Donderdag 18/07/2019

'Het is zo Vlaams, die verliefdheid op de eigen vernedering'

'Zo speel ik veel personen in mijn ééntje.' Een tekstfragment van een van zijn favoriete personages, Richard II, vat het aardig samen. Om al die taalregisters open te zetten, komt Tom Lanoye zelden toe met één figuur. Hij gaat bij voorkeur voor een groep.

Tom Lanoye: "Ze komen automatisch, eigenlijk. Je ontwerpt een ge-schiedenis van ie-mand die beeldend moet zijn, metaforisch genoeg voor de moderne mens. In Het derde huwelijk bijvoorbeeld is dat een alleenstaande, zeurende, naar vroeger terugverlangende Euro-peaan die ooit iets was in de filmindustrie, ontslagen is, maar wel iets heeft met beelden.

"Dat is de arena creëren, maar het echte werk blijft toch altijd: hoe spréékt hij dan? Ik ben zo'n theatraal retorisch iemand... Daarom schrijf ik ook veel toneel en zit daar een grote kruisbestuiving met mijn andere werk: al mijn personages zijn opgebouwd uit taal."

Zijn personages bij jou ook niet vaak exemplarisch voor een maatschappelijk thema dat je wilt fileren? Emblemen waarop je je woede of je kritiek kunt projecteren?

"Het is altijd een beetje van de twee. Ik ga binnenkort een monoloog schrijven, wat ik nog nooit gedaan heb, en nog wel voor Viviane De Muynck. Dat is uitdagend, maar het is een uitzondering. Meestal heb ik het toch meer voor grote gezelschappen, ook in mijn boeken.

"Niet dat ik daar volgende week opnieuw aan wil beginnen, maar in Het goddelijke monster zit zestien man of zo. Die moet je als een Chinese bordengoochelaar allemaal in beweging houden, die moeten allemaal ergens zijn en iets denken tijdens het hoofdstuk over de Witte Mars. Daarnaast hebben ze ook hun eigen hoofdstuk en verhaal, en hun eigen taal.

"In Ten oorlog is dat nog extremer, daar heeft elke koning zijn eigen taalregister. De rest past zich aan. Als er iemand wegloopt, dan spreken ze meteen ook een andere taal. De Modderfok-ker, onze Richard III, spreekt in een mengvorm van plat Engels-Nederlands-Vlaams, met stoplappen van alles wat wij binnenkrijgen, van Motown-songs tot slechte B-fims. Als er dan mensen uit zijn clan weglopen, nemen die weer de taal aan van het stuk daarvoor.

"Als de Modderfokker in zijn cynische macht alle grenzen van menselijkheid en wreedheid overschrijdt, dan explodeert ook zijn vocabulaire, grammatica, dan moet zelfs de vijfvoetige jambe eraan geloven.

"Uit Ten oorlog komt ook het fragment dat mijn lijfspreuk geworden is, van onze Richaar Deuzième, de koning-diva-acteur, die vlak voor zijn dood zegt: 'Zo speel ik veel personen in mijn eentje, en geen voelt zich voldaan noch recht gedaan, maar wat het is dat ik ook ben, noch ik noch enig mens die mens is en niets meer, kan ooit tevreden zijn met iets, totdat hij vrede neemt met dit: de mens is niets.'

"Dat is mijn credo: veel verschillende mensen scheppen die samen dé mens vormen en tot de conclusie komen dat het in wezen niets is, maar intussen wel geleefd hebben vóór de dood, die volop schoonheid en passie hebben ervaren."

In zo'n breed tableau: hoeveel van de personages zijn fragmenten van Tom Lanoye zelf, en hoeveel zijn er je totaal vreemd?

"Het is onvermijdelijk dat ze allemaal een band met jezelf hebben, niet noodzakelijk omdat je ze zelf voor een stuk bent, maar al was het maar omdat je denkt ze te kennen.

"Ik beklaag de schrijvers die met één personage toekomen om hun verhaal te vertellen. Hoe meer ik met toneel bezig ben, hoe meer je merkt dat er verschillende mogelijkheden van jezelf en je eigen leven zijn, hoe meer je je temperament en karakter mee vormgeeft door die helemaal in een gekozen arena te laten evolueren. Voor een deel zijn dat allemaal 'Second Lives', zeker? Iemand die anders schrijft, loopt het risico geen personen van vlees en bloed te hebben, maar bordkarton.

"Je moet wel je schema's maken, je personages moeten in balans zitten met elkaar. Ze mogen elkaar niet overlappen. In de familie Deschryver vullen ze elkaar aan, dat is een mozaïek rond de lege plek die Katrien is. Die bestaat eigenlijk niet, die zwijgt, een beetje als Yvonne (in 'Yvonne, prinses van Bourgondië', red.) bij Witold Gombrowicz...

