Maandag 20/01/2020

Het kwijl en het bot

Paul Auster over de Verenigde Staten en de verschillen tussen mens en hond

door Dirk Van Hulle

Paul Auster

Uit het Engels vertaald door Annelies Eulen, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 168 p., 699 frank.

Een hond als hoofdpersonage, daar knapt de gemiddelde flaptekstlezer al meteen op af. Het kan uitstekend werken voor kinderboeken, maar een volwassen lezer wordt doorgaans ook liefst als dusdanig bejegend. Boeken waarin een personage met beperkte intelligentie de hoofdrol speelt, hebben bovendien de neiging al te sentimenteel te worden, op het melige af.

Uiteraard mag je van iemand als Paul Auster verwachten dat hij het zich met opzet zo moeilijk maakt. De vraag is alleen of hij er in zijn jongste roman in slaagt om het vooroordeel te ontkrachten. Op het eerste gezicht niet. Timboektoe is een weinig spectaculair verhaal over de Amerikaanse samenleving van onderuit bekeken, niet meer dan een bak droge hondenbrokken, met daartussen af en toe een gênante woordspeling, zoals "Mr. Altruïst. Mr. Al Truïst, dat ben ik, de enige ware Alberto Verissimo."

Zo omschrijft Willy Gurevitch zichzelf. Samen met zijn hond, Mr. Bones, trekt hij een half jaar lang te voet door Amerika, om uiteindelijk te sterven zonder zijn doel te bereiken. In Baltimore hoopte de afgeleefde dichter een oude lerares van hem te vinden die na zijn dood voor zowel zijn manuscripten als zijn hond zou kunnen zorgen. Maar hij komt niet verder dan het museum van Edgar Allan Poe, waar hij voor de gevel blijft liggen. Dat hij troost vindt in de wetenschap dat hij toch in "Poe-land" zal sterven, waar zijn Poolse ouders vandaan kwamen, is typerend voor de tegelijk flauwe en wrange humor van de componist van de Symfonie van Geuren en uitvinder van de doorzichtige broodrooster.

De belangrijkste gebeurtenis in het leven van deze vagant van joodse afkomst is zijn bekering tot de leer van Santa Claus, waarna hij besluit om zijn naam in Willy G. Christmas te veranderen, niets van de wereld te verwachten en alleen maar liefde terug te geven. Als zelf-ironische variatie op het thema van de poëtische wereldverbeteraar levert dit niet meer op dan een vrijblijvend portret. Het draagt nauwelijks bij tot de strijd tegen het cynisme, die volgens Auster zelf de inzet van zijn jongste werk is.

Voor een satire op de Amerikaanse maatschappij kan de rest van het verhaal al evenmin doorgaan; daarvoor is het veel te mak. Mr. Bones komt na de dood van Willy terecht bij een Chinese jongen en vervolgens bij de familie Jones in een villa met oogverblindend groen gazon, zorgvuldig onderhouden door de ondernemende vader. Deze luchtvaartpiloot geeft zijn kinderen wel de toestemming om de hond in huis te nemen, maar onder voorwaarde dat hij gecastreerd wordt. Na deze ingreep treden er complicaties op. Mr. Bones wordt doodziek en besluit om zich op een autosnelweg van het leven te laten beroven.

De Verenigde Staten van Willy staan in schril contrast met die van huisvader Jones. Van het ene uiterste belandt Mr. Bones in het andere, "het Amerika van de dubbele garages, de tweede hypotheek om het huis te verbouwen, de winkelcentra in neorenaissancistische stijl, en het punt was dat hij daar geen enkel bezwaar tegen had." Maar ook als metafoor voor de onderdanige mens als hijgende streber die zich maar al te makkelijk aan het systeem aanpast, is er nauwelijks een groter cliché te bedenken dan de hond (de kwijlende "oelewapper op slappe pootjes die achter zijn eigen staart aan rende").

Dit alles enerzijds.

Anderzijds was deze ontvlezing nodig om tot op het bot te geraken. Het gaat in dit boek veel minder om deze dan om gene zijde. Willy zegt trouwens op een bepaald moment onomwonden dat Mr. Bones geen stijlfiguur is. Als hij al ergens voor staat, dan wellicht eerder voor de bones uit zijn naam, als tegenhanger van Mr. Jones, de "soldaat in de strijd tegen de ledigheid."

Over de ijdelheid van de "typisch Amerikaanse weetjes" steekt Willy een hele preek af. De nutteloze kennis is voor hem "het stof van de Zeitgeist op het huisraad van de geest". De mens mag dan wel honderd keer meer kennis vergaren dan de hond, sterven doen ze allebei. In de ogen van Mr. Bones doet het er dan ook weinig toe of iemand nu vrede en broederschap loopt te verkondigen of een "diepe, onberedeneerde liefde voor het gazon" koestert.

Het grootste verschil tussen hond en mens, althans in de roman van Auster, is het niet altijd wederzijdse respect van deze zoogdieren voor hun beider vermogen om zich uit te drukken. Voortdurend probeert Mr. Bones de taal van zijn baasjes te interpreteren. Omdat Willy's moeder het woord 'vakantie' gebruikte om aan te geven dat ze op de sofa ging uitrusten, nam Mr. Bones aan dat het een synoniem was voor 'bank' of een bloemrijke omschrijving van 'gaan zitten'. Wanneer de Chinese jongen hem vindt en hem vraagt hoe hij heet, antwoordt hij met een perfecte anapest (en met dezelfde aandacht voor de vorm die ook het proza van Auster kenmerkt): woef woef wóéf. "Heel even leek het alsof de woorden Mister Bones waren teruggebracht tot hun klankessentie, tot de zuiverheid van een muzikale frase."

Het verlangen van Mr. Bones om begiftigd te zijn met het menselijke spraakvermogen, vindt zijn pendant in de inspanningen van Willy om te achterhalen hoe zijn hond uitdrukking geeft aan zijn gedachten, wensen of voornemens. Het solidaire onvermogen van de mislukte dichter en de sprakeloze hond is samengebald in Timboektoe. Zo noemen ze de plek waar ze volgens hen na de dood terecht zullen komen en waar Mr. Bones zal kunnen praten. Het verlangen naar iets beters na de dood is even menselijk als dierlijk. De talloze namen die er in de loop der eeuwen voor verzonnen zijn, betekenen evenveel als het woord 'vakantie' (vanuit het perspectief van Mr. Bones) en zeggen even weinig als de titel van dit boek over zijn inhoud verraadt. Linksonder in dit op het eerste gezicht mollige maar onderhuids akelig knokige dubbelportret is Mr. Bones als vanitasmotief voortdurend aanwezig met zijn "treurige, gelaten blik waarmee honden mensen al veertigduizend jaar aankijken".

De mens mag dan wel honderd keer meer kennis vergaren dan de hond, sterven doen ze allebei

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234