Dinsdag 19/01/2021

Het laatste geel van de Golden Sixties

Merckxiaans is een staat van genade, een besef in het peloton dat er één renner is die zich twee klassen hoger bevindtEddy Merckx die met zijn zoveelste bloemtuil zwaaide, wat was dat anders dan heerlijke flowerpower?'

Hij hijgt, ademt zwaar en diep, tot kreunens toe, en ineens die ontwapenende glimlach: 'Zo deden ze, vlak voor ze moesten lossen.' Dertig jaar na zijn eerste Tour komen gesprekken met Eddy Merckx onvermijdelijk op het thema pijn. Nog altijd geniet hij van de pijn die hij zijn tegenstanders deed, nog altijd brandt de pijn om zijn nederlagen, het onrecht hem aangedaan. Voor ons, zijn publiek, is er de pijn van de vergankelijkheid. Eddy Merckx toonde ooit hoe groots en majestueus sport kan zijn. Nu is hij een herinnering aan wat voorbij is, het besef ook dat het nooit ofte nimmer meer zo mooi zal zijn.

Walter Pauli

Toen Tour-directeur Jean-Marie Leblanc een half jaar terug in het Parijse Hotel Concorde La Fayette zijn Ronde van Frankrijk 1999 voorstelde, deed de vermelding van één plaatsnaam de zaal met een schokje in de realiteit belanden. De achttiende etappe start namelijk in Mourenx-Ville Nouvelle, en ineens besefte iedereen dat 'het' alweer dertig jaar geleden was. Op het eerste gezicht verdient Mourenx-Ville Nouvelle geen speciale omweg. De naam zegt het al. Ville Nouvelle, een van die 'nieuwe steden', modernistisch concept van theoretici en planologen, mooi op papier, in werkelijkheid ongezellig, gebetonneerd, zonder karakter en dus slechts tweemaal gaststad voor de Tour. In 1969 en 1970, vaker niet. Maar vooral de aankomst in 1969 maakte van het anonieme Mourenx-Ville Nouvelle een heuse naam, een begrip in de toch al bijzonder rijke Ronde-geschiedenis. Mourenx-Ville Nouvelle staat symbool voor,...ja, hoe het te omschrijven? Mourenx-Ville Nouvelle, dat is groter dan groots, de superlatief der superlatieven, beter dan het beste van het beste. Mourenx-Ville Nouvelle, dat was, is en blijft Eddy Merckx. De jeugdige, krachtige, getergde en meest merckxiaanse Merckx. Indrukwekkender dan de wielersport tot dan had gekend, o zo groots, zo plechtig dat het ook nadien nooit meer werd geëvenaard, amper een enkele keer benaderd.

Tot die dag was Eddy Merckx een renner. Een bijzonder goed renner, daar niet van, wereldkampioen, maar toch in de eerste plaats een sportman, ondanks zijn jeugd toen al een waardig opvolger van Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy, misschien zelfs beter. Na Mourenx-Ville Nouvelle heeft niemand ooit Merckx nog willen vergelijken met Van Looy, net zoals The Beatles ook geen vergelijking waard zijn met The Birds, of Picasso niet samen gemeten moet worden met Miro of Kandinsky.

Toen Eddy Merckx in 1969 in de Tour startte, was hij al wereldkampioen geweest, had hij de Ronde van Vlaanderen al gewonnen, en Parijs-Roubaix, en Luik-Bastenaken-Luik, en Gent-Wevelgem, en de Waalse Pijl, en Milaan-Sanremo zelfs driemaal, en daarbij Parijs-Nice en de Giro d'Italia. Hij had toen dus al een palmares dat zelfs na een hele wielercarrière als 'bijzonder indrukwekkend' zou worden omschreven. Maar Merckx was toen amper vierentwintig. De beste jaren moesten nog komen.

Bovendien had hij Van Looy eigenlijk al afgetroefd. Niet qua palmares, wel hoe hij won. Van Looy won veel, maar zelden echt memorabel. Merckx had toen al eens de Ronde van Vlaanderen gewonnen in stromende regen, zes minuten vooruit. Of de Giro d'Italia, in een sneeuwstorm, waar hij op één col, de verschrikkelijke Tre Cime di Lavaredo, acht minuten sneller klom dan de - nu ja - 'tegenstand'. Of Milaan-Sanremo dat jaar, toen hij zo snel de Poggio afvloog dat de RAI-cameraman hem niet in beeld kon houden.

