Maandag 14/10/2019

Het knetteren van de letteren in 2007

Waarover ging die bitsige woordenstrijd tussen Arnon Grunberg en A.F.Th. Van der Heijden nu ook weer? Hoe laag was dat 'aalmoes' waarvoor Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren weigerde? Voor hoeveel miljoen ging het Gruuthuusemanuscript naar Nederland? En welke auteurs schreven de Goncourt, de Booker Prize of de Nobelprijs op hun naam? Uitgelezen rubriceerde de belangrijkste wapenfeiten van het literaire jaar, waarmee u meteen op scherp staat voor de eindejaarsvraagjes.

Door Dirk Leyman

Brandende pennen

l Aan polemische duels en giftige pennengevechten was er in 2007 absoluut geen gebrek, met soms erg persoonlijke aanvallen waarin de literatuur tot bijzaak werd gedegradeerd. Geen fraai spektakel was het uit de hand gelopen dispuut tussen de Nederlandse topauteurs Arnon Grunberg en A.F.Th. Van der Heijden. De stokebrand Arnon Grunberg pakte in de aanloop naar de AKO-Literatuurprijs zijn medegenomineerde A.F.Th. Van der Heijden aan in een column in Het Parool. Hij noemde er Van der Heijdens novelle Mim, geschreven in het kader van een Mulischhommage, "een typografische kwestie van een verwarde kabbalist", die "geheel in de verte niets met literatuur te maken" heeft. Grunberg schreef ook: "Uit uw dagboeken weten we dat uw ware interesse beperkt blijft tot uw stoelgang en uw dagelijks broodje roerei. De rest is typografie." A.F.Th. liet zich niet uitkafferen en repliceerde in een interview op het "waterpistooltje vol vitriool" en sprak zelfs van een "karaktermoord". "Als een andere schrijver jou, die de literatuur als eenmanszaak beschouwt, aldus te na komt, word je daar kennelijk mentaal en fysiek onpasselijk van. Je begint alleronsmakelijkst te spugen." De vete werd allengs persoonlijker toen Grunberg ook Van der Heijdens zoon in het bad trok en meldde op het punt te staan "zijn gezinsleden iets aan te doen". Van der Heijden was furieus: "Met literaire polemiek heeft zulke reutelende gierspuiterij niets te maken - wel alles met epistolaire huisvredebreuk van de meest achterbakse soort." A.F.Th. wenste tijdens de AKO-prijsuitreiking op 5 november niet in een zaal met Grunberg te tafelen. Toch reikte Grunberg, sjouwend met zijn driejarige petekind, Van der Heijden de hand toen bleek dat hij de prijs op zak mocht steken. Kort nadien kwam Grunberg in deze krant met zijn voornemen om een "cordon sanitaire" te trekken rond de Nederlandse literatuur "opdat het er nog lang gezellig zou blijven".

l In Frankrijk werd het literaire najaar gekruid door een hooglopende rel tussen de twee schrijfsters Camille Laurens en Marie Darrieussecq. Laurens, vermaard om haar fijnzinnige romans over de schakeringen van de liefde, beschuldigde haar collega Darrieussecq ervan in haar roman Tom est mort "psychisch plagiaat" te hebben gepleegd op haar autobiografische roman Philippe (1995). Darrieussecq voelde zich zwaar "belasterd" door de aantijgingen. Laurens beweerde dat Darrieussecq haar ervaringen bij het overlijden van haar zoontje naar haar hand had gezet.

l Onverkwikkelijk was het bericht met een hoog Story-gehalte als zou literatuurhistoricus Hugo Brems zijn ex-minnares Patricia de Martelaere mordicus uit zijn in februari 2006 verschenen naslagwerk over de naoorlogse Nederlandse literatuur (Altijd weer vogels die nesten beginnen) hebben geweerd. De titel van het boek kwam zo in een nogal schril daglicht te staan. Knack gewaagde zelfs van "literair negationisme". De met de Staatsprijs bekroonde essayiste en romancière kon niet langer zwijgen "over zoveel literair onrecht". In volgende edities van het boek zou er eerherstel komen voor de Martelaere.

l De vroegere Tsjechische president Vaclav Havel trok zijn voor het Praags Nationaal Theater geschreven nieuwe toneelstuk Vertrekken terug, toen bleek dat zijn vrouw Dagmar Havlova de hoofdrol niet kreeg.

