Zaterdag 23/01/2021

Het laatste interview van Hugo Camps met Jan Hoet

Hoet vertelde aan Hugo Camps (links) dat hij een man van chaos is. "Ik huiver voor de perfecte orde. Orde is verraderlijk."Beeld photo news

Op 22 oktober 2011 gaf Jan Hoet voor DM Magazine zijn laatste grote interview aan Hugo Camps. Naar aanleiding van het overlijden van Hoet brengen we het integrale interview opnieuw.

Dat hij 75 is houdt Jan Hoet niet tegen. Nog altijd een opgevoerde brommer. Eind deze maand reist hij naar China, om zich voor te bereiden op de biënnale van Yinchuan. Hoet wil er carte blanche. Tuymans staat op zijn verlanglijst, net als anderen die het geloof in het onbekende belichamen.

"Kijk nu toch eens naar dat kaartje", zegt hij. Eenvoudig getypt tekstje met een mooie rode Chinese stempel eroverheen. "Het lag op een ochtend in mijn bus. De afzender was de Western Art Biënnale. Zonder omhaal stond er: 'We zouden u graag als curator hebben voor een grote tentoonstelling in de stad Yinchuan, gesponsord door de Chinese overheid.' Ik moest even naar adem happen toen ik het las. Een biënnale in China: groter kan een uitdaging niet zijn.

"Ik weet waarover ik spreek, hè. Ik heb het eerder gedaan met Documenta in Kassel en met Chambres d'Amis en Over The Edges in Gent. Dan mag je wel van een signatuur in de kunst spreken.

"Vervolgens kwam er een professor bij me thuis die beweerde dat hij me van Kassel kende. Ik herinnerde het me niet. Maar toen hij zijn bewondering uitsprak voor de werken van David Hammons en Ilya Kabakov wist ik dat hij geen amateur was. Eind deze maand reis ik af naar China voor een eerste bezoekje aan de plaats delict."

Terwijl hij zijn geluk rondzingt, danst hij van het ene been op het andere. Jan Hoet: 75, maar nog steeds een opgevoerde brommer. Born to run. Altijd declamerend ook. Professor doctor Jan Hoet. Een lichaam nog zo lenig als riet. Tomeloos in het betogen, met armen als arabesken. Als een draaitol schiet hij het gesprek in en uit. Het weekblad Die Zeit noemde hem een Kopfreisende. Een eufemisme.

Weer een telefoontje uit Duitsland, het derde al in minder dan een halfuur. Ook aan de telefoon raast hij maar door, alsof de dood hem op de hielen zit. Hij wordt graag gesolliciteerd, dat kun je horen. In een split second klateren continenten, kunststromingen, politiek en literatuur door zijn knikkende hoofd. Ook tijdens deze lunch niet één verstild moment. Bij een wat ongemakkelijke vraag begint hij eerst uitbundig te lachen. Lachen is denken.

"Natuurlijk is het geen klusje, zo'n Biënnale in China. Mijn familie kwam met een veto. Dat werkt bij mij altijd averechts. Dus ik vlieg erin. Uiteraard heb ik mijn voorzorgen genomen. Ik moet om de paar dagen aan de nierdialyse. Van de dokters van het UZ in Gent, die China kennen als urgentieartsen bij overstromingen, heb ik begrepen dat zo'n behandeling geen probleem is in China. Later hoorde ik wel dat patiënten als ik geacht worden hun draden, die aan de machine worden gekoppeld, en de naalden zelf te gaan kopen in een shop. Zie je me al binnenkomen met zo'n pakje onder mijn arm in het ziekenhuis van Yinchuan? Dat kan natuurlijk niet. Hoe leg je dat in een Chinese winkel uit, draden voor een nierdialyse? Dat moet dus nog geregeld worden.

"De Biënnale komt er op een moment dat de kunst zich aan het herbronnen is. Er is vandaag geen echte beweging zoals je ze vroeger had met Cobra en de fundamentalisten. Iedereen is zoekende. De formidabele kunstenaar Joseph Kosuth is daar het meest sprekende voorbeeld van. Dat eeuwige zoeken naar een proces waarin de functie van kunst duidelijk wordt. Dus de kunstenaars die ik ga rekruteren, deels uit Azië, deels uit Europa en Amerika, zullen vooral het geloof in het onbekende belichamen. Maar daar kun je moeilijk een thema van maken."

