Maandag 18/10/2021

Het land van de ijzeren vlaggen

'De essentie is dat je mensen hebt die eerst bijna niets hadden, en nu helemaal niets meer hebben'

Marjon van RoyenDe chaos na de ramp in Nicaragua

Eind oktober trok de orkaan Mitch door Nicaragua. De tonnen modder sleurden niet alleen mensen, huizen en akkers mee, maar deden ook de landmijnen van hun plaats wegdrijven. 'We vinden ze op de onmogelijkste plekken. Alles is gaan schuiven, alle kaarten moeten opnieuw worden gemaakt.' Vijf weken nadat meer dan tienduizend mensen zijn gestorven en driekwart van het bruto nationaal product werd weggespoeld, blijft de overheid op haar handen zitten. 'Wat zeg je dan tegen de mensen? Sterf met God, want de regering is u vergeten?'

Opnieuw steekt René Saval (30) zijn priem in de grond. Bij de verwoeste brug is alleen nog zijn ademhaling te horen. Precies vijf centimeter moet hij met zijn gereedschap van de mijn vandaan blijven. Voorzichtig, heel voorzichtig, woelt hij de verharde modder los. Uitkijken voor steentjes. De allergeringste druk op de mijn betekent ontploffing. "Natuurlijk krijgt ze je op een dag te pakken", zegt de soldaat wanneer een oneindig uur later zijn klus is geklaard. De mijn is losgewoeld, en de plaats waar ze ligt is nu gemerkt met een ijzeren vlag.

Zwetend rukt Saval zijn kogelvrije pak uit. "Dat zorgt alleen dat je niet helemaal kapot wordt gescheurd", zegt hij, terwijl hij zijn last in de legerauto gooit. Stilletjes kijkt hij naar zijn maat Modesto Orozco. Stofzuigerend gaat die met zijn metaaldetector heen en weer, luisterend naar die ene hoge piep die het verschil aangeeft tussen leven en dood.

Saval schat dat ze hier nog minstens drie maanden moeten zoeken, voordat er ook maar één bouwvakker of bulldozer aan te pas kan komen. "Ze liggen overal", verzucht hij terwijl hij zijn gerafelde legeruniform in model probeert te trekken. Al drie jaar werkt hij bij het ontmijningsteam van het Nicaraguaanse leger. Niet uit roeping - "het is beter dan helemaal geen werk." Maar toen, voordat Mitch kwam, hadden ze nog kaarten waarop de positie van de mijnen was aangegeven. "Nu weet niemand in Nicaragua meer waar hij moet lopen."

Zoals overal heeft de orkaan Mitch ook hier in Muy Muy zijn verwoesting aangericht. Op 30 oktober sloegen tonnen modder over de rivierbedding heen, en sleurden huizen, mensen en akkers mee. De brug over de Esquirín werd volledig kapotgeslagen. "We probeerden te kijken of er nog iets te doen was", vertelt de 45-jarige boer Deglis López over die dag. "We wisten wel dat de brug gemijnd was. Maar we dachten dat de mijnen stroomafwaarts zouden spoelen." Wie had gedacht dat honderden meters stroomopwaarts zijn vriend opeens op een mijn zou stappen? López brengt zijn magere handen naar zijn zonnebril. Zijn vriend is dood. En bij hem hebben scherven zijn linkeroog uitgerukt.

"Vijf jaar lang heb ik met de contra's tegen de sandinistische regering gevochten", vertelt de boer. Hij heeft een vreemde fluisterstem door de verwondingen die de mijn in zijn hals heeft aangericht. "Er is toen niets gebeurd. En nu komt Mitch en gebeurt er dit."

