan een artiest lang meedraaien als hij werkt aan zijn repertoire. Ik blijf gelukkig niet stilstaan en nostalgisch denken: het moet nog zoals vroeger. Toch mag je geen afbreuk doen aan je persoonlijkheid. Je kunt wel meegaan met de trends van de tijd, maar als een muziekstijl je niet ligt, maak je jezelf belachelijk, ook al verdien je er geld mee. Dat heb ik in de jaren zestig te vaak moeten doen. Het is een voordeel van ouder worden dat ik nu zelf bepaal wat ik wil zingen.

"In mijn prille jeugd wou ik zoals vele meisjes naar de balletschool. Maar ik kom uit een heel eenvoudig gezin en mijn ouders zagen dat niet zitten. Ik had ervoor naar Antwerpen moeten gaan en de balletwereld was ver van hun bed. Ik groeide op met de muziek van Elvis Presley, Brenda Lee, Dusty Springfield. Zij was mijn grote idool. Nu ben ik een vurige verdedigster van de Vlaamse muziek, maar toen - shame on me - was ik niet onder de indruk van wat er in Vlaanderen gebeurde. Behalve van Jean Walter. Hij trad een keer op school op en ik vond hem een grote persoonlijkheid met veel stijl en présence.

"Ik hield van muziek. Ik zong zelf wel eens op school en tijdens feestjes voor de turnkring. Nooit voor familie, zelfs niet als mijn moeder zei dat ik er een rokje of een kleedje voor zou krijgen. Ik was er te verlegen voor, familie was te dichtbij. Op een podium was er meer afstand, daar voelde ik me veilig en kon ik mezelf zijn. Zo voelde ik dat lange tijd aan.

"Geregeld sloot ik me op in mijn kamertje. Ik had een gitaar gekocht en volgde wat lessen, maar ik heb er geen werk van gemaakt. Ik kan nog altijd niet goed spelen. De gitaarleraar vond dat ik een mooie stem had en vroeg of ik niet met een jongerengroep uit de streek wou optreden. Dat heb ik gedaan en zo heb ik de smaak van optreden te pakken gekregen. Toen het groepje uit elkaar viel, zeiden de jongens: 'Jij moet iets doen met je talent'. Ik dacht: welk talent? Ik ging nog naar de technische school, ik wist helemaal niet wat ik wou worden. Kapster, misschien. Maar toen kwamen de crochetwedstrijden, plaatselijke talentenjachten. Een van de eerste waaraan ik deelnam, was heel simpel: ik zong een liedje zonder microfoon, begeleid door een pianist. Als je er eentje had gedaan, kreeg je vanzelf brieven met uitnodigingen voor volgende wedstrijden in de omliggende gemeenten, het was een heel circuit.

"Het was best een gezellige tijd. Mijn moeder komt uit een grote familie en vooral haar jongste broers gingen altijd mee om voor mij te supporteren. Al wie aan de wedstrijden meedeed, bracht familie mee, er was dus altijd ambiance. Ik won geregeld en mijn ouders vonden het ook gewoon plezant. Niemand dacht dat ik er een beroep zou van maken. Toen kwam er een grote nationale wedstrijd. Het was 1964, ik was vijftien. De uitslag was absoluut geen doorgestoken kaart, maar nog voor de finale kwamen de Nederlandse bazen van Philips thuis met mijn ouders een platencontract voor mij bespreken. Ze waren zo onder de indruk van mijn stem dat ze er zeker van waren dat ik het zou halen. Ze kwamen zeggen dat er een carrière in mij zat, dat ze van mij een ster wilden maken. Dat klonk nogal in onze oren, en mijn ouders hebben me niet tegengewerkt. Ik won en mocht een plaat opnemen. Ik liep op wolkjes, ik voelde mij net een prinses. Ik zag me echt al een vedette worden als France Gall of Sylvie Vartan. Maar dat is het prille begin, als alles nog mooi is.

"Aan mijn eerste platenfirma heb ik de mooiste herinneringen. Mijn producer was een toffe mens die het serieus met mij meende en bij wie ik me heel goed voelde. Maar toen stelden ze mijn persoonlijke manager aan, Milo De Coster. Ik kende hem niet, mijn ouders evenmin. Milo maakte er meteen werk van en zag het heel groot. Ik moest repeteren met een orkest. Dat was toen zo, natuurlijk, maar het vroeg veel werk. Ik kon niet zeggen: ik kom in het weekend wel wat oefenen. Ik ben dus nog een tijdje naar school geweest, maar ik viel gewoon in slaap in de klas of ik zat te dromen. Ik gaf mijn studies op.

