Donderdag 28/01/2021

Het land van de haatGetuigenissen over de burgeroorlog in Ivoorkust

In Ivoorkust woedt een stille oorlog. Het West-Afrikaanse land is al een jaar in tweeën gescheurd en er wordt alleen nog in xenofobie, nationalisme, corruptie en misère gegrossierd. Catherine Vuylsteke ging praten met burgers in regerings- en in rebellengebied. Over hoe het zover kon komen en hoe het nu verder moet met wat ooit het stabielste, welvarendste land van de regio was.Catherine Vuylsteke

Badara Aliou Sall (37) Journalist van Senegalese afkomst. Woont sinds 1989 in Ivoorkust.

'De meeste oorlogen beginnen in de mond, en in Ivoorkust, dat lappendeken van meer dan 70 etnieën, ging het niet anders. Het begon in 1994, met de uitvinding van de ivoirité. Gold het begrip toen vooral ter uitsluiting van een politiek rivaal, al gauw zou het een veel bredere betekenis krijgen. Aanvankelijk viseerde de ivoirité de miljoenen zonen en dochters van inwijkelingen, later het hele noorden van het land. De handelaren, de dragers van boubous, de moslims wier naam hun origine verraadt. Gecatalogeerd worden ze, eerst als niet-Ivorianen, nu doodsimpel als vijanden.

"De oorlog heeft ons behalve verpaupering, frustratie en misère maar één ding gebracht: nationalisme. De ivoirité is aan de macht. Luister naar Charles Groguhé, de Le Pen van Ivoorkust, een uit Duitsland teruggekeerde werkloze Ivoriaan. 'On est fatigué, fatigué des immigrés, fatigué des dioulas, fatigué des islamistes.' En geloof me, hoe langer de economie in het slop zit, hoe populairder dat discours wordt. Het veroverde eerst de onderklasse, onderhand is ook al de lagere middenklasse overtuigd. Zei een bibliothecaresse van de universiteit vorige week niet dat 'het probleem van ons land onze grote gastvrijheid is? We hebben al die buitenlanders bij ons thuis verwelkomd, we gaven ze te eten, we lieten ze moskeeën bouwen. Intussen kregen ze kinderen en proberen ze ons ons land te ontnemen.'

"Met de ivoirité stevent dit land recht op de afgrond af, zoveel is zeker. Het is haast niet te geloven dat zoiets het vruchtbare, immer stabiele en welvarende Ivoorkust overkomt. Frankrijks beste leerling, de economische motor van West-Afrika en daardoor een eeuwig land van inwijking. Uit Mali, Burkina Faso, Guinee kwamen de noorderlingen, uit Nigeria en Ghana arriveerden de zuiderlingen. En vergeet ook de Fransen niet, en de Libanezen, die opportunisten die tussen de twee wereldoorlogen kwamen.

"En toch hadden we de storm zien aankomen. Had de oude president en vader des vaderlands, Houphouët-Boigny, eind jaren tachtig immers de reservefondsen voor de cacao- en koffieboeren niet aangewend voor de bouw van een kopie van de Sint-Pietersbasiliek in zijn geboortedorp Yamousoukro? En toen de koffie- en cacaoprijzen op de wereldmarkt in elkaar stortten, was de kas leeg en sloeg de economische malaise toe."

Houphouët zocht IMF-topeconoom Alassane Ouattara in 1990 aan om het land te redden. De man deed als premier wat hij kon, of beter: deed te veel, want Houphouëts gedoodverfde opvolger Henry Konan Bédié voelde zich bedreigd en zocht naar een manier om zich van Ouattara te ontdoen. Had Alassane geen Burkinabese moeder, bekostigde hij zijn dure studies in de VS niet met een Burkinabese beurs? Hoe kon een buitenlander nu het land regeren en straks misschien president worden? Aldus dook de ivoirité op. En begonnen de identiteitscontroles en de discriminatie van steeds meer mensen.

