Vrijdag 22/11/2019

Het jaar van het Chinese Model

China bewijst dat een autoritair systeem succesvol kan zijn en is daarmee een voorbeeld voor de autocraten van deze wereld, van Moskou tot Dubai, en van Islamabad tot Khartoem

Ian Buruma hoopt dat China ooit nog een vrij land wordt

Ian Buruma is auteur en hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan het Bard College in New York. Zijn nieuwste boek heet Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance.

Het jaar 2008 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van China. De Olympische Spelen zullen ongetwijfeld perfect georganiseerd zijn. Er zal niet één demonstrant, dakloze, religieus andersdenkende of welke soort pretbederver ook te zien zijn. De Spelen zullen ook het wereldwijde prestige van het land opkrikken.

Terwijl de Amerikaanse economie steeds dieper wegzinkt in het moeras van de hypotheekcrisis zal die van China blijven boomen. Schitterende nieuwe gebouwen, van de hand van de grootste architecten ter wereld, zullen Peking en Sjanghai model laten staan voor de moderniteit van de 21ste eeuw. Op de jaarlijkse ranglijsten van rijkste mensen ter wereld zullen meer Chinezen prijken dan ooit tevoren. En het werk van de Chinese kunstenaars zal op de internationale kunstveilingen onder de hamer gaan voor prijzen waar andere artiesten alleen maar van kunnen dromen.

In amper één generatie heeft China de armoede en de bloedige tirannie de kop weten in te drukken. Dat is een prestatie om trots op te zijn. China verdient dan ook alle lof. Maar het Chinese succesverhaal is ook de grootste uitdaging voor de vrije democratie sinds het fascisme van de jaren dertig.

Er gaat geen grote militaire dreiging uit van China. Een oorlog met de Verenigde Staten, of zelfs Japan, behoort alleen maar tot de mogelijkheden in de verknipte geest van een stel ultranationalistische excentriekelingen en paranoialijders. Het is integendeel op het vlak van vernieuwende ideeën dat het Chinese politiek-economische model hoge toppen scheert. Als we de gevolgen voor het milieu even buiten beschouwing laten, oogt het Chinese model als een aantrekkelijk alternatief voor het vrije democratische kapitalisme.

En het is wel degelijk een echt alternatief. Anders dan sommige experts beweren, is het Chinese kapitalisme helemaal geen doorslagje van het Europese kapitalisme van de negentiende eeuw. Toegegeven, tweehonderd jaar geleden hadden de Europese arbeiders, laat staan de vrouwen, geen stemrecht. Maar zelfs in de zwartste perioden van het westerse kapitalisme bestond de burgermaatschappij in Europa en de Verenigde Staten uit een gigantisch netwerk van organisaties die losstonden van de staat. Denk maar aan de kerken, de clubs, de partijen en de sociëteiten en verenigingen die toegankelijk waren voor alle sociale lagen van de bevolking.

In China ziet de situatie er enigszins anders uit. Sinds de val van het maoïsme heeft het individu er veel persoonlijke vrijheden gekregen. Toch mogen de mensen er niets organiseren wat niet onder de voogdij van de Communistische Partij staat. Ondanks het ideologische bankroet van het communisme is er in China in dat opzicht nog niets veranderd.

Het Chinese Model wordt soms in traditionele bewoordingen omschreven, alsof de moderne Chinese politiek een geüpdatete versie van het confucianisme is. Maar een maatschappij waar de geldhonger van de elite boven alle andere menselijke inspanningen is verheven, staat wel heel ver af van welk soort confucianisme ook.

Het is natuurlijk moeilijk om het succes te ontkennen. Toch heeft de toenemende Chinese rijkdom er alvast niet toe geleid dat het kapitalisme en de groei van de welvarende bourgeoisie onvermijdelijk de weg zullen bereiden voor een vrije democratie. De middenklasse, die een steeds groter wordende materiële welvaart is voorgespiegeld, hoopt integendeel het huidige politieke bestel te kunnen behouden. Welvaart in ruil voor politieke gehoorzaamheid, zeg maar. Dat kan een faustiaanse deal zijn, maar tot nog toe heeft die zeker zijn effect niet gemist.

Het Chinese Model is niet alleen aantrekkelijk voor de nieuwe elite die zich aan de kusten heeft gevestigd, maar oefent ook wereldwijd een zekere aantrekkingskracht uit. De Afrikaanse dictators, of de dictators in het algemeen, vinden het wat heerlijk om in Peking over de rode lopers te lopen die speciaal voor hen zijn uitgerold. Het model is immers niet-westers en de Chinezen lezen niemand de les over democratie. Het is ook een enorme bron van inkomsten, waarvan het leeuwendeel in de zakken van de tirannen belandt. China bewijst dat een autoritair systeem succesvol kan zijn en is daarmee een voorbeeld voor de autocraten van deze wereld, van Moskou tot Dubai, en van Islamabad tot Khartoem.

China wordt ook steeds aantrekkelijker voor de westerse wereld. Zakenlui, mediatycoons en architecten troepen er vrolijk samen. China is een land zonder vrije vakbonden en zonder enige vorm van georganiseerd protest dat de winstmarges zou kunnen inperken. Dit is dan ook de gedroomde plek om zaken te doen, om stadions en wolkenkrabbers te bouwen en om informatietechnologie en medianetwerken aan de man te brengen. Intussen wordt het respect voor zowel de mensenrechten als de burgerrechten als oubollig bestempeld, als een arrogante uiting van het westerse imperialisme.

Toch is ook het Chinese verhaal niet allemaal rozengeur en maneschijn. Geen enkele economie blijft eeuwig in hetzelfde tempo groeien. Een crisis is nooit uit te sluiten. Wat als het akkoord tussen de Chinese middenklasse en de eenpartijstaat aan diggelen valt als gevolg van een rustpauze, of zelfs een terugval, in de race naar de materiële welvaart?

Dat is al eerder gebeurd. In bepaalde opzichten is het Chinese Model nog het best te vergelijken met het Duitsland van de negentiende eeuw. Duitsland stond industrieel sterk, had een verfijnde maar politiek monddood gemaakte middenklasse, en helde sterk over naar een agressief nationalisme. Dat nationalisme werd dodelijk toen de economie instortte. De sociale onrust die daarop volgde, dreigde de hele politieke orde overhoop te gooien.

In China kan zich net hetzelfde voordoen. De nationale trots balanceert er constant op het randje van de oorlogszucht tegenover Japan, Taiwan en uiteindelijk ook het westen. Ook het agressieve Chinese nationalisme kan uiteindelijk dodelijk worden als de motor van de economie begint te sputteren.

Daar zou niemand wat aan hebben, en we kunnen China dan ook maar beter het allerbeste toewensen voor 2008. Toch moeten we ook even stilstaan bij alle andersdenkenden, democraten en vrije geesten die wegkwijnen in werkkampen en gevangenissen. We kunnen alleen maar hopen dat ze ooit nog mogen meemaken dat ook de Chinezen een vrij volk zullen zijn. Misschien is het een verre toekomstdroom, maar ook dit nieuwe jaar moet het hebben van dromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234