Maandag 21/06/2021

Het land waar betogen in de genen zit

Natuurlijk zijn ze spectaculair, die massabetogingen in Frankrijk, de rellen, de uitgebrande auto’s. Spectaculair, maar niet ongewoon. In de geschiedenis van de Franse democratie is (straat)geweld een semi-legaal en geoorloofd drukkingsmiddel. Niet het volstrekt illegaal terrorisme dat de Rote Armee, Brigade Rosso of ‘onze’ CCC bedreven, maar men aanvaardt opgebroken straten, politie die zich moet verdedigen en niet alleen autobanden maar hele wagenparken auto's die branden: la douce France heeft een harde kant.

‘Paris brûle-t-il?’ is niet alleen de naam van een oorlogsfilm uit de jaren zestig, maar een vraag die om de zoveel jaren in de Franse tv-journaals opduikt. Alsof Frankrijk een land is dat nog altijd de legende van zijn Commune van Parijs koestert, de romantiek van de barricades, met jongeren en studenten die stenen werpen, maar ook vissers, boeren, arbeiders, allochtone jongeren: al wie zich in zijn recht aangetast voelt, neemt in tijden van beroering even het recht in eigen handen.

Natuurlijk is alleen Frankrijk het echte land van mei ’68. Nergens zijn de begrippen Hoop, Jeugd en Engagement zo verweven met Kasseien, Betogen en het inmiddels redelijk efemere begrip Revolutie. Nochtans was de Parijse variant van mei ’68 niet de enige juveniele protestbeweging in die tijd, en ook niet de eerste: de Leuvense studenten organiseerden al in 1966 hun eerste stevige revolte voor ‘Leuven Vlaams’, de civil rights movement aan de Californische universiteit van Berkeley had al vroeger in de jaren zestig voor de zogenaamde Berkeley riots gezorgd. Maar in Parijs leefde, meer dan elders, de geest van de tijd. Niet toevallig spreken we nog altijd van soixante-huitards, niet van ‘sixty-eighters’: dat laatste lijkt eerder de naam van een buitenmaatse pint. Geen andere taal dan het Frans dat de droom van die dagen vatte: ‘Interdit d’interdire’, ‘Soyez réalistes, demandez l’impossible’, ‘l’imagination au pouvoir’, en ten slotte, als ultieme éloge aan de opgebroken straten en de opgeworpen barricaden: ‘Sous les pavés, la plage.’

En dat is zo gebleven. Geen betere locatie natuurlijk om een indrukwekkende massamanifestatie te houden dan de Champs Elysées, met zijn verre Arc de Triomphe als zichtbaar symbool voor de beoogde overwinning. En altijd en overal die Franse vlaggen, of het nu linkse of rechtse betogingen zijn, van studenten of van arbeiders: ze appelleren aan de nationale fierheid, aan de identificatie en de empathie van de modale Fransman met het onrecht dat de betogers aangedaan is. Het deint zelfs uit. In alle westerse landen zijn de meeste ecologisten doorgaans zo principieel pacifistisch, in Frankrijk haalden ze de pers toen ze onder impuls van de zogenaamd ‘boerenleider’ José Bové (eigenlijk een professorenzoon die zijn jeugd doorbracht in, jawel, Berkeley) velden met GGO-gewassen in brand staken of een in aanbouw zijnde vestiging van McDonald’s in de fik staken. Niet omdat McDonald’s specifiek in de fout was gegaan, maar omdat de VS met handelsmaatregelen (zoals de boycott van Roquefortkaas) reageerde op een Europees importverbod voor met groeihormoon gemanipuleerd Amerikaans rundsvlees. En was McDonalds voor antiglobalisten als Bové niet het absolute symbool van het ‘vaderlandsloze kapitalisme’? Het verzet tegen die gladde bankiers was én links, én gewelddadig, én Frans.

Dat laatste element is cruciaal. Betogers die zich te nadrukkelijk buiten de Franse traditie stellen, zoals de jonge maar erg boze migranten in de banlieues, durven wel eens het omgekeerde bewerkstelligen van wat ze beoogden: begrip voor hun precaire situatie. Nicolas Sarkozy bouwde op de repressie van dat allochtone straatgeweld zelfs de basis van zijn presidentiële campagne. Hij noemde de geweldplegers “racaille”, ‘uitschot’, daagde hen uit en kreeg een meerderheid van Frankrijk achter zich. Ook al zouden de voorsteden maandenlang branden, de vooral allochtone jongeren kregen de Franse publieke opinie niet mee. Ze gebruikten wel de Franse technieken, maar ze wisten nog niet te overtuigen: de weg naar integratie is bepaald niet eenvoudig en eenduidig.

Wat wel eens helpt, is de reactie van de Franse overheid. Om het in het vermaledijde Engels te zeggen: it takes two to tango. Geen enkel ander belangrijk Europees land waarin de bevolking sneller, massaler en gretiger op straat komt dan Frankrijk, maar ook geen ander land dat zo veel politietroepen heeft die zogezegd gespecialiseerd zijn in het beteugelen van straatgeweld als Frankrijk. Al leidt dat vaak tot het omgekeerde resultaat. De slogan ‘CRS SS’ hoort haast tot het nationale patrimonium (CRS, afkorting van 'Compagnies Républicaines de Sécurité, is de potige Franse anti-oproerpolitie).

Vaak werd en wordt straatprotest beantwoord met gratuit geweld. In december 1986 waren er studentenrellen als protest tegen de beoogde universitaire hervormingen van Alain Devaquet. Naar vaderlandse traditie werden er in de buurt van de Sorbonne barricades opgeworpen, waarna minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua besloot om de beruchte voltigeurs-teams in te zetten: bromfietsen met één bestuurder, één met matrakken bewapende bijzitter. Ze veegden het Quartier Latin schoon, ze botsten op de 22-jarige student Malik Oussekine. De jongen had niet betoogd, hij verliet op het foute moment een jazzclub. Hij werd achtervolgd en doodgeknuppeld. De plannen-Devaquet werden ingetrokken, Devaquet nam ontslag, uit piëteit voor een dode student die zelfs niet had mee betoogd.

Zo was en zo is Frankrijk. De historische wieg van de Verlichting, van de rede, maar eigenlijk het eeuwige thuis van passie en emotie. Een vurig land.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234