Donderdag 25/02/2021

Het kind van alle rekeningen

Het is vrijdagnacht 10 juli, tegen half twaalf. In het bureau van Caroline Gennez haalt Frank Vandenbroucke zijn BlackBerry boven en leest koeltjes het korte steunbericht voor aan de nieuwe regeringsploeg dat hij in de uren tevoren heeft opgesteld. Vandenbroucke informeert wanneer hij zijn afscheidscommuniqué mag verzenden en vertrekt.Als een kalkoen naar de kerstdagen heeft Gennez uitgekeken naar dit moment waarop ze Vandenbroucke zou meedelen dat zijn dagen als minister geteld zijn. Maar wat zich aankondigde als een martelgang, wordt een klinische formaliteit. Trokken in het voorbije uur de gezichten van Kathleen Van Brempt en Peter Vanvelthoven nog bleek weg toen ze begrepen dat ze de hen toegefluisterde halve beloftes toch iets te optimistisch begrepen hadden, dan vraagt Vandenbroucke enkel kurkdroog naar de keuze van zijn voorzitster. Een reden voor zijn defenestratie krijgt hij niet, hij vraagt ze ook niet. En daar gaat hij, de man voor wie ze lid werd van de SP toen hij als jong voorzitter langs kwam in Limburg voor een toespraak. De onvermijdelijk geworden verwijdering is een kwestie van stijl en menselijke affiniteit, maar ook van een botsing van overtuigingen. Om die strijd te beslechten moest de partijtop een karaktermoord plegen. En ze heeft geen seconde geaarzeld.

De ideologische kloof

Laten we, zoals in de beste thrillers, dit verhaal starten op een onbekommerd moment, in 2002. De Teletubbies van de sp.a varen op het hoogtij, met Patrick Janssens nog als voorzitter-architect van het verbazende succes, volksheld-minister Steve Stevaert steeds meer als de feitelijke chef. In het besluit van zijn boekje Tien kleine Belgen over zijn beleid op Sociale Zaken en Pensioenen schrijft Vandenbroucke een merkwaardige paragraaf: “Ik ben niet tegen algemene maatregelen die een zeer breed publiek bereiken. Denk aan de afschaffing van het kijk- en luistergeld. Sommige politici doen daar een beetje minachtend over. Toch is dat voor een regering die de belastingen wil verlagen een rechtvaardige keuze, omdat een volkomen verouderde belasting, die vooral bescheiden inkomens treft, ermee verdwijnt.” De afschaffing van het kijk- en luistergeld is dé parel aan de kroon van de sociale stuntpolitiek van Steve Stevaert. Vandenbroucke stelt nogal onderkoeld dat hij daar “niet tegen” is. Achter die ene, best nog wel vriendelijk geformuleerde passage gaat een groot ideologisch meningsverschil schuil, dat de sleutel is om de zeven daaropvolgende jaren van interne burgeroorlog te begrijpen. Zoals een oud-minister het formuleert: “Tussen Vandenbroucke en Stevaert eerst en tussen Vandenbroucke en Gennez vandaag gaapt vooral een ideologische kloof. Het is daarop dat zich al die kleinmenselijke drama’s hebben geënt, en die heeft men laten verrotten.” Vandenbroucke is een ideoloog, maar hij is niet de ideoloog van het socialisme van Stevaert. Als een klokhersteller heeft hij tien jaar lang zowat alle sectoren van het sociale beleid in en uit elkaar gedraaid, en met soms kleine en vaak grote aanpassingen zwakkere doelgroepen ondersteund. Die selectiviteit gaat lijnrecht in tegen de universele aanpak van Stevaert, die zoveel mogelijk mensen gelukkig en socialist wil maken. Van een eerbaar debat verwordt die ideeënstrijd algauw tot een bitter gevecht tussen kampen die elkaar miserabilisme (doelgroepen) en tournées générales (universeel) verwijten. Caroline Gennez is een kind van de Stevaertdoctrine. Ze heeft geen probleem met een algemene extra kinderbijslag of met de afschaffing van de zorgpremie. Vandenbroucke ziet vooral hoeveel geld dat allemaal kost. Het is die kloof binnen de sp.a die tijdens de onderhandelingen in Hotel Errera zo pijnlijk open en bloot op tafel komt te liggen, met twee protagonisten die inmiddels geen enkele zin meer hebben om hun onenigheid te maskeren.