"Daarom werd Robert Gueï, de generaal die zich op 24 december 1999 als kerstman aandiende, aanvankelijk goed onthaald. Hij zette Bédié aan de dijk, en beloofde na een schoonmaakbeurt te zullen vertrekken. Maar toen wist de allerlistigste van 's lands politici hem evenwel in de luren te leggen. Gueï's streekgenoot Laurent Gbagbo stelde hem het presidentschap voor, en reserveerde voor zichzelf de premierssjerp. Alleen moesten ze zich samen van Ouattara ontdoen, fluisterde Gbagbo, hij was immers de hoop van het hele moslimnoorden van het land."

De ivoirité flakkert andermaal op, en krijgt haar neerslag in een nieuwe grondwet (2000), waardoor nu drie soorten mensen in dit land wonen: de echte Ivorianen, de minder echte, en de niet-Ivorianen. Of: de 'en's', wier beide ouders in het land werden geboren, de 'of's', die slechts op pa of ma kunnen rekenen voor wortelvastheid, en de 'niet's'. De sluwe Gbagbo verraadt de onervaren generaal evenwel meteen na de stembusgang nog datzelfde jaar: hij stuurt zijn jongeren de straat op als de man in uniform het presidentschap claimt na verkiezingen waarvan driekwart van de kandidaten was uitgesloten. De doden die vallen doen de militair afdruipen. Leve president Gbagbo. De uitsluiting wordt almaar groter en op 19 september 2002 breekt de rebellie uit. Gueï wordt als eerste onschadelijk gemaakt. Abidjan valt door toedoen van de Fransen niet maar het duurt niet lang of de hele noordelijke helft van het land is in handen van rebellen.

Er komen onderhandelingen, een Marcoussis-vredesakkoord en een stappenplan. Een regering van nationale eenheid, ontwapening en verkiezingen in 2005. Maar Gbagbo is geen man van zijn woord: hij tekent en bedenkt zich, gaat eerst akkoord en dan weer niet. Frustratie mondt uit in de terugtrekking van de rebellen uit de regering, eind september. En vervolgens: in onenigheid en desillusie alom.

Sommige rebellencommandanten besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en overvallen begin oktober een bank in Bouaké. Resultaat: 23 doden en tientallen gewonden. "Wij hebben ze altijd tegengesproken, al diegenen die beweerden dat de rebellen loutere bandieten waren. Dat je hun keuze voor de wapens kon bekritiseren, zeiden we, maar dat het probleem dat ze aankaartten, reëel was. Welke argumenten resten ons nu? We zijn ontwapend, weerloos."

Mahouka Diomande Mamadou (38) psycholoog en eigenaar van een transportfirma. heeft de Franse nationaliteit en behoort tot de Malinke (9 procent van de bevolking).

'Het moet de ironie van het lot zijn geweest, maar we zijn in juli van vorig jaar naar Ivoorkust gekomen om mijn jongensdroom te realiseren. Ik had genoeg van het hectische leven in Frankrijk en wou hier een transportfirma beginnen.

"We waren net geïnstalleerd toen de moeilijkheden begonnen. Het was een woensdagmiddag, eind september 2002, ik herinner het me heel goed. Elke dag zagen we kadavers van zogenaamde 'verraders' - mensen van noordelijke afkomst - in de greppels langs de weg." Gbagbo's schoonmaakoperatie, waarbij in totaal zo'n 20.000 mensen hun gammele huisjes in de vlammen zagen opgaan, was volop aan de gang.

"Ik zat met mijn dochtertje van negen in de auto. Kijk papa, zei ze, Moussa, de bewaker van de buren, wordt door die mannen geslagen. Ze wees naar een wegversperring waar vijf mannen op een Burkinabees inbeukten. Ik stopte en vroeg wat er aan de hand was. Die man heeft geen papieren, zeiden de agenten, hij is een rebel. Ik argumenteerde dat ik hem kende, en dat het gebrek aan een identiteitskaart toch geen mishandeling verdiende. De bloedende Moussa ging er tijdens ons gekibbel vandoor en uiteindelijk vertrokken wij zelf ook.

"Toen we 's avonds naar huis reden, stonden ze me aan de bewuste wegversperring op te wachten. Dat ze me zouden afmaken, sisten ze, en ze lieten me uitstappen. Mijn dochter gilde. Ondanks mijn Franse papieren begonnen ze me af te troeven en uit te schelden.

