Maandag 14/10/2019

achtergrond

“Het klimaatprotest is niet zonder risico's”: alles wat u moet weten over de geschiedenis van het straatprotest

2019: Anuna De Wever krijgt de klimaatspijbelaars op straat. Beeld Tim Dirven

Bijna waren de klimaatbetogers er deze week in geslaagd een herziening van de grondwet af te dwingen. Niet slecht voor een spontane actie die pas een paar weken oud is. Een duik in de geschiedenis leert dat straatprotest altijd veel impact heeft gehad.

“Als mensen niet op straat komen, dan heeft de democratie een probleem”, zegt Stefaan Walgrave, politiek wetenschapper aan de Universiteit Antwerpen. “De democratie is niet perfect, dus er zullen altijd redenen zijn om te demonstreren. Als dat niet gebeurt, wijst dat op onverschilligheid, en dat is niet gezond. Betogen is trouwens een teken van hoop. Wij hebben dat onderzocht: mensen die op straat komen, hebben wel degelijk het gevoel dat ze een verschil kunnen maken, ze geloven dus op één of andere manier in de politiek. Dat hoor je nu ook bij de klimaatjongeren.”

Het is wellicht geleden van de legendarische Witte Mars in 1996, toen 300.000 Belgen in Brussel op straat kwamen, dat betogers nog zoveel airplay kregen in de media, aldus Walgrave. “Een jaar na de Witte Mars bestonden er nog altijd zogenaamde witte comités”, legt hij uit. “Die comités telden soms maar dertig man, maar als ze iets organiseerden, stonden er wel drie journalisten op te kijken. Die enorme steun van de media voel je nu ook.”

Er valt inderdaad niet naast te kijken: de media zijn overwegend positief over de acties – soms houdt de berichtgeving misschien zelfs te weinig afstand. “Deze jongeren voelen zich inderdaad gedragen door een elite in media en politiek”, zegt Walgrave. “Ze komen op voor universele waarden, en dus is het voor politici en media onmogelijk om het protest weg te wuiven als egoïstisch – zoals ze dat met betogingen van vakbonden en andere usual suspects kunnen doen. Een vakbondsbetoging kan je als regering altijd wegzetten als een vorm van oppositie met andere middelen. Dit protest niet. Ik vind het indrukwekkend hoe de klimaatspijbelaars erin geslaagd zijn om in een paar weken tijd een serieus debat over onze grondwet in gang te zetten. Ze hebben hun slag weliswaar niet thuisgehaald, maar de discussie wordt gevoerd.”

Ook Gita Deneckere, die als historicus aan de UGent de rijke geschiedenis van het sociaal protest in ons land bestudeerde, is onder de indruk van wat de klimaatbetogers tot dusver al hebben bereikt. “Het was spannend om te zien hoe zo’n sterke claim, een wijziging van de grondwet, zo dichtbij kwam. Het is niet gelukt, maar de politieke sfeer had tot op het laatste moment kunnen kantelen. Het komt niet aan betogers toe om de grondwet te wijzigen, uiteraard niet, en het is ook niet gezond voor een democratie als rechters het beleid gaan bepalen, maar dit moet wel een blijvende wake-upcall zijn aan de politiek. Als een bepaald thema niet voldoende aan bod komt via de normale parlementaire weg, dan is straatprotest zeer belangrijk om het op de agenda te zetten.”

1936: sociaal protest voor betaald verlof en andere arbeidersrechten. Beeld Solidair

Demonstraties behoren tot de instrumentenkist van de democratie. “Je voelt dat deze klimaatjongeren een grote legitimiteit genieten, ook in de media”, zegt Deneckere. “Ik zie hen als vertegenwoordigers van een nieuwe golf van straatprotest die nog in stijgende lijn zit. De vorige golf beleefde een hoogtepunt in mei 68. De vraag is of klimaatbetogers een even grote impact zullen hebben op de samenleving als soixante-huitards.”

“Dit is inderdaad een nieuwe generatie”, zegt Stefaan Walgrave. “Voor mijn kinderen is het de eerste keer dat ze op straat komen. Zoals ik voor de eerste keer op straat kwam bij de anti-rakettenbetoging in 1981. In die zin is dit voor die jongeren wel een groot en belangrijk moment van politieke bewustwording. Straatprotest is een van de facetten van de democratie. Als je ontevreden bent, kun je beter op vreedzame wijze protesteren door je stem te laten horen dan je diep gefrustreerd af te keren van het systeem. Denk aan de nasleep van mei 68 in de jaren zeventig. Er waren de vreedzame demonstraties van sociale en ecologische bewegingen, maar er was ook de terreur van extreemlinks, van de Rote Armee Fraktion, bijvoorbeeld.”

