Maandag 13/07/2020

Reportage

‘Het krioelt hier van de ratten’: bij de vluchtelingen in Duinkerke en Calais

Wie goed kijkt, ziet tussen de onvoorstelbare hoop rotzooi hier en daar tentjes staan. Ja, hier wonen mensen. Beeld Franky Verdickt

Corona kwam, en de vrachtwagens bleven weg. Steeds meer migranten proberen daarom vanuit Noord-Frankrijk naar Engeland te varen in kleine, gammele ­bootjes. Alles is beter dan wonen op een stort.

Gelukkig schijnt de zon. Want het oude fabrieksterrein in Groot-Sinten, naast Duinkerke, ziet er zo triest, grauw en vervuild uit dat je meteen rechtsomkeer wil maken. Op een grijze regendag is dit ongetwijfeld een van de meest deprimerende plekken van Frankrijk. De betonnen fabriekshallen zijn zwartgeblakerd van de vele vuren die er worden gestookt en het terrein ligt bezaaid met vuilnis. Daartussen staan rijen eenpersoons­tentjes, als stille getuigen van een snoeiharde realiteit: hier leven mensen.

Van de naar schatting zevenhonderd migranten en vluchtelingen die in Groot-Sinten aanvankelijk verbleven, bivakkeerde de helft op het fabrieksterrein, pal naast snelweg A16. Nu is daar nog maar de helft van over. Toen de coronapandemie de tweede week van maart uitbrak, viel de politie dagelijks binnen om het kamp op te ruimen en zodoende een besmettingsuitbraak te voorkomen. De Franse overheid bood aan iedereen die op straat leefde onderdak in hotels, sportzalen en schoolgebouwen. Wie wilde, kon op speciaal voorziene bussen stappen en in ‘een kot’ blijven. Een aanzienlijk aantal migranten ging op de vraag in en verblijft nog altijd elders.

“De eerste keer dat de politie kwam, ben ik meegegaan”, vertelt de Koerd Alan (42), een van de mannen die rond het ‘winkeltje’ op het terrein hangen, een geïmproviseerde tafel met pakjes sigaretten te koop. “Ik heb drie weken in een hotel gezeten, in Rijsel. Intussen hoorde ik dat andere asielzoekers nog altijd probeerden om naar Engeland te gaan, ondanks de gesloten grenzen. Ik besefte dat ik tijd aan het verliezen was in dat hotel. Dus ben ik teruggekeerd. Te voet, ik durfde niet met de bus uit angst dat ze me weer zouden terugsturen naar Rijsel.”

Nu de kusten verlaten zijn door corona, is het een ideale periode om de oversteek naar Engeland per boot te doen, weten de mannen. “Niemand ziet ons, we kunnen ongehinderd vertrekken”, legt Alan uit. Hij is de enige van de groep die voldoende Engels spreekt om zich verstaanbaar te maken, zegt hij.

Elke dag wordt het kamp zo grondig mogelijk ontsmet om corona en tastbaar ongedierte buiten te houden. Beeld Franky Verdickt

Het fabrieksterrein wordt uitsluitend bewoond door mannen, allemaal soennitische Koerden uit het noorden van Irak of uit Iran. Met de ramadan zijn ze niet zo bezig, voelt Alan zich verplicht te vertellen terwijl hij een sigaret opsteekt, normaal verboden tijdens de islamitische vastenmaand. “Kijk om je heen. Het krioelt van de ratten, we wonen op een vuilnisbelt. De omstandigheden waarin we leven, zijn al moeilijk genoeg. Er is nog elke dag een voedselbedeling, maar die is een stuk minder dan anders want door corona blijven veel vrijwilligers thuis. We proberen ons intussen zo sterk en gezond mogelijk te houden. Daarom vasten veel mensen niet, ondanks dat ze moslim zijn. Het is gewoon niet verstandig om onszelf nog meer te verzwakken.”

Precaire situatie

De meeste migranten blijven een maand of drie, vier in Groot-Sinten voor ze erin slagen het Verenigd Koninkrijk te bereiken. Maar Alan zit hier al acht maanden, zegt hij gelaten. “Ik ben het wachten stinkend moe. Twee weken geleden zat ik met tien anderen op een boot op weg naar Engeland. Na een tijdje ging de motor stuk en dobberden we rond. We belden de Britse kustwacht om hulp, maar kregen geen gehoor. Toen belden we naar de Fransen. Die namen wel op en zijn ons komen halen.”