Maar de bekroning van die loopbaan vond plaats in de enige wedstrijd waar dat kan en moet, de Ronde van Frankrijk, het walhalla van de betere kampioenen. Maar net zoals de oude Noorse legenden leren dat slechts de dapperste Vikingen in het walhalla mogen, en dan nog alleen nadat ze op het veld van eer sneuvelden, zo had ook Eddy Merckx voor die Tour zijn eigen 'dood' beleefd. In Savona, tijdens de Ronde van Italië van datzelfde jaar, laat hij zich op doping betrappen en voor altijd is hij het vermoeden van onschuld kwijt, is het blazoen besmeurd, ook al schreeuwt Merckx tot vandaag zijn onschuld en eerlijkheid uit. Hij doet dat zo intens, zo gedreven, zo tweehonderd procent on-Virenques, dat zelfs de meest kritische journalisten, bij hun volle verstand, zonder de minste druk van Merckx-mania (zoals destijds het geval), niet zomaar zullen durven zeggen: 'Die kerel liegt, die heeft gepakt'.

Het was dus een gekwelde en verbolgen Eddy Merckx die aan de Tour-start verscheen. Een kerel van vierentwintig, de leeftijd tussen jeugd en rijpe volwassenheid in. Voldoende wijs en met het temparement en de wil om terug te vechten. De eerste bergrit ligt in de Vogezen, naar de top van de Ballon d'Alsace. Niet echt lastig, niet echt indrukwekkend. Of toch? Galera en Altig kunnen Merckx min of meer volgen - zij verliezen 'amper' één minuut - de meeste anderen krijgen vele minuten aan de broek.

Het was slechts een intro voor wat komen zou en moest, een prelude op de echte Slag. Pas de laatste bergrit was het zover, een Pyreneeën-klassieker over Peyresourde, Aspin, Tourmalet, Soulor en Aubisque, een rit die voor één keer niet in Pau zou aankomen, wel in het nabije en onbekende Mourenx-Ville Nouvelle. Tijdens de eerste klimmen dicteerde Merckx het tempo en bovenop de Tourmalet bleken de anderen even niet te kunnen volgen. Niet veel, een meter of tien, omgerekend een handjevol seconden. De streep was honderddertig kilometer én de dubbele klim Soulor-Aubisque verder. In Merckx-termen vertaalde zich dat uiteindelijk in een voorsprong van acht minuten op de eerste achtervolgers, een vol kwartier op een tweede groep. Merckx won die rit, hij reed ze met een gemiddelde snelheid van 30,32 kilometer per uur. Dat betekende dus, om het even concreet te maken, dat Eddy Merckx de eerste achtervolgers in die solo van honderdveertig kilometer op meer dan vier kilometer had gereden, de anderen op zeveneneen halve kilometer. Eddy Merckx won die ronde zes ritten, alle truien en finishte met de onwezenlijke voorsprong van zeventien minuten en vierenvijftig seconden. Wat dat wil zeggen, wordt misschien duidelijk door de tijdsverschillen in de Tour van vorig jaar. In 1998 werd zoon Axel Merckx tiende in de Tour. Zijn achterstand op Pantani: 17 minuten 39. Dat betekent dus dat in '69 de felste belager, ex-Tourwinnaar Roger Pingeon, Merckx' gele trui minder bedreigde dan Axel Merckx vorig jaar Marco Pantani schrik inboezemde.

Mourenx-Ville Nouvelle was het begin van een periode van sportieve dominantie die haar gelijke niet heeft gekend, niet daarvoor en niet daarna. De Franse sportkrant L'Equipe heeft ooit eens een computerprogramma losgelaten op alle overwinningen en ereplaatsen van alle renners, met alle mogelijke wegingen en correcties, met de bedoeling een ranglijst 'aller tijden' op te stellen. Na afloop telde Merckx meer dan het dubbele van de punten van alle andere kampioenen, met uitzondering van Bernard Hinault. Dat is de enige die kan zeggen dat Merckx niet minstens tweemaal zo goed was als hijzelf. Samen met Miguel Indurain is Bernard Hinault dan ook de enige renner die, sinds Merckx, erin slaagde om een prestatie neer te zetten die met recht en reden 'merckxiaans' mag worden genoemd.

Dat adjectief behoeft uitleg. Merckxiaans wil niet zeggen: winnen met overmacht, duidelijk laten zien dat je een klasse beter bent. Johan Museeuw vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen, Frank Vandenbroucke in Luik-Bastenaken-Luik, dat waren allemaal knappe zeges, maar niet merckxiaans.