Een tentoonstelling met als onderstroom Confucius versus het dolgedraaide kapitalisme, begroet hij als een speelse gedachte. "Het zou heel eigentijds kunnen zijn. Chinezen lijden massaal aan de plaag van consumentisme. Maar misschien is dat te hoog gegrepen. Ik denk dat als ik dat thema aan kunstenaars voorleg, ze zich halfdood schrikken. Bekijk het werk van de onlangs terecht gelauwerde Cyprien Gaillard. Hij graaft een bunker van de Duitsers op die onder het zand bedolven ligt en verheft het tot monument. Van instrument naar monument: daar zit weinig Confucius in, vrees ik.

"Ik ben nu bezig een staalkaart van de tentoonstelling op papier te zetten. Met alle disciplines van hedendaagse kunst. De grootste schilder van dit moment, Neo Rauch uit Leipzig, inspireert mij. Hij komt uit een traditie van dictatuur en heeft de sprong gemaakt van het proletariaat naar het rijke Westen. Hij is de Chinezen voorgegaan, zou je kunnen zeggen. Alle grote kunstenaars hebben het proletariaat als achtergrond. Daar weten ze in China natuurlijk alles van.

"Laatst was er rumoer over een aantal Nederlandse schrijvers die zich op een boekenbeurs in Peking hadden vertoond. Dat mocht niet van de morele scherpslijpers. Je laat je niet zien in een dictatuur, als kunstenaar. Protestants gezever. Ik ben lang voor de val van de Muur met kunstenaars gaan praten in de Sovjet-Unie, Polen, Hongarije. Het waren ongelooflijke contacten. Het heeft bijgedragen tot verandering in die landen. In 1994 was ik al in China. Dat gezeur over de dictatuur is mij te studentikoos. Pretentieus zelfs.

"Ik heb lang met Chinese kunstenaars gewerkt. Zij weten de brug tussen gisteren en vandaag precies te registreren. Ken je dat kunstwerk in het Guggenheim waar auto's van Mercedes en Chrysler doorboord zijn met speren van Indianen? Dat is dus gisteren en vandaag. Prachtig, ontroerend."

Natuurlijk laat hij nu de naam Ai Weiwei vallen. "Iedereen vraagt me wat ik met deze politiek gevoelige kunstenaar ga doen. Natuurlijk zal ik met hem spreken en hem uitnodigen voor de tentoonstelling. Althans, als zijn werk me overtuigt. Ik heb de indruk dat hij meer provocatief met woorden dan met daden is. Zijn kunst is eerder een repliek op wat voorafging. Deuren van oude huizen gestapeld tot monument. Erg origineel vind ik dat niet. Maar het blijft natuurlijk een man met een enorme power in de media.

"Ik ga niet naar China om daar de beroepsprovocateur uit te hangen. Wel verwacht ik van de Chinese overheid dat ik carte blanche krijg. Een werk dat ik heb uitgekozen kan niet afgewezen worden op politieke gronden of aanverwante gevoeligheden. De breuklijn moet zichtbaar blijven. Het is een godvergeten schandaal dat wij van het geschiedenisonderricht een potje hebben gemaakt. Kinderen krijgen nu maatschappijleer of iets van gelijke strekking. Nonsens. Misdadig. Het gaat altijd over geschiedenis in de opmars van de beschaving."

Beeld PHOTO_NEWS

De kracht van intuïtie
We eten in La Petite Bouffe in Latem. Kennelijk een vertrouwde omgeving voor de conservator en curator. Er was geen bearnaisesaus voorzien, maar speciaal voor Jan gaat de chef over tot actie. Later zal hij ook nog een taartje bakken ter attentie van zijn gast. Hoet: "Onge- looflijk, hè!" Waar hij staat of gaat, er ontstaan altijd rimpelingen. Soms vriendelijk, soms vijandig. Dat weet hij als publieksspeler. Toch, een geslepen aandachtsjunk is hij niet. Het is eerder zijn ongebreidelde temperament dat hem opjaagt naar hooggestemde retoriek of kabaal. Een motoriek die niet stilvalt. Ook nu niet: tussen de gerechten door blijft hij spelen met mes en vork. En met zijn sigaretten, want van het roken krijgen ze hem niet meer af. "Na de twintigste operatie heb ik besloten dat ik blijf roken tot op mijn sterfbed."