Als hij terugdenkt aan zijn leven in Irak, is hij nu veel slechter af, bekent de Koerd. “Ik had een kebabzaak in Suleimaniya (in de Koerdische Autonome Regio van Irak, JdR), maar door problemen met de Iraakse regering besloot ik te vertrekken.”

Nu hoopt hij een kebabzaak in Londen te beginnen. “Ik maakte de beste kebab uit de hele regio.” Terug naar Irak wil hij niet. Je doelen opgeven en naar huis keren wordt hier als de ultieme mislukking beschouwd. Alan zoekt zijn troost dan maar in de wodka, grijnst hij. Elke dag wandelt hij naar de supermarkt in Duinkerke, aan de andere kant van de A16, en koopt hij een fles. “Zonder wodka is het hier niet uit te houden.” Bovendien is het goed tegen corona, klinkt het lachend. “Alle virussen sterven bij zoveel alcohol.”

De angst om besmet te worden met Covid-19 is wel degelijk aanwezig bij de migranten op het fabrieksterrein, weet Tom Gilbert van ngo Roots, een organisatie die zich bezighoudt met de sanitaire voorzieningen, de watervoorraad en het ontsmetten van het kamp. De Brit is een paar maanden naar Frankrijk overgekomen om de migranten bij te staan. Tot voor enkele weken was er maar één kraan in dit kamp, zegt hij. Toiletten waren er niet. Nu staan er douchecabines en toiletten voor mannen en vrouwen en zijn er wasbakken geïnstalleerd. Elke dag worden tanks met 1.000 liter water geleverd. Bij de wasbakken aan de ingang van het domein vullen mannen en vrouwen plastic flessen met water. De mannen staan zich in bloot bovenlijf te wassen. Van social distancing is geen sprake.

Alles is zwartgeblakerd door de vele vuurtjes die worden aangestoken.Beeld Franky Verdickt

“Ze beseffen de ernst van de pandemie, maar omdat ze al zoveel meegemaakt hebben en vooral bezig zijn met overleven, is de zorg om corona niet hun eerste prioriteit”, legt Gilbert uit. “Als mensen zich ziek voelen, worden ze wel meteen naar het ziekenhuis gebracht.”

Toch is het aantal bevestigde gevallen van Covid-19 onder de vluchtelingen in Groot-Sinten laag: volgens Michel Tournaire, de onderprefect van Calais, zijn er twee mensen in Duinkerke besmet geraakt. In Calais, waar naar schatting tussen de zevenhonderd en duizend migranten verblijven, is er sprake van slechts één bevestigde corona­besmetting.

“We ontsmetten het kamp elke dag van boven tot onder”, zegt Gilbert. “Dat is niet alleen nuttig vanwege corona, het houdt ook de ratten op afstand.”

Nu het aantal besmettingen laag blijft, zijn de hulpverleners er iets geruster op. Maar het blijft een precaire situatie, zegt Gilbert. “Met zoveel mensen die op een kluitje leven en een minimum aan hygiëne, blijft het risico op een uitbraak van de ziekte groot.”

Het zijn voornamelijk vrouwen en kinderen die naar hotels gaan om zich te beschermen tegen het virus, weet de ngo-medewerker. “De vrouwen die blijven, zitten aan de andere kant van de snelweg, op recreatieterrein Puythouck. Ze leven in de bosjes in tenten om wat meer privacy te hebben dan hier. Overdag komen ze zich douchen en laden ze hun telefoon op. We brengen elke dag een generator mee zodat er een paar uur lang stroom is.”

‘Jong en sterk’

Op het plein tussen de hangars ontmoeten we Perî (19). De Koerdische uit Noord-Irak is hier met haar moeder en neef. Ze slapen in het recreatiedomein, ‘de jungle’, zoals ze het zelf noemen. “Gisteren kwam de politie en nam alles mee. Tenten, slaapzakken, voedsel. Gelukkig krijgen we nieuw materiaal van de hulporganisaties.” Ze wijst op haar vest. “Deze kleding hebben we vandaag gekregen. Ik ben er heel blij mee.” Ze beseft dat de politie besmettingen wil voorkomen, klinkt het. “Tegelijk is het ook een goeie reden om ons te blijven pesten en te intimideren.”