"Alles ging heel snel. Milo was misschien inderdaad een goede manager, maar als mens kon ik moeilijk met hem om. Hij was bijzonder streng, zelden of nooit tevreden. Het heeft me gehard, maar ik was jong en kwetsbaar. Mijn ouders hadden me met principes opgevoed. Ze tolereerden niet dat ik zou liegen of bedriegen, echt volgens de strenge katholieke regels. Dat heb ik lang tot in het absurde toegepast om toch maar geen zondig kind te zijn. Ik moest naar de kerk gaan, maar daar hing het van de priester af of ik aandacht had voor wat er verteld werd. De mens fascineerde mij, niet het instituut kerk. En zoals iemand schilderijen bestudeert, heb ik een gezonde nieuwsgierigheid voor mensen. De verscheidenheid blijft me verbazen. We lopen met miljarden rond, allemaal anders en ook heel gelijk. Ik observeer graag en door mijn ogen en oren goed open te houden heb ik van al wie ik ontmoette iets proberen mee te nemen, indrukken als een spons in mij opgezogen. Het negatieve uitgewrongen, in de hoop alleen het goede over te houden."

'Door Milo ben ik lang wantrouwig geweest. Als artiest mag je een beetje afstand houden, maar ik werd door hem afgeschermd van het publiek, zoals je nu ziet bij vedetten als Céline Dion. Tussen de muzikanten en mij moest er ook maar niet te veel vriendschap ontstaan. Soms werd ik met roddels tegen hen opgezet en, naar ik achteraf hoorde, zij ook tegen mij. 'Als ze moeilijk doet, speel haar dan maar van de scène', zei Milo. Welke manager zegt dat nu? Het was pure macht en daar had ik al vroeg een sterk staaltje van meegemaakt. Milo was eveneens de manager van John Larry. Hoe vreemd het nu ook mag klinken als je zijn platen hoort, destijds was hij heel populair en de lieveling van de Vlaamse meisjes. In die tijd gingen de managers nog zelf naar de zaalhouders toe om contracten af te sluiten voor hun artiesten. Ik had er een bloedhekel aan, maar ik moest altijd mee. Op een dag passeren we langs een boerendorp, ik weet niet meer waar, en daar hangt een affiche met de aankondiging van een optreden van John Larry. Milo stopt, zegt: 'Die moet hier helemaal niet optreden, wat is dit?' John Larry had het ongeluk gehad om één contract te tekenen zonder medeweten van Milo. Dat zou ik nu persoonlijk nooit doen, maar van de ene dag op de andere was het afgelopen met John Larry. Niemand heeft nog iets van hem gehoord. Dat is me zo bijgebleven. Ik dacht: zonder Milo ben ik niets. Hij maakt je, maar als het moet, maakt hij je ook kapot. Dat heeft me heel lang heel bang voor hem gemaakt.

"Ik kon evenmin tegen zijn opschepperige manier van doen. Waarom verhalen ophangen over succesvolle tournees in Duitsland die miljoenen hadden gekost? Altijd miljoenen en miljarden, niemand geloofde er iets van. Ik vond dat je straight moest zijn. Gewoon vertellen wat er gebeurd is, dat was al mooi genoeg.

"Ik herinner me de interviews die ik moest geven, vaak aan zijn journalistenvrienden. Dan zaten ze moppen te vertellen, praatten grof. Ik kwam uit een sereen gezin en had een hekel aan vulgariteit. Dan zat ik er heel stilletjes bij. 'Je moet een paling zijn.' Die zin heb ik zo vaak horen vallen. Milo bedoelde: wees diplomatisch, je kunt niet altijd zeggen wat je denkt. Het gebeurde dat hij tijdens een interview snel in mijn plaats antwoordde en zei: 'Nietwaar, Liliane?'. Dan reageerde ik niet, maar de journalist zag wel wat ik ervan dacht. Achteraf kreeg ik op mijn kop, dan was het ruzie. Op de duur schoor ik iedereen over dezelfde kam. Iedere journalist was een gangster of een wolf. Aan de buitenkant stelde ik me volwassen op, maar binnenin was ik het bange meisje. Ik durfde niet reageren. Ik was jong en had niet veel gestudeerd. Onbewust heb ik allicht gedacht dat de anderen het echt wel beter zouden weten dan ik. Ik heb pas veel later begrepen dat intelligentie niets met studies te maken heeft. Het leven is mijn leerschool geweest en de intelligentie van het hart is even belangrijk."

