Zaterdag 31/10/2020

Podium

Het jaar waarin ‘identity politics’ het podiumveld domineerden: ‘Daarom zijn ze nog niet goed bezig’

De voorstelling ‘Wie is bang?’ van Tom Lanoye & Koen De Sutter/NTGent kreeg de kritiek dat het de ongelijke machtsverhoudingen tussen het jongere, gekleurde koppel en het oudere, witte paar zou reproduceren.Beeld Lex De Meester

Dekolonisatie is definitief vanuit de marge naar het centrum van het podium verschoven. Zij het met wisselend succes. Witte theatermakers krijgen kritiek op hoe ze antiracisme verbeelden. ‘Het is niet omdat je spelers van kleur op je podium zet, dat je goed bezig bent.’

Ruim tien jaar geleden hoorde je de roep ruimte te maken voor kleur op het podium vooral vanuit de marge van het kunstenveld. Zeker bij de grotere huizen stond het thema niet hoog op de agenda. Het was zelfs niet ongewoon te beweren dat er simpelweg geen talentvolle makers met een migratieachtergrond waren.

Het contrast met vandaag kan haast niet groter. Of je het afgelopen jaar naar Vooruit, Beursschouwburg, De Roma, KVS, NTGent of Monty ging: in elke programmatie werd wel op de een of andere manier aandacht gegeven aan topics als racisme en etnisch-culturele diversiteit. De hoeveelheid producties was navenant. Makers als Roland Gunst of Emma Lesuis werkten vanuit een persoonlijk perspectief. Action Zoo Humain sloeg de handen in elkaar met Hetpaleis voor Dihya. ARSENAAL/LAZARUS bracht Race van David Mamet. Tom Lanoye herwerkte voor NTGent de iconische tekst Who’s Afraid of Virginia Woolf tot Wie is bang, een hedendaagse parabel waarin het dekolonisatiedebat een sleutelrol krijgt.

Kritiek

Maar er kwam ook kritiek op hoe bepaalde producties diversiteit verbeelden. Het typevoorbeeld is ongetwijfeld Black/The Sorrows of Belgium I: Congo, het eerste deel van Luk Percevals drieluik over onze nationale trauma’s waarmee NTGent in maart uitpakte. Hoewel de krantenrecensies eerst positief leken, klonken op sociale media en vanuit de gespecialiseerde pers al snel misnoegde reacties.

Onderzoeker Matthias De Groof sprak in het cultuurtijdschrift Rekto:verso van de “herhaalde opvoering van de vernedering”. Journalist Orlando Verde stipte aan dat de grens tussen het aanklagen en het reproduceren van racisme dun is. Er werd verbolgen gereageerd op de vele clichés over Congo in het stuk en op dat meerdere spelers van kleur precies de ondergeschikte rol toegedicht werd die aan een koloniale context eigen is.

Onder meer Wie is bang en Race lokten verwante reacties uit, zij het minder felle. Enkele recensenten – onder wie ondergetekende – merkten op dat Wie is bang in se de ongelijke machtsverhoudingen reproduceert tussen het jongere, gekleurde koppel en het oudere, witte paar. De redactiecoördinator van Kif Kif, Abbie Boutkabout, nam op de site van de interculturele beweging de tekst van Race op de korrel, omdat die verouderd zou zijn en de witte, mannelijke auteur blijk geeft van weinig voeling met de thematiek. “Daarmee bedoel ik niet dat witte makers van het thema moeten afblijven”, licht ze toe, “maar ze zijn logischerwijs minder doordrongen van de noodzaak ervan, omdat racisme geen direct effect heeft op hun eigen leven.”

‘Bottom-up werken’

Bij die voorstellingen loopt het volgens Boutkabout soms mis omdat mensen van kleur pas aan het einde van het maakproces betrokken worden. “Het is niet omdat je mensen van kleur cast om je tekst op te voeren dat het zomaar in orde is. De actrice Aminata Demba, die meespeelde in Race, vertelde me in een interview dat ze voelt dat haar personage geschreven is door een witte auteur en gelaagdheid mist. “Ik pleit ervoor om van bij het begin samen rond de tafel te zitten en echt bottom-up te werken.”