"Mijn dochters gehuil en de technologie hebben me gered. Ik heb het getier van de agenten met mijn gsm opgenomen en naar mijn website doorgestuurd. Met dat bewijsmateriaal heeft de Franse ambassade zich later bij de autoriteiten beklaagd. Ze zijn me thuis excuses komen aanbieden, maar ik heb een week de deur niet uit gedurfd. En iedereen verklaarde me gek voor mijn tussenkomst.

"Met de zaken gaat het ondertussen barslecht. Sinds het begin van de rebellie is de noord-zuidverbinding, de economische slagader van het land, onderbroken. Abidjan fungeerde vroeger als exporthaven voor de producten uit het hele land en uit Burkina Faso en Mali, en voor de import van tal van consumptiegoederen. Nu is die weg een aaneenschakeling van checkpoints, zowel in regerings- als in rebellengebied. Niet betalen is blijven staan, en tijd is geld. Bijgevolg valt nu niet meer te zeggen hoe lang een lading onderweg zal zijn, en hoeveel de chauffeur betaald heeft. Die man kan beweren wat hij wil, hij kan er zijn eigen handel op nahouden, hoe controleer je dat?"

Bamba Cheik (35) Marketingmanager in Abidjan. Lid van de rebellenbeweging, behoort tot de Malinke.

'Als zoon van een bankdirecteur uit het noorden, heb ik altijd een goed leven gehad. Met een Frans diploma op zak zou ik hier een carrière opbouwen. Alleen, de voorbije tien jaar woekert er een kanker in onze maatschappij. We zijn niet langer allen Ivorianen, maar vrienden tegen vijanden, noorderlingen tegen zuiderlingen, moslims tegen christenen. De zuiderlingen hebben zich altijd bedreigd gevoeld door de noorderlingen, die zo succesvol bleken in zaken. Houphouët heeft miljoenen mensen uit onze buurlanden laten komen, zij hebben de wegen aangelegd, de bouwterreinen bevolkt. Zij werkten op de koffie- en cacaoplantages, terwijl de eigenaren hun centen in stedelijke bars en bordelen verkwistten. De arbeiders kregen geen salaris maar land als vergoeding. Maar toen de crisis toesloeg, en de steden almaar meer werkloze zonen van plantage-eigenaren telden, riepen politici als Bédié op tot een terugkeer naar het platteland. Naar grond evenwel die hen niet meer toebehoorde. Daar is met de wet van 1998 verandering in gebracht: alleen zij wier vader of moeder in Ivoorkust is geboren, kunnen land erven. En aldus raakte het gros van de zonen van Burkinabese inwijkelingen zomaar het land kwijt waarop hun vaders hun ruggen hadden gebroken.

"Daardoor zijn wij gaan beseffen dat we onze economische belangen alleen konden beschermen via een eigen politieke vertegenwoordiging. Met Alassane Ouattara kreeg het noorden het gevoel dat het in staat was om zich politiek te manifesteren en de manier waarop hij van de macht werd afgehouden, heeft de hele gemeenschap diep getroffen."

Zagbo Groguhé François (22) Werkloos en lid van de GPP-militie. Behoort tot de Bété, de etnie van president Gbagbo (5,7 procent van de bevolking).

'Voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel een missie te hebben. Ik wil mijn vaderland en de president tegen de vijand verdedigen." François Groguhé behoort tot de GPP, de ultranationalistische private militie die wellicht door president Gbagbo wordt bewapend en gefinancierd. "De president heeft weinig keuze", zeggen waarnemers, "want op het leger hoeft hij niet te rekenen: dat is etnisch verdeeld en bijgevolg niet bereid als één man voor hem te vechten." François scandeert vlijtig de slogans mee op de GPP-meeting ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de rebellie. 'On est fatigué'. Moe van de inwijkelingen, maar evengoed van de Fransen, en zelfs 'van de mensenrechten'. François Groguhé groeide op in een dorp nabij Daloa. "Mijn vader was vroeger erg bemiddeld. Hij bezat veel land en had twintig jaar geleden al meer dan vijftig nakomelingen. Rond 1985 ging het evenwel mis: een familieruzie liep uit de hand en en zeven Burkinabese landarbeiders en een baby vonden de dood. Sindsdien zijn de verhoudingen met de buitenlanders in het dorp verzuurd.