Wie Mourenx-Ville Nouvelle voor ogen houdt, weet wat merckxiaans inhoudt. Het is een staat van genade, een besef in het peloton dat er één renner is die niet zomaar harder trapt, maar iemand die zich minstens twee klassen hoger bevindt. Geen renner van een beter, maar van een ànder niveau. Volgen we die definitie dan was Miguel Indurain merckxiaans, tijdens die beruchte tijdrit in Luxemburg in de Tour '92, toen hij de concurrentie zoveel minuten achterstand aan het been lapte dat hij er twee Tours mee hadden kunnen winnen. En de onvermijdelijke Bernard Hinault was éénmaal zelfs hoogst merckxiaans, namelijk toen hij in 1980 Luik-Bastenaken-Luik won in een sneeuwstorm, een kwartier voor het handjevol concurrenten dat ook de eindstreep bereikte. 'Zijn vingers waren bevroren', meldden de kranten, want geen merckxiaanse prestaties zonder zo'n details en anekdotes. Op weg naar Mourenx-Ville Nouvelle bijvoorbeeld, zagen de commentatoren van de Franse tv ineens de voorsprong van de gele trui teruglopen. Ze sprongen op, juichten, hadden het over de te verwachten inzinking na zoveel domme overmoed. Een kwartier later was er nog alleen een eerbiedige fluistertoon, het stille geprevel van de gelovigen in kerken en kapellen: Merckx had even de rug gerecht, even getemporiseerd, om nog dapperder dan tevoren de pedalen te martelen. Dat was Merckx, niet eenmaal, maar bij herhaling.

Jacques Anquetil, voor Eddy Merckx de enige renner die vijfmaal de Ronde van Frankrijk won, had in die tijd een veelgelezen rubriek in L'Equipe. Lezers stelden hem vragen over allerlei aspecten van het wielrennen, de meest vergezochte eerst, en Maître Jacques beantwoordde die dan met grote deskundigheid en soms superieure ironie. Zo werd hem gevraagd de 'ideale renner' samen te stellen, de imaginaire coureur die van alle specialisten in iedere discipline het beste in zich zou verenigen. 'Wel', antwoordde Jacques Anquetil, 'men neme de benen van Merckx, het hoofd van Merckx, het hart van Merckx, het karakter van Merckx en men heeft de perfecte kampioen.'

En België juichte en zwol van trots, en Merckx werd uitgenodigd en mocht met zijn vrouw Claudine naar Laken, naar koning Boudewijn en koningin Fabiola, om er een gele trui af te geven, en daarmee waren zij oprecht trots en blij, die koning en die koningin.

Wat Eddy Merckx in die mooie en lange zomer van 1969 presteerde, was dan ook meer dan een sportief exploot. Het was een tot dan ondenkbare prestatie, wellicht een daad die alleen net in die tijd kon worden gesteld.

Amper een jaar eerder hadden studenten in Parijs op de muren gekalkt dat het tijd was voor 'l'imagination au pouvoir' - de verbeelding aan de macht. En Eddy Merckx bediende dat steeds langhariger volk op zijn wenken, met een prestatie die dermate goed was, zo indrukwekkend, dat ze tevoren tot het rijk van de fantasie behoorde. Eddy Merckx die met de zoveelste bloementuil zwaaide, wat anders was dat dan heerlijke flowerpower?

Het ging trouwens niet om Merckx alleen. Einde jaren zestig lukte plots wat daarvoor nooit had gekund, nooit was gedurfd, nooit was gezien, samengevat: nooit was geweest. Op een paar jaar tijd stonden de Beatles op de hoes van Sergeant Peppers Lonely Hearts Club Band, liep Neil Armstrong op de maan, sprong Bob Beamon in Mexico en sprak Martin Luther King van 'I have a dream'. Mannen op de maan, Merckx in het geel, beiden op dezelfde dag, dat was tegelijk de afsluiting en de bekroning van die tijd.

Foto's van Eddy Merckx in die Tour van '69 hebben dan ook hun plaats bij de paar beelden die symbool staan voor een uniek decennium. Het waren jaren in de roes van de schijnbaar eeuwige welvaart, van nooit eindigende jeugd en grenzeloos optimisme, een tijd die zich laafde aan de idee dat alles altijd beter en mooier kon, en gekker en sneller, en hoger en verder. The Beatles dragen nog altijd een stukje van die droom uit, en Bob Beamon, en Martin Luther King, en 'onze' Eddy Merckx.

Niet toevallig was Merckx' eerste Ronde van Frankrijk de laatste Tour van dat decennium. Net zoals het geen toeval is dat Merckx uitgerekend in 1973 voor het eerst de Tour niet meer zal winnen. In 1973 begon met de oliecrisis de tijd van recessie, besparen, moest iedereen de broekriem aanhalen, Merckx incluis. Maar van inbinden was in 1969 nog lang geen sprake. Toen was zijn zege nog een statement. Zoals Eddy Merckx reed, zoals hij won en tekeerging, is en blijft hij de ultieme gele trui van de gouden jaren zestig.

Voor De Morgen blikt Eddy Merckx dagelijks terug op het wielrennen en de Tour '69 in het bijzonder. Vandaag steekt hij van wal met de dag dat alles begon, de dopingzaak in Savona.

Pagina 18

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234