Burgemeester van Leuven

Al in 2003 zijn de eerste craquelures in het Teletubbietableau merkbaar. Op die prachtige avond van 18 mei, waarop het kartel Sp.a-Spirit zijn magnifieke verkiezingsresultaat viert in het VUB-kaffee, krijgen medewerkers van Vandenbroucke een ontnuchterende boodschap uit het kamp van Stevaert, inmiddels voorzitter geworden. “Dat ze niet te zeker moeten zijn dat de partij nog wel met Vandenbroucke door wil gaan als minister, en al helemaal niet op Sociale Zaken”, wordt hen toegesnauwd. Toen al, dus.En zo zal ook geschieden. Tijdens de bitsig verlopen regeringsonderhandelingen stelt PS-voorzitter Elio Di Rupo zijn veto tegen een verlengd verblijf van Vandenbroucke op Sociale Zaken. De rationalisering in de ziekteverzekering heeft te diep in de PS-belangen gesneden, Stevaert spreekt hen niet overdreven hard tegen. Ook hij vindt dat de strenge hervormer Vandenbroucke zijn zoete blijde boodschap te veel verzuurt. Vandenbroucke bedenkt zelf een elegante evacuatie: hij wil in 2004 best Philippe Busquin opvolgen in de Europese Commissie. Stevaert ziet het voordeel van de operatie, maar een akkoord blijft uit, omdat de VLD, en met name Karel De Gucht zelf, vinden dat het hun beurt is om het Commissiezitje te vullen. Een jaar later zal uiteindelijk Louis Michel (MR) vertrekken na een onderhandse deal met de PS.Vandenbroucke gooit zich op zijn nieuwe bevoegdheid Werk, maar kan steeds moeilijker zijn ergernis verbergen over wat hij de door de PS gedecreteerde stilstand in de sociale zekerheid noemt. Dat zijn opvolger Rudy Demotte zijn hervormingsplannen terugdraait en daar nog applaus voor krijgt ook, zorgt voor extra irritatieIn de zomer van 2004 zal hij alsnog uit het federale kabinet opstappen, maar dan om naar de Vlaamse regering te gaan. De overstap moet een nieuwe open oorlog met de PS vermijden, maar komt er pas na lang aarzelen. In het partijhoofdkwartier aan de Grasmarkt heeft Steve Stevaert lang gebogen gezeten over zijn denkbeeldige schaakbord. Bij de stembusgang van 2004 is de voorzitter voor het eerst in de steek gelaten door zijn politieke intuïtie: noch het succes van Yves Leterme - in vele opzichten zijn antipode - noch de onmiskenbare neergang van de eigen partij had hij zien aankomen. Stevaert twijfelt. Zet hij de ernstige Vandenbroucke naast ‘notaris’ Leterme, of integendeel de frivole Freya Van den Bossche? Het wordt Vandenbroucke. Hij hoopt hem zo beter onder controle te kunnen houden vanuit het Vlaams Parlement, waar hij de sp.a-fractie in de hand heeft. In het stadhuis van Leuven gaan op dat moment alle alarmbellen tegelijk af. Ergens in de loop van 2003 heeft Louis Tobback aan de ongelukkig rondlopende Frank Vandenbroucke een genereus aanbod gedaan: de minister moet maar terug in Leuven komen wonen en hem in 2006 opvolgen als burgemeester. Vandenbroucke, een geboren Leuvenaar die op last van Tobback naar Zichem verhuisde, bedankt beleefd. Tobback is de man die Frank Vandenbroucke in de nationale politiek lanceerde, maar op de achtergrond houdt hij ook altijd minstens een oog op de carrièreplanning van zijn zoon Bruno. Het burgemeesterschap had de baan voor Tobback junior in de nationale politiek volledig kunnen vrijmaken, nu staat de botsing van ambities in de sterren geschreven. In 2004 is het zover. Bruno Tobback ambieert als uittredend Vlaams fractieleider een prominente post in de Vlaamse regering, maar moet vrede nemen met een juniorportefeuille in de federale regering, terwijl Vandenbroucke met de hoofdprijs gaat lopen. Het zaadje voor een tweede front tegen Vandenbroucke is geplant.