"Ik heb geen gemakkelijk leventje gehad. Ik heb veel geweend en er waren periodes dat ik me echt niet goed voelde. Maar fier als ik was, hield ik me sterk voor de buitenwereld. Ik kon er niet veel over praten. Ik was vrij eenzaam. Daar kwam een kentering in toen ik mijn hart verloor aan de zoon van Milo. Ik weet nog dat mijn mama het had voorspeld omdat ik met niemand anders contact had. Het was inderdaad onafwendbaar, maar ik heb hem heel graag gezien, dat weet ik wel zeker. Hij was mijn eerste houvast. Ik klampte me zodanig aan die verliefdheid vast dat ik er sterker van werd. Toen kon ik luider protesteren bij Milo en hield ik voet bij stuk als ik vond dat ik gelijk had. Hij kreeg minder vat op mij, maar nog altijd meer dan ik wilde.

"In 1968 had Milo gehoord dat Claude François in Frankrijk een eigen platenlabel zou oprichten. Hij stuurde een van mijn platen naar hem toe, met een brief erbij. Misschien hebben we geluk gehad, maar Claude François heeft ons onmiddellijk in Parijs uitgenodigd. Ik ontmoette hem op een van zijn kantoren. Ik sprak bijna geen Frans en was dubbel verlegen en teruggetrokken. Ik hield niet van hem als artiest, maar ik wist dat hij in Frankrijk een grote meneer was en door met hem te werken kreeg ik respect en bewondering voor hem. Hij was perfectionistisch met zijn vak bezig en eiste van iedereen hetzelfde. Dat bezorgde hem de naam een moeilijk mens te zijn, maar daar had ik geen moeite mee. Ik vond het bijna terecht.

"In Frankrijk heeft men mijn imago gecreëerd. In het begin van mijn carrière wou Philips dat ik het typische jonge meisje speelde, met het rokje net onder de knie, platte schoentjes, heel braaf haartjes naar achteren met een band erin. Een tuttebel, als ik die foto's nu bekijk. Maar zo was ik niet. Ik was veeleer sportief. Ik droeg graag smalle broeken en heb altijd van kleren gehouden die ik voel."

'Bij Claude François veranderde alles. Frankrijk is een groter land met meer budgetten en macht. Mijn imago werd stijlvol en paste beter bij mijn karakter. Er werd samen overlegd over de muziekkeuze. Ik voelde mij er goed omdat men oprecht bekommerd was om mij. Het heeft twee jaar geduurd. In 1970 haalde Milo me er weg omdat hij het gevoel had dat ik hem zou ontglippen en daarvoor maakte hij handig gebruik van het feit dat ik verliefd was op zijn zoon. Als ik tegen zijn zin in Frankrijk bleef, zou ik mijn geliefde niet meer zien. Hij wist dat ik daarom voor zijn nieuwe project Glory Halleluja 2000 zou kiezen. Zo zat ik in elkaar: heel emotioneel. Dat ben ik nog altijd en dat is niet erg, maar daardoor laat je je verstand niet meer meepraten.

"Frankrijk had mijn stek kunnen zijn, ik hou van de Franse mentaliteit. Men zegt dat Fransen chauvinistisch zijn, maar dat is goed. Je moet het talent dat je land voortbrengt koesteren. Dat gebeurt hier veel te weinig. Ik heb geen spijt dat het anders gelopen is. Ik wil geen spijt hebben. Ik heb nu andere dingen meegekregen en mijn succes had ook kunnen verwateren. Mijn Frans was niet goed, ik had nog niet genoeg grond onder de voeten om het allemaal alleen aan te kunnen.

"Sommige mensen vragen me wel eens of ik rijk geworden ben van de successen die ik toen had. Het antwoord is neen. Daar was ik ook helemaal niet mee bezig. Soms vraag ik nog wel eens aan mijn mama: 'Hoe zat dat nu?' 'Kind', zegt ze dan, 'dat was zo'n soep destijds.' Dat was een tactiek van Milo: om de zoveel tijd veranderde hij het uitbetalingssysteem. Dan kwam hij thuis zeggen: 'Ik betaal per optreden', en wat later: 'Het is misschien toch beter dat ik per maand afreken'. Managers spreken altijd over de ongelooflijke kosten die ze hebben. Dat spreek ik niet tegen, maar ik had er volstrekt geen zicht op. Op een bepaald moment, nog voor de tijd met Claude François, werkte ik in Duitsland. Heel veel optredens voor televisie, het ging mij goed. Op een dag kwam Milo met een afrekening voor die tournee. Mijn ouders moesten geld opleggen, zoveel kosten waren er geweest! Mijn moeder, een eenvoudig meisje van het platteland, was kordater dan mijn vader. Hij zei: 'Ja, misschien is het zo'. Zij vond echter dat het niet meer kon en stond op het punt mij bij Milo weg te halen. Ik durfde niet. Soms zegt ze wel eens: 'Ik heb toen een fout gemaakt, ik had moeten doorzetten'. Maar dat is niet zo. Ze heeft gedaan wat ik haar heb gevraagd en dat heb ik enorm gerespecteerd."

