Maandag 25/01/2021

Het jaar van 'Nou moe!'

Het was me het stripjaar wel. Standaard Uitgeverij flikkerde zijn klassieke helden de deur uit, tal van literaire uitgeverijen bogen zich over de mogelijkheid auteursstrips uit te geven, de stripcommissie liet wat deftiger van zich horen en de Negende Kunst sloeg stalen bruggen met de internationale filmwereld.

Brussel

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Tweeduizend en twee was het jaar waarin tal van traditionele striphelden, die al decennialang een onderkomen hadden gevonden bij Standaard Uitgeverij, voorgoed de ogen sloten. De uitgeefdirectrice aldaar, Diane Devriendt, kreeg afgelopen jaar de meeste kritiek te slikken. Niet helemaal onterecht, want haar uitgavebeleid en de manier waarop ze de pers probeerde te dirigeren, was op zijn minst onduidelijk en getuigde niet echt van een visie. Dat Nero aan zijn laatste jaar begon, was begin 2002 voor enkele journalisten geen nieuws meer, maar de uitgeverij en Marc Sleen zelf ontkenden in alle toonaarden. Zo'n tien maanden na die eerste berichten is nog steeds niet duidelijk wat Sleens motivatie was en of het überhaupt wel zijn wens was. De tot ridder geslagen tekenaar zou eigenhandig de levensdraad met zijn papieren personage hebben willen doorknippen wegens - zo zegt hij - vermoeidheid, maar intimi wijten het aan de oplagecijfers van Nero, die rond de tienduizend zouden schommelen, waardoor de reeks niet langer als rendabel werd beschouwd.

Dirk Stallaert, die al enkele jaren Sleen assisteerde en door tal van tekenstudio's een contract werd aangeboden, trok tot ieders verbazing niet naar de Vandersteen-studio's, maar ging zich bij Merho vervoegen om een betere 'Kiekeboe' af te leveren. Aan zijn tijdelijke status van "meest begenadigde striptekenaar van Vlaanderen" kwam door die beslissing meteen een einde. Winnaar van dat alles was echter Sleen/Nero die een promotiejaar kreeg dat hij van zijn hele leven nog niet heeft mogen meemaken.

Achter de schermen bij Standaard Uitgeverij zou ondertussen rancune de bovenhand hebben genomen op een fatsoenlijke uitgavepolitiek. In stripkringen wordt de uitgeverij zwaar geviseerd en ook in de wandelgangen van het vertrouwde huis zelf groeit de kritiek. Veel tekenaars, die zich niet konden vereenzelvigen met de nieuwe politiek aldaar werden, toevallig of niet, aan de deur gezet. Zo berichtte De Morgen over de (stilgehouden) stopzetting van Marc Legendres 'Biebel'. De uitspraken die Legendre in deze krant deed, waren naar verluidt genoeg om alle banden met hem te verbreken. Alle uitgaven waaraan Legendre meewerkte werden, toevallig of niet, verramsjt, waardoor meteen ook 'Sam' (van Jan Bosschaert) en 'Waterland' een stille dood stierven.

Ook 'Sarah & Robin' van Steven Dupré, een tekenaar die jaren voor diezelfde uitgeverij werkte en zijn nieuwste strip enkele jaren wegens juridische ontwikkelingen in de Standaard-kasten zag belanden, werd botweg verramsjt. Karel Biddeloo, wiens 'Rode Ridder'-reeks ook genoemd werd als een van de volgende slachtoffers, mocht nog even gezwind verder doen, maar kreeg afgelopen jaar wel een verbod nog langer een veelvoud aan horror en sf in de reeks te integreren. Ook het tekenen van volumineuze vrouwenborsten mocht wel wat minder, zo kreeg de man te horen. Het werd duidelijk dat de marketing het bij het vertrouwde huis meer dan ooit had gewonnen van een geïnspireerd uitgavebeleid.

Zo mochten afgelopen jaar 'Klein Suske en Wiske', 'Astroboy' en 'Pit en Puf' het levenslicht zien en werd ook 'W817' aangekondigd, allemaal strips die gemeen hebben dat ze commerciële voorlopers hebben. 'Pit en Puf' is een 'Boeboeks'-spin-off, Hollywood buigt zich momenteel over 'Astroboy' en 'W817' is uiteraard de Ketnet-soap.

Met die uiterst commerciële zienswijze zou je denken dat het slecht gaat met de strip, maar niets is minder waar. Opvallend was de trend die werd ingezet door uitgeverij Atlas. Die in Amsterdam gevestigde literaire uitgeverij kwam plots met het bericht serieuze strips uit te geven, een uitgavepolitiek die in Frankrijk al jaren gangbaar is en steeds meer furore maakt. Op die manier belandde de Marcel Proust-adaptatie 'Op zoek naar de verloren tijd' in de winkelrekken, alsook Persepolis, een strip van de Iraanse Marjane Satrapi, die wereldwijd een hit lijkt te worden en met tal van internationaal prijzen ging en gaat lopen. De Bezige Bij kwam dan weer met de stripadaptatie van De avonden van Gerard Reve. Een voorbode, zo blijkt, want ondertussen schuimen ook andere literaire uitgeverijen die markt af en worden ook andere Nederlandstalige boekklassiekers door een stripbril bekeken. Nog het minst wordt daarbij uitgekeken naar de manier waarop Standaard Uitgeverij - daar zijn ze weer - de boeken van Pieter Aspe zal verstrippen.

