Zaterdag 28/11/2020

Het kan niet altijd prijs zijn

Er zijn stukken waar je met tegenzin aan begint te schrijven, en dit is er zo eentje. Want het is niet aangenaam om een groep gedreven theatermakers, die zich maanden de ziel uit het lijf hebben gewerkt om je bij je nekvel te grijpen, te moeten zeggen dat het ze niet gelukt is. Da’s jammer, maar het is niet anders. Schöne Blumen van Arne Sierens, die in een interview eerder deze week nog zei ‘dat hij steeds minder angst heeft om op zijn bek te gaan’, is helaas net daarin geslaagd.

‘Schöne Blumen’ van Arne Sierens met Compagnie Cecilia

Arne Sierens is een van de meest getalenteerde theatermakers van dit land en wanneer ik ooit een top 10 moet maken van de meest memorabele theaterervaringen in mijn leven, zullen daar minstens drie van zijn stukken tussen zitten. Minstens. Dat is natuurlijk meteen een vloek voor een regisseur: wanneer hij je al een aantal keren in één voorstelling heeft doen schateren en huilen, wanneer je zijn unieke stijl en aanpak redelijk mateloos bewondert, dan schept dat meteen een te streng en overdreven verwachtingspatroon.

Met zeven vrienden waren we naar de voorstelling gegaan, allemaal fans, en toen we elkaar na de voorstelling terugzagen, volstond één blik om het beleefdheidsapplaus van het premièrepubliek te bevestigen: de magie was er niet, deze keer. Mocht daar overigens een kant-en-klaarrecept voor beschikbaar zijn, we zouden niets anders dan briljante voorstellingen te zien krijgen.

Schöne Blumen verzamelt menselijk wrakhout in een uitzuipbar, waar meisjes, een madam en de klanten annex would-be lovers hun tragedie delen. Elk wel behept met de beste bedoelingen, maar de confrontatie tussen geld en liefde wordt beslecht in het voordeel van het materiële. Al hebben ze daar zelf spijt van. Al had het anders gekund. Misschien. Die thematiek is typisch Sierens, die altijd al met een vertederende, liefdevolle en tegelijk genadeloze rauwheid die figuren schetst die aan de zijkant van de samenleving zo goed en zo kwaad mogelijk overleven. Maar deze keer komt het er niet uit.

Het decor was al zeker geen cadeau: de installatie van bamboehout zou een esthetisch hoogtepunt kunnen zijn voor een Japanse tuin, maar vermocht absoluut niet de sfeer op te roepen van een vervallen, groezelige uitzuipbar langs de grote baan, die op zijn laatste financiële benen loopt. Het was te clean en te afgeborsteld om ook maar een beetje setting te kunnen zijn voor een verhaal dat zich zo overduidelijk in de tristesse afspeelt.

Ook de identificatie lukte niet. Robrecht Vanden Thoren, een begenadigd acteur nochtans, verstopt zich achter een zwaar geforceerde en krakende basstem die haast irritant wordt, zodat je denkt: jongen, kuch eens, en spreek toch wat normaler. Mieke Dobbels, al even getalenteerd, verstopt zich in een kostuum dat niet klopt. Zelfs de meest marginale uitzuipdame weet dat gympies, een felkleurig bebloemde legging en daarover een gifgroen lovertjesjurkje in niets de sensualiteit en de erotiek van een zelfs vervallen en verlopen cabardouche kan symboliseren. Titus De Voogdt, ook een klasbak, heeft zelden meer tics getoond. Het maakt het geheel bijna karikaturaal: het transformeert de hoofdpersonages niet tot mensen van vlees en bloed, maar eerder tot stripfiguren die in een vreemde constructie hun ding doen. Maar in ieder geval: je gelooft ze niet, ze raken je niet.

De taal is evenzeer minder zeggend dan gewoonlijk. Sierens blijft altijd dicht in de buurt van het idioom van de volkstaal, en dat levert vaak pareltjes van naïeve schoonheid op, de poëzie van het alledaagse, en een gelaagdheid die je niet zag aankomen. Ditmaal lukt dat maar één keertje: bij de kernmonoloog van uitzuipmeisje Malika, die zich wil inkopen in de bar, en mondeling haar sollicitatietroeven op tafel legt. Daar, op dat moment, zie je even een flits vintage Arne Sierens. Net als in de kurkdroge repliek van de madam, die aan één zinnetje genoeg heeft om de hoop op het betere weer vakkundig de kop in te drukken. Maar een enkel dergelijk moment volstaat niet om een hele voorstelling te dragen.

Sierens heeft geworsteld met dit stuk, gaf hij zelf toe. Midden de repetities heeft hij het stuk in de vuilnisbak gegooid, is hij helemaal opnieuw begonnen en is een van de actrices vervangen. Het is niet zijn normale proces, waarin gedurende vijf maanden repetitie en improvisatie iets groeit dat uiteindelijk juist zit en klopt. Misschien is het deze keer wat te geforceerd moeten gaan. Of is er iets anders gebeurd wat de mayonaise niet deed pakken. Volgens Arne is de voorstelling nu “spannender, interessanter en contemplatiever” geworden. Misschien voor hem, maar deze keer toch niet voor de toeschouwer. Iets wat je hem met zijn palmares overigens onmiddellijk vergeeft.

“Weet je”, zegt een van de vrienden na afloop, “mocht je niet weten wie dit gemaakt heeft, je zou zeggen dat het van iemand was die Arne Sierens heeft proberen te imiteren.”

Het kan niet altijd prijs zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234