Tussen haakjes: om een of andere reden heeft protest tegen oorlog of oorlogswapens relatief weinig zin. Na de anti-rakettenbetogingen in 1981 kwamen de raketten er toch. En ondanks het anti-oorlogsprotest in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vielen president George W. Bush en premier Tony Blair in 2003 toch met veel gedruis – en onder valse voorwendselen – Irak binnen.

Klimaat versus spaghetti

Ofschoon hij het klimaat in politiek jargon een zogenaamd valence issue noemt – een thema waarbij iedereen akkoord gaat over het doel, maar van mening verschilt over de middelen – waarschuwt Walgrave voor een mogelijke ontsporing van het discours. “Dit protest kan ook een minder sympathiek kantje krijgen”, zegt hij. “Als de klimaatbetogers zeggen dat ‘de elite’ niet naar ‘het volk’ luistert, en dat zij ‘het draagvlak’ hebben dat ‘de politici’ niet willen erkennen, dan klinkt dat nogal populistisch. Of hun protest draagvlak heeft of niet, dat moeten de verkiezingen in mei straks uitwijzen. Dat blijft natuurlijk het belangrijkste moment in een representatieve democratie.”

1848: voor het eerst beginnen burgers overal in Europa zich politiek te mengen, zoals hier in het Duitse Mannheim. Beeld Belga

Je zag die neiging tot populisme ook bij de Witte Mars, vertelt Walgrave. “Ik herinner mij een frontpagina van Gazet van Antwerpen, met aan de ene kant een foto van een rechter in hermelijnen mantel en aan de andere kant de betogende massa, en tussen die foto’s was een scheur aangebracht: volk versus elite. Dat is hét symbool van populisme.”

Voor de wat jongere lezers misschien even in herinnering brengen: de Witte Mars trok door Brussel in 1996, enige tijd na de arrestatie van Marc Dutroux, die levenslang vastzit omdat hij verschillende kinderen heeft misbruikt en vermoord. De directe aanleiding voor de mars was het zogenaamde spaghetti-arrest: onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte werd van het dossier gehaald omdat hij een bord spaghetti had gegeten op een avond ter ere van de slachtoffers – waardoor de schijn van partijdigheid kon worden gewekt. Als protest tegen dat arrest was de Witte Mars totaal misplaatst, want mocht Connerotte toen niet van het dossier zijn gehaald, dan had de verdediging van Dutroux procedurefouten kunnen pleiten – wat een ramp had kunnen zijn.

1968: wereldwijde betogingen tegen de Vietnam-oorlog. Beeld Corbis via Getty Images

“Die Witte Mars was in zekere zin precies het omgekeerde van het klimaatprotest”, zegt Gita Deneckere. “In die periode na de arrestatie van Dutroux overheerste de emotie. Mensen begrepen dat spaghetti-arrest inderdaad niet, ze zagen Connerotte als een Witte Ridder in een verhaal van goed en kwaad. Vandaag is er veel minder sprake van emotie: de klimaatjongeren zijn volkomen rationeel en weten maar al te goed wat er op het spel staat. Wat die Witte Mars en deze klimaatmarsen wel gemeen hebben, is dat ze politici zenuwachtig maken. Politici zijn bang van de straat. En dat is altijd zo geweest.”

Het is bekend dat de Witte Mars toenmalig premier Jean-Luc Dehaene erg nerveus maakte. Hij had het gevoel dat er een “prerevolutionair klimaat” in de lucht hing, en miste een aanspreekpunt. “Hij had geen interface, zoals hij dat noemde”, zegt Walgrave. “Er was niemand die de betogers vertegenwoordigde. Die zijn er vandaag wel, met Anuna De Wever, Kyra Gantois en de mensen van Greenpeace. Het merkwaardige aan de Witte Mars is trouwens dat er geen eisenpakket was, maar dat die betoging wel gevolgen heeft gehad: de hervorming van politiek en gerecht vloeiden voort uit dat protest.”

Sociale ongelijkheid

“Vanaf het prille begin van de democratie komen mensen op straat”, legt Deneckere uit. “Zowel in Frankrijk en de Verenigde Staten, als in andere Europese landen die later een grondwet kregen, gebruikten mensen die geen stemrecht hadden die grondwet om toch bepaalde rechten af te dwingen. Het kiesrecht was overal aanvankelijk voorbehouden aan een kleine, bemiddelde elite. Om een plek voor zichzelf op te eisen moesten de stemlozen dus wel op straat komen. Dat kon dankzij de grondwet, die onder meer de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergaderen garandeert.”