Deglis López weet waarschijnlijk niet hoe tekenend de situatie bij de Esquirín-brug is voor heel Nicaragua. Twintig procent van het hele grondgebied is verwoest, meer dan tienduizend mensen gestorven, een tiende van de bevolking dakloos, en 75 procent van het bruto nationaal product weggespoeld. Nicaragua, op Haïti na het armste land van Latijns-Amerika, is bezaaid met 75.000 actieve landmijnen. Ze zijn een overblijfsel uit de oorlog tussen het Sandinistische Volksleger van de socialistische president Daniel Ortega, en de door de Amerikanen geleide contra-guerrilla. Vier miljard dollar gaven de VS aan de contra's uit. Dertigduizend Nicaraguanen stierven. Totdat de burgeroorlog tien jaar geleden tot een einde kwam.

Door de modderstromen zijn de mijnen in Nicaragua van hun oude plaats weggedreven. "We vinden ze op de onmogelijkste plekken", vertelt de coördinator van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) die het ontmijningsprogramma in Nicaragua financiert. Vóór Mitch telde de OAS nog maar twintig gemijnde bruggen. Nu zijn het er meer dan zeventig. "Alles is gaan schuiven, alle kaarten moeten opnieuw gemaakt."

Maar niet alleen de landmijnen zijn verschoven. De orkaan heeft de hele sociale en politieke structuur van het land op scherp gezet. "Niets, niets. Al twee weken is hier godbetert niets meer aangekomen." Woedend loopt pater Benjamín Villareal (30) over de lemen vloer van zijn parochiehuis. In een hoek nog wat halfvolle zakken met rijst. Verderop een paar bundels kleren. "Wat zeg ik tegen de mensen? Sterf met God, want de regering is u vergeten?" Hij luistert naar het krabben van de vrouwen aan de deur. Ze geloven niet dat de pater geen voedsel meer heeft. "En daar hebben ze gelijk in", zegt pater Benjamín, terwijl zijn zwarte krullen om zijn hoofd dansen. "Zoiets ís toch ook niet te geloven!"

Meer dan tweeduizend doden zijn er in de gemeente Posoltega gevallen. De parochie van pater Benjamín was een van de grootste 'attracties' van de ramp. Op 30 oktober barstte de mond van de slapende Casitas-vulkaan open. Dagen van zware regen hadden de krater gevuld.

"Een geluid alsof er een straalvliegtuig overvloog, en een moment later was er niets meer", vertelt Anna Marín (32) over het moment dat de kratermond scheurde en twee woeste rivieren van modder de berg afstroomden. Vijf dagen heeft ze met haar man en zes kinderen op een bergje naast haar verwoeste huis gezeten. Ze zag kinderen in een boom verderop roepen om hulp. Niemand kon de kolkende modderstroom in, en na drie dagen zijn ze gestorven. Toen eindelijk het reddingsteam kwam, zag Anna dat er van haar dorp Rolando Rodríguez nog maar vijf huizen over waren. El Torreón, Porvenir, Coronado. Het zijn maar een paar van de dertig dorpen wier naam sindsdien over de wereld zijn gegaan.

Met honderden tegelijk kwamen de journalisten naar de killing fields van de vulkaan. Aanvankelijk had de conservatieve president Alemán van Nicaragua berichten over de slachting bij Posoltega nog afgedaan als marxistische propaganda van het sandinistisch gemeentebestuur. Maar toen de camera's eenmaal begonnen te klikken kon niemand er meer omheen. Ze waren er, de gezwollen lijken. Armen en benen die uit de modder staken. Reddingsploegen die stapels lichamen in brand staken, omdat er geen tijd was om de doden te begraven, omdat het besmettingsgevaar te groot was.

Nu is het stil bij Posoltega. Boven de vulkaan hangt een klein wit wolkje. Waar eens een rijke lappendeken van maïs-, bonen- en pindaveldjes lag, ligt nu een stinkende korst modder in de zon te drogen. Het gebied ziet eruit of het Laatste Oordeel langs is geweest. Met dode takken en stukken plastic hebben de mensen hutjes gebouwd in de woestenij. Kleine stroompjes dodelijk besmet water door de gerimpelde modder. Van landbouw is voorlopig geen sprake. En dat betekent: geen inkomsten en geen eten voor meer dan dertigduizend mensen.