"In 1971 ben ik getrouwd en er kwam snel een kindje. Ik heb geen seconde getwijfeld of dat wel te combineren viel met een carrière. Ik was overdag immers veel thuis, ik trad 's avonds op. Het was fantastisch om moeder te worden, maar ik ben te vroeg bevallen omdat Milo dat wou. Aan het einde van mijn zwangerschap hadden we in Berlijn première van Glory Hallelujah. 'Daar moet je wel bij zijn', zei hij. In samenspraak met de dokter is mijn bevalling ingeleid. Kun je je voorstellen dat ik dat heb toegestaan? Net uit de kliniek, waar ik in bed mijn teksten had geleerd, stond ik tijdens de première te trillen op mijn benen.

"Drie jaar heb ik in kerken gezongen. Het stuk zelf vond ik mooi en het heeft veel succes gehad. Maar wist ik veel dat het niet zo goed was voor mijn carrière. Er was absoluut geen sprake meer van om daarnaast in het commerciële circuit nog iets te doen en toen het afgelopen was, had ik de indruk dat ik van voren af aan moest beginnen. Op korte tijd was er in het wereldje bovendien veel veranderd. Artiesten gingen in discotheken optreden met hun muziek op een tape. Een jaar lang heb ik geweigerd om dat te doen, met alle gevolgen van dien. Je bent heel vlug vergeten, dat gaat snel, hoor.

"Na Glory Hallelujah kreeg Milo een positie bij Barclay, hij is er zelfs een tijdje directeur geweest. Ik nam er plaatjes op, in 1975 onder meer het fameuze Als je gaat, een compositie van Art Sullivan. Vanaf het eerste moment dat ik het hoorde, zag ik dat liedje absoluut niet zitten. Ik kon de tekst gewoon niet onthouden, zo stom was hij. Maar het maakte niet veel uit, niemand hoorde het als ik de ene zin voor de andere zong. Tegensputteren hielp niet. Milo zei: 'Laat me maar doen, het wordt een dikke hit'. Hij heeft gelijk gekregen, maar ik vind het nog altijd een stom nummer. Toch wil ik er niet op neerkijken. Veel mensen hebben die plaat gekocht en hebben er wel goede herinneringen aan. Ik wil het alleen nooit meer zingen.

"Rond die tijd gebeurde er verder niet zo veel meer met mij. Ik voelde me niet gelukkig met wat er op plaat verscheen. Dat was ik niet. Het was telkens zo'n gevecht, ik werd er moe van. Een tijdlang heb ik me weggestoken. Ik nam geen platen meer op, wou geen interviews meer geven of op televisie komen. Ik was gedegouteerd door de muziek. Ik vond de juiste weg niet. Toen zag ik een advertentie die vrouwen opriep voor het leger en ik dacht: dat is het. Ik zag dat allemaal heel avontuurlijk. An officer and a gentleman. Zoiets. Ik heb mijn aanvraag ingediend, maar ik werd op het nippertje 'gered' door Bobbejaan Schoepen. Hij belde me om bij hem 'het seizoen' te gaan doen. Geen idee wat dat was. Hard werken, bleek achteraf. Het heeft me in de muziek gehouden. De mensen kwamen niet speciaal voor mij, maar ik zong de muziek van mijn eigen keuze, en ik had er voldoening aan dat het publiek mij apprecieerde. Dat is voor een artiest een geschenk.

"Rond die tijd had Milo het liefst dat ik alleen nog thuisbleef om te zorgen voor zijn zoon en kleinzoon. Daarin heeft hij zich misrekend. De muziek was mijn grote liefde en voor mijn gezin zorgen deed ik vanzelf al. Het werd uiteindelijk een familiekwestie. Mijn manager was ook mijn schoonvader. Dat heeft zich gewroken en heeft in 1986 mijn scheiding teweeggebracht. Het was tevens de definitieve breuk met Milo, ik heb hem achteraf nooit meer gezien. Soms denk ik nog wel eens aan hem, tenslotte is mijn zoon zijn kleinkind. Hij is al jaren ziek en als ze morgen komen zeggen dat hij gestorven is, zal het een vreemd gevoel zijn. Hij zal altijd een stukje familie blijven.