De geschiedenis van ons land, en die van andere democratieën, is een opeenvolging van periodes van heftig straatprotest. “Zo werd in 1891 bijvoorbeeld betoogd voor algemeen stemrecht”, zegt Deneckere. “Actueel detail: bij die gelegenheid werd aan de Wetstraat de fameuze ‘neutrale zone’ ingesteld, waar niet betoogd mag worden, maar die de klimaatbetogers eerder deze week wél even hebben bezet. In 1891 ging het om de stemlozen die een stem wilden. En uiteindelijk hadden die acties ook succes.”

Of denk aan de jaren dertig, vooral aan het jaar 1936, zegt Deneckere. “Toen werd overal in Europa gestaakt en betoogd voor sociale eisen, onder andere voor betaalde vakantie. Ook toen ging het om mensen zonder macht die zich richtten tot the powers that be. Als mensen die zich buitengesloten voelen toch gehoord willen worden, moeten ze de straat op trekken. Vaak met succes. Zo werd in de jaren dertig de nationale arbeidsconferentie in het leven geroepen, om aan het protest tegemoet te komen. Nog een ander voorbeeld: de stakingen tegen de eenheidswet in 1961. Toenmalig koning Boudewijn heeft destijds geprobeerd om de gemoederen te bedaren, door te bemiddelen tussen de vakbonden en werkgevers. De angst van de elite voor de straat is cruciaal in een democratie.”

1996: 300.000 mensen nemen in Brussel deel aan de Witte Mars.  Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

“Klopt”, zegt Stefaan Walgrave. “Maar de aard en omvang van het protest is belangrijk. Hoe meer mensen op straat komen, hoe frequenter ze het doen, en hoe waardiger het protest, des te meer rekening zullen politici ermee houden. Bij stakingen is vooral ook het zogenaamde ‘stoorvermogen’ van belang, de mate waarin een groep in staat is om het maatschappelijk leven te ontwrichten. Luchtverkeersleiders en treinconducteurs, die hebben een groot stoorvermogen. (lacht) Politieke wetenschappers en journalisten, daarentegen, hebben redelijk weinig stoorvermogen.”

Maar een massa volk op straat, daar gaat een dreiging van uit, aldus Walgrave. “Dat is het volk dat zijn gespierde arm laat zien. En de mogelijkheid van escalatie hangt altijd in de lucht. Daar is het beleid zich van bewust. Dat is een risico van het klimaatdebat: de achilleshiel van een klimaatbeleid is de sociale ongelijkheid. In dat opzicht zijn de Franse gele hesjes het spiegelbeeld van de klimaatjongeren. Ik denk ook dat het klopt dat de klimaatjongeren niet representatief zijn voor hun generatie: het gaat om goed opgeleide jongeren, die gaan betogen met de toestemming van hun vaak ook hoogopgeleide ouders.”

Maar ze menen het wel, benadrukt Walgrave. “Een nacht in de kou in een tent in de Wetstraat slapen, is wel iets anders dan een like geven aan een of ander evenement op Facebook. Deze jongeren geven blijk van een enorme commitment, ze zijn toegewijd en houden vol.” En ze ontmoeten elkaar in levenden lijve, wat volgens experts toch ook een belangrijke functie is van betogen: het creëert een vorm van solidariteit die op sociale media toch altijd een tikje vrijblijvend is.

Volgens Gita Deneckere mag het klimaatprotest niet gezien worden als een blijk van wantrouwen in de representatieve democratie. “Integendeel”, zegt ze. “Die jongeren geloven heel duidelijk nog in de kracht van onze democratie. Hun oproep is gericht aan onze volksvertegenwoordigers, op wie ze hun hoop gesteld hebben.”

Een stille periode

Toch is er ook kritiek. “De klimaatjongeren moeten leren dat je in een democratie niet altijd meteen je zin krijgt”, zegt de Nederlandse historicus Geerten Waling. “Wat ze in België vroegen, een aanpassing van de grondwet, lijkt mij niet verstandig. In feite wil je daarmee de democratie minder sterk maken, door het debat uit de politieke arena te evacueren. Dat is ook wat men in Nederland met Urgenda heeft gedaan (wat bij ons Klimaatzaak doet; JDC): een proces voeren tegen de overheid om een bepaald beleid af te dwingen. Dat is een motie van wantrouwen aan de kiezer, want dan laat je rechters beslissen.

Alsof bepaalde thema’s zo belangrijk zijn dat je ze niet aan de democratie mag overlaten. Dat is de boodschap die je daarmee geeft.”

