Donderdag 02/12/2021

Het Jaar van het Amalgaam

De secretaresse van de politiebaas. De echtgenote van de minister. Diens schoonbroer. De bonus van de bankier. De dotatie van het staatshoofd. De laatste weken ging het publieke debat een merkwaardige richting uit: een waarbij de persoonlijke en private aspecten van een dossier absolute dominantie kregen op het inhoudelijke, het algemene, het politieke. Vandaar de mails, de onkostennota's, al dan niet anonieme klachten, want om een dergelijk debat te stofferen zijn dat de aangewezen methoden en bewijsstukken. Of hoe politici en media, de eerste en de vierde macht, het politieke debat herleiden tot een verhaal van persoonlijk, geldelijk gewin.

Door Walter Pauli / Tekening Jan Vanriet

Casus 1

Karel De Gucht

"Jachtseizoen open", zo schreef de liberale politicus Sven Gatz vorige zaterdag in een lezersbrief: "In Terzake het volgende gehoord: Karel De Gucht zegt aan een journalist: 'U vertrekt blijkbaar van een vermoeden van schuld'. Die antwoordt: 'Zeker. We vertrekken van een vermoeden van schuld'." Besluit van Gatz: "De honden ruiken bloed." Het was Lieven Verstraeten die buitenlandminister Karel De Gucht ondervroeg over de verkoop met voorkennis van Fortisaandelen door zijn echtgenote Mireille Schreurs.

Een dag later lazen we volgend schrijven van een gewone lezer, niet eens bestemd voor de opiniepagina's: "Het zijn niet alleen barre, maar ook bizarre tijden, en dan heb ik het over de sfeer van heksenjacht die door Vlaanderen dwaalt. Een soort nieuwe inquisitie, waarbij 'vermoedens' verworden tot openbare terechtstellingen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat sommigen zich al te gemakkelijk laten meeslepen in dat ranzige, gniffelende sfeertje van ballenknijperij." Die lezer greep naar de pen na het zien van De keien van de Wetstraat, waar ditmaal Ivan De Vadder en Kathleen Cools diezelfde Karel De Gucht ondervroegen over diezelfde Mireille Schreurs en datzelfde pakket Fortisaandelen.

Deze bijdrage wil het proces niet maken van de openbare omroep. Televisie is nu eenmaal het machtigste medium, en de VRT is nu eenmaal de zender met de meest en drukst bekeken politieke programma's. De journalisten snijden de thema's aan die de Wetstraat beroeren en ze zijn getraind in het stellen van de vragen die de kijker, de burger, de kiezer zich ook zou stellen. Dus sijpelt vandaag op de VRT sneller en duidelijker dan elders het debat door zoals 'het land' dat voert. En het zal inderdaad wel zo zijn: ook het publiek vertrekt van het vermoeden van schuld.

Dat bij de gewone man die attitude spontaan opwelt, tot daar aan toe. Je werkt bij Bekaert, bij Opel, bij UCO, en ineens verlies je je job. Of je hebt wat spaargeld belegd in aandelen en je ziet je financiële reserve verdwijnen. Of je hoort bij de reeds honderdvijftigduizend (150.000) Belgen die afhankelijk zijn geworden van voedselhulp. En dan hoor je van een minister die mogelijk illegaal een stevig aandelenpakket verpatst.

Maar waarom echoën die reflexen zo gemakkelijk door in uitspraken en teksten van journalisten en politici? Wordt het verhevigd door het rekkelijker worden van het begrip 'pers' en door allerlei nieuwssites die zich al bij de media kunnen rekenen? Lees volgend integraal geciteerd bericht van de Skynetnieuwssite: "De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen onderzoekt of Karel De Gucht en zijn vrouw Mireille Schreurs met voorkennis een pakket Fortisaandelen hebben verkocht. Lijst Dedecker ruikt alvast onraad..."