"We zijn zelf naar de stad verhuisd, mijn vader begon hout te verhandelen. Het ging ons veel minder voor de wind dan vroeger, al kon je dat uit mijn vaders levensstijl niet echt opmaken. Hij was gek op een verzetje, net zoals zijn vriend, onze eerste president, Houphouët-Boigny. In totaal had mijn vader wel 36 vrouwen, bij zijn dood twee jaar geleden liet hij 71 kinderen achter.

"Ik vond het in de stad niet zo fijn. De eerste jaren, toen ik op een private school zat, viel het nog mee, maar toen mijn vader me naar de staatsschool stuurde, verloor ik alle interesse. Op mijn veertiende ben ik met studeren opgehouden, al had ik er altijd van gedroomd piloot te worden.

"Ook in de stad waren de relaties met de Dioula, zoals we de buitenlanders noemen, gespannen. Ten tijde van de verkiezingen in 2000 bijvoorbeeld, hebben we stevig gevochten. Zie je, we hadden foto's van Gbagbo rond de moskee gezet, en de Dioula-jongeren vonden dat een belediging. De politie greep in en er vielen doden.

"Verkiezingen zijn overigens altijd linke momenten. De regionale stembusgang van 2002 is eveneens in bloed geëindigd. Tal van Burkinabezen konden niet stemmen, de mensen zeiden dat ze maar naar hun eigen land moesten gaan als ze aan politiek wilden doen, en dat pikten hun jongeren niet. Ook toen vielen er doden.

"Toen de rebellie begon, gebeurde er aanvankelijk niets. De militairen en gendarmes waren vertrokken, ze zeiden dat ze geen munitie hadden. De rebellen behandelden ons goed. We hadden niets te vrezen zeiden ze, op burgers hadden ze het niet gemunt. We zagen evenwel dat de Dioula-jongeren een andere houding aannamen nu de rebellen waren gekomen, ze voelden zich sterker, ze juichten en zongen dat er nu een einde was gekomen aan de politiecontroles. Ze hebben gelukkig niet lang gezongen."

Toen de overheidstroepen Dalao herinnamen, voerden ze midden oktober 2002 een 'schoonmaakoperatie' uit. Human Rights Watch bericht dat minstens 56 mensen door de politie thuis werden opgehaald, en na 'ondervraging' in een massagraf werden teruggevonden. Het ging in haast alle gevallen om noorderlingen en inwijkelingen uit de buurlanden. Zelfs de consul van Mali was bij de slachtoffers. "Wij zijn vertrokken zodra we konden. Nu wonen we bij mijn broer in Abidjan en trainen we dagelijks om onze patriottische plichten te vervullen. Zie je, de GPP is een zaak van het hart. Onderhand zijn we met 10.000. Vooral Bété ja, maar ook anderen. Er komt een dag dat we dit land van het ongedierte bevrijden."

Dakoua Innocent (26) Werkloos, woont in Abidjan. Behoort tot de Akan (15 procent van de bevolking).

'Laat ik eerlijk zijn: alleen de Akan zijn in staat om Ivoorkust te besturen: was de man die ons dertig jaar vrede en welvaart gaf geen Akan? En waarom slaagde Houphouët-Boigny? Omdat hij de kunst verstond met iedereen rekening te houden, te onderhandelen, zoals Akan-vorsten dat altijd hebben gedaan.

"Wat mij het meest tegenstaat aan de huidige situatie, is dat de reële problemen niet worden aangepakt. De corruptie is erger dan ooit. Vroeg een verkeersagent vroeger 500 franc CFA voor de minste onregelmatigheid - als je geen verkeersdriehoek had bijvoorbeeld, of geen geldig blusapparaat - dan is het nu minstens 1.000.

"Ik weet ook wel hoe dat komt: president Gbagbo en zijn handlangers beseffen heel goed dat hen geen lang leven is beschoren. Ze moeten nu snel en veel hijsen, en vrije verkiezingen zolang mogelijk uitstellen, want ze weten dat ze die niet zullen winnen. Behalve de Bété en de aan hen verwante Dida stemt geen kat op Gbagbo en zijn FPI.

