Donderdag 17/06/2021

Het komische duo van de Britse jihad

'Alle routes leiden naar Londen.' De boutade komt van de Nederlandse inlichtingendienst. De Britse hoofdstad is zowat het Europese bruggenhoofd geworden van de jihad, wat veel heeft te maken met de aanwezigheid van Abu Hamza al-Masri en Omar Bakri. Beide geestelijken prediken nog net binnen de schemerzone van de wet de gewapende strijd. Shoe bomber Richard Reid of de 'twintigste kaper' Zacarias Moussaoui zijn maar twee van de vrijwilligers die ze ronselden voor hun 'oorlog tegen de ongelovigen'.

Fabian Lefevere

Het was een beeld wat velen schokte. Begin vorige week troepten een paar honderd extreme moslims ongegeneerd bijeen rondom de zuil op Trafalgar Square. Ze waren er bijeengekomen om de lof te zingen van hun spirituele voorbeeld, Osama bin Laden, en de verjaardag te vieren van 11 september. Terwijl de politie hen scheidde van de tegenbetogers van de British National Party, werden de aanslagen op Amerikaanse bodem bezongen en riep een enkeling op tot geweld tegen het Westen.

In feite was de 'viering' niet veel meer dan een voortzetting van de fatwa's en uitspraken waarmee een harde kern van imams nu al weken en maanden de Britse publieke opinie bestookt. Van de oproep bijvoorbeeld van Abu Hamza en zijn organisatie Support of Sharia (SOS) om een golf van geweld te ontketenen in Groot-Brittannië zodra Britten mee de aanval op Irak inzetten. Of van Omar Bakri van al-Muhajiroen om achtereenvolgens John Major en Tony Blair af te maken als ze een voet op moslimgrond zouden zetten. Of van hun beider gehamer op de noodzaak de wereldlijke staten van de kaart te vegen.

Uiterlijk hebben Hamza en Bakri wat weg van een komisch duo. Hamza, met zijn haakhand en het glazen oog dat hij overhield aan de strijd tegen de Sovjets in Afghanistan, en Bakri met de manier waarop hij bulderlacht om zijn eigen grapjes - "ik laat scheten in de richting van de ongelovigen".

"Dolgedraaide gekken", noemt woordvoerder Inayat Bunglawala van de koepelorganisatie Muslim Council of Britain de twee. "Zodra ze hun mond openen lijkt het wel of ze propaganda maken voor de extreem-rechtse British National Party, vooral de manier waarop ze de moslims in Groot-Brittannië afschilderen als onloyaal en dus een potentiële vijfde kolonne."

Door hun geklungel in de openbaarheid - vorige week bijvoorbeeld toen ze eerst van journalisten dertig pond entree voor een persconferentie vroegen en toen bij een gebrek aan journalistiek enthousiasme maar eisten dat de aanwezigen een islamitische geloofsbelijdenis zouden opzeggen - durven Bakri en Hamza al eens van hun sérieux verliezen. Zeker omdat hun aanhangers na afloop van de persconferentie in een schermutseling met de pers belandden. Maar de heerschappen, niet bereikbaar voor commentaar, mogen dan al in de marge van de moslimgemeenschap opereren, gevaarlijk zijn ze wis en waarachtig. Vanuit Finsbury Park Mosque, een van Groot-Brittanniës grootste moskeeën in de schaduw van het Arsenal-stadion Highbury Park, werken ze volgens talloze rapporten van de geheime diensten ijverig mee aan het internationale leger voor de jihad door vrijwilligers te ronselen en te hersenspoelen. Van hun sympathie voor Bin Laden hebben Abu Hamza en Omar Bakri nooit een geheim gemaakt en de moskee zou zelfs een van Al-Qaeda's belangrijkste centra in Europa zijn.

Ter illustratie. Richard Reid, de zogeheten shoe bomber en ex-junk die in december met explosieven in een schoen een lijnvlucht wou opblazen, zou zijn opgeleid in Finsbury Park. Kompanen van hem waren onder meer Nizar Trabelsi, de Belgische Tunesiër die een kamikazeaanslag beraamde tegen de VS-ambassade in Parijs, en Zacarias Moussaoui, de 'twintigste kaper' die in de Verenigde Staten berecht wordt voor zijn aandeel in de aanslagen op 11 september.

Harde bewijzen dat Hamza en Bakri trainingskampen organiseren in Groot-Brittannië of jonge en in het Westen opgeleide mannen aanleveren voor het leger van Bin Laden zijn er niet, verdenkingen des te meer. Beiden snoefden er herhaaldelijk over met de bedoeling hun woorden later weer in te trekken. Ze verspreidden pamfletten en praten hardop over de mannen die ze naar Afghanistan stuurden. Tipgevers vertelden de Britse binnenlandse geheime dienst MI5 dat er begin dit jaar geoefend werd in de moskee met kalasjnikovs.

Islamitische geestelijken, zoals de gezaghebbende imam Haqq Baker van de moskee in Brixton, vermoeden dat zich in Groot-Brittannië duizend extremisten en minstens honderd potentiële daders van zelfmoordaanslagen schuilhouden. "Maar hoe meet je zo'n cijfer?", nuanceert Bunglawala. "En wat is een extremist? Je kunt wel een ongemeen scherpe retoriek hanteren, dat betekent niet dat je je noodzakelijk bezondigt aan illegale feiten." En dat, zo suggereert Bungalawala, is ook het probleem met Hamza en Bakri. "Er is onvoldoende bewijs om ze op te pakken. Ze balanceren op een fijn randje maar blijven binnen de perken van de wet."