Kunst van huis uit, zo is het gegaan. "Mijn vader was een collectioneur. Er kwamen thuis geregeld schilders over de vloer. Constant Permeke was vriend aan huis. Mijn vader was Vlaams, Duitsgezind zelfs. Een patriarch, rotsvast. Hij was een dokter van de oude stempel, eerst als psychiater, later als tandarts. Toen hij 84 was, vroeg hij nog altijd maar 50 frank om een tand te trekken. Als kunstverzamelaar was hij een scepticus.

"Mijn moeder zocht haar eigen schilderijen uit. Zij wist weinig van kunst. Als ik haar zou gevraagd hebben wat impressionisme was, zou ze het hoofd hebben afgewend. Zij kocht op intuïtie en achteraf bleek dat ze een bijzonder goede smaak had. Sterker nog, de schilderijen die zij had gekozen bleken twintig jaar later van een hogere artistieke kwaliteit te zijn dan de collectie van mijn vader. Ik heb ontzettend veel liefde van haar gekregen."

Hoet volgde kunstgeschiedenis, schilderde en tekende een tijdje zelf, maar koos uiteindelijk voor een museale carrière. "Mijn hele leven heb ik de neiging gehad altijd het intuïtieve in mezelf op te zoeken. Niets is mooier dan de frisheid van intuïtie. Ik was me daar wellicht bewuster van dan mijn moeder. Zij was niet geconditioneerd door kennis, ik wel. Ik heb altijd een strijd moeten voeren tussen kennis en intuïtie, tussen weten en voelen. Juist omdat ik in mijn kunstbeleid zo'n intuïtief uitgangspunt had, gingen er vrachten kritiek over me heen. Intuïtie hoort tot de mythologie en daar waren al die criticasters bang voor. Voor hen moest alles theoretisch zijn. Theorie is de hel. De hele wereld is theorie geworden en zie waar de wereld staat: aan de afgrond.

"Een kunstgevoel moet kunnen groeien. In 1957 maakte ik al ruzie met mijn vader over Karel Appel. Hij vond het maar niks, barbaars zelfs. Het heeft tot 1964 geduurd voor ik hem over de streep heb kunnen trekken. Toen zag hij het ineens. De essentie van kunst is twijfel en revolte. Bismarck was alleen omringd door impressionistische schilderijen. En dus zakte hij weg in zijn ouwe sofa terwijl buiten de oorlog woedde. Hij had niet in de gaten dat de volgelingen van de impressionisten de meesterwerken onleesbaar hadden gemaakt. Met een kunsthistorische kijk op schilderijen en beeldhouwwerken kom je nergens, zeg ik altijd.

"Mijn grootste drive is de hang naar ontdekking. Vijf jaar geleden leerde ik Kelly Schacht kennen, vandaag wordt ze bewonderd. Of de Vietnamese kunstenaar Danh Vo. Op een dag zag ik hoe hij vier grote ruimten van dertig meter op tien vulde met fragmenten van het Vrijheidsbeeld in New York. In koper uitgevoerd met dank aan de Chinese ambachtelijkheid. Die versplintering was 9/11."

Jan Hoet werd geboren in Geel, waar zijn vader verbonden was aan het psychiatrische ziekenhuis. Tien jaar woonde hij in de ambtswoning van het ziekenhuis. Met zeven broers en zussen en vijf 'zottekes'. Niets in zijn latere leeftijd heeft hem meer gestempeld dan de jaren in Geel. "In die psychiatrische patiënten herkende ik de kunstenaar. Of anders gezegd: zij openbaarden de kunstenaar in mezelf. Ze hadden een logica die de taal voorbij was.

"Een tijd geleden mocht ik koningin Paola begeleiden bij een bezoek aan Geel. Een vrouw die zwaar schizofreen is, zei me: 'Meneer Hoet, ik heb een verschrikkelijke dwangneurose. Ik droom dag en nacht van duivels die mij versmachten.' Ik zei: 'Wees dan maar blij: met de koningin kom je in een sprookje terecht.' Ze kreeg een hand van Paola. Vele maanden later vertelde ze me dat het haar gelukkigste dag was. En dat ze begrepen had dat er ook nog brave mensen zijn. Ze was als het ware genezen door de verschijning van Paola. Die handdruk was diep in haar blijven hangen. Wij begrijpen dat niet."