"Maar ondertussen nekt de corruptie ons. Kijk, ik heb een boekhouddiploma en kreeg mijn oom, de burgemeester van de stad Bondoukou, zover om te investeren in een filtersysteem waardoor we zuiver water in zakjes kunnen verhandelen. We kochten in België een vrachtwagen en legden contacten met afnemers. Alleen, de douane eist nu een gigantisch bedrag om het voertuig uit de haven vrij te geven en op de vergunning om een firma te starten kunnen we wellicht ook nog eeuwen wachten. Het enige wat me nog enige hoop geeft, is dat mijn vader zelf ambtenaar is en nu beloofd heeft zijn contacten aan te spreken. 'We zijn wel geen Bété', lacht hij dan, 'maar we kunnen ons aanpassen. We hebben geleerd om kameleons te zijn, die de kleur aannemen van hun bazen. En onze tijd, die van de Akan, komt heus wel terug.'"

Angenor Gbalou (35) Historicus, woont in Abidjan. Behoort tot de Bété.

'We hebben niets geleerd, dat moet ik u als historicus zeggen. Dezelfde fouten, het hele continent over. Militairen met meer ambities dan brein. En haast om aan de macht te komen, overal. Het gaat hier al sinds de coup van generaal Gueï flink fout: een juntabewind leidt nooit tot democratie en als de militair van kostuum verwisselt, welk signaal geeft dat dan aan zijn collega's? Dat ze het ook kunnen doen? Evengoed ben ik fundamenteel tegen rebellieën: misschien halen die het wel even, kijk naar Liberia of Sierra Leone, maar verzoening sorteert zulks niet. Ik begrijp dat sommigen vonden dat president Gbagbo eind 2000 niet democratisch was verkozen - hoewel, leid je de graad van democratie af uit het aantal kandidaten? - maar was vijf jaar wachten dan zo erg? Het uitzitten van die tijd en de moeite die dat vergt, weegt niet op tegen de prijs van oorlog, reconstructie, verzoening. Het duurt nu nog decennia voor de haat is uitgeziekt en de wonden zijn geheeld. En pas dan kan er sereen worden nagedacht over het democratiseringsproject."

Mamadou (23) fotograaf uit Daloa. behoort tot de Burkinabezen (20 procent van de bevolking).

Mamadou zegt dat hij een buitenlander is. En toch: hij werd in Daloa geboren, als zoon van een eerstegeneratie-inwijkeling. "Dit land is het mijne niet meer, hoe verklaar je anders dat ik bij een routine-identiteitscontrole in Abidjan in oktober van vorig jaar word afgetroefd en mijn arm wordt gebroken? Dat is voor buitenlanders zoals jij, zeiden ze.

"Toen mijn vader te oud werd om nog te werken, is hij naar Burkina Faso teruggekeerd. Het gros van de kinderen is gebleven, ikzelf heb een opleiding fotografie gevolgd bij een strandfotograaf in de buurt van Abidjan. Ondertussen heb ik het vak onder de knie, maar er zijn geen klanten. Wie heeft nu nog geld voor familieportretten? Zodra ik het geld voor een ticket bijeen heb, geef ik er de brui aan en vertrek."

Zijn vriend, de 27-jarige kruidenier Bah Alpha Aliou, een Peul uit Guinee, knikt. De zaken gaan niet goed en "de angst regeert", meent hij. "Steeds vaker worden we benaderd door leden van de studentenvakbond Fesci. Ze komen met een fles benzine in de hand en eisen 10.000 franc CFA. Het is simpel, zeggen ze, of je betaalt of je winkel gaat in de fik. En denk maar niet dat de politie ons iets doet, wij zijn de mannen van de president. Wij hebben hem met onze betogingen na de verkiezingen van 2000 in het zadel geholpen.

"En ze hebben nog gelijk ook. Wie aangifte doet bij de politie, krijgt te horen dat hij beter kan opkrassen, en snel ook nog, of er volgt een pak rammel. Tja, wat wil je dan dat we doen?"

Serge Koyou (31) Fesci-leider in Abidjan. Behoort tot de Bété.