De drie puntjes zeggen niets, en alles. Ze vatten namelijk de essentie van Het Nieuws: 'wacht maar'. 'Er zal wel iets zijn.' 'De Gucht heeft toch wel zwaar de schijn tegen.' En kan een minister met de schijn tegen nog wel optimaal functioneren? Moet die geen stap opzijzetten, zoals dat eufemistisch heet? Terwijl iedereen weet dat wie opzijstapt op een valluik trapt dat in de beste traditie van de Nero-strips direct naar de kelderverdieping leidt. En als één site het nieuws eenmaal brengt, volgen de andere. Daarna de radio- en tv-zenders, en ten slotte de kranten en tijdschriften.

Waar media zijn, dringen vervolgens andere politici samen. Ineens rook zelfs VB-voorzitter Bruno Valkeniers zijn kans. Dat op zich is al nieuws, want Valkeniers is de politieke evenknie van een Germinal Beerschotspits: de man die nooit een kans ziet en in het uitzonderlijke geval dat zulks toch gebeurt, die prompt verknalt. Deze keer diende Valkeniers onmiddellijk klacht in tegen De Gucht, en hij deed dat zowel bij het Brusselse als het Gentse parket. Het zal wel een populistische opmerking zijn, maar een overwerkt gerecht dat er in geen twaalf jaar in slaagde een deugdelijk onderzoek te voeren naar de moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer schoot nu snel in actie. Ineens bleek dat zowel én Brussel én Gent al een vooronderzoek naar de Bende van Berlaar hadden geopend.

Casus 2

Fientje Moerman

Vraag aan ministers, parlementsleden of hun medewerkers hoe het zo ver kon komen, en drie op de vier wijzen naar dat nieuwe politieke fenomeen: Lijst Dedecker (LDD). De terugkeer van de politicus-onderzoeksrechter, volgens zijn critici van de politicus-inquisiteur. Dedecker werkt als een magneet op allerlei klokkenluiders, die hem vinden als ze een schandaal bevroeden. Deels zal die uitleg wel kloppen. In een onbewaakt moment pochte Dedecker zelf met zijn goedgevulde portefeuille aan scandalitis: dat hij nú al weet had van een prachtig schandaal bij wegenwerken, maar dat hij niet alle pijlen tegelijk verschiet en dat hij dit topdossier reserveert voor kort voor de verkiezingen van 2009. Hij is wel goed, onze Jean-Marie, en de moderne Robin Hood schiet nog altijd op de rijken, maar hij weet vooral wanneer hij aan het volk geeft: als hem dat zelf het best uitkomt.

Anderzijds heeft Dedecker hard gewerkt aan die status, en ook zelf risico's genomen. Het was Lijst Dedecker die, ongeveer als enige formatie in het Vlaams Parlement, enige credibiliteit gaf aan de krasse beschuldigingen van topambtenaar Rudy Aernoudt aan het adres van minister Fientje Moerman. De rest van de Vlaamse regering (gedwee en schaapachtig gedekt door de meerderheid) reageerde in eerste instantie door Aernoudt te ontslaan. Zaak opgelost, zo leek het. Tot Vlaams ombudsman Bernard Hubeau in zijn rapport sprak over "elementen van onbehoorlijk bestuur", en Fientje Moerman meteen kon vertrekken. Dat wekte opschudding, al ontnam Moerman met haar snelle ontslag de Vlaamse politici elke zin voor initiatief om die onbehoorlijke elementen verder uit te spitten, en bijvoorbeeld nader onderzoek te voeren naar de man die datzelfde rapport omschreef als "een zekere heer Serraes".

Dat laissez aller laat LDD toe om vorige week alweer een persmededeling rond te sturen over de peperdure federale kabinetten. Die zullen 20 tot 30 procent meer kosten in 2009 dan in 2007. Wat Dedecker verzwijgt, is dat de kabinetten in 2007, met de maandenlange formatie, al die tijd onderbemand en zelfs zogoed als leeg waren.