Hulpverleners doen elkaar mondmaskers om. Steeds meer vrijwilligers haken af. Beeld Franky Verdickt

Perî heeft een oom in Londen naar wie ze met haar moeder en neef naartoe wil. Ze zou er graag willen studeren, klinkt het. Drie dagen geleden stapte ze met haar familie op een kleine boot om het Kanaal over te steken. “Het was ’s nachts, we vertrokken vanop een strand in de buurt van Calais. We waren met de auto naar het strand gebracht. In de boot was plaats voor twaalf mensen. Maar de golven waren te hoog, de boot liep al snel vol water. We hebben meteen de kustwacht gebeld. Omdat we nog niet lang onderweg waren, zaten we nog dicht bij Frankrijk. De Fransen haalden ons op en brachten ons terug. We zijn twee dagen in een hotel in de buurt van Calais gebleven en dan op eigen houtje teruggekeerd.”

Als de tocht naar Engeland onderbroken wordt, moeten ze niets betalen, legt de Koerdische uit. Vanaf het moment dat ze er wel geraken, betalen ze 3.500 pond (4.000 euro) aan de smokkelaars.

“We hebben niet zo veel geld op zak. Maar er is een afspraak met onze familie in Irak dat ze het geld via Moneygram of een ander bureau overmaakt zodra we veilig en wel in Engeland zijn.”

De stress om zo snel mogelijk aan de overkant van de Noordzee te geraken, is zo groot dat ze niet bezig is met corona, vertelt Perî. “Ik maak me er niet druk om. Niemand is hier ziek.” Intussen is ze dusdanig moe dat ze niet aan vasten doet. “Ik vast wel”, vertelt de moeder van Perî. Ze lacht: “Ik voel me niet zwak en ben niet bang om ziek te worden. Wij zijn moslims, wij krijgen geen corona.” Waarop haar dochter zich haast te zeggen dat het maar een grapje is.

Het groepje Iraanse Koerden dat zijn bivak heeft opgeslagen op een verhoog in de middelste fabriekshal, is weliswaar voorzichtig, maar ook hier maken ze zich niet echt zorgen over het coronavirus. “Wij zijn jong en sterk.” Als we de geroeste ijzeren balken opklimmen en op het verhoog belanden, krijgen we meteen een jerrycan met water, een kom en zeep toegestopt om onze handen te wassen. Daarna komen ze aandraven met desinfecterende gel.

Tot voor enkele weken was er maar eén kraan aanwezig, nu zijn het er meerdere. Eindelijk zijn er ook toiletten geplaatst. Beeld Franky Verdickt

Er staan twaalf tentjes op het plateau met uitzicht op de smerige fabriekshal. In de hoek is een enorme voorraad aardappelen, rijst, uien en pasta aangelegd in twee winkelwagens. “Thee?” vraagt een van de mannen. “De kopjes zijn coronavrij.” Tussen de tenten liggen verschillende zelfgemaakte zwemvesten, pakketjes van lege plastic waterflessen, bijeengebonden met een dun touwtje. “We binden ze om ons middel en leggen zo het eerste stuk in zee af voor we op de boot klimmen”, legt Hîwa uit, een twintiger met lang haar en dito baard.

“Het is te duur om met een vrachtwagen over te steken, daar betaal je gemakkelijk 5.000 euro voor.” Ook hier klinkt hetzelfde verhaal: een mislukte poging per boot kost niets. Je betaalt pas bij aankomst in het VK. Vannacht of morgen gaan ze het weer proberen. “We worden ’s avonds laat gebeld en moeten dan naar een afgelegen plek op het strand gaan. Meestal niet ver van Calais. We vertrekken laat om dan in de vroege morgen het water op te gaan.”

Hoewel geen van allen kan zwemmen, zijn ze niet bang om te verdrinken, klinkt het zelfverzekerd. “We weten dat we de kustwacht kunnen bellen, die zijn heel snel ter plaatse.”

Ali Ahmadi (24) is hier twee maanden. Hij is ervan overtuigd dat hij er een van de dagen in zal slagen om de oversteek te maken. Ali laat de app Windy zien op zijn telefoon. Een app die niet alleen de windsnelheid aangeeft op het Kanaal, maar ook de hoogte van de golven. “Zie je?” wijst Ali. “Vannacht is de zee vrij rustig volgens Windy. Het is het moment.”

Drukke route

In het weekend van 9 en 10 mei, twee dagen na ons bezoek aan het kamp, wordt een record aantal migranten tegengehouden op het Kanaal. De Franse en Britse autoriteiten melden dat ze meer dan 300 mensen opgepikt hebben. De Franse kustwacht onderschept 77 illegalen op zee, hun Britse collega’s houden op vrijdagnacht 145 migranten tegen en op zaterdag nog eens 82. Onder hen verschillende vrouwen en kinderen.