l Mario Vargas Llosa en Gabriel García Márquez legden hun dertig jaar aanslepende ruzie bij. Vargas Llosa schreef zowaar een proloog bij een nieuwe editie van Márquez' Honderd jaar eenzaamheid.

l Begin juli barstte in Duitsland een nieuwe intellectuele storm los rond het vermeende naziverleden van een oudere generatie vooraanstaande schrijvers. Nadat eerder al Günter Grass door de mangel werd gehaald vanwege het al dan niet verzwegen lidmaatschap van de Waffen-SS, werden nu ook de auteurs Siegfried Lenz en Martin Walser ervan beschuldigd lid te zijn geweest van de NSDAP of de Hitlerjugend.

l In juli 2007 werden vijf landbouwers uit het Franse dorpje Lussaud tot gevangenisstraffen veroordeeld nadat ze in 2005 de Franse schrijver Pierre Jourde hadden aangevallen. Ze belaagden de auteur nadat ze zich als personage in zijn roman Pays perdu (2003) meenden te herkennen.

Eeuwig slapen na een glaasje granaatappelsap

l De man met de zeis hield dit jaar lelijk huis in het internationale schrijverskorps. Het waren bovendien niet de minsten die er het bijltje bij neerlegden. De Nederlandse literatuur beleefde na de dood van Gerard Reve in 2006 dit jaar alweer een moment van collectieve rouw voor een van haar belangrijkste naoorlogse auteurs. Jan Wolkers (81) overleed op 19 oktober in zijn slaap na het drinken van een glaasje granaatappelsap, het eten van twee boterhammen met bessengelei en de woorden "nu is het genoeg". De auteur van ophefmakende succesromans als Turks fruit en Kort Amerikaans was gaandeweg van taboedoorbreker geëvolueerd tot "nationale troetelbeer", zoals Vrij Nederland hem omschreef. In zijn oeuvre overheerste de dood, een erg vrijmoedige erotiek en een afrekening met de protestantse religie. "Wolkers schreef als een beeldhouwer, hoekig, direct, ambachtelijk, hij bediende zich in zijn scheppend proza van ontroerende en schokkende beelden, die het vertelde stutten en droegen, die aan het harde realisme de glans van poëzie gaven", zo vatte Jeroen Vullings het werk van 'beeldenbewieroker' Wolkers samen.

l De Amerikaanse literatuur verloor met Kurt Vonnegut en Norman Mailer twee van haar grootste lawaaimakers. Cultschrijver Kurt Vonnegut (84) overleed op 11 april nadat hij bij een val in zijn appartement een hersenletsel had opgelopen. Een banale dood voor een auteur die naar eigen zeggen het liefst gestorven was tijdens een vliegtuigcrash op de top van de Kilimanjaro. De pessimistisch gestemde Vonnegut, wiens oeuvre vergeven is van de gitzwarte humor, was een tijdlang een icoon van de Amerikaanse tegencultuur, vooral met het onorthodoxe en absurdistische Slaughterhouse Five (1969), over zijn ervaringen tijdens het geallieerde bombardement op Dresden. Cynisch commentaar van Vonnegut: "Er profiteerde maar één persoon op aarde van de aanval op Dresden en dat ben ik, ik verdiende met mijn boek drie dollar voor elke omgekomen mens."

l De tweevoudige Pulitzer Prizewinnaar Norman Mailer, die begin 2007 nog voor stennis zorgde met The Castle and the Forest (zijn roman over Hitlers jeugd), stierf op 9 november na een nierziekte (84). Meer dan 60 jaar lang was de woest-energieke Mailer met zijn fascinatie voor Amerikaanse iconen als Monroe, Kennedy en Mohammed Ali een graag geziene verschijning in zowel de literaire als de societykolommen. Al in 1948 vestigde hij zijn naam met The Naked and The Dead over zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog in de Pacific. Een zucht naar heroïsche ondernemingen en tegendraadsheid was hem ingebakken: "Een van mijn ijdelheden is dat mijn boeken telkens weer provocaties moeten zijn", zo stelde hij.

l Begin januari stierf de Poolse wereldreiziger, journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski op 74-jarige leeftijd. Kapuscinski - auteur van onder meer De sjah, De voetbaloorlog, De keizer en Imperium - schreef "met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt", zo typeerde de Volkskrant hem ooit raak. Kort na zijn dood ontstond in Polen een polemiek rond zijn vermeende activiteit als communistisch spion, wat algauw werd afgeserveerd.