Jean-Marie Dedecker heeft vandaag het feitelijke monopolie op de politieke onthulling. En wie succes heeft, wordt niet alleen gevreesd maar ook bewonderd. Dedecker bevindt zich in eenzelfde staat van genade waaraan elke sp.a'er zich laafde toen Steve Stevaert zijn 'days of wine and roses' beleefde. Toen was elke socialist ineens hip en kreeg hij gemakkelijk toegang tot de media. Zo is vandaag niet alleen LDD-parlementslid Jurgen Verstrepen een steeds luidere stem in het parlement, maar stijgt in de Kamer ineens ook het soortelijk gewicht van partijgenoten als Rob Van de Velde.

Casus 3

de VRT-top

Maar waarom vindt niemand een alternatief voor de methode-Dedecker? Waarom bijvoorbeeld niet dieper graven, structureler of systematischer werken? Waarom zich concentreren op het schandaal, het persoonlijke verhaal, en niet ingaan op oorzaken, systematiek, beleid? Dat wil niet zeggen dat het bovenspitten van schandalen per definitie antipolitiek is. Het is van alle tijden en van alle landen. In de VS jaagt het gerecht dezer dagen achter Dick Cheney, in Frankrijk moet Dominique de Villepin zich verantwoorden. Ook al wezen de absolute bedragen die Knack deze week afdrukte over de onkostennota's van de voormalige VRT-top absoluut niet op een miljoenenfraude, het tijdschrift deed in deze zijn job. De mentaliteit die sprak uit een aantal 'bonnetjes' van de tortels Van Hecke - Geysen was inderdaad op het beschamende af. Tegelijk verdedigt ex-VRT-baas Tony Mary zich als een duivel in een wijwatervat en heeft hij wél een verklaring voor zijn Comme Chez Soi-rekening. Maar in alle media staan de foto's van Geysen, Van Hecke en Mary samen, en het publiek scheert hen over dezelfde kam. Het amalgaam regeert. En terwijl het parlement toekijkt, laven Carl Decaluwé (CD&V) en Jurgen Verstrepen (LDD) zich aan de val van Geysen.

Dat Moerman het gelag betaalde en Serraes niet, komt bijvoorbeeld omdat de 'parlementaire onderzoekscommissie' de facto werd afgeschaft. Er is er nu weer eentje in de Kamer over fiscale fraude, maar de recentste voorganger dateert uit paars I (dioxine-, Lumumba-, Sabena- en Grote Meren-commissie), en de laatste Vlaamse moet de commissie Scheepskredieten uit 2000 geweest zijn. onder impuls van Karel De Gucht. De federale meerderheid weigerde vorige maand halsstarrig om een onderzoekscommissie over de bankencrisis te moeten instellen, zoals de sp.a vroeg.

Zo'n onderzoekscommissie heeft voor- en nadelen. Nadelen zijn de overmijdelijke opstoot van scandalitis, van geruchten. De commissie Mensenhandel gaf bijvoorbeeld ampleur aan een boef als wijlen Dirk Trioen. Maar het voordeel is dat die schandaalberichten publiek onderzocht worden, en vals dan wel juist bevonden. Zonder instrument als een onderzoekscommissie rest alleen het aanbrengen van het schandaal. De fase van bewijzen, rapporteren en vooral concluderen blijft uit. Het Vlaams Parlement zag vorig jaar Fientje Moerman opstappen, maar een onderzoekscommissie 'Kabinetten' was niet nodig. Datzelfde Vlaams Parlement zag deze week ex-VRT-manager Bettina Geysen struikelen over haar uitgelekte onkostennota's. Daar blijft het dan weerom bij: schandaal, een vrouw die vertrekt. En op naar het volgende schandaal.