‘Reddingsvest’ gemaakt van plastic flessen om veilig bij de boot te kunnen komen. Beeld Franky Verdickt

In de eerste vier maanden van dit jaar pikten de Fransen 1.280 mensen uit zee op. Vorig jaar werden in totaal 2.294 migranten op het Kanaal aangehouden. Vergeleken met 2019 is het aantal aanhoudingen verdubbeld in de eerste vier maanden van 2020. Ook volgens Britse berekeningen worden momenteel aanzienlijk meer mensen op zee aangetroffen dan vorig jaar.

“Door de coronamaatregelen is er minder verkeer via de tunnel of boten”, legt Nico Paelinck uit, korpschef van de politiezone Westkust. “Dus proberen de mensen het via het water.”

De Belgische politie werkt samen met haar Franse en Britse collega’s omdat de smokkelaars ook vanaf onze stranden vertrekken. Voor de coronacrisis begon, kapseisde een boot met 14 migranten voor de kust van De Panne. Iedereen werd gered. Dezelfde nacht werden ook twee vermoedelijke mensensmokkelaars aangehouden.

“We maken ons al maanden zorgen over het gebruik van kleine bootjes door mensensmokkelaars”, zegt Frank Demeester, procureur in West-Vlaanderen. “Het is een levensgevaarlijke manier van smokkelen omdat men via deze kleine bootjes letterlijk en figuurlijk onder de radar probeert te blijven. De migranten vertrekken in het holst van de nacht met gammele of opblaasbare vaartuigen, zonder reddingsvesten of met vuurpijlen die al jaren over tijd zijn.”

De autoriteiten uit België, Nederland, Frankrijk en Engeland houden de overtochten angstvallig in het oog omdat ze koste wat het kost willen vermijden dat er dodelijke slachtoffers vallen op de Noordzee. “Het is ook een heel drukke route”, zegt Demeester. “Je kunt het met een autostrade vergelijken. Het is levensgevaarlijk om met een opblaasbootje tussen de grote schepen door te varen.”

Volgens de laatste vaststellingen in Noord-Frankrijk en aan de Belgisch-Franse grens gebruiken de migranten zeilbootjes zonder beveiligingen of opblaasbare bootjes met een buitenboordmotor. De smokkelaars die de afgelopen weken zijn gearresteerd, zijn van Iraakse en Iraanse afkomst, weet Demeester. Er zaten ook enkele Afghanen bij.

“Het gaat vooral om Koerden uit Irak en Iran”, licht korpschef Paelinck toe. “Het kamp in Groot-Sinten wordt gerund door een Koerdische criminele organisatie.”

De bewegingen tussen België en Frankrijk gaan ondanks de coronamaatregelen gewoon door, aldus de korpschef. “We onderscheppen elke week wel een wagen waarin we een boot en zwemvesten vinden.”

Er is de laatste weken een toename van migranten die vertrekken vanuit Duinkerke, Zuidkote en Bray-Dunes, constateert Paelinck. De tactiek van de smokkelaars is om langs de kust te varen en te proberen zo snel mogelijk in de Britse territoriale wateren te geraken. Dat zien ze op hun gps. Soms lukt het om zonder kleerscheuren door te varen naar Engeland. Wanneer het misgaat en de Britse kustwacht een reddingsactie uitvoert, is het doel van de migranten bereikt. Worden ze opgepikt door de Fransen, dan keren ze terug naar Frankrijk. Degenen die hun overtocht pas betalen bij aankomst in het VK, werken met een soort abonnement, bevestigt de korpschef. “Anderen betalen per keer. Dan gaat het om een kleiner bedrag. Als de tocht mislukt, zijn ze hun geld kwijt.”

De bootjes worden ingegraven in het zand, of verstopt in bosjes en oude schuren. Niet zo makkelijk om te traceren, legt Paelinck uit. Aan Belgische kant worden binnenkort warmtescanners ingezet om een beter beeld te krijgen van de activiteiten aan de grens. De politiechef vermoedt dat de toename van migranten in bootjes over een paar weken weer zal afnemen. “Het is nu nog stil op de stranden, de campings zijn verlaten. Maar zodra die open gaan, wordt het meteen veel drukker en dat zal het de migranten een stuk moeilijker maken om nog ongezien te kunnen vertrekken.”