Wippend op zijn houten schommelstoel bladert pater Benjamín door zijn papieren. "Hier, met de handtekening van mevrouw de First Lady", zegt hij. Precies dertien vrachtwagens met hulpgoederen heeft hij van de regering gekregen. De laatste kwam bijna een maand geleden, op 6 november. "Intussen zit de regering in Managua te verklaren dat de noodfase is afgelopen. Een nieuw begin, de transformatie van Nicaragua. Ha!" De pater gooit zijn papieren op tafel en loopt naar de deur om door een kier naar de vrouwen buiten te kijken. Van krabben zijn ze overgegaan op bonken en roepen. Ze roepen om eten. "Ik had gewild dat ze mij erbuiten hadden gelaten", zegt pater Benjamín, doelend op de controversiële beslissing van president Alemán om de distributie van de noodhulp via de katholieke kerk te laten lopen.

Ook na de grootste ramp die Nicaragua ooit heeft getroffen kon Alemán het niet laten om zijn haatgevoelens jegens de linkse sandinisten te etaleren. "Ik schenk dit met mijn rechterhand. Want u weet: ik doe niets links", zei de tweehonderd kilo dikke Alemán toen hij tijdens een liefdadigheidsshow op televisie een cheque voor de slachtoffers van Mitch overhandigde. De liberale partij die Alemán twee jaar geleden aan de macht hielp, is dezelfde als die van ex-dictator Anastasio Somoza. In 1979 werd Somoza na een lange strijd met de sandinistische guerrilla verdreven. Elf jaar later werden de sandinisten met vrije verkiezingen naar huis gestuurd.

De onafhankelijke en moederlijke president Violeta Chamorro was toen lange tijd een deksel op de ketel van exploderende politieke sentimenten. Maar toen in 1996 Alemán verkozen werd, was de vete in het 'dorp' Nicaragua weer compleet: de vier miljoen inwoners werden heen en weer geslingerd tussen roddels en beschuldigingen van machtsmisbruik, vriendjespolitiek en corruptie. De 'verklede dictator' Alemán zou er slechts op uit zijn het land te plunderen, zeiden de sandinisten. Alemán op zijn beurt beloofde alle wapens aan te wenden om de 'verraderlijke slang van het sandinisme te verpletteren'. Een van die wapens is altijd de aartsconservatieve katholieke kerk van Nicaragua geweest, die de koffieboer-president Alemán op het schaamteloze af steunt. Vandaar dat die na de ramp besloot om de distributie van de noodhulp via de priesters te laten lopen. Immers, de meeste gemeenten in de getroffen gebieden hebben sandinistische burgemeesters. Zo ook Posoltega.

"De eerste vrachtwagens met voedsel en dekens reden rechtstreeks aan ons voorbij", vertelt vice-burgemeester Mayra Guevara (48). Toen kwam het besluit om de hulp via de katholieke kerk te distribueren. Anders dan in andere sandinistische gemeenten besloot de priester van Posoltega samen te werken met de plaatselijke autoriteiten. Volgens Mayra Guevara is het zo klaar als een klontje: dat is de reden dat pater Benjamín zonder hulp zit.

Daar zit ze in haar piepkleine gemeentehuisje, een roze zweethanddoek om haar hals. De sandiniste praat en praat. Ze vertelt hoe jonge daklozen door de partij van Alemán worden betaald om in Posoltega het gras te knippen langs de weg. "Gras knippen! De boel mooi maken, terwijl hier alles in duigen ligt!" Voorbeeld na voorbeeld draagt ze aan. Neem het project voor de bouw van honderd doe-het-zelfwoningen voor Posoltega dat deze week door de regering werd aangekondigd.

De fossiele Nicaraguaanse Woningbank heeft een half miljoen dollar voor het project gekregen. "Waar gaan ze die huizen bouwen?", vraagt Mayra Guevara. In de modderstroom kan niet. De rest van de vruchtbare vulkaangrond rond Posoltega is echter privé-bezit. Achtduizend dollar per vierkante kilometer vragen de eigenaren voor hun land. Wie gaat dat betalen? De afloop lijkt voorspelbaar. Het projectgeld verdwijnt in regeringszakken, en de daklozen van Posoltega blijven dakloos.