Koest, Frank

Koest krijgt Stevaert zijn nieuwe minister-vicepresident overigens niet in de Vlaamse vijver. Niet meer gehinderd door Franstalige sabotage gaat Vandenbroucke voluit voor zijn nieuwe superdepartement, dat Onderwijs met Werk combineert. Bij de begrotingsbesprekingen haalt hij ruime marges binnen voor investeringen op zijn departementen. Uitbundig applaus krijgt hij er niet voor in de eigen partijtop. Onderwijshervormingen zijn Stevaert te abstract, terwijl andere rode prioriteiten zoals basismobiliteit of energie wat verweesd achterblijven. “Frank is een keiharde onderhandelaar, maar als vice hield hij te veel een oog op zijn eigen portefeuille”, getuigt een ex-collega uit de vorige Vlaamse regering. “Zelf is hij er oprecht van overtuigd geraakt dat onderwijs de hoeksteen is van alle sociaal beleid, maar voor zijn partijgenoten was dat vaak frustrerend.”Wat Stevaert nog veel minder zint, is dat Vandenbroucke een meer dan goede werkrelatie onderhoudt met zijn regeringsleider Yves Leterme. De twist komt al in de herfst van 2004 tot een explosie. De aanleiding klinkt banaal: de federale regering beslist dat de deelstaten een hogere bijdrage moeten betalen op het vakantiegeld van hun personeel. Stevaert en Johan Vande Lanotte steunen de begrotingsmaatregel, maar lichten Vandenbroucke niet in, uit angst dat die Leterme zou alarmeren. De tactiek is tekenend voor de sfeer van wantrouwen in de partij, en dat komt allemaal aan de oppervlakte als Vandenbroucke een paar dagen later, op 19 oktober, zijn beruchte open brief publiceert. Vandenbroucke pleit er voor om CD&V in de federale regering op te nemen om zo tot een grote staatshervorming te komen en brandt in een moeite het budgettaire en sociale beleid van zijn federale partijgenoten af. Het is een eenmanswraakactie, enkel doorgepraat met een paar getrouwen en getimed tijdens de vakantie van voorzitter Stevaert in Cuba, die onverhoeds moet terugkeren om de rangen gesloten te krijgen. Stevaert zal Vandenbroucke nooit vergeven dat hij de illusie van gezellige eensgezindheid in de partij moedwillig aan diggelen heeft geslagen.Met Stevaert en de Tobbacks heeft Vandenbroucke machtige vijanden tegen zich in het harnas gejaagd. Ook na zijn vertrek naar de Limburgse gouverneurswoning blijft Stevaert een grote invloed uitoefenen op de jongere generatie die hij naar boven heeft gestuwd, Louis Tobback heeft dezelfde autoritaire stem bij de partijnestoren, die steeds weer op de voorgrond proberen te klauteren. En allemaal zullen ze zich gaandeweg tegen Vandenbroucke keren. Omgekeerd doet Vandenbroucke ook bijzonder weinig moeite om zijn groeiende isolement te doorbreken.