Hoewel ook in Nederland klimaatjongeren op straat komen, en vorige week nog eens leraren betoogden voor meer salaris en minder werkdruk, vindt Waling het toch een stille periode. “De straat is niet dood, de straat is niet leeg, maar ik heb veeleer de indruk dat er weinig wordt betoogd. Zeker gelet op het aantal inwoners dat onze landen tellen en het aantal thema’s waar je als burger ontevreden over kunt zijn. Het klimaatprotest lijkt mij dan ook uitzonderlijk. En niet zonder risico’s. Als je de vraag wie dat beleid gaat betalen uit de politieke arena haalt, loop je het risico op sociale onrust, en dan krijg je ook in België en Nederland straks gele hesjes.”

2018: boze Fransen gehuld in gele hesjes protesteren onder meer tegen de hoge belastingen. Beeld AFP

Waling kent de geschiedenis van het sociaal protest goed. Hij promoveerde als historicus op de revolutionaire sfeer die in 1848 heel Europa aanstak. “Dat was de eerste keer dat burgers zich van onderop begonnen te bemoeien met de politiek”, legt hij uit. “Op korte termijn mondden die protesten uit in een teleurstelling, omdat de elites en de vorsten het toch weer overnamen, maar op langere termijn werd in 1848 de kiem gelegd van politieke partijen, die tussen 1850 en 1860 op verschillende plekken in Europa werden gevormd. Dat was een nieuwe ambitie: het volk dat zélf aan politiek ging doen, op een vreedzame manier, met de macht van het getal als belangrijk argument en door het publieke debat te stimuleren met allerlei krantjes en openbare vergaderingen.”

Zo heeft straatprotest ook volgens Waling een cruciale rol gespeeld bij het afdwingen van sociale en politieke rechten. “Maar ik heb nu toch het idee dat in onze democratieën de emancipatie van de burger wel is voltooid”, zegt hij. “De stemlozen hebben nu wel een stem gekregen. Wat men vandaag probeert te doen, is ook de ongeborenen alvast een stem geven. En dat gaat naar mijn gevoel wat te ver. Door beleid in de grondwet te verankeren, wil een regering als het ware regeren over het eigen graf heen. Dat sluit voortschrijdend inzicht uit. En een democratie leeft van voortschrijdend inzicht.”

De gele hesjes en de recente Londense miljoenenmars om in de Europese Unie te blijven zijn volgens Waling eerder uitzonderlijk. Dat het wat betreft klassiek straatprotest zo stil is tegenwoordig, komt volgens hem mede door de professionalisering van het beleid. “Er is weinig protest omdat veel ongenoegen via lobbygroepen wordt weggemasseerd naar professionele bestuurders. Het bestuur is zo ambtelijk en complex geworden dat niet alleen gewone mensen, maar ook de modale volksvertegenwoordigers vaak niet meer kunnen volgen. Daar ligt een van de oorzaken van het succes van populisten, die er nog wél in slagen om complexe thema’s te vertalen in simpele bewoordingen. De moderne politicus moet over dat talent beschikken.”

Van noord naar zuid

Wat tot slot zeker ook opvalt, is de totale vreedzaamheid van het klimaatprotest. “Dat is natuurlijk wel begrijpelijk”, zegt Stefaan Walgrave. “Het gaat om een belangrijk debat, maar op korte termijn is het geen kwestie van leven of dood voor de betogers. Bij sociaal protest gaat het soms wel over leven of dood: als ze staken, verliezen werknemers inkomen en misschien zelfs hun job. De ideologische tegenstellingen waren vroeger ook dieper. Bij de winterstakingen tegen de eenheidswet in 1961, bijvoorbeeld, ging het er veel heftiger aan toe. Er zijn doden gevallen.”

Klimaatactivisten Kyra Gantois, Greta Thunberg en Anuna De Wever. Beeld Bob Van Mol

Vandaag ziet Walgrave vooral een verschil tussen noordelijke en zuidelijke landen. “Als de mensen in Griekenland op straat komen, davert het land”, zegt hij. “In Spanje en Italië is dat ook veel sneller het geval. Het lijkt mij geen toeval dat de gele hesjes in Frankrijk zijn ontstaan. Het gaat er daar veel militanter aan toe. Bij ons zou dat zowel bij politici als bij de publieke opinie heel slecht vallen. Geweld leidt ook af van de boodschap die je wil overbrengen. Gelukkig heeft Brussel op dat vlak een prima reputatie. Het beleid en de politie zijn het gewoon om elke dag betogingen in goede banen te leiden. Het zal voor sommigen verrassend klinken, maar op het vlak van protest management is Brussel een voorbeeld voor de rest van de wereld. Brussel heeft veel ervaring met straatprotest en dat loopt zelden uit de hand, als het georganiseerd en aangevraagd is, welteverstaan, want jongerenrellen zoals een paar jaar geleden zijn een ander verhaal. Bij zo’n geweld zet de overheid haar repressieve apparaat in. En omdat de overheid in een democratie het monopolie op geweld heeft, is dat ook volkomen legitiem.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234