Casus 4

Fortis

Het gerecht speurde niet alleen naar het echtpaar De Gucht. Ook de voormalige Fortistop en de Belgische regering worden beticht van allerlei malversaties. Zo was er het ophefmakende bericht dat de "vzw Dolor (die ontevreden Fortisbeleggers zegt te groeperen) liet weten dat Yves Leterme en Didier Reynders al op 20 en 21 augustus vergaderden met de Fortistop". Een huiszoeking bij 'Dolor' - of beter bij Hendrik Boonen, want zo heet die eenmans-vzw voor burgerlijke stand - leverde vooral lege dozen op, maar niet één hard bewijs voor de krasse uitspraken. Pas achteraf herinnert men zich dat Hendrik Boonen een verleden heeft. Het lijstje dat De Standaard opmaakte, deed de ogen knipperen. Na een passage bij Amada (een jeugdzonde) zat de man bij de Volksunie (1982-'88), bij de Nieuwe Partij (antimigranten, 1988-'89), bij de Partij Voor Christelijke Solidariteit (antiabortus, 1989-'91), bij de Partij voor de Kleine Man (hijzelf dus, 1992-'95), bij Waardig Ouder Worden (1995-'96), bij ROSSEM (1996), bij het mislukte Unie voor Democraten / Democratische Unie (1997), nadien bij Ward Beysens Liberaal Appel (2003), het extreem rechtse Fervent Nationaal (2004) en nu bij Hugo Coveliers VLOTT (2006), waarvoor hij zetelt in de OCMW-raad van Deurne.

Hoe kan zo'n man, vraag je je achteraf af, het land zozeer in beroering brengen, het gerecht inschakelen, de Fortistop in opspraak brengen? Misschien omdat het nieuws te lekker klonk om te laten liggen? Omdat we het wíllen geloven? Of omdat we in deze complexe tijden voortdurend met zoveel informatie bestookt worden, zo moeilijke informatie ook, over Fortis, Dexia, Ethias, Kaupthing, FSA, Ethias, noem maar op, dat het publiek geen precieze gegevens meer absorbeert? Dat alleen de veralgemening overblijft, het amalgaam: het zijn allemaal zakkenvullers. Politici evengoed als bankiers, want die zitten nu letterlijk in dezelfde achterkamertjes.

Zo was gisteren een van de merkwaardigste berichten het 'nieuws' over de nieuwe topman van Fortis nv. Die heet Karel De Boeck, werkt al sinds 1976 voor de Generale Bank, later voor Fortis en nadien voor ABN Amro. Nu is hij dus de nieuwe nummer één van Fortis Holding. En hij krijgt een jaarsalaris van 800.000 euro, plus bonussen. Maar niet wie Karel De Boeck is, niet wat Karel De Boeck moet of zal doen, wel louter wat Karel de Boeck zal verdienen was groot nieuws. Kan dat wel, zo'n bezoldiging?

Ja, kan dat wel? De Boeck verdient een fractie van de 4,57 miljoen euro die zijn voorganger Jean-Paul Votron in 2007 opstreek. Het nieuwe Fortis stelt natuurlijk minder voor dan het oude. Maar: het nieuwe Fortis mag wel uitgekleed zijn, het bepaalt wél de beurskoers en dus de waarde van de Fortisaandelen. In die zin is de manier waarop De Boeck zijn job zal invullen cruciaal voor al die duizenden 'kleine aandeelhouders' die nu met een hoop waardeloos waardepapier zitten opgescheept. Veel Belgen kunnen maar hopen dat De Boeck de bodemkoers van het Fortisaandeel kan opkrikken en zo hun verloren beleggingen/'spaargeld' recupereert. Is een loon van 800.000 euro dan (te) veel? Ja, voor zover alle toplonen schromelijk overdreven zijn in een land met een gemiddeld gezinsinkomen van 2.460 euro per maand voor een echtpaar en 1.345 euro voor een alleenstaande. Als toplonen onethisch hoog zijn, dan ook dat van de nieuwe Fortistopman.