De Krokodillenraad

Zijn laatste bondgenoot in de partijtop verliest Frank Vandenbroucke op de verkiezingsavond van 10 juni 2007, wanneer Johan Vande Lanotte voor zichzelf beslist dat hij niet meer kan aanblijven als voorzitter. Vande Lanotte wijst eigenhandig en nogal onbesuisd Caroline Gennez aan als opvolger. Gennez start aarzelend, maar houdt manmoedig wel het pleidooi van het duo Vande Lanotte-Vandenbroucke af om een nieuwe federale regeringsdeelname te overwegen. Gennez en Vandenbroucke liggen elkaar van meet af niet. Gennez redeneert tactisch en oppositioneel, Vandenbroucke inhoudelijk en beleidsmatig. De laatste meent dat hij met zijn ervaring en belangrijke regeringspost een natuurlijke autoriteit heeft binnen de partijtop, maar de eerste legt haar oor vooral te luister bij de jongere generatie. Zoals bij Bruno Tobback, die na de desastreuze verkiezingen van 2007 bij Vandenbroucke langs komt om ‘definitief’ het leiderschap in Vlaams-Brabant op te eisen. Vandenbroucke sommeert hem toch nog maar even te wachten, tot na 2009.Het perspectief van de sp.a verschuift van beleid naar oppositie. Gennez vindt voor haar strategie vooral steun in de federale fractie, vol jonge en ambitieuze ex-ministers zoals Bruno Tobback, Peter Vanvelthoven of Freya Van den Bossche. Ze wordt daarin gesteund door de ‘Krokodillenraad’, het informele groepje van partijoudsten. Zij hebben nog een paar rekeningen te vereffenen met de vroegere Teletubbies, die hen een paar jaar geleden koelbloedig uit de inner circles van de macht verdreven hebben. Met de jongeren hebben ze niet alleen vaak een bloedband, maar eindelijk ook weer uitzicht op inspraak.Vanaf 2007 is de ‘kwestie-Frank’ een vast agendapunt op de jaarlijkse bijeenkomst van die Krokodillenraad. Hun laatste bijeenkomst, twee weken geleden in Deinze, mag dan de meest gemediatiseerde zijn, het was zeker niet de eerste keer dat de oude kameraden Louis Tobback, Freddy Willockx, Norbert De Batselier en andere Louis Vanvelthovens lucht gaven aan hun ongenoegen over de koers van Vandenbroucke. Al in de herfst van 2007 geven ze afscheidnemend voorzitter Johan Vande Lanotte de dwingende raad mee om zijn ‘Vlaamse en rechtse’ minister wat meer in toom te houden.Maar Vandenbroucke, met op de achtergrond de Vlaamse fractie van de partij in steun, stribbelt tegen. Als Gennez hem opdraagt om, voor de galerij, CD&V uit te dagen met onhaalbare voorstellen zoals voor de afschaffing van de zorgpremie, negeert hij botweg de opdracht. In vergaderingen van de partijtop of de fracties komt het wel vaker tot een botsing, waarbij de minister weigert zich neer te leggen bij het gezag van de jongere voorzitster. “Dat moeten vernederende momenten geweest zijn voor Caroline om telkens weer voor de volledige partijtop op haar nummer gezet te worden”, meent een partijboegbeeld. “We hebben Frank daar wel eens op gewezen, maar hij besefte niet hoeveel schade hij berokkende. Hij luistert enkel naar tegenargumenten, en als die niet sterk genoeg zijn, raast hij gewoon door.”Het is, opnieuw, wachten tot de volgende openlijke uitbarsting. Die komt er op 4 mei 2008, als Frank Vandenbroucke op het einde van het wekelijkse partijbureau pardoes zijn ontslag aanbiedt als minister. Het is het verrassende eindpunt van een harde maar beleefde discussie over het partijstandpunt tegenover de staatshervorming. Vandenbroucke argumenteert dat zijn partij daar niet afwezig kan blijven, heeft daarover ook al kilo’s nota’s voorbereid. Zijn gloedvol betoog voor een sociale staatshervorming ketst evenwel af op het pantser van de voorzitster, die niet de minste interesse betoont voor de communautaire impasse en nog minder voor de hulp die ze vanuit de federale oppositie in volle B-H-V-crisis aan Leterme zou moeten geven.Dat Vandenbroucke zijn portefeuille op tafel gooit, is niet zo verrassend voor zijn partijgenoten - hij deed dat al meermaals op dezelfde plek in dezelfde bewoordingen, bijvoorbeeld in de zomer van 2006 toen de federale regering met toen nog de sp.a met een schoolpremie op zijn onderwijsterrein kwam spelen. Het is het openbare karakter van de ontslagdreiging, die dezelfde dag nog de nieuwsredacties bereikt, die opzien baart. Gennez verpinkt niet, ze smeekt haar minister allerminst om aan boord te blijven, en spreekt achteraf openlijk over “een onnozele apotheose van een voor de rest zeer constructief verlopen partijbureau”. Het is evenwel niet verboden te denken dat die publieke betwisting van haar gezag de breuk tussen voorzitter en voorman in de regering definitief maakt.