Legden ook hun schrijfpen voorgoed neer:

l August Willemsen (71), uitmuntend vertaler van Fernando Pessoa en onvermoeibaar pleitbezorger van de Portugese en Braziliaanse letteren.

l A. Moonen (69), producent van vreemdsoortig, door Gerard Reve geïnspireerd "latrineproza".

l Boeli van Leeuwen (85), samen met Tip Marugg sleutelfiguur van de Antilliaanse letteren.

l De Nederlandse dichteressen Elisabeth Eybers (92) en Hanny Michaelis (84), beiden met een klein oeuvre, maar klassiek en hoogwaardig van statuur.

l Libera Carlier (81), Vlaamse schrijver van de tot tv-series omgewerkte havenromans Tussen wal en schip en Langs de kade.

l Marianne Fredriksson (79), Zweedse bestsellerschrijfster wier uitgesponnen familiesaga Anna, Hanna en Johanna wereldwijd door vooral vrouwelijke lezers aan flarden werd gelezen.

l Walter Kempowski (78) schreef groots opgezette collagekronieken als Tadellöser und Wolff en Das Echelot over de verwerking van het Duitse verleden. De Frankfurter Allgemeine typeerde Kempowski als de "archivaris, chroniqueur en verteller" van de twintigste eeuw.

l Henri Troyat (95), Frans schrijvend monument van Russische origine, Goncourtwinnaar en Académie Françaiselid Troyat schreef romans en biografieën met de "regelmaat van een metronoom".

l Magda Szabó (92), boegbeeld van de Hongaarse literatuur, internationaal doorgebroken met haar romans De deur en De Katalinstraat, vredig gestorven tijdens het lezen van een boek.

l Michael Dibdin (60), auteur van felgesmaakte, literair getinte misdaadverhalen met de weerbarstige Aurelio Zen.

l Wolfgang Hilbig (65), Duitse ironisch-sceptische schrijver uit de voormalige DDR.

Aanvaringen met de islam

l De aanvaringen van schrijvers met de fundamentalistische islam - die erop gebrand is onwelgevallige 'heidense' auteurs monddood te maken - zijn in 2007 een trieste, wereldwijde constante. Salman Rushdie, die sinds 1989 een fatwa op zijn hoofd heeft staan, lag weer in de vuurlinie toen hij op 16 juni door de Britse Queen werd geridderd. In het aartsconservatieve Iran en in Pakistan zorgde de lauwerkrans voor een nieuwe opstoot van 'Salmanofobie'. De Britse regering hield het been stijf en toonde zich niet bereid verontschuldigingen aan te bieden voor wat ze niet als een politiek statement zag.

l Ook de Duitse auteur Günter Walraff - met Ik, Ali ooit aanklager van de barre arbeidsomstandigheden van Turkse gastarbeiders in Duitsland - ontving doodsbedreigingen van extreme moslimgroeperingen, toen hij het provocatieve plan opperde om in een Keulse moskee de Satanische verzen van Rushdie voor te lezen. Hij zag er een uitgelezen kans in om moslims eindelijk kennis te laten maken met het boek. Het plan werd afgeblazen door de moskeeverantwoordelijken.

l De Bengaalse schrijfster Taslima Nasreen kreeg het harder te verduren. Eind november ontketenden radicale moslimbewegingen in India een klopjacht op haar, nadat ze in augustus al tijdens een boekpresentatie hardhandig was aangepakt. Nasreen - die kritisch is voor de islam en met vuur voor een gelaïciseerde samenleving en vrouwenrechten ijvert - werd gedwongen om onder te duiken in New Delhi, na hevige betogingen waarin haar uitwijzing werd bepleit en ze ook doodsbedreigingen kreeg. Er ontstond een heftige polemiek over het feit of ze van de Indische staat - waar ze al sinds 1992 verblijft - nog een visum zou krijgen.

l Het Iran van de aartsconservatieve president Mahmoud Ahmadinejad verbood dan weer een Perzische vertaling van de laatste roman van Gabriel García Márquez, Herinnering aan mijn droeve hoeren, drie weken nadat het boek op 5.000 exemplaren was verschenen en kennelijk door de censuur was geglipt.

l Ook de verfilming van de mondiale bestseller De vliegeraar van de Amerikaans-Afghaanse auteur Khaled Hosseini in Afghanistan moest worden uitgesteld omdat drie acteurs en hun families in Afghanistan werden bedreigd, na heisa over de verfilming van een 'noodzakelijke' verkrachtingsscène.