Soms was er spanning in het gezin. "In crisismomenten kwamen verplegers aangelopen die de patiënt geboeid onder een koude douche duwden. Wij stonden daarop stiekem vanuit het raam te kijken, waardoor de zot nog bozer werd. Soms nam mijn vader een probleemgeval mee naar de etage om hem te ondervragen. Omdat hij wist dat hij weleens in slaap viel moesten wij dan 's nachts op matrassen aan de voordeur slapen voor het geval dat de patiënt zou vluchten.

"Jules, die bij ons inwoonde, had een autoped waarop hij alles monteerde wat los en vast zat. Batterijen, bellen, slierten draad, je kon niet meer zien dat het een autoped was. Het was precies een machine. Aan hem moest ik terugdenken toen ik jaren later kennis maakte met het werk van de Zwitser Jean Tinguely. Jules kon niet tegen de geur van benzine. Als hij een auto zag naderen, werd hij stapelzot. Met zijn batterijen diende hij zich een elektrische schok toe om weer te bedaren. Hij probeerde altijd rond te hangen in de buurt van een Duits wachthuis. Daar hadden ze batterijen van een zwaarder kaliber waarmee hij een snok door zijn lijf kon jagen.

"Nog een inwonende patiënt hallucineerde de hele dag en zag dan lilliputters over zijn handen kruipen. Een ander waande zich een erkend kunstenaar. Hij schreef brieven naar de koning met het verzoek om een toelage. Toen hij na lang wachten nog geen gehoor had, stopte hij ineens met schilderen."

Beeld BELGA

Huiver voor orde
Hoet is een man van chaos, zegt hij. "Ik huiver voor de perfecte orde. Orde is verraderlijk. Ik heb het ook weer ervaren als directeur van het MARTa museum in het Duitse Herford. Die Duitsers waren zo verschrikkelijk punctueel. Ik was er soms bang voor.

"Alle grote dingen komen uit chaos, uit een ruïne. Uit ontwrichting. Uit orde ontstaat het kwaad. Het is een mombakkes waarachter je alles kunt verbergen. Het maakt je los van alle medeplichtigheid. In de orde is alles gecategoriseerd, afgebakend, opgedeeld. Iedereen heeft zijn functie en is derhalve onschuldig voor het totaalbeeld. Dat is wat managers vandaag doen. Zij bakenen alles af in een leugen. Ik geloof daar niet in. De leugen van de perfectie doodt creativiteit en motivatie. Het is allemaal opgedrongen.

"Wat erger is: de gejaagdheid is ook nog richtingloos. Er zit geen handvat aan voor de beschaving. Managers hebben altijd de mond vol van cultuur. Domme praat. Cultuur is een consensus. Alleen kunst geeft een oordeel over cultuur. Ook in de politiek wordt alles cultureel benaderd. Een tragische vergissing. Dan eindig je in subsidiedenken en wordt medeverantwoordelijkheid op ijs gezet. Ik ben een voorstander van sponsoring. Dexia betaalt miljoenen aan advertenties, maar voor een kunstproject hebben ze geen frank over. Hun eigen kunstcollectie gooien ze ook nog eens in de verkoop."

Nu wordt hij fel. "Kunst moet een plek hebben, en dat is het museum. Vroeger had je nog collectioneurs die begonnen te kopen toen ze 30, 40 jaar waren. Op hun sterfbed hadden ze nog altijd dezelfde werken aan de muur hangen. Vandaag is kunst consumptie geworden. Collectioneurs verkopen hun boeltje na vijf jaar. Dagelijks zie je prachtige kunst verdwijnen in publieke onbestemdheid.

"Musea houden de kunst vast. Als enige. Een kunstbeleid veronderstelt een actief museumbeleid. Alleen in musea kun je na vijftig jaar nog een toets van de buitenwacht garanderen. Er moeten meer musea komen in België. Ik droom al jaren van een echt museum van hedendaagse kunst in Brussel. Dat is er niet, nota bene in de culturele hoofdstad van Europa.

"Een museum dat zichzelf respecteert zou jaarlijks minstens 600.000 euro moeten kunnen besteden aan aankoop. Ze zouden ook de verbintenis moeten aangaan dat de aangekochte werken van kunstenaars beneden de veertig jaar zijn. Dan pas gaat een museum de uitdaging met de tijd aan."

Beeld PHOTO_NEWS

Aangeboren scepticisme
Zijn strijd op leven en dood voor de oprichting van het SMAK is legendarisch. Het was een burgeroorlog in de stad. Hoet moest zich offeren door in de politiek te gaan tegen het zittende college. Dat werd dus de CVP. Een rare sprong die hem kwalijk werd genomen door bevriende kunstenaars als Jan Fabre, Panamarenko en Hugo Claus. "Het is later weer goed gekomen, hoor."