"Dat is ook een voordeel van veel met toneel bezig zijn: het levert je een palet aan referentiepersoonlijkheden op, die je kunt boetseren tot ze voldoen aan jouw vereisten en wensen."

Pas dat eens toe op stamvader Leo Deschryver, gemodelleerd naar Beaulieu-stamvader 'boer Clerck'. Lees je dan diens biografie, research je krantenartikels, probeer je reële anekdotes mee te nemen?

"Als dat past. Als hij zijn auto op de pechstrook zet en over de vangrail naar zijn fabriek stapt, zoals een boer over de beek naar zijn land gaat, boos omdat er voor hem persoonlijk geen afrit op de snelweg is gemaakt. Dat draagt zo veel betekenissen met zich mee dat je het niet beter had kunnen verzinnen.

"Maar ik kén dat type ook. Mijn oudste broer zat zijn hele leven in de horeca. Als ik ooit een vierde deel aan de Wase trilogie zal toevoegen, zal het over hem gaan. Hij, de oudste, meest getalenteerde zoon van een 'Napolitaanse' moeder, die hem erg bewonderde. Een rebel die in Eindhoven, in het buitenland godbetert, ging studeren. Grafisch ontwerper dan nog, iets waar niemand in Sint-Niklaas van vermoedde dat het bestond. Die dan in plaats van te studeren een provo-café opendeed, die mij verhalen kwam vertellen over zijn ontmoetingen met Johnny The Selfkicker en Simon Vinkenoog.

"Op een dag vertelde hij me dat hij manager van Ferre Grignard was geworden. Geen idee of dat klopte, hij was een volslagen mythomaan. Bijna naadloos is hij dan van anarchie en provo naar het horecamilieu in het Waasland gestapt, en naar de donkerblauwen. (lacht)

"Er loopt een mooie lijn van het anarchisme naar het je m'en foutisme. Zoals de Fernand Hut-sen van deze wereld zich wijsmaken dat ze nog rebel zijn omdat ze wat Delvoyes hebben gekocht.

"Dat is mee voedsel om Leo Deschryver gestalte te geven: de straffe, maar niet altijd ware verhalen, de zelfoverschatting, het zaak na zaak beginnen... Er zijn weinig mensen in Sint-Niklaas die nooit geld geleend hebben aan mijn broer. (lacht) En het zou me verwonderen als er veel zijn die dat geld ooit hebben teruggezien... Een ongelooflijke sfeermaker, de zelfenscenering van a minor Tony Soprano in het hart van de ter ziele gegane textielstad Sint-Niklaas.

"Ik heb zelf van mijn veertiende tot mijn zesentwintigste in die horeca gewerkt - niet alleen mevrouw Homans heeft in haar jeugd gewerkt (lacht) - en ik heb er veel van geleerd. In dat soort restaurants zag je ook behoorlijk wat Leo Deschryvers rondlopen. De jetset, waarvan de kinderen ook in mijn college les kregen van Anton Van Wilderode en van wie sommigen voor hun achttiende een Porsche cadeau kregen. Ik ken dat milieu."

Toen ik destijds de scène las waarin je het bezoek van Jean-Marie Dedecker aan Dutroux beschreef, dacht ik: nooit heb ik de man beter psychologisch gefileerd gezien.

"Er zijn zeker twee manieren om op jonge leeftijd 'de mens' te leren kennen. Ofwel de hoer uithangen, waarvoor ik fysiek helaas niet in aanmerking kwam, of garçon spelen. Dienstbaar- heid tegen betaling, en soms tegen je goesting. Je leert daar veel van.

"Als je bovendien van jongs af aan weet dat je homo bent, daar in alle onzekerheid mee moet schipperen en je weet dat je vroeg of laat dat ene gesprek met je ouders moet hebben dat in Sprakeloos staat... Dat onderscheidt de homo van de hetero: dat gesprek, want ook als je dat niet aandurft, littekent het je. Het leert je ook wat seksualiteit kan doen met mensen en hun verhoudingen. Je wordt daardoor amateur-psycholoog, je leert de betekenis van kleine woorden en grove moppen te vatten, je ontwikkelt daar een grotere gevoeligheid voor.

"Ik heb voldoende Jean-Maries bediend in mijn garçonjaren. Die eeuwige, zichzelf aangeprate verongelijktheid waarbij je de underdog kunt zijn, én rebel én Rambo in één. Heel Vlaams, die verliefdheid op de eigen vernedering, om dan daarin de verontschuldiging te vinden om Rambo te mogen zijn, waarna het existentiële excuus volgt: 'Ach, ik zit nu eenmaal zo in elkaar'; waarop de vergiffenis volgt, die opnieuw een vernedering betekent... Een perpetuum mobile van zelfbeklag en eigendunk."

