Maandag 01/06/2020

Het klauwen van de Zwarte Panter

Dertig à veertig miljoen frank. Dat zou, volgens een ruwe schatting, de waarde zijn van het voormalige Sint-Julianushospitaal, een gebouwencomplex waarin de met verkoop aan de privé bedreigde Antwerpse galerie De Zwarte Panter is gevestigd. Een erg voorzichtige schatting, die allicht geen rekening houdt met de artistieke, sociale en historische waarde van het monument.

Antwerpen / Eigen berichtgeving

Jeroen de Preter

Antwerpen, eind jaren zestig. Een stad waar de bourgeoisie - bij gebrek aan een studentenbeweging als in Leuven - door artiesten wordt geëpateerd. In de stad van De Muze en de Stadswaag, de stad van Ferre Grignard, Fred Bervoets en Wannes Van de Velde, strijkt Adriaan Raemdonck neer, een jongeman uit het Pajottenland, gedreven door de ambitie om kunstenaar te worden. Raemdonck, student aan de Academie voor Schone Kunsten, voelt er zich meteen thuis, wordt zelfs hartstochtelijk verliefd op de stad aan de Schelde.

"Mijn onvoorwaardelijke liefde voor de stad is ontstaan tijdens de nacht waarin de Sint-Pauluskerk afbrandde", getuigt Raemdonck. "Samen met de buurtbewoners heb ik de kunstschatten uit de kerk proberen te redden. Nooit zal ik die nacht vergeten. Iedereen was komen helpen, zelfs de travestieten uit de naburige bordelen, die in de loop van de nacht door het vele zweten hun maquillage verloren en weer man werden."

Het sociaal gevoel en de liefde voor de kunst drijven Raemdonck naar zijn ware roeping: de uitbating van een galerie met oog voor wat zich afspeelt in de valleien van de kunstberg. Op 5 december1968 opent de dan 23-jarige student in een voormalig bordeel aan de Wisselstraat zijn kunstgalerie. Alleen de naam van het hoerenkot bleef bewaard. De Zwarte Panter verhuist, 25 exposities en twee jaar later, naar het voormalige Sint-Julianusgasthuis in de Hoogstraat, de plek waar hij nog steeds zijn domicilie heeft. Het gebouwencomplex werd in de veertiende eeuw opgetrokken als rustplaats voor pelgrims onderweg naar Compostela, later werd het een bejaardentehuis. In de jaren zestig kwam het pand, eigendom van de commissie van Openbare Onderstand (het latere OCMW), leeg te staan en viel het ten prooi aan verkrotting. Raemdonck en zijn Zwarte Panter mochten het pand tegen een uitzonderlijk lage huurprijs betrekken.

Al tijdens het eerst jaar organiseert de galerist exposities met werk van, onder vele anderen, Fred Bervoets, Wout Vercammen, Wilfried Genard, Wilfried Pas, Walter Goossens, Marc Jambers, Ysbrant en Jan Cox. Hoewel Raemdonck de focus bewust op een veeleer beperkt aantal Belgische kunstenaars richt, wordt ook regelmatig werk van internationale kunstenaars geëxposeerd. Zo kon in 1972, door toedoen van de Parijse avant-gardegaleriste Iris Clert, het Antwerpse publiek kennis maken met werk van onder meer Yves Klein en Chaissac.

Maar vaker nog dan over de landsgrenzen kijkt Raemdonck voorbij de grenzen van de beeldende kunst. Haast eindeloos is de lijst van dubbeltalenten die hun werk in De Zwarte Panter mochten laten zien. Al in 1969 presenteren chansonniers Rikkert Zuidervelt en Elly Nieman er hun plastisch werk. Later komen er exposities van het werk van schilderende schrijvers als Hugo Claus, Pjeroo Roobjee en Paul Snoek, en meer dan eens worden de tentoonstellingen ingeleid door belangwekkende dichters. De aandacht voor verschillende culturele disciplines mag ook blijken uit de "mappen" die de galerie al sinds 1972 uitgeeft. Een van de hoogtepunten in de reeks is ongetwijfeld Ileas van Homerus (1975), een samenwerkingsproject van schilder Jan Cox, de auteurs Marnix Gijsen en Gerrit Kouwenaar en de Antwerpse componist Roger Vandaele. En minstens even legendarisch is het in het Rubensjaar 1977 verschenen Het jaar van de jicht, een artistiek commentaar op Rubens, de toen gevierde schilder die door onder anderen de heren Bervoets, Cox en Ysbrant, Remco Campert, Gust Gils, Gerrit Kouwenaar, Hugo Raes en Bert Schierbeek voorgesteld werd als een oude en vermoeide, door jicht geplaagde man.

Volgens kunstcriticus Ludo Bekkers, naar eigen zeggen een "goeie kameraad" van Raemdonck, beperkt het belang van De Zwarte Panter zich niet uitsluitend tot het artistieke. "Dankzij De Zwarte Panter is de wijk rond de Hoogstraat, dertig jaar geleden een compleet verloederde volksbuurt, opnieuw een bruisend centrum in de stad. Bovendien biedt De Zwarte Panter ook onderdak aan het Arkcomité (dat jaarlijks de Arkprijs van het Vrije Woord uitreikt; JDP), en auteurs die een boek willen presenteren." Raemdonck, die ook voorzitter is van de Beroepsvereniging van Handelaars in Moderne Hedendaagse Kunst (BUP), is volgens Bekkers "de personificatie van de ware galeriehouder. Hij werkt met een beperkt aantal kunstenaars voor wie hij zich gedreven en haast belangeloos inzet. Kunstenaars als Fred Bervoets en Jan Cox heeft hij mee gemaakt, en is hij blijven steunen, zelfs in de meest penibele omstandigheden."

'Adriaan Raemdonck werkt met een beperkt aantal kunstenaars voor wie hij zich gedreven en haast belangeloos inzet'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234