De relatie met het SMAK is inmiddels bekoeld. "Het draait vierkant. De huidige directeur zegt altijd: 'Ik heb van Jan Hoet een ruïne gekregen.' Gelukkig maar, zou ik denken. Ruïnes bruisen van leven. De hele renaissance is gebouwd op ruïnes. Toen ik met het SMAK begon, had ik geen keuze: het was een niet-aanvaard schepsel in de stad. In die dagen heb ik totale eenzaamheid gekend.

"Ik kocht Panamarenko en heel Vlaanderen stond op stelten. De gazetten vol gif. Jan Hoet was zot geworden. Op een dag kwam mijn dochter wenend van de school. De lerares had haar voor de hele klas verwensingen toegeroepen over het schandaal dat haar vader was. Ik zocht naar een alternatief, maar dat was er niet. De mensen zagen bij Panamarenko niet hoe subtiel de lijntjes waren die hij tekende. Ze keken niet eens meer naar zijn tekeningen, ze keken alleen nog naar zijn zotheid. Die er allicht ook was, maar daar is dan wel grote kunst uit voortgekomen.

"Mensen zien alleen wat ze willen zien. Toen ik Chambres d'Amis maakte, zei de gevierde reporter van Panorama Paul Muys: 'Gent is ondergedompeld in een circus.' Dat tikt toch aan, zo'n publieke belediging van een bekend persoon.

"Toch ben ik altijd doorgegaan. Nee, dat is geen kwestie van koppigheid, dat is mijn aangeboren scepticisme. Ik voel me permanent uitgedaagd tot onderzoek, tot toetsing van het onbekende. Grote kunstenaars zijn per definitie verslaafd aan het onbekende. Zij hebben niets met de heersende cultuur. Cultuur is lifestyle, oninteressant. Toen ik Joseph Beuys leerde kennen, ging voor mij een nieuwe wereld open. Een wereld waar ik nog niet eerder in was afgedaald. Dat was pure metafysica."

Jan Hoet heeft een aandoenlijk soort eerlijkheid. Bijna puberaal. Het lukt hem niet jubel en weerzin en sourdine te houden. Hij knettert erop los zoals het komt. Nu ook over het MAS.

"Of het een aanwinst is, dat prestigieuze museum aan de stroom? Architecturaal wel, voor de rest niet. Wat je binnen ziet, is hopeloos. Er is daar niet eens licht, ongelooflijk. Wat moet dat niet kosten aan energie? De kunst die ze brengen is armzalig.

"Ik kan het niet anders benoemen dan als grootheidswaanzin. De mensen zijn blij als ze er buiten zijn.

Liefde voor België
"Ik weet nog niet welke Belgische kunstenaars ik meeneem naar China, maar natuurlijk kan ik moeilijk om Tuymans heen. Al heb ik toch een paar bedenkingen. Ik heb Tuymans ontdekt in 1986. Hij kwam op bezoek in het SMAK met een berg tekeningen. Ik viel bijna achterover, bijna zo goed als Beuys. Ik zei: 'Nog één stap, man, en je bent er.' Er lag een enorme sensualiteit in die tekeningen en daaronder iets van gif, iets pervers. De spanning tussen het sensuele en het perverse was onweerstaanbaar. Ik stelde de commissie voor Tuymans aan te kopen. 'Zijde gij helemaal zot?', was het antwoord. 'Ge gaat ons toch niet opzadelen met brocanterie.' Waarschijnlijk had hij toen nog ouwe schilderijtjes op de rommelmarkt gekocht en die overschilderd.

"Nu mis ik het gif in zijn werk. Ik heb de indruk dat hij zich een thematiek oplegt. In het begin deed hij dat niet, was alles puur autobiografisch. De spanning van de beginjaren is een beetje weg. Op televisie zie je ook dat hij zijn kwetsbaarheid probeert te camoufleren. Dit gezegd zijnde, je ziet in zijn werk nog altijd dat het een Tuymans is."