Nieuwe jungle

Als we in Calais arriveren, valt het meteen op. De sfeer is veel grimmiger dan in Groot-Sinten. Bij de weg die naar de tunnel onder het Kanaal leidt, zien we de ene politiecombi na de andere. Als we willen parkeren op de Route Graveline, aan de rand van het duingebied, komt een bewoner op ons afgestormd. Het is geen goed idee om onze auto hier neer te zetten, klinkt het, want de ruiten worden geheid ingeslagen. “We hebben het helemaal gehad met de migranten”, zegt de man woedend. Hij wijst naar rechts, waar tientallen jongeren samenzitten voor het hek van een industrieterrein. “Dat zijn Eritreeërs.” Aan de linkerkant, verderop in de straat, zitten dan weer Afghanen en Iraniërs, vertelt de bewoner. “De verschillende groepen vechten met elkaar en lopen ’s avonds dronken op straat. We zijn vorige week met de bewoners naar de gemeente gestapt omdat we het niet langer pikken.”

Beeld Franky Verdickt

We besluiten onze auto op een andere plaats te zetten en komen uit bij de afrit richting Kanaaltunnel. Mero, een jonge Eritreeër, wandelt mee naar de overkant van de weg waar een hulporganisatie dagelijks langskomt met een generator zodat de telefoons kunnen worden opgeladen. Er zijn soms problemen met migranten uit andere landen, bevestigt Mero. “Iedereen heeft zijn eigen plek. Soms komen de Soedanezen naar ons kamp en stelen ze onze telefoons, schoenen en eten. We moeten voorzichtig zijn.”

Poppy Cleary en Alice Baker zijn vrijwilliger bij Utopia 56, een Franse ngo in Calais. Er verblijven zeker 1.000 migranten in de havenstad, weten ze. Een aantal probeert nog steeds via een vrachtwagen naar Engeland te gaan, maar ook hier wagen steeds meer mensen zich aan een oversteek per boot. “De sfeer is gespannen sinds de pandemie. Veel hulporganisaties blijven weg. De voedselbedeling bestaat uit etenswaren die de mensen zelf moeten klaarmaken, het is niet verantwoord om voeding op te warmen en uit te delen vanwege de social distancing.”

Ook hier houdt niemand zich aan de gewenste anderhalve meter afstand. In de kampen, allemaal kleinschalig omdat de politie elke dag langskomt en eist dat de boel een paar meter moet worden opgeschoven, zit iedereen net zo dicht bij elkaar als voor de coronacrisis.

In de ‘nieuwe jungle’, een kamp in de bosjes en duinen aan de Route Graveline, pal tegenover een rij chique villa’s, slepen twee meisjes van een ngo hout aan zodat de migranten vuur kunnen maken om hun eten te bereiden. Een groep Iraniërs zit rondom een vuurtje en bakt vlees. Ook zij vasten niet, zeggen ze. “We gaan bijna elke nacht op pad”, vertelt Hamid, een Iraniër die samen met zijn grootvader de lange reis vanuit zijn thuisland heeft afgelegd. “Er zijn verschillende parkings waar we proberen op een vrachtwagen te klimmen. Tot nu toe zijn we er nog niet in geslaagd en keren we ’s morgensvroeg terug naar onze tent. We zijn zo moe dat we het ons niet kunnen veroorloven om te vasten.”

Twee politiecombi’s komen aangestoven en stoppen vlak voor ons. De agenten springen de weg op, bewapend met machinegeweren. Deze mannen laten duidelijk niet met zich sollen. Of de twee meisjes van het hout hun minibusje kunnen verplaatsen, vraagt de politie. Zodat ze erdoor kunnen, naar de andere kant van de weg waar een groep Afrikanen bivakkeert.

Beeld Franky Verdickt

De Iraniërs zijn het gewend dat de politie met machinegeweren rondloopt, zeggen ze schouderophalend. Er gaan geruchten dat de nieuwe jungle binnenkort wordt opgeruimd, weet Hamid. “Het wordt dus dringend tijd dat we vertrekken.”

Niemand die eraan denkt om asiel aan te vragen in Frankrijk of België. In Engeland is het niet verplicht om een identiteitsbewijs op zak te hebben, dat wordt als een groot voordeel gezien door de migranten en vluchtelingen. Velen hebben bovendien familie in het VK. Engeland blijft dus het beloofde land, ondanks de brexit en corona. Hamid en zijn grootvader zijn alvast voorbereid. “Zolang we desinfecterende handgel hebben, kan ons niets gebeuren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234