Estafette met Freya

Op de achtergrond van die koortsopstoot, speelt dan immers de oplopende spanning over de lijstsamenstelling en de campagne. Vandenbroucke vindt het vanzelfsprekend dat hij als uittredend minister-vicepresident met een aardig palmares boegbeeld van die campagne wordt. Hij legt dat aan Gennez uit als een win-win-operatie: als het fout loopt, zoals de peilingen voorspellen, kan hij de verantwoordelijkheid op zich nemen en de jonge voorzitster de roep om ontslag besparen. En zelfs als hij de sp.a weer mee in de Vlaamse regering kan loodsen, hoeft hij niet noodzakelijk de hele kabinetsrit mee uit te rijden. Vandenbroucke is 54 vandaag en zou er wel mee kunnen leven als hij na zijn 55ste ‘op brugpensioen’ gestuurd wordt. Hij had zelfs al een opvolgster in gedachten aan wie hij het estafettestokje wou overdragen. Want zou Freya Van den Bossche geen alleraardigste wissel op de toekomst kunnen zijn, zowel als vice in de regering als op Onderwijs? De partijleiding heeft evenwel andere plannen met haar topminister. Gennez wil Vandenbroucke naar Europa sturen en voert de druk stelselmatig op. Vandenbroucke weigert en blijft weigeren. Zijn ambities - tegelijk bron van zoveel ergernis bij steeds meer partijgenoten - zijn ongeschonden. Hij wil zijn beleid verdedigen en het liefst van al voortzetten op Onderwijs en hij heeft absoluut geen zin in een onvermijdelijke smadelijke nederlaag tussen blockbusters Dehaene (CD&V) en Verhofstadt (Open Vld). Als alternatief gooit hij Europees Parlementslid Mia De Vits op: ook allerminst een stemmenkampioen, maar wel een baken van zekerheid voor de traditionele achterban. Gennez ziet er geen brood in, tot daags voor de beslissing blijft ze Vandenbroucke formeel vragen om de lijst te trekken. Van lieverlede moet ze voor haar alternatief opteren, en op 22 januari 2009 wordt die andere Vlaamse minister Kathleen Van Brempt voorgesteld als Europees lijsttrekker. Meteen heeft Vandenbroucke er met Van Brempt weer iemand bij met een open rekening met zijn naam op. De Antwerpse wordt door de partijtop getroost met de belofte dat, als er wat mogelijk is na 7 juni, Antwerpen ‘niet vergeten’ zal worden bij de regeringssamenstelling. De belofte zal niet gehonoreerd worden.De kiescampagne ontrolt zich als een kruisweg voor de sp.a. De partijtop zit met een boegbeeld dat ze niet wil maar dat ze ook niet meer kan ontwijken. De voorbereidende vergaderingen met reclamebureau Boondoggle verlopen uiterst gespannen. Vandenbroucke wil in beeld gebracht worden als campagneboegbeeld, maar het kamp-Gennez aarzelt. Op het hoogtepunt van een zoveelste ruzie goot Vandenbroucke er uit dat ze “niet zomaar met zijn portret mogen doen wat ze willen” en “dat daar zelfs processen over gevoerd kunnen worden”. De citaten worden driftig genoteerd door de medestanders van Gennez en maanden later, enigszins opgepompt, in de oren gefluisterd van journalisten die gretig op zoek zijn naar nieuwtjes over de breuk tussen Vandenbroucke en zijn partij.In deze kiesstrijd is niets normaal bij sp.a: storen de enen zich aan de bemoeizucht van Vandenbroucke, die de positie van de voorzitster blijft ondermijnen, dan voeren de anderen aan dat ze systematisch geboycot worden. Het resultaat is een campagne met twee halve boegbeelden. Gennez verbijt haar woede, maar voelt hoe met de pessimistische peilingen ook haar eigen eenzaamheid aan de partijtop groeit. De traan die ze wegpinkt op de warmbloedige ledenmeeting in de Antwerpse Zoo is er de illustratie van.