Hamza en Bakri zijn alvast wel gepokt en gemazeld in de gewapende strijd. Beiden zakten in de jaren tachtig af naar Groot-Brittannië en verwierven er de Britse nationaliteit. Abu Hamza, oorspronkelijk een Egyptenaar en een tijdlang buitenwipper in een Londense nachtclub, verdiende zijn strepen in Jemen. Hamza mag graag tirades afsteken tegen de 'United Snakes of America' en stak al de loftrompet over een aanslag in Algerije waarbij een kind van twee omkwam. Hij bracht vooral in Jemen zijn haat tegen het Westen in de praktijk. Hamza was betrokken bij de kidnapping van zestien buitenlandse toeristen in de hoofdstad Jemen, van wie er vier gedood werden. Omdat de imam Brit is, en geen strafbare feiten pleegde op Britse bodem, wordt hij ondanks verzoeken in die zin niet uitgeleverd aan Jemen. Naar eigen zeggen vocht Hamza ook mee in Afghanistan tegen de Sovjets, waar hij naar eigen zeggen zijn handen en oog verloor.

Bakri, opgegroeid in Syrië, militeert dan weer sinds zeker 1982. Als opposant tegen het regime van de Syrische dictator Hafez al-Assad was hij erbij toen Assads leger in 1982 duizenden moslimbroeders uitroeide in de stad Hama. Bakri werd het land uitgezet en via Beiroet en Jeddah belandde hij in Londen, waar hij al-Muhajiroen oprichtte en zichzelf bevorderde tot voorman van de sharia-rechtbank voor het Verenigd Koninkrijk. Herhaaldelijk baarde hij opzien met harde uitspraken in de zin van: "We zijn gekozen om de hele wereld te leiden", "Dood aan alle joden" of "Clinton is een legitiem doelwit voor de jihad."

Veel goeds hebben de uitspraken van beide heerschappen de moslimgemeenschap in Groot-Brittannië niet gedaan, en die had het al zo moeilijk na 11 september. Herhaaldelijk werden moslims aangevallen op straat en een enkele moskee werd bestookt met projectielen. "De media heeft duchtig meegewerkt aan dat klimaat van haat tegen moslims", klaagt Bungalawala. "Ook de kwaliteitsmedia. Het is onaanvaardbaar dat Hamza en Bakri zoveel aandacht krijgen, terwijl ze bijzonder marginaal zijn. Als wij zestigduizend man op straat brengen voor een betoging tegen de toestand in het Midden-Oosten, is er geen haan die ernaar kraait."

Uiteindelijk, zo meent Bungalawala, worden vooral de moslims het slachtoffer van de extremistische retoriek van al-Muhajiroen en SOS, groepen zonder al te veel werkelijke aanhang. "Hoeveel mensen waren er op de betoging in Trafalgar Square? Honderd. Niet meer. En Omar Bakri runt niet één moskee in Groot-Brittannië, terwijl Abu Hamza alleen invloed heeft in Finsbury Park. Erg veel is dat niet op een totaal van 800 moskeeën en twee miljoen moslims."

Desondanks zijn Hamza en Bakri maar twee van de vele extremisten die de voorbije jaren Groot-Brittannië binnenstroomden. Toen de ruimhartig door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gefinancierde oorlog tegen de Sovjets in Afghanistan was afgelopen, trokken veel van de strijders naar de Britse eilanden. Londen, zoals Beiroet een decennium eerder, werd de uitvalsbasis voor talloze extremisten. Van de veertien meest gezochte terroristen in Egypte verblijven er zeven in Groot-Brittannië. Met zijn tweeduizend per jaar arriveerden de extremisten na de Afghaanse oorlog er en velen van hen verkregen de Britse nationaliteit. Dat maakt hen moeilijk uitleverbaar en veel enthousiasme tot het uitleveren van terroristen is er al niet: dat zou van Groot-Brittannië een te populair doelwit voor Al-Qaeda of andere terreurorganisaties maken.

Overal in Europa zorgt het contingent islamisten in Groot-Brittannië desondanks voor ergernis. Neem nu Abu Qatada, door de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón de 'spirituele leider' van Osama bin Laden genoemd, een goede bekende in de Finsbury Park-moskee en de vermeende financieel beheerder van het Al-Qaeda-netwerk in Europa. Een lid van een Europese inlichtingendienst verklaarde eerder op het jaar dat de Britten de man hebben opgepakt maar weigeren uit te leveren, een verhaal dat door de Franse overheid bevestigd werd maar door de Britten hevig tegengesproken. Qatada wordt gezocht in Jordanië voor zijn aandeel in terroristische activiteiten.

"Alle routes leiden naar Londen, maar aan de geestelijken wordt niet geraakt", klaagde een bron binnen de Nederlandse inlichtingendienst begin dit jaar. En Belgische speurders vonden het dan weer bizar dat dezelfde gezichten op hetzelfde moment in Finsbury Park opdoken. Dat de Britse overheid inmiddels een strengere antiterrorismewet uitvaardigde heeft op dit vlak weinig veranderd: nog steeds lopen de aanstichters van de jihad vrij rond aan de overzijde van het Kanaal.

'Dolgedraaide gekken. Zodra ze hun mond openen lijkt het wel of ze propaganda maken voor de extreem-rechtse British National Party'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234