Naast de band met literatuur bleek de stripwereld ook over tentakels te beschikken die zich verspreidden over andere cultuurvormen als games en - frequenter - films. Steven Spielberg zou 'Kuifje' verfilmen, van 'Largo Winch', 'Jeremiah' en 'Jessica Blandy' werden tv-series gemaakt, 'Giacomo C', 'De Haas van Mars' en Het gele teken (E.P. Jacobs) krijgen een vervolg op het witte doek en ook Dreamworks zou contractueel gezien volgend jaar de computeranimatiefilm naar de populaire fantasyreeks 'Lanfeust van Troy' als opvolger van Shrek klaar moeten hebben.

De fantasy- en sf-genres hebben ondertussen plaats moeten ruimen voor andere. Vijf jaar geleden maakte fantasy een comeback en bereikte het snel een hoogtepunt dankzij 'Lanfeust van Troy' van tekenaar Tarquin en scenarist Arleston, die in Frankrijk het predikaat kreeg de nieuwe Goscinny te zijn. In 2002 normaliseerde die trend zich en zou Arboris, die andere uitgeverij die zich vooral op fantasy richtte, zelfs van politiek veranderen. Talent-uitgever Ronny Matton, die zich 'baron van de fantasy en sf' mag noemen, zag de bui dan weer hangen en kwam net voor het nieuwe jaar met de zogenaamde Carré-reeks die de term striproman nieuw leven moet inblazen en knipoogt naar schilders als Spilliaert en Magritte, en de literatuur. Nieuw is ook de geboorte van een heus striptijdschrift dat hij in 2003 zal proberen te verwezenlijken (DM 2/1). Daarmee wil hij alle uitgeverijen bijeen brengen met de stille hoop een overkoepelend orgaan te bieden, lange vetes te eindigen en de Nederlandstalige strip nieuw leven in te blazen.

Een heuse machtsverschuiving vond plaats bij de Amerikaanse superhelden die na 9/11 in een diepe crisis belandden. Het feit dat ze het World Trade Center niet konden rechthouden deed hen even op de therapeutensofa belanden. De ware helden werden plots de brandweermannen, verplegend personeel en reddingswerkers, die eind 2001 en begin 2002 met tal van hommagestripboeken werden gelauwerd. Het chauvinisme en de heldenmoed weelden er tierig, met als gevolg dat een tekenaar die enige kritiek durfde te uiten, uitgespuugd werd.

Zo verging het de New Yorkse cartoonist Ted Rall, die Afghanistan bezocht tijdens de Amerikaanse bombardementen, er een geslaagd boek over schreef/tekende en Amerika's meest verguisde cartoonist werd, nadat hij in zijn cartoons kritiek had geuit op de Bush-administratie en enkele nabestaanden van de Twin Towers-slachtoffers. De superhelden rouwden trouwens maar even. Op het witte vel papier dan nog wel, want in de bioscoop brak Spiderman alle records en werden de opnames voltooid en aangevat van vermoedelijke kaskrakers als onder meer X-Men 2, The Hulk, Spiderman 2 en Daredevil.

Terug naar België dan. Of hier de stripsien zich ooit nog uit zijn amateurssfeertje kan losrukken is zeer de vraag. Ondanks het feit dat afgelopen jaar de Negende Kunst opvallender aanwezig was op radio, televisie en in dagbladen en tijdschriften, blijft het medium nog steeds een van Vlaanderens meest amateuristische kunstvormen. Over de kwaliteitsinbreng van de auteurs is iedereen het eens: die getuigt vaak van vakmanschap en ware klasse. En over de (commerciële) populariteit van de strip, die naar verluidt even hoog is als de literatuur, maakt ook niemand zich echt zorgen. Maar de manier waarop het medium door derden - journalisten, uitgevers... - wordt vertegenwoordigd, is een ander paar mouwen. Rancune, eigenbelang en naijver verhinderen vaak de geboorte van interessante initiatieven en de mogelijkheid een degelijk professioneel (breed)beeld van de Negende Kunst te scheppen. Dat heeft, jammer genoeg, wel degelijk een (blijvend?) effect op het publiek.

De stripcommissie, het enige politieke instrument dat de Negende Kunst gunstig gezind is, zou in dat alles verandering moeten brengen. Afgelopen jaar werd helaas ook duidelijk dat niet iedereen vertrouwen heeft in dat beleid en, vooral, de onafhankelijkheid van de commissieleden zelf. Nochtans werden bij een laatste evaluatie een poging gedaan enkele hardnekkige plooien glad te strijken door ook de stripsector uit te nodigen voor een gesprek en wordt ook in Frankrijk ons strippatrimonium en (nieuwe) tekenaars verdedigd. Dat de zetelende leden slechts twee jaar konden aanblijven, stemde dan weer heel wat mensen gerust. Vragen blijven echter rijzen ondanks het feit dat de commissie bij een laatste persmeeting steviger in zijn schoenen leek te staan. Soit, Guust Flater zou met dit alles wellicht zijn warrige hoofd enkele malen hard tegen de muren slaan en honderdmaal 'nou moe' zuchten. Gelukkig is er Robbedoes nog, alsook Flaters meeuw en kat om hem op te vrolijken en te laten beseffen dat het zo slecht nog niet is. Kortom, vaarwel Nero, Biebel, Sam en welkom literaire strip, de betere beeldroman en de talrijke films. En tot ziens amateursime, rancune en eigenbelang. See you next year!

Opvallend was de trend van literaire uitgeverijen om serieuze strips uit te geven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234