Als je de hele mozaïek van je personages samenlegt, is misschien wel 'la Flandre profonde' je hoofdpersonage.

"Dat wil ik Vlaanderen niet aandoen. (lacht) Ik denk toch dat ik in een Vlaamse setting heel universele thema's aankaart. Het stopt daar niet. In Wallonië word ik nu veel gelezen en gevraagd, en niet omdat ik hen een bevestigende karikatuur van Vlaanderen lever, maar eerder omdat ze zichzelf erin herkennen. Dus schrijf ik al op zijn minst over een 'belgitude'. Maar die verkoopt van Parijs tot Zuid-Afrika, dus heb ik het gevoel dat de metaforische kant ervan redelijk universeel is.

"In Zuid-Afrika kreeg ik ooit last van mijn keel. In het ziekenhuis trekt de man van het intake-gesprek plots wit weg. Dus denk ik: lap, dit is minstens ebola of de definitieve tumor. (lacht) Nee, die mens bleek op de universiteit van Stellenbosch zijn eindverhandeling te hebben gemaakt over Bruno Deschryver en de seksualiteit volgens Foucault en de machtsverhoudingen binnen een kleine gemeenschap in het hart van Europa. Hij kon niet geloven dat ik daar binnenstapte. (lacht)

"Het particuliere goed beschrijven, tekent vaak de hele wereld. Ik maak me sterk dat wij hier in België beter gewapend zijn om over identiteit, migratie en dat eeuwige couveusekind van de democratie te schrijven dan bijvoorbeeld de Nederlanders, die twee kogels voor Fortuyn en Van Gogh nodig hadden om een debat te beginnen dat bij ons al een paar decennia bezig was."

Is het verschil groot: werken met fictieve personages of schrijven over je moeder?

"Het laatste is moeilijker. Omdat je dan altijd mensen hebt die, ook al zijn ze er niet meer, over je schouder meelezen en de naden en de littekens van het Frankensteinmonster zien dat je als schrijver van hen maakt. Want je moet verdichten, veranderen, klemtonen leggen, zaken negeren en andere uitvergroten, tot je een beeld van iemand creëert dat totaal anders zou zijn als iemand anders ermee aan de slag ging.

"Mijn verhaal is nu hét verhaal van mijn moeder, niet dat van mijn zus of broer. En mijn verdichting wordt dan weer het enige wat de wereld van mijn moeder overhoudt. Dat levert schroom op, hoe dan ook. Schrijven is soms het vernietigen van een persoon om er een personage van te maken. Alleen via een juiste constructie van haar spraak, plus af en toe pure fantasie, probeer je haar recht te doen. Ik was opgelucht dat broer en zus het goed gedaan vonden.

"Het hielp ook niet dat ik haar doodgraag zag: een afrekening zou gemakkelijker geschreven hebben, denk ik. Haar genadedood, waar we veel te lang mee gewacht hebben, raakt ook iets wat me, ouder wordend, steeds meer bezighoudt: die langzame genocide van familie en vriendenkring, het lijden dat ermee gepaard gaat, en hoe dat lijden filosofisch en existentieel eigenlijk onnuttig en onrechtvaardig is.

"Hoe bestrijd je dat gevoel? Ik doe steeds meer wat mij geleerd is: wroeten en dóórgaan. Ik heb eigenlijk geen trauma's, maar het is er wel ingedramd dat er gewerkt moet worden. Ik kan nog steeds moeilijk nietsdoen zonder schuldgevoel. Dat workaholisme is er ingetrapt."

Ziehier, ik heb eindelijk de hardwerkende Vlaming gevonden.

"Het is niet omdat je het omschrijft en fileert in al zijn nutteloze aandoenlijkheid, dat je er zelf geen last van zou hebben. Je ontsnapt er niet aan, en net daarom kun je het zo goed beschrijven. De kermis komt pas na de geseling. Eerst de taak, dan het vermaak. (lacht) Ik hoor haar nog tegen mensen zeggen, wel wetende dat ik in haar gehoorsveld stond: 'Over zijn vader heeft hij al geschreven, die slagerszoon met het brilletje, maar over mij niet, ik ben dat niet waard.'

"De duizend kleine sneetjes van schuld en plichtsbesef die Napolitaanse moeders hun kroost serveren."

Gelukkig misschien, want hoe begin je anders aan een opdracht als Ten oorlog? Uit de weg, ik pak hier even alle koningsdrama's van Shakespeare en hun grofweg honderd personages aan...