'We hebben het er nog voortdurend over", zegt studentenleider Serge Koyou met een autoritaire stem. "We begrijpen niet dat de internationale gemeenschap niet met afschuw heeft gereageerd op de aanval op Ivoorkust door de Burkinabezen. En waar we helemaal niet bijkunnen, is dat Frankrijk, dat zichzelf toch altijd wegens zijn fantastische democratie op de borst klopt, die rebellen ontvangt als waren het respectabele mensen. Met dergelijke lieden sluit je geen vredesakkoorden, ze horen in een cel thuis, of in een graf.

"Parijs zit achter de rebellie: het stookte die stomme rebellen op omdat onze president de Franse belangen niet voldoende dient en zaken wil doen met Iran en China in plaats van louter met Frankrijk. Voor Parijs is een Ivoriaanse regering vol uilskuikens als die Soro Guillaume - de 31-jarige communicatieminister en zelf ex-Fesci-leider - ideaal: dan is manipuleren makkelijk.

"Weet je, Soro werkt ons behoorlijk op de zenuwen. Die man heeft nog nooit gewerkt en werd zomaar minister. Maar laat ik je dit zeggen: dat vredesakkoord van ze, daar hebben wij lak aan.

"Het is voor ons ondertussen erg moeilijk geweest. Het gros van de studenten van de universiteit van Bouake is intussen naar Abidjan gekomen. Maar daardoor hebben we wel een blanco jaar gehad: we moesten opvang zoeken voor 15.000 studenten, er waren onvoldoende leslokalen en bovendien hadden zij het vorige schooljaar niet afgewerkt door de rebellie. Ze hebben nu net hun examens afgerond, waarop we samen het nieuwe academische jaar kunnen aanvatten. Het wordt krap, maar het lukt wel. Maar verwacht van ons geen medelijden met diegenen die in Bouake zijn gebleven, die hebben kleur bekend."

Kaba Mamady (26) Student in de rechten, bleef achter in Bouake. Behoort tot de Malinke.

'Mijn leven is gegijzeld sinds het begin van de rebellie. Mijn studiegenoten reisden in december-januari naar Abidjan, ikzelf moest mijn nichtje nog naar de Malinese hoofdstad Bamako brengen, en heb hun vertrek gemist. Toen ik hen na mijn terugkeer in Bouake opbelde, bleek het gerucht te gaan dat ik me bij de rebellen had gevoegd. Een vuile leugen, maar ondertussen kan ik mijn studies in Abidjan onmogelijk voortzetten. Ik sta nu op de zwarte lijst van die vreselijke Fesci-mensen. Zelfs een vriend die me verdedigd had tegenover die lui werd afgetroefd.

"Kijk, ik zit ondertussen niet te niksen: vrienden hebben me overtuigd om voorlopig les te geven op de lagere school, omdat veel leraren sinds de oorlog zijn vertrokken. Het lukt, maar het ligt me niet, en je wordt er ook niet voor betaald.

"Ik heb erg gemengde gevoelens bij de rebellie. Militaire oplossingen werken niet, daar ga ik mee akkoord, maar je kon het Ivoorkust van Gbagbo moeilijk een democratie noemen. Waren er nog andere opties dan de militaire?

"Tegelijk is de prijs erg hoog. De bevolking verarmt, de handel ligt nagenoeg stil, de banken zijn dicht. En stel dat er een mogelijkheid was om in het buitenland mijn studies af te maken, hoe kom ik dan aan een paspoort? Onmogelijk. En bovendien moet ik voor een visum naar Abidjan en dat is levensgevaarlijk. Met andere woorden: ik zit vast."

Penda Touré (44) maatschappelijk assistente in Bouake. komt uit een gemengd Akan-Malinke-gezin.

'Deze oorlog heeft tal van gevolgen, maar het drama dat het vaakst wordt vergeten is de aids-explosie die zich aan het voltrekken is. En ik kan het weten: ik run al acht jaar het belangrijkste hulpcentrum voor seropositieven.

"We zien nu vooral de mythe van de onversaagde krijger, die makkelijk indruk maakt op jonge meisjes. Wie wil zich niet het liefje noemen van een knappe jongen met geweer? Daarenboven zijn zij in dit algemene klimaat van onzekerheid en verpaupering de enige met geld. Meisjes die thuis niet meer op zakgeld hoeven te rekenen omdat pa en ma nog nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen knopen, zien zo een makkelijke bijverdienste.

"Bovendien heeft de rebellie veel vrijheid gecreëerd voor jongeren: ze doen wat ze willen, hun ouders zijn afwezig of hebben hun autoriteit verloren. En tegelijk zijn dit erg jonge, en geenszins geïnformeerde tieners. Ze denken bijvoorbeeld dat je een seropositieve kunt herkennen.

"Misschien lijkt het vreemd: als jongens aan een checkpoint een auto van Artsen zonder Grenzen zien, vragen ze steevast om condooms. Daarmee willen ze duidelijk maken dat ze seksueel actief zijn, maar ik betwijfel of ze ze ook gebruiken, het zijn veeleer prestigesymbolen, een bewijs van volwassenheid.

"Daarom hebben we met de rebellen afgesproken dat we nog deze maand een sensibiliseringscampagne lanceren in de kazernes, daar waar het het hardst nodig is."

Adama Ouattara (47) Leraar in Bouake en activist van de RDR van Alassane Ouattara. Behoort tot de Senufo (10 procent van de bevolking).

'Het ergste was dat het ministerie van Onderwijs in Abidjan iedereen opriep uit Bouake en de rest van het 'bezette' noorden te vertrekken omdat dit 'oorlogsgebied' was. Hoewel er geen bedreiging was voor de burgers, verdwenen de Bété - de etnie van de president, hoofdzakelijk FPI-aanhangers - het eerst. Daarna vertrokken de Akan - het was hun voorman, ex-president Bédié immers die met die dwaze ivoirité was begonnen. En aldus verloren we tweederde van de leraren.

"Daarom zijn we vanaf december met de overblijvers gaan praten over de heropening van de scholen. Zie je, wij wilden vooral niet dat hier alles in duigen zou vallen, dat we jaren zonder onderwijs zouden zitten. Als de scholen dichtblijven, mist deze generatie de universiteit, en als we politiek willen meetellen hebben we geen analfabeten maar intellectuelen nodig.

"Ik heb zelf het hele noorden afgereisd, als voorzitter van de organisatie Ecole pour tous. Overal hebben we achtergebleven universiteitsstudenten overtuigd om mee te doen, en we vonden het Wereldvoedselprogramma bereid om kantines te openen voor de kinderen. Het heeft namelijk geen zin om les te geven als iedereen met een lege maag in de klas zit. En aldus hebben 45 scholen nu zo'n gaarkeuken, waar kinderen ontbijt en lunch krijgen voor een prikje. "Weet u, ik zie onderwijs als een politieke missie, hoewel ik altijd een afschuw heb gehad van de politiek. Sterker nog: als er twee dingen zijn die dit hele continent naar de verdommenis helpen, dan zijn dat aids en de politiek. "Maar het is die ivoirité die me in 1999 heeft overtuigd om in de politiek te gaan. Ik wil toch niet dat mijn kinderen, die net als ik en mijn ouders in Ivoorkust zijn geboren, als Burkinabezen, als Dioula of noorderlingen worden gemarginaliseerd? Alassane Ouattara was de katalysator van onze vrees, ons ongenoegen, en daarom hebben ze hem uitgesloten van deelname aan de verkiezingen.

"Ik weet dat het hele zuiden hem nu haat, terwijl hij tegen de rebellie was, terwijl hij moest gaan lopen om niet te worden gelyncht. Maar er is ook leven na Alassane, we zijn hard bezig met de opvolging, al is onze partij bijlange niet zo goed georganiseerd als de FPI van Gbagbo. Maar de volgende generatie wil in 2005 aantreden voor de verkiezingen. Misschien stel ik me wel zelf kandidaat voor het presidentschap."

Ali Ouattara (35) Verpleger in het ziekenhuis van Bouake. Behoort tot de Senufo.

'Binnenkort reis ik als vice-president van het Collectief van gezondheidswerkers in bezette zones naar Abidjan. Met één boodschap: dat we niet zijn gebleven uit sympathie voor de rebellen, maar omdat we het als onze plicht beschouwen om medische zorgen te verstrekken aan de bevolking. Als iedereen vertrekt, zoals de president graag wou, wie behandelt dan de doodzieke mensen die zich dagelijks aandienen?