Zo klinkt overal in Nicaragua het oude bekende liedje van machtsmisbruik, corruptie en inefficiëntie. Alleen klinkt het nu scheller en pijnlijker, vanwege de ellende waarin de bevolking verkeert, vanwege de pogingen van buitenlandse organisaties om de miljoenen aan internationale hulp op de juiste plaats te krijgen.

Een Spaanse hulpverlener vertelt over het dorp Piedras Gordas bij Matagalpa. Hoe daar twee weken na de ramp eindelijk de eerste vrachtauto met overheidshulp verscheen. De deuren gingen open, de bevolking juichte, terwijl een meegebrachte cameraploeg de gelukzaligheid filmde. Daarop gingen de deuren weer dicht, en reed de auto volgeladen weer weg. 'Het ging zo snel dat we niet eens de tijd hadden om met stenen te gooien', zouden de dorpsbewoners hebben verklaard. Ook Artsen zonder Grenzen heeft zijn verhalen. "Het is een feit dat veel gedoneerde medicijnen nooit ter plekke zijn gekomen", zegt de Zwitserse delegatieleider Eric Clemier. Waar zijn ze gebleven? Op het ministerie van Gezondheidszorg? Ergens onderweg? "De essentie is dat je mensen hebt die eerst bijna niets hadden, en nu helemaal niets meer hebben." Zoals veel hulpverleners ziet Clemier in deze ramp ook een kans. "Het zijn de allerarmsten die getroffen zijn. Hoe definieer je wederopbouw dan? Zorg je ervoor dat de mensen terugkeren op hun niveau van armoede, ondervoeding en ziekterisico? Of zeg je: als ze eerst niets hadden is dat geen reden om ze nu wel wat te geven." Clemier heeft het over de bouw van schone waterputten in dorpen waar ze eerst niet waren. Hij spreekt over een beetje sociale rechtvaardigheid, en een staat die er niet alleen is om de macht te verrijken.

Zo vliegt de helikopter van Artsen zonder Grenzen de volgende dag weer uit. Hij wiekt over ondergelopen velden, kapotte bruggen, verwoeste hutten. In Ciudad Darío daalt hij neer. Het Nicaraguaanse ministerie van Gezondheidszorg had Artsen zonder Grenzen gevraagd om vier dokters naar afgesneden dorpen te brengen. Maar in Ciudad Darío wachten geen dokters. Alleen kinderen. Hopen kinderen in gloednieuwe witte T-shirtjes van een schimmige organisatie die 'Rubén Darío' heet. De kinderen sjouwen stapels en nog eens stapels met hulpgoederen aan. Natuurlijk, deze stad wordt bestuurd door een partijgenoot van Alemán. Dat moet in de helikopter, zeggen de kinderen. En zij erbij. Is hier geen autoriteit, wil de piloot weten. De burgemeester misschien? "Die zit in zijn buitenhuis", vertellen de kinderen. De dokter dan. Waar is de dokter? Maar ook de dokter is weg. Zuchtend laadt de piloot wat hulpgoederen en kinderen in zijn helikopter.

Tien minuten later is hij weer terug. "Ik kan niet ergens heen vliegen als niemand mij kan vertellen waar", zegt de piloot. De kinderen konden hem niet vertellen waar het dorp lag waar de hulp naartoe moest. Wel hebben ze voor het eerst in hun leven in een helikopter gevlogen.