l De waslijst waarin schrijvers en uitgevers stuiten op de grenzen van de vrije meningsuiting in moslimlanden groeide bijna wekelijks aan. In Turkije hing de uitgever van Richard Dawkins' atheïstisch-polemische bestseller The God Delusion een proces boven het hoofd omdat hij door de uitgave van het boek religieuze waarden met de voeten zou treden en tot haat zou aanzetten.

l Olie op het vuur gooide onlangs weer Martin Amis, die verwikkeld is in een aanslepende saga over zogenaamd racistische uitspraken. Hij sprak tijdens een gastcollege in Manchester een niet te fijnzinnige veroordeling uit over de zelfmoordacties van Palestijnen: "Van elke hoek in het Westen zou er een permanente fabriekssirene van walging over dit soort acties moeten luiden."

l Toch viel er ook goed literair nieuws te rapen uit het Midden-Oosten. In het kader van het door Abu Dhabi zwaar gesponsorde Kalimaproject zullen zowat honderd internationale toonaangevende boeken uit de hele wereld in het Arabisch worden vertaald.

Azen op schrijverssnippers

l Manuscripten van schrijvers stegen in 2007 steeds meer in rang en aanzien én werden onderdeel van een lucratieve, fetisjistische handel, met exorbitante prijzen. Zo werd in juni een exemplaar van Les fleurs du mal van de Franse dichter Charles Baudelaire uit 1857, door de auteur geschonken aan de schilder Eugène Delacroix, bij het Parijse Sotheby's afgehamerd op liefst 603.200 euro. Zelfs kindertekeningen van Rimbaud wekten de hebzucht van hoog biedende verzamelaars op. En in november ging een zeldzame eerste editie van Emily Brontës roman Wuthering Heights in Londen voor 162.000 euro van de hand en vorige week haalde bij een Sotheby's geveild handgeschreven sprookjesboek van J.K. Rowling 2,7 miljoen euro. De Antwerpse Slegte pakte dit jaar uit met een manuscript van De hondsdagen én recent nog een onbekend filmscript van Hugo Claus voor een nieuwe Emmanuelle met toenmalige gade Sylvia Kristel.

l Niet minder opvallend in 2007: tal van schrijvers die voor een bom duiten hun archivalia van de hand doen aan wetenschappelijke instellingen. De British Library verwierf zeer recent het archief van toneelschrijver en Nobelprijswinnaar Harold Pinter - met 12.000 brieven - voor 1,1 miljoen pond. De gewiekste New Yorkse topmakelaar in manuscripten Glenn Horowitz verpatste de literaire archieven van Don DeLillo, Norman Mailer, Bernard Malamud, Kurt Vonnegut, Nadine Gordimer en Joseph Heller aan diverse bibliotheken. Vooral kapitaalkrachtige Amerikaanse universiteiten schijnen met het chequeboekje te zwaaien. De dichter Ted Hughes stond voor 500.000 pond zijn archief af aan Emory University in Atlanta, die eerder ook al Rushdie heel wat papier ontfutselde. Julian Barnes zou voor een slordige 200.000 pond zijn manuscripten hebben overgelaten aan het Harry Ransom Centre aan de University of Texas. Met zoveel centen in het geding is het niet verbazingwekkend dat het touwtrekken tussen nabestaanden en instellingen over schrijversarchieven hand over hand toeneemt.

l In onze contreien werd er in februari vooral moord en brand geschreeuwd omtrent de verkoop van het veertiende-eeuwse Gruuthuusemanuscript, dat uiteindelijk binnengehaald werd door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De instelling zette daarmee de Brusselse Albertinabibliotheek, die al jaren op het handschrift gebrand was, een stevige hak. Het manuscript, eigendom van de Brugse adellijke familie van Caloen, zou voor 5 miljoen euro van de hand zijn gegaan. Minister Anciaux incasseerde kritiek omdat hij Vlaams erfgoed door de vingers liet glippen.