Vergadering bij Kathleen

In tegenstelling tot wat werd verwacht, en door sommigen gehoopt, haalt Vandenbroucke op 7 juni een meer dan aanvaardbare uitslag. Hij is in Vlaams-Brabant de enige provinciale stemmenkampioen in de partij en relatief gezien zelfs de grootste stemmentrekker van de hele sp.a. De afrekening moet nog even wachten. Op het partijbureau van 15 juni blijft Vandenbroucke afwezig vanwege een onderhoud over Opel Antwerpen met de investeerders van Magna. Gennez stelt de onderhandelingsdelegatie voor. Die zal bestaan uit haarzelf en Jan Cornillie, directeur van de studiedienst. Geen Vandenbroucke. Hij mag wel meepraten, zo luidt het, maar enkel over Onderwijs en Werk. Vandenbroucke is niet echt verrast: daags na de verkiezingen wordt hij door een topman uit de partij al gewaarschuwd dat Stevaert en Tobback zijn vel willen, nu Gennez ‘gered’ is.’s Anderendaags daagt Vandenbroucke toch op bij formateur Kris Peeters, samen met Gennez en Cornillie. Aan die uitbreiding van het onderhandelingsteam is een therapeutisch gesprek tussen voorzitster en minister voorafgegaan. “Ge weegt te zwaar in de regering, Frank”, wrijft Gennez haar ‘vice’ aan. “Ge veegt de andere sp.a-ministers weg. Zo kunt ge geen team vormen.” Het is codetaal om te zeggen dat Vandenbroucke hoe dan ook niet meer de numero uno van de partij in de regering kan zijn.De buitenwereld weet dan nog van niets. Als na 19 juni duidelijk wordt dat de nieuwe Vlaamse regering uit CD&V, sp.a en N-VA zal bestaan, publiceren de kranten hun eerste lijstjes met kandidaat-ministers. Er wordt veel gespeculeerd, maar eensluidend heet het dat er “één zekerheid” is: Frank Vandenbroucke mag terugkeren als topminister bij sp.a. En dan gebeurt er iets eigenaardigs: op diverse redacties wordt in de dagen daarop het nieuws ‘geplant’ dat het echt “niet zo vanzelfsprekend is dat Frank zomaar terugkeert”. Knack lost een schot voor de boeg met het bericht dat Vandenbroucke Onderwijs zal moeten opgeven, De Morgen volgt met een zeer gedetailleerde beschrijving van de Krokodillenraad van donderdag 3 juli, waar Vandenbroucke niet uitgenodigd was, maar wel stevig onder vuur genomen werd in het bijzijn van Gennez. De voorzitster krijgt het advies haar gezag te vestigen en te doen wat daarvoor noodzakelijk is. Te verstaan als: er zal geen krokodillentraan gelaten worden om Frank.Vandenbroucke mag nu wel in de centrale onderhandelingsteam van zijn partij zitten, maar wordt op beslissende momenten uit het communicatiecircuit gehouden. De onderhandelingstactiek wordt vastgelegd door Gennez en Cornillie op informele vergaderingen zonder hun medeonderhandelaar. Die vergaderingen vinden dan bijvoorbeeld plaats op het kabinet van uittredend minister Van Brempt. Het hoge woord wordt op zulke momenten, behalve door het duo Gennez-Cornillie, vooral gevoerd door John Crombez, een uiterst kundige cijferexpert en de facto de derde toponderhandelaar van de sp.a.Door de gescheiden interne informatiekanalen aan de sp.a-top is een breuk aan de onderhandelingstafel niet langer te vermijden. Op 3 juli sluit Peeters een akkoord met de drie partijvoorzitters over het begrotingstraject. Als de nota van anderhalve pagina aan de andere onderhandelaars wordt uitgedeeld, weigert Vandenbroucke zomaar zijn fiat te geven, omdat de besparingen in Onderwijs in 2010 te fors uitvallen. Het leidt tot een incident met Kris Peeters, die het betoog van Vandenbroucke afbreekt met de woorden dat hij nu even zijn mond moet houden omdat hij wil onderhandelen met de delegatieleider van sp.a, “en dat is Caroline”. Belangrijker dan de kortsluiting zelf is dat ze de krant haalt. Ook andere media berichten over hoe de ‘drammerigheid’ en bedilzucht van Vandenbroucke de gesprekspartners irriteert.Pijnlijk duidelijk voor de andere partijen komt de interne gespletenheid bij sp.a aan de oppervlakte op 9 juli. Formateur Peeters heeft een begrotingsnota opgesteld en voor verdere verspreiding laten bezorgen aan de delegatieleiders. Vandenbroucke krijgt de nota nooit te zien. Of toch, bij de onderhandelingen ’s avonds valt zijn oog op de nota bij collega-onderhandelaar Ben Weyts (N-VA). Verstoken van de correcte informatie uit zijn eigen partij leest de sp.a-onderhandelaar mee over de schouder van de tegenpartij.Het isolement van Vandenbroucke komt open en bloot te liggen op woensdag 10 juli, de fameuze avond die de minister in bijna volstrekte eenzaamheid met een koude schotel heeft doorgebracht in Errera, terwijl de echte onderhandelingen al van ’s middags op het Martelarenplein gevoerd werden. Niet door de voorzitters alleen, overigens. Naast Gennez schuiven op het kabinet-Peeters ook Cornillie en Crombez aan voor de definitieve onderhandeling. Pas om half acht krijgt Vandenbroucke een sms van Cornillie dat het nog even kan duren. Om half tien belt Gennez. Ze is verrast dat Vandenbroucke nog altijd in Errera zit. Als de andere onderhandelaars tegen half twaalf naar Errera verhuizen, komt het tot een nieuwe confrontatie met Vandenbroucke. Peeters kondigt aan tafel een bijna sluitend regeerakkoord aan, inclusief compromis over de te besteden begrotingsmarges, maar Vandenbroucke weet van niets en stelt het akkoord in vraag. Het wordt te veel voor de vermoeide N-VA-voorzitter Bart De Wever, die de tegenstrijdigheden aan de overzijde meer dan zat is. “Misschien moeten we de vergadering schorsen zodat de sp.a haar delegatie op de hoogte kan brengen. Anders heeft dat hier voor mij geen zin meer”, stelt hij scherp. Het is pas in die schorsing dat Vandenbroucke uitleg krijgt over het akkoord. Al snel krijgt hij in de gaten dat er nog weinig te marchanderen valt aan het akkoord. Om 2 uur kan Kris Peters dan ook het regeerakkoord officieel aankondigen.

