Maandag 26/10/2020

'Het leek wel een oorlogsgebied'

'Niets angstaanjagenders dan vuur dat ongecontroleerd rondraast.' In Pedrogao Grande likken de bewoners hun wonden na de allesverwoestende bosbrand van afgelopen weekend. Daarbij vielen in totaal 64 doden. Maartje Bakker in pedrogao grande

Ze stonden bovenop de heuvel en zagen het vuur komen. Het was nog op kilometers afstand, maar de wind stond in hun richting. Richard Denison (64) en zijn vrouw Valerie, twee Engelsen, liepen door het dal naar beneden, daarna weer omhoog naar hun huis in aanbouw. Ze haastten zich niet eens. Toen keken ze om, vijf minuten later, en zagen ze dat het bos op de heuvel al brandde.

Richard en Valerie sprongen ieder in een auto, zij in de Honda, hij in de Mercedes. Ze reden weg over het weggetje naar hun dorp, Vila Facaia. "Je zag niets meer", zegt Richard. "Zo dicht was de rook. We reden door de vlammen en stopten bij de begraafplaats. De buitenkant van de auto kon je niet aanraken, zo heet was die. Ik deed het portier van binnen open en Valerie kwam bij mij in de auto zitten. De airco aan, zodat de lucht gefilterd werd. Door de rook kreeg je geen lucht meer."

Hun paspoort en alle papieren lieten ze achter. Geen tijd meer om iets te pakken. Ze zochten in het dorp hun heil bij de kerk. "Dat is toch het stevigste bouwwerk." Daar troffen ze hun dorpsgenoten aan. Iedereen had dorst, maar al het water werd gebruikt om de huizen nat te houden.

Dezelfde avond nog ging Richard terug. "Je doet de vreemdste dingen", zegt hij. "Ik heb de olijfbomen geblust." De stammen zijn alsnog verkoold. De tomaten en aardappelen uitgedroogd. En waar ooit de grote tent en caravan van de Engelsen stonden, hun woonverblijf tot het huis af was, zijn alleen nog de geraamten van het bed, de wasmachine en de koelkast te herkennen.

Nieuw tijdperk

De bossen in de verre omtrek van Pedrogao Grande smeulen na. Het verwoeste oppervlak beslaat een enorm gebied, tientallen bij tientallen kilometers. De grond is er verkoold. Rookpluimen kringelen omhoog. Maar het grootste gevaar is geweken. Het dodental loopt nauwelijks meer op. Het staat maandagavond op 64, nadat een brandweerman in het ziekenhuis is overleden.

Voor de overlevenden is het dag waarop een nieuw tijdperk begint. Dag één na de brand. Terug naar huis, om te zien wat er nog van over is. Het Huis van Barmhartigheid in Castanheira de Pera loopt maandag leeg. De evacués keren terug naar hun huizen.

De Burgerbescherming, die in actie komt bij rampen, brengt voedsel rond. Mensen die alles hebben verloren krijgen chips, appels en melk in de handen gedrukt. De Portugezen zamelden zo veel voedsel in dat de brandweer inmiddels heeft laten weten: stop, we hebben genoeg.

John Scard (61) en Annette Sinclair (57), ook uit Engeland, sliepen zondagnacht in een hotel, gevlucht voor de vlammen. Annette dronk zo veel bier dat ze stomdronken in slaap viel. John dronk even veel bier maar kon de slaap niet vatten. "Je verwacht het slechtste en hoopt het beste", zegt hij.

Hun huis staat nog. De stenen zijn zwart uitgeslagen, de waterslangen in rook opgegaan, maar de binnenkant is onaangetast. Zelfs de kippen leven. "Ik was zo bang voor Spotty", zegt Annette. "Ze kwam onder geen beding van haar eieren af." De dieren van de boer verderop liggen verkoold in een stuk land. Schapen of geiten, dat is niet meer te zien.

De menselijke doden worden in een rap tempo geïdentificeerd. Het zijn vooralsnog, op één Fransman na, Portugezen. Veel van hen stierven op de N236-1, die nu bekendstaat als de weg des doods. Uitgebrande auto's staan langs de kant. Gesmolten elektriciteitskabels hangen laag over de rijbaan. Nog steeds dringt de zon er niet door de rook.

Maximiliano Lopes (62) zag hoe het vuur over zijn huis sprong, van het bos aan de ene naar het bos aan de andere kant. "De banden van de werktuigen die verderop staan ontploften, alsof het bommen waren", vertelt hij. Toen het vuur doofde, zocht hij zijn ouders op in hun huis, vlakbij. Ze waren allebei dood. Gestikt door de rook.

Weg verleden

"Het was alsof we in een oorlogsgebied waren", beschrijft Richard Denison het vuur. "Er vlogen stukken van bomen in het rond. Wij zijn zeilers, maar dit is veel erger dan een storm op zee. Daar heb je alleen water en zout. Je kunt ertegenop. Maar het vuur komt van alle kanten en is onvoorspelbaar. De grootste stap in de evolutie was dat we het vuur konden controleren. En er is niets angstaanjagenders dan vuur dat ongecontroleerd rondraast."

Richard en Valery hebben twee slaapzakken op de grond gelegd in de ruïne die ze langzaam aan het veranderen waren in hun droomhuis. Rondom het huis geen bloemenweide meer, maar verkoolde boomstammen. Ze kwamen naar Portugal toen Valerie te horen had gekregen dat ze kanker had, zodat ze toch nog haar eigen huis zou kunnen bouwen, zoals ze altijd had gewild. Eigenlijk was het idee dat ze pas volgend jaar in het huis zouden trekken.

"Wij hebben geluk gehad", zegt Richard steeds weer. "Wij leven, de hond leeft. Spullen zijn maar spullen. Die kun je vervangen." Totdat hij vertelt over de la met kindertekeningen van zijn dochter, en briefjes met 'het spijt me, papa'. Dan pas dringt tot hem door dat zijn hele verleden verdwenen is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234