l Gelukkig besloot Jef Geeraerts zijn integrale literaire archief wél in Vlaanderen onder te brengen, meer bepaald bij het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen. Met de verhuiswagen werden begin september vijftig netjes gerangschikte dozen manuscripten, typoscripten, correspondentie, materiaal en documentatie die de oorsprong van zijn oeuvre documenteren, met enige tamboer afgeleverd. En ook de in onmin gevallen erfgenamen van Willem Elsschot slaagden erin om in 2007 de plooien glad te strijken en beslisten dat het archief in zijn geheel bij een wetenschappelijke instelling terecht moet komen. Elsschot werd in 2007 trouwens alweer gevierd, ditmaal voor zijn 125-jarige geboorte.

l Dat het baat brengt om af en toe eens oud papier op te ruimen, bewees ten slotte Hella S. Haasse. Zij stuitte op een door haar onder pseudoniem van C.J. Sevensterre geschreven feuilleton dat nog niet in boekvorm was verschenen én na 57 jaar onder de titel Sterrenjacht dan toch het licht zag.

l Intussen ging in 2007 de digitalisering van het boekenerfgoed in razend tempo door. Bibliotheken wereldwijd openen de deuren voor de 'wilde weldoeners' van Google die hun collecties scannen of zoeken zelf mogelijkheden om dat te doen.

Aalmoezen en prijzengeld

l Wie het literaire nieuws in de gaten houdt, kan het niet ontgaan zijn: er heerst stilaan een ware overkill aan literaire prijzen, waarbij een ongeoefend oog weleens moeite kan hebben om het kaf van het koren te scheiden. De aandacht voor het letterkundige bedrijf piekt niettemin als er forse pecunia zijn uit te delen, zoals bij de AKO en de Libris (50.000 euro) of de Gouden Uil (25.000 euro). Grunberg domineerde de prijzendans met het in 2006 verschenen en ook in 2007 nog over de tongen rollende Tirza, maar moest bij de Libris wel A.F.Th. Van der Heijden voor laten gaan, waardoor hem op de valreep een prijzenhattrick ontglipte.

l Lang geleden dat een prijs ook nog eens tot een maatschappelijk debat leidde én een schrijver nog eens de voorpagina's en tv-journaals haalde. Met zijn weigering om de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst te nemen, plaatste Jeroen Brouwers meteen de precaire omstandigheden van de ouder wordende schrijver op de agenda. Brouwers vond het geldbedrag voor de prijs (16.000 euro) bedroevend laag, ja, zelfs een "aalmoes" (ter vergelijking: de P.C. Hooftprijs is 60.000 euro waard) voor zo'n prestigieuze prijs. Erwin Mortier viel hem bij met een pak verzuchtingen over de precaire sociale situatie van de schrijver: "Geef hen godverdomme een schaamteloos royaal staatspensioen of jaargeld." Want, aldus Mortier, "men schrijft geen literatuur met de bedelstaf, maar met een soevereine pen, en dus met geduld dat tijd kost en geld." De Vlaamse Auteursvereniging hanteerde vervolgens de karwats en kon zopas triomfantelijk melden dat er tegen 2009 een oplossing in de maak is voor het kunstenaarspensioen en er een oeuvrebeurs komt voor oudere schrijvers.

l Bij de buitenlandse literaire prijzen zijn er intussen nog zekerheden: in Frankrijk rommelde het als vanouds in de Renaudot en Goncourtjury's én de Nobelprijs ging ietwat risicoloos naar een schrijfster van wie sommigen dachten dat ze de prijs al jaren voordien had gekregen.

Het palmares van de voornaamste prijzen:

l AKO-Literatuurprijs: A.F.Th. Van der Heijden (Het schervengericht)

* Libris-Literatuurprijs: Arnon Grunberg (Tirza)

l Gouden Uil: Arnon Grunberg (Tirza)/ Gouden Uilprijs van de Lezer voor Dimitri Verhulst met De helaasheid der dingen

l Prijs der Nederlandse Letteren: Jeroen Brouwers (oeuvre) - geweigerd

l VSB-Poëzieprijs: Tomas Lieske (Hoe je geliefde te herkennen)

l Debuutprijs 2007: Ruth Lasters (Poolijs)

l Constantijn Huygensprijs: Toon Tellegen

l Prix Goncourt: Gilles Leroy (Alabama Song)

l Prix Renaudot: Daniël Pennac (Chagrin d'Ecole)

l Bad Sex in Fiction Award (prijs voor de slechtste literaire passage): Norman Mailer (postuum)

l Booker Prize: Anne Enright (The Gathering)

l Pulitzer Prize: Cormac McCarthy (The Road)

l Nobelprijs Literatuur: Doris Lessing

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234