"Ik heb gewoon te lang onder de vleugels en de - misschien goedbedoelde - druk van Milo geleefd. Bij momenten ben ik heel kwaad op hem geweest omdat ik vond dat hij me had verknoeid. Nu word ik milder. Hij was wie hij was. Maar één ding weet ik zeker: hij heeft in de eerste plaats altijd aan zichzelf gedacht. Dat is het enige wat ik hem niet kan vergeven.

"Door het werk bij Bobbejaan kreeg ik contact met Serge Popovski, een Bulgaarse muzikant die meestal optrad tijdens stijlvolle privé-feesten voor een vrij groot publiek. Ik was een van de drie zangeressen en stond in alle bescheidenheid anoniem in de groep te zingen. Meer hoefde dat voor mij niet te zijn. De druk was weg. Of het goed ging of slecht, het hing niet meer van mij af. Optreden heeft altijd veel van mij gevraagd en ik ben nog altijd niet relaxed. Voor een optreden word ik introvert en ben ik het liefst alleen. Maar in mijn jeugdjaren stierf ik wel duizend keer voor ik op moest. Milo ging vaak eens vanuit de coulissen kijken. 'Geen volk, het zal weer een fiasco zijn, vanavond', kwam hij dan zeggen. Dat was het meestal niet, maar ik zat met een bang kloppend hart te wachten, want het was altijd mijn schuld.

"Ik heb er veel te lang van afgezien dat het mijn fout was als het wat minder ging - wat iedere artiest al eens meemaakt. Maar ik ben teruggekomen. Onder impuls van een van mijn vrienden stuurde ik in 1981 'Brussel' in voor de preselectie van het Eurosongfestival. De demo is de laatste dag van de inschrijvingen per drager naar de BRT gebracht. Op 18 december, mijn verjaardag, kreeg ik een telegram dat ik geselecteerd was. Ik geloofde het zelfs niet. Ik verloor van Emily Star, maar ik kreeg mooie kritieken. Ik had meer vertrouwen in mezelf, mijn leerschool was doorlopen. Het is de aanloop geweest tot een nieuwe carrière.

"Tot vandaag heb ik niet de pretentie te zeggen dat ik een auteur-componist ben. Daar heb ik niet voldoende bagage voor, en dat zeg ik niet uit valse bescheidenheid. Maar toen ik mijn oud-muzikant Marc De Coen opnieuw ontmoette, stimuleerde hij me om zelf iets te schrijven. Hij had het intussen zelf over een andere boeg gegooid, was producer geworden en had een theaterbureau. Het klikte tussen ons en hij moedigde me enorm aan. Op het songfestival van 1987 stond ik met 'Soldiers of love' mijn eigen nummer te zingen. Ik heb nooit geweten dat het in mij zat.

"Als ik naar een optreden ga van iemand die ik bewonder, haal ik mezelf nog altijd naar beneden. Dat kan ik niet, denk ik dan. Misschien is dat wel goed, want dan blijf je ervoor gaan. Mijn zielenzuster zegt altijd dat ik veel te hard ben voor mezelf. Als ik een beslissing neem en weet dat ik gelijk heb, zal ik ze achteraf toch in twijfel trekken. Had ik dat nu wel moeten doen? Ben ik niet te agressief geweest? En dat gaat maar door, soms een hele dag lang. Dan ben ik 's avonds zo moe. Af en toe moet je de dingen kunnen loslaten. Dat lukt me alleen als ik naar een film kijk of op een podium sta, en soms in het gezelschap van vrienden. Maar dan nog gebeurt het dat ik op een andere planeet zit en filosofeer in plaats van grappen te maken. Ik ben altijd serieus geweest, een beetje te. Ik moet altijd controle kunnen houden. Angst, toch weer."