"Dat was een zuivere kruising van hersens op nul en hoogmoed. Anders begin je er niet aan. En ook al was ik grote fan van regisseur Luk Perceval en voelde ik me heel vereerd met zijn vraag, ik heb eerst nee gezegd. Ik kreeg er geen greep op en ik zag ook geen vrouwenrollen, die ik altijd graag heb; nog zo'n erfenis van moeder.

"Perceval begon te zagen, stelde voor om al een eerste tekstcollage te maken. Slimme truc, want je voelt je dan toch minstens verplicht om dat te lezen, en na twintig minuten zit je te vloeken: 'Nee Luk, dit toch niet, je had dát fragment moeten nemen!'

"Na de lezing was ik kwaad, overmoedig en totaal zot. Dus heb ik het maar gedaan, niet goed beseffend waaraan ik begon. Voor het eerst in verzen geschreven ook. We gingen ook de hele mensheid en haar geschiedenis vertellen, aan hoogmoed was er echt geen gebrek bij die productie. Dus leg je jezelf de vijfvoetige jambe op, plus een eigen taalpalet per koning.

"Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik de lat zo hoog hebt gelegd, maar ik voelde me dikwijls als het jongetje in The Life of Pi, die na een schipbreuk alleen met een tijger in een bootje be-landt: in een oceaan van tekst dobberen met alleen Perceval die af en toe tevoorschijn kwam. Ik heb toen ook dingen over mezelf geleerd: die heel rare voldoening dat ik zat te werken op momenten dat anderen uitgingen en genoten. Ik dwing me nu om meer buiten te komen, dankzij René (Los, zijn partner, YD) ben ik niet de weg opgegaan van een Sam Dillemans-leven.

"Maar ik herken dat wel, zo was ik vroeger ook, totaal monomaan met die tekst bezig. Binnenblijven hoorde bij het zelfopgelegde hogepriesterschap van het schrijven. Bullshit natuurlijk, totaal vals, maar toch, het idee dat bloed moet worden geplengd voor grootsheid, dat je moet lijden voor de kunst. Gelukkig wordt dat met de jaren minder."

Wie van de twee Richards is je favoriet: nummer twee, de koning-kunstenaar, of nummer drie, het vleesgeworden kwade.

"Ze zijn elkaars spiegel, natuurlijk. Ze ensceneren allebei hun macht, de Modderfokker zeer cynisch, Richaar Deuzième op een eigenlijk heel schone manier, in een heel schoon stuk dat in de tijd van Shakespeare maar één keer gespeeld is, want een koning die zijn eigen kroon afgaf, dat was toen niet echt done. Richaar Deuzième is ook gelaagder. Er zit een hoofse acteur in hem, een feodale vorst én een relnicht à la Paul de Leeuw, iemand die leeft voor de kunst en denkt zich daarom alles te kunnen permitteren.

"De Modderfokker zit dichter bij de Gilles De Rais-figuur, de middeleeuwse lust- en massamoordenaar over wie ik schreef in Bloed en ro-zen. Op het einde van Ten oorlog, na twaalf uur theater, organiseert de Modderfokker de macht én de onmacht, de horrorshow en de echte gruwel, totdat hij er ook zelf aan kapotgaat.

"Is hij alleen maar cynisch of lijdt hij? Toen Jan Decleir een eerste lezing van de Modder-fokker deed, die in het stuk zijn twee neefjes kapotmaakt, waren net de lichamen van Julie en Melissa ontdekt. En ik had lang daarvoor al in de regieaanwijzing gezet dat hij zijn neefjes moest opeten. Waarop de Modderfokker desintegreert, ook uit de versvorm valt. Je wilt zo'n parallel niet, je zoekt dat niet, het komt toevallig samen op een repetitie in volle Dutroux-periode, wanneer je rotte structuren van een sa-menleving ziet: nooit was een stilte ijzingwekkender dan toen Jan die vernietigingsverzen voor het eerst voor de groep las. Bloedstollend. Maar ook, vrees ik: schokkend mooi."

BIO

Tom Lanoye

27 augustus 1958 in Sint-Niklaas

schrijver, dichter, columnist, theaterauteur, scenarist

woont en werkt afwisselend in Antwerpen en Kaapstad.

1985: prozadebuut Een slagerszoon met een brilletje

Enkele van de vele onderscheidingen

1995 Arkprijs van het Vrije Woord voor Maten en gewichten

2000 Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Ten oorlog

2003 Gouden Uil voor Boze tongen

2011 Henriëtte Roland Holst-prijs voor Sprakeloos

2013 Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden