Zaterdag 16/01/2021

Het land van de dalende zon

Jeroen Brouwers voegt een pendant toe aan zijn zelfmoordstudie 'De laatste deur'

door Bart Vervaeck

Jeroen Brouwers

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 279 p., 800 frank.

Wie af en toe een bezoek brengt aan De Slegte kan het niet ontgaan: het werk van Jeroen Brouwers wordt verramsjt. Opmerkelijk genoeg - Brouwers is toch een auteur die aan de literaire hemel onmiddellijk in de buurt van de drievuldigheid Reve-Hermans-Mulisch gezocht moet worden. Een en ander is het gevolg van de breuk met Ronald Dietz, directeur van de Arbeiderspers en voorheen Brouwers' uitgever, die in een van Brouwers' Feuilletons tot de proporties van een zakjapanner werd teruggebracht. Nu moeten we dus meemaken dat het belangrijkste werk van een belangrijk schrijver niet meer in de gewone boekhandel te verkrijgen is. Het toch al niet zo zonnige gemoed van Brouwers kleurt hierdoor allicht nog wat somberder. Om toch iets van zijn werk uit de schaduw te redden, brengt hij in De zwarte zon een selectie eerder verschenen essays bij elkaar. "Ik wilde in ieder geval deze essays nog even van totale verdwijning vrijwaren," schrijft hij bitter in het voorwoord.

De meeste stukken komen uit Het vliegenboek en Het circus der eenzaamheid. Verder vind je onder meer een tekst uit het eerste Feuilleton en een studie (over Jean Améry) die eerder als afzonderlijk boekje verscheen. Merkwaardig dat Brouwers de herkomst van de essays niet vermeldt. Dat is niet zijn gewoonte en het valt te hopen dat het ook geen gewoonte wordt. Wie de nieuwe versies vergelijkt met de oude, zal zien dat ze daaraan identiek zijn, op enkele kleine wijzigingen na, die meestal te maken hebben met de referenties. Zo heeft Brouwers aan zijn stuk over Baillon een aantal verwijzingen toegevoegd.

Deze herbundeling van ouder werk wordt aangeboden als een pendant van De laatste deur. Had Brouwers het daar over Nederlandstalige zelfmoordschrijvers, dan heeft hij het hier vooral over buitenlandse. Vooral, maar niet alleen, want er is ook plaats voor essays over Robberechts, Slothouwer en Venema. Aangezien ik al die stukken eerder gelezen had, begon ik met enige aarzeling aan deze bundel, maar het is bepaald geen straf ze voor de tweede (soms voor de derde) keer te lezen. Dat heeft zo zijn redenen.

Een eerste is de samenhang die van deze portretten uitgaat. De bundeling brengt een aantal verwantschappen aan het licht die je bij eerdere, vaak afzonderlijke publicatie niet opmerkte. De titel is daar een goed voorbeeld van. De zwarte zon is de naam van de uitgeverij die de dandy Harry Crosby oprichtte. In zijn werk wordt de zon het symbool van de dood en dezelfde betekenissen krijgt ze bij Osamu Dazai, die in De ondergaande zon zijn levenswalging beschreef. Hart Crane verdronk zichzelf op zijn eenendertigste; een van de getuigen zou "op Nesciose wijze" meedelen: "De zon stond hoog aan de hemel." De Uruguayaan Quiroga, die zichzelf met cyanide vergiftigde, beschreef in zijn proza de zon, en algemener: de natuur, als een dodelijke bedreiging. En de jonge Victor Escousse, die samen met een vriend een einde aan zijn leven maakte "door verstikking door kolendamp", schreef in het motto van zijn boek over een "gestolde zon". Niet toevallig is ook in het werk van Brouwers de zon een van de opvallendste symbolen.

Een tweede argument om deze bundel met aandacht te lezen is Brouwers' empathische, verzorgde en meeslepende stijl. De toon van solidariteit maakt hem evenwel niet blind voor de zwakten van de schrijvers die hij bespreekt. De literaire merites van figuren als Escousse of Venema schat Brouwers erg laag en zelfs over zijn voorbeeld Mulisch spreekt hij met ironie en zin voor kritiek. Hij creëert geen mythe rondom zelfmoord, die volgens hem immers niet "tot de karakteristieke neigingen van schrijvers" behoort. Zijn beeldende typeringen zijn meer dan eens schitterend: "Wie de verhalen van Akutagawa leest, heeft de gewaarwording alsof hij in een kijkdoos kijkt, waarin het kleine papieren decor en de uitgeknipte poppetjes door elkaar worden geschud door de windvlagen van zijn eigen adem."

Derde reden: wie deze bundel leest, ontdekt een grondpatroon, een profiel van de schrijvende zelfmoordenaar. Wat steeds terugkomt is het idee dat alles op niet meer te verwrikken wijze muurvast zit. Zelfmoordenaars lijken niet meer te geloven in een mogelijke verandering. Hun wereld zit op slot. "Op een of andere manier is mijn leven in het slot gevallen," schrijft Stig Dagerman, die zelfmoord als de enige vorm van vrijheid zag. Wie Brouwers' werk kent, weet dat herhaling en besloten ruimten daarin een essentiële rol spelen.

De band met Brouwers' romans en verhalen is in deze essays meestal niet ver te zoeken. Het autobiografische doortrekt alles wat Brouwers schrijft. Het verklaart ook zijn gewoonte om literaire werken te lezen als uitingen van het leven van de auteur. De literatuurwetenschap zou wel wat bezwaren hebben tegen het gemak waarmee hij van personages naar auteurs overstapt, maar voor zijn empathische en autobiografische essayistiek is dat natuurlijk geen probleem.

In romans en verhalen ziet Brouwers vooral zelfportretten. Hij gebruikt de term expliciet wanneer hij het heeft over de Russische schrijver Garsjin, over Dazai en over de Franstalige Antwerpenaar André Baillon. Bij die laatste merkt hij op: "Baillon produceerde geen fictie, maar putte uitsluitend schrijfstof uit zijn eigen leven." Of het laatste het eerste legitimeert, valt te betwijfelen: ook in autobiografische werken zit veel fictie, wat Brouwers trouwens vaak genoeg opgemerkt heeft over zijn eigen werk.

De kritische lezer zou misschien af en toe wat meer literaire analyse en wat minder biografie wensen (nu blijven een aantal geciteerde fragmenten zonder interpretatie en sommige titels worden vermeld zonder enige uitleg), maar Brouwers heeft ook niet de pretentie exhaustieve literaire analyses te schrijven. Zijn essays lezen bijna als verhalen en zijn wars van elk academisme.

Dat betekent niet dat dit oppervlakkige vertelsels zijn. Brouwers heeft een scherp oog voor details, zoals het symbool van het mes in het werk van Dagerman, en hij heeft interessante dingen te melden over het literaire werk van figuren die niet altijd even bekend zijn. Het veelzeggende detail is trouwens een vast stijlmiddel van Brouwers, die zijn essays meer dan eens opbouwt rondom spaarzaam aangebrachte symbolen, zoals de bonsai in het stuk over Akutagawa en de sneeuw in het portret van Dazai. Dat maakt deze essays zowel vormelijk als inhoudelijk zeer de moeite waard. Er is misschien weinig nieuws onder de zwarte zon van Brouwers, maar wat hij belicht is altijd interessant. En uitstekend verwoord.

Essays die bijna als verhalen lezen en wars zijn van elk academisme

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234