Maar afgezien van dat brede debat zou de invulling van de job van Karel De Boeck beter meer aandacht krijgen dan zijn inkomen. De fixatie op toplonen is stilaan ziekelijk. Dat geldt voor alle betrokken partijen, ook voor Fortis. Het bedrijf communiceerde al over het loon van de nieuwe topman, maar was nog niet in staat het eigen personeel meer duidelijkheid te geven over de toekomst. Doch gesteld dat Karel De Boeck in zijn onmogelijke taak zou slagen en het Fortisaandeel weer tot een meer aanvaardbaar niveau zou kunnen optillen, dan zal hij zijn hoge inkomen dubbel en dik hebben terugverdiend.

Nogmaals: dat de plots werkloos gevallen DAF-arbeider schuimbekt bij dergelijke lonen, tot daar aan toe. Diens leed kan trouwens gemilderd worden door te zorgen voor betere werkloosheidsuitkeringen en verbrekingsvergoedingen. Maar dat is nog niet gebeurd, en wellicht is het vacuüm van twee jaar non-beleid van Leterme I ook een verklaring waarom de politiek zich heeft vastgereden in scandalitis. Omdat het ontbreekt aan beleid, aan politiek. En dus belandde zelfs de eerste klasse van de Wetstraat zelf in het moeras van die antipolitiek. Voorbeelden?

- Eerste minister Leterme, die in een parlementaire discussie met Peter Vanvelthoven over de toplonen meteen roept: 'Herman Verwilst!' - ex-kabinetschef van Willy Claes en SP-senator, en dit jaar kortstondig CEO van Fortis. Omdat Verwilst, luidens een krantenbericht, mogelijk een (inderdaad hallucinante) miljoenenpremie zou kúnnen opstrijken. Wij herhalen: Mogelijk. Zou. Kunnen. Maar die speculatie is wel het hoofdpunt in de repliek van de eerste minister.

- Diezelfde Peter Vanvelthoven, nochtans een degelijke man, ontwikkelde vorige week zelf volgende redenering: Karel De Gucht raadde zijn vrouw aan níét te verkopen. Dus gaf hij haar informatie. Dus had zij voorkennis. Dus De Gucht heeft een probleem. Wat voor een onzindelijke jezuïetenredenering is dat voor een socialist?

- Koning Albert krijgt vanuit CD&V-hoek kritiek op de wettelijke indexering van zijn dotatie. Meer was er niet gebeurd: de toepassing van de wet. Maar die wet is voor Albert gunstiger dan voor zijn onderdanen, en dat deed het 'm natuurlijk. Gevolg: fora op internet en lezersbrievenrubrieken lopen over van verontwaardiging over die profiteurs van Laken. Vroeger sprak men van 'afgunstsocialisme'. Vandaag zitten we in een sfeer van minstens zo nijdig en ranzig 'jazoeliepopulisme'.

Want zo gaat dat met een epidemie: zelfs gezond volk raakt besmet.

En van de weeromstuit moet de eenzame waarnemer de verdediging op zich nemen van de koning (ook al is hij republikein), van een Fortistopman (ook al vindt hij die toplonen an sich veel te hoog), van een minister van Open Vld (ongeacht of hij nu al dan niet op die partij of die minister zou stemmen), enzovoort.

Of hoe het amalgaam in de Wetstraat leidt tot tegennatuurlijkheid in het denken en zeggen, tot verwarring in het land, en verdwazing in de geesten.

Jean-Marie Dedecker heeft vandaag het feitelijke monopolie op de politieke onthulling. En wie succes heeft, wordt niet alleen gevreesd maar ook bewonderd

Wellicht is het vacuüm van twee jaar non-beleid van Leterme I ook een verklaring waarom de politiek zich heeft vastgereden in scandalitis. Omdat het ontbreekt aan beleid, aan politiek. En dus belandde zelfs de eerste klasse van de Wetstraat in het moeras van die antipolitiek

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234