Midden in deze chaos explodeert dan opeens dit bericht: 'Sandinisten gaan samenwerken met de regering'. De aankondiging is verbijsterend. Maar daar staan ze, de gewezen doodsvijanden, naast elkaar. De kaalgeworden sandinist Ortega en de alsmaar verder uitdijende Alemán. Voor de camera spreken ze mooie woorden over bundeling van kracht en wederopbouw. En in plaats van elkaar uit te schelden is nu de Moeder des Vaderlands, ex-president Violeta Chamorro, het doelwit. Egoïstisch en kleinzielig zou ze zijn, omdat ze had geweigerd zitting te nemen in het nieuwe comité voor de wederopbouw van Nicaragua. "Ik wil niet gebruikt worden in een pact tussen sandinisten en regering", had Doña Violeta gezegd. Wat was er nu weer aan de hand? Wat betekent het orakel van Doña Violeta?

"Het is een waarschuwing dat beide partijen elkaar niet de hand mogen drukken in een afspraak om de buit te verdelen", zegt Augustín Jarquín, het hoofd van de Nicaraguaanse rekenkamer. Zowel de sandinisten als Alemán kunnen zijn bloed wel drinken. Als een lastige vlieg licht hij begrotingen door. Hij controleert contracten en rekent aanbestedingen na. Zo heeft hij bij de regering-Alemán al meer dan één corruptieschandaal van een half miljard dollar onthuld. Een prestatie in een land waar de jaarlijkse overheidsbegroting niet meer dan 400 miljoen dollar bedraagt.

Nerveus wrijft hij over zijn hoofd. "Ik heb geen tijd om daarover na te denken", antwoordt hij op de vraag of hij zich nu, met alle buitenlandse middelen die het land binnenstromen, niet extra bedreigd voelt. Telefoontjes, de beschieting van zijn huis. Hij heeft het allemaal meegemaakt. Waar Jarquín voor staat laat hij immers duidelijk blijken. In zijn kantoor is het statieportret van Alemán vervangen door een schoolbord. 'Corruptie' staat er in grote letters op.

"In de geschiedenis van Nicaragua heeft politieke macht nooit een dienst aan de gemeenschap betekend, maar alleen een manier om zichzelf te verrijken", verklaart Jarquín. Er zal heel wat voor nodig zijn om te voorkomen dat de miljoenen van de buitenlandse hulp in de verkeerde zakken belanden. Zeker als de nieuwe toenadering tussen Ortega en Alemán een pact betekent om de taart van de hulp te verdelen. Met het optimisme van de wil blijft Jarquín praten over zijn werk als controleur. "Wij willen dat er meer ethiek, meer discipline komt", zegt hij. Veel instrumenten heeft hij niet. In het Nicaraguaanse wetboek is noch het krijgen van smeergeld, noch illegale verrijking, noch machtsmisbruik door de overheid strafbaar.

'Kop op! Nicaragua kan het', staat er op een groot reclamebord van de regering in de hoofdstad Managua. Tegen een paal is een man bezig kerstverlichting aan te brengen. Bij het stoplicht tingelen de belletjes van ijscomannen. Bedelende kinderen gooien zich op de auto's. Op de stoep zijn matrassen, vogelkooien en stukken plastic te koop. Zo heeft Managua weer iets van zijn oude ritme hernomen.

In de volkswijk Acahulinca ga ik op zoek naar Marta Serrano. Ooit waren het vijfhonderd golfplaten hutten aan het meer van Managua. Wapperend had ze voor het vuur voor haar deur gezeten waarop de traditionele bonenhap pruttelde. "Ik stem op Alemán omdat ik genoeg heb van alle ruzie", zei ze in 1996. "En als hij ons niet bevalt, kunnen we hem altijd nog opeten", voegde ze er gierend aan toe.

Nu is er op de plaats van haar hut alleen maar water en modder. Ze zal zich gevoegd hebben bij de tienduizend andere daklozen die op een kale plek even buiten Managua een nieuw leven improviseren. Hier klinkt alleen het geplons van vogels. Een echtpaar probeert een houten plank uit de blubber te vissen. Wat denken zij? Is het geen tijd om Alemán op te eten? De man kijkt verbaasd. Langzaam breekt er een glimlach door. "Misschien wel", zegt hij nadenkend. "Maar moeten we dan ook die taaie Ortega eten?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234