"We zijn bang voor het simplisme dat dit land het voorbije jaar geheel in zijn greep kreeg: het discours à la Bush: wie niet met ons is, is tegen. Laat ik duidelijk zijn: ik zou voor geen enkele politicus in dit land mijn leven geven, niemand is het waard. Maar waarom zou ik alles achterlaten en naar Abidjan vluchten, als ik daar niet eens familie heb? Om wat te doen, overigens?

"Ik ben door deze oorlog zelfs de vrouw kwijtgeraakt die ik wilde huwen. Ze was in Abidjan op familiebezoek toen de rebellie begon en kwam niet terug. Een paar dagen later belde ze me op en vroeg: wanneer kom je? Voorlopig niet, zei ik. Te druk. Ze vond dat ik de wondenlikker van de rebellen was als ik bleef, een verrader. Ik heb toen opgehangen. Wat moet ik immers met zo'n vrouw?"

Mathias Kakou (32) politiek activist, ondergedoken in Abidjan. behoort tot de Dida (3 procent van de bevolking).

'Als u mij in dit westerse pak ziet, beschouw het dan niet als teken van mijn welvarende levensstijl. Dit colbertje moet me beschermen: het maakt een incognito zakenman van me, die makkelijker uit de handen van de militairen, de gendarmes en de doodseskaders blijft. Maar God weet hoelang ik nog aan hun toorn zal weten te ontsnappen.

"Ik heb mijn rechtenstudie niet kunnen afmaken wegens de politieke problemen waarin ons land de voorbije jaren verzeilde. Ik behoor zelf tot de 'goede' etnie - de Dida zijn nauw verwant met de Bété van Gbagbo - maar ik ben niet zo etnisch kortzichtig. Ik ben een democraat, een man van overtuigingen. Daarom werd ik als Fesci-leider opgemerkt door de PPS van Bamba Moliféré, een linkse partij die niet akkoord ging met de manier waarop generaal Gueï de nieuwe grondwet in 2000 manipuleerde. Ik werd jeugdleider van die partij, maar dat is me niet in dank afgenomen. Al van voor de verkiezingen, die klucht van eind 2000, ben ik op de vlucht. Bamba Moliféré is met zijn hele familie naar Frankrijk gevlucht, ik heb daar de centen niet voor en leef nu al jaren in Ivoorkust ondergedoken.

"Ze hebben me al verscheidene keren proberen te vermoorden, gelukkig werd ik telkens tijdig gewaarschuwd en kon ik vluchten. Maar het betekent wel dat ik al jaren niet meer met mijn vrouw en dochtertje samenleef en mijn ouders al in een eeuwigheid niet meer heb gezien. Mijn moeder gelooft dat ik dood ben, toen militieleden haar dat gingen vertellen, wisten we dat het menens was, dat mijn doodsvonnis was getekend. Het was nu alleen nog een kwestie van tijd.

"Maandenlang ben ik in kleine verafgelegen dorpen ondergedoken, bij mensen die me nooit vragen hebben gesteld. Af en toe kom ik naar de stad om mijn vrouw te bezoeken, en onze dochter. Ze weten beiden nooit waar ik ben, het is beter zo. Als ze hen meenemen, zoals in mijn nachtmerries, dan hoeven ze niet bang te zijn dat ze mij zullen verraden.

"En waarom ja, waarom dit armoedige, wanhopige, uitzichtloze leven? Omdat wij gezegd hebben dat verkiezingen waarvan driekwart van de kandidaten is uitgesloten, oneerlijk zijn en dat de winnaar zich niet als rechtmatig verkozen kan beschouwen? Omdat we een andere mening hebben, die Gbagbo en zijn trawanten niet zint?

"Ik ben niet alleen ongerust over mijn eigen toekomst maar ook over die van mijn land. Zo lang Gbagbo in het zadel zit, worden de vredesakkoorden niet uitgevoerd, en komen er geen eerlijke verkiezingen. Met hem komt er geen democratie, geen verzoening. Met hem wordt Ivoorkust straks een nieuw Rwanda."

Met dank aan SN Brussels Airlines.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234