Het is belangrijk dat witte mensen actief bezig zijn met de thematiek, vindt stadsdramaturg bij KVS Kristin Rogghe. “We moeten onze rol in vraag stellen door ook naast het podium naar de ervaringen van anderen te luisteren.” Ze ziet een parallel met vrouwenrechten. “Die zijn ook een werk van iedereen. Het is aan de vrouwen om de agenda te bepalen, maar mannen moeten bondgenoten zijn en ondersteuning bieden. Zo werkt het in de strijd tegen racisme ook tussen mensen van kleur en witte mensen.”

Rogghe was een kleine tien jaar geleden nog een van de drijvende krachten achter GEN2020, het diversiteitstraject van het theatergezelschap ‘t Arsenaal in Mechelen. Die ploeg had toen met heel wat weerstand vanuit het kunstenveld te kampen. Vandaag worden zulke projecten net toegejuicht. “Het bewustzijn over de nood aan verandering is alleszins gegroeid”, vertelt ze. “Meer kleur op het podium was altijd een breekijzer om andere thema’s, verhalen en artistieke benaderingen op de agenda te plaatsen. Die evolutie is niet te stoppen. Tegelijk merk vandaag je dat bepaalde paternalistische patronen nog doorwerken. Je ziet dat mensen met een zekere positie willen bepalen in welke richting het moet evolueren zonder dat ze het nodig vinden de ervaringsdeskundigen te consulteren.”

Boutkabout volgt de evolutie met argusogen. “Als een thematiek als deze vanuit de marge verschuift naar het centrum, schuilt daar een zeker gevaar in. Dekolonisatie dreigt een containerbegrip te worden. Heel wat kunstenhuizen denken dat ze goed bezig zijn omdat ze er ‘iets’ rond doen, terwijl het wel degelijk gaat om een fundamentele herverdeling van de macht. Het woord diversiteit staat vandaag in haast elke visietekst van elke artistieke structuur. Maar in de feiten blijft het vaak bij een zijproject, waardoor het principe niet tot alle delen van de werking doordringt. Nochtans is dat nodig als je echt iets fundamenteels wilt veranderen.”

De performer Jaouad Alloul gooide het afgelopen seizoen hoge ogen met De meisje, de autobiografische monoloog waarin hij het relaas doet van zijn zoektocht als homoseksuele moslim. Ook hij benadrukt het belang van mede-eigenaarschap. “Ik heb De meisje samen met Johan Petit van MartHa!tentatief gemaakt. Hij heeft niet alleen voeling met het onderwerp, omdat hij al lang bezig is met stedelijke verhalen, we hebben dat hele maakproces ook samen doorlopen. Johan heeft me urenlang geïnterviewd en vervolgens zijn we beginnen te schrijven en te schrappen, totdat het echt helemaal goed zat.”

“Ik heb er begrip voor dat je uitschuivers maakt als je bezig bent met een gevoelig thema zoals racisme”, zegt Alloul. “We hebben uiteindelijk allemaal blinde vlekken. Maar als je je niet van bij het begin omringt met mensen die weten wat het betekent racisme mee te maken, ben je haast gedoemd problematisch werk af te leveren.”

Zowel Boutkabout, Rogghe als Alloul benadrukken dat het schoentje vooral wringt bij het gegeven dat heel wat huizen op alle niveaus nog erg witte teams hebben. “Het is essentieel dat je de diversiteit overal doortrekt: van de communicatieploeg over de technische medewerkers tot de artistieke staf”, zegt Rogghe, “Anders kom je slechts bij een oppervlakkige schijn van diversiteit uit, terwijl de reële macht bij dezelfde mensen blijft. Ook hoe de middelen verdeeld worden, spreekt boekdelen. Uit de budgetten moet blijken hoezeer het menens is met het dekoloniseren, zeker in tijden van besparingen.”

Het gaat over een hele sector, zegt Boutkabout. “Over de directiefuncties, commissies, jury’s en raden van bestuur. De vraag is telkens welke referentiekaders aan bod komen en welke discussies een plaats krijgen.” 

Alloul: “Ik ben ervan overtuigd dat onze kunstensector alleen maar rijker wordt als zo veel mogelijk groepen uit de samenleving op een fundamentele manier betrokken worden.”

Lees hier onze selectie van de tien voorstellingen van 2019.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234