Steve komt tussenbeide

En zo komen we uiteindelijk terug bij die vrijdagavond 10 juli, waarop de defenestratie van Vandenbroucke geofficialiseerd wordt. Op het sp.a-congres is de professionele toekomst van Vandenbroucke bij de aanwezigen een grotere besogne dan de tekst van het akkoord. Voorzitster Gennez blokt de vragen af met de mededeling dat ze de beslissing daarover later op de avond zelf “in eer en geweten” zal nemen. Ze krijgt meteen bijval van Steve Stevaert. Sinds hij op de verkiezingsavond het einde van zijn gouverneurschap in Limburg aankondigde, is de oud-voorzitter weer manifest en erg zichtbaar aanwezig in de partij. Hij duikt weer op op de partijbureaus en in de wandelgangen van de Grasmarkt, en dus ook op het partijcongres, waar hij als derde spreker het woord neemt, om het regeerakkoord uitbundig te loven. “En”, voegt hij er aan toe, “Caroline is de enige chef van de partij.” Bruno Tobback echoot hem even later na. “Er kan maar één haan boven op de hoop zitten”, oordeelt hij. De taal is nauwelijks gecodeerd. Meteen na het congres pakt Vandenbroucke zijn BlackBerry en tokkelt zijn kort afscheidscommuniqué. In de gang van het partijhoofdkwartier stoot hij een uurtje later op een geschokte Peter Vanvelthoven. Hij was net tevoren het bureau van Caroline Gennez binnen gegaan in de vaste overtuiging als minister buiten te stappen. Hij hoorde er evenwel de beloofde Limburgse portefeuille naar Ingrid Lieten gaan, die een paar maanden tevoren nog het lijsttrekkerschap voor de Limburgse sp.a-lijst had geweigerd. Caroline Gennez is waarlijk een chef met vele surprises.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234