'Mijn scheiding heb ik als een mislukking ervaren. Ik kon het mezelf bijna niet vergeven, hoewel het onvermijdelijk was. Ik herinner me dat mijn man me op een bepaald moment vroeg of we het niet nog eens konden proberen, maar het was alsof de neen op mijn netvlies was gebrand. Het is het drama van mijn leven: ik werk of leef te lang met iemand samen terwijl ik weet dat ik er beter mee op zou houden. Het zou me zoveel ellende bespaard hebben als ik vlugger kon beslissen. Ik laat het maar aanslepen tot er dan in de ogen van de buitenwereld plots iets kleins gebeurt. 'Daarvoor?', vragen ze dan. Maar dat kleine punt is er plots te veel aan en dan kom ik niet meer op mijn beslissing terug.

"Ik ben gelukkig nu. Ik ben sterker uit de scheiding en de tijd met Milo gekomen. Ik heb geleerd dat ik mag zijn wie ik ben, dat ik geen masker hoef op te zetten. Carnaval spelen is volledig tegen mijn natuur. Onlangs zag ik bij Ivo Niehe de Nederlandse zangeres Anouk en ik vond het fantastisch hoe ze vertelde dat ze een Sony-baas bij de kraag had gepakt om hem te zeggen wat ze van hem dacht. Die agressie zit soms ook in mij als ze tegen mijn schenen stampen. Hoewel ik het steeds beter kan, durf ik het nog niet genoeg te uiten. Nochtans is het belangrijk. Je moet niet altijd zo diplomatisch zijn.

"Toen hij achtentwintig was, is mijn broer gestorven. Hij werkte aan de spoorweg en op een zondagochtend in januari 1979, een strenge winter, werd hij opgeroepen om sporen vrij te maken ergens in het Brusselse. Met zijn vriend stond hij achter een bocht. Ze hebben de trein niet horen aankomen en die heeft geen signaal gegeven. Ik weet niet hoe een mens erin slaagt om dat te verwerken. Toen we het nieuws kregen, zag ik mijn vader op slag oud worden. Hij is twee jaar geleden gestorven. Hij was ziek. Dat maakt het niet gemakkelijker, maar we voelden het wel aankomen. Ik geloof niet in reïncarnatie, maar ik zou graag willen dat ik het absoluut verkeerd voorheb.

"Muziek heeft mij altijd geholpen en speelt voor veel mensen een belangrijke rol, dat merk je als er iets ernstigs gebeurt. Neem nu 11 september. Waarom trommelen ze alle artiesten op en niet alle politici? Artiesten hebben er geen baat bij. Een ernstig onderwerp maakt je nummer niet bepaald commerciëler. Als artiesten dat toch doen, weten de mensen dat het vanuit hun hart komt. Natuurlijk dient muziek in de eerste plaats voor ontspanning, maar dat neemt niet weg dat je er af en toe iets mag aan toevoegen. Ik heb mijn sociaal engagement niet zo vaak in liedjes omgezet, maar af en toe had ik er wel behoefte aan, zoals met 'Sacha', het nummer over een jeugdvriend die homoseksueel bleek te zijn. Niet dat ik de nieuwe Joan Baez wou worden, maar toen wou ik toch met een publiek delen wat ik ervan dacht.

"Op de nieuwe plaat, Flèche-Back '68, ga ik terug in de tijd. Het zijn de twintig nummers die ik destijds bij Claude François heb opgenomen, in de oude versies van toen. Jarenlang heb ik daar vraag naar gekregen. Ik heb aan Polygram en nadien aan Sony voorgesteld om ze opnieuw uit te brengen, maar niemand wou er iets mee doen. Het zijn slechte tijden voor de platenindustrie, maar ik blijf optimistisch. Sinds begin dit jaar zit ik zonder platenfirma en ik dacht: waarom doe ik niet zelf iets? Dit materiaal heb ik. Het kost geld, maar niet het anderhalf miljoen dat ik zou moeten neertellen om twintig nieuwe nummers op te nemen.

"Sommige van die oude liedjes zijn gedemodeerd, andere houden stand. Het is een repertoire dat ik erg graag heb gezongen. Het waren de jaren zestig. The Beatles, Kennedy, de openheid die er maatschappelijk kwam, ik ben blij dat ik die tijd actief heb meegemaakt. Mocht ik een tijdmachine hebben, dan zou ik nog een beetje vroeger terug willen gaan in de tijd, om mijn grootouders te kunnen ontmoeten die ik nooit heb gekend. Maar verder dan mijn oorsprong hoeft niet. Ik heb altijd meer naar de toekomst gekeken dan naar het verleden. Het verleden bepaalt weliswaar je leven, maar niemand kan ooit terugkeren naar gisteren."

'Flèche-Back '68' van Liliane Saint Pierre is een uitgave van Tootsie en wordt verdeeld door Reli (011/31.25.67).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234