Hij wil België niet kwijt. "Ik hoorde Bart De Wever zeggen dat er aan zee niets te zien is. Dat je dat durft te zeggen als grote Vlaamse leider. Zelfs de Belgische kust is hem nog te ver weg. Ik zet me vierkant af tegen het opsplitsingsgedoe van N-VA. Ik houd van het accidentele België. Wij zijn de microbiologie van Europa. Ook nog met een ongelooflijk potentieel aan kunst en cultuur in de genen.

"Er is geen enkel huis te vinden waar geen schilderijtje hangt van deze of gene. Al was het maar De zigeunerin die aan de muur hangt. Jawel, De zigeunerin... Zo xenofoob zijn we dus nog niet. Ik ben natuurlijk dol op Gent, daar heb je alles aan vermaak en cultuur. Gent is de stad met de meeste culturele biotopen op een kleine oppervlakte. Wat me ook zo bevalt, is de mix van rijk en arm, van gastarbeiders en studenten, van havenarbeiders en intellectuelen. In Gent zie je nog de herkomst van het proletariaat. Daar zijn we allen schatplichtig aan. Ik kan het niet genoeg zeggen: kunst komt altijd van onderen. De zoon van een rijke bourgeois zal niet gauw een groot kunstenaar worden.

"De grootste dwaasheid die we in België be- gaan hebben, is de opsplitsing van de twee culturen in afzonderlijke ministeries. Daarmee is cultuur herleid tot taal. Provincialer en parochialer kun je het niet bedenken. Taal is de meest benepen benadering van cultuur. Zet daar maar een expositie van Constant Permeke en René Magritte tegenover. Dan zie je wat cultuur met een mens doet. Ooit stelde ik Leo Tindemans voor om een grote tentoonstelling te organiseren die Afrika op de kaart zet. Als tegenhanger van het vroegere Tervuren, nu gecombineerd met hedendaagse kunst. Weet je wat Tindemans antwoordde? 'Ik heb daar geen mandaat voor, daar gaan de ministers van Cultuur over.' Dus een premier heeft hier niet de bevoegdheid om zich met cultuur bezig te houden. Met Leterme is dat nog geen ramp. Maar toch, als Mitterrand het hoort, draait hij zich om in zijn graf."

Droevig wordt Hoet van het verrommelde landschap in Vlaanderen. "West-Vlamingen zijn de ergste van allemaal. Zij bouwen zoals er vroeger duivenkoten werden neergekwakt. Oostende is qua ruimtelijke ordening doffe ellende. Pas op, ik heb niets tegen verval. Italië is een prachtig land, juist omdat het naast die rijke geschiedenis ook het verval in zich draagt. In Italië wordt alles opgevrolijkt door het theater dat zich op straat afspeelt. Dommigheden, catwalk, entertainment, je ziet het alom. Ik denk dat we in Italië na Berlusconi een nieuwe renaissance gaan meemaken."

Beeld PHOTO_NEWS

Ziekenhuisrituelen
De dood als sparringpartner, het lijkt er wel op. Nierkanker, hersenbloeding, de enige nier ook nog geblokkeerd door een medische fout, twintig operaties - Jan Hoet heeft het allemaal overleefd. Hij zegt gefascineerd te zijn door ziekenhuizen. Vooral de operatiekamer vindt hij van een grote ruimtelijke schoonheid. "De rituelen zijn prachtig. De chirurg die daar staat en als een hogepriester wordt aangekleed door glimlachende assistenten - schitterend. En als je na de operatie wakker wordt, kom je in een volmaakte geruisloosheid terecht. Ook in een ziekenhuis probeer ik de ruimte te onderzoeken die niet zichtbaar is. Ik ben altijd met de grens van de dood bezig, maar ik ben niet bang voor de dood. Ook mooi meegenomen, in een ziekenkamer kun je ongestoord lezen. Een Philip Roth of Die Vermessung der Welt van Daniel Kehlmann, bijvoorbeeld. Een geweldige schrijver. Ik heb iets met Duitse schrijvers."

Het is tijd voor een sigaret. Jan Hoet legt het restje chateaubriand dat de chef hem heeft meegegeven liefdevol in zijn Volvo. "Voor de hond van mijn dochter." Voor zijn doen heel ingetogen zegt hij nu: "Weet je wat zo jammer is? We voldoen niet meer aan de plicht onze geschiedenis over te dragen. Het geheugen verdwijnt. Alles is geprivatiseerd, ook de kunst. Hoe de mens vandaag omgaat met zijn getuigen is wraakroepend. Daar hoor je nooit eens een politicus over."

Beeld PHOTO_NEWS
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234