Zaterdag 28/01/2023

Het is wit en het schittert

Weken waarin iets nieuws van schoonheid wordt ontdekt zijn het altijd net iets meer waard om te worden geleefd en ik prijs mij gelukkig, overvol als ik nog ben van mijn fonkelnieuwe vondst, een wielerwedstrijd, de Monte Paschi Strade Bianche, dwars door het de mens immer mild gestemde Toscane. Onder zijn troetelnaampje ‘Eroïca’ was deze omloop mij weliswaar al langer bekend, zij het dan voornamelijk als de roemruchte rit die elke wielertoerist één keer in zijn leven rijden wil. Het is voor die tocht dat fanaten de motten van hun wollen wielertruien kloppen, de spinnenkoppen van hun oude, roestige vehikels blazen en als historische evocaties van vooroorlogse wedstrijden in het zadel zitten. Dat wil ook zeggen dat men ’s ochtends een half koebeest ter ontbijt opvreet en men in de ravitailleringszone de achterzakken vult met tot steen gekookte eieren. De wielertoeristenversie van de Strade Bianche is ruimschoots bekender dan de professionele wedstrijd, heeft ook een langere geschiedenis, en wie weet is de dag nakend waarop tevens De Ronde Van Vlaanderen dit lot ondergaat en men ergens diep in Italië bij het woord ‘ronde’ aan een meute amateurs denkt, aan renners met zwembandjes van vet, midlifespek, lillend en trillend over de kasseien, eerder dan men het hoofd vol beelden van een wereldbekerwedstrijd laat lopen.

Natuurlijk is het de overwinning van Philippe Gilbert die mijn aandacht voor de professionele race (cat 1.1) heeft verscherpt, en ik moet hem daar eeuwig dankbaar om zijn. Want wat een prachtige wedstrijd is dat, zeg! 190 niet geheel onoverkomelijke kilometers, waarvan de eerste in het stadje Gaiole, waar Bernardo Bertolucci ooit de camera liet lopen toen actrice Liv Tyler traag haar minirok optrok. Vervolgens duiken de renners de heuvels van Chianti in. Plaatsnamen klinken ginds alsof men er met net iets meer gemak gelukkig zou kunnen zijn, ik maak het mijzelve gaarne wijs, Montalcino, Monteroni, en het om z’n goddelijke artisjokken geroemde Asciano. Het profiel van de rit is gekarteld als een rij onverzorgde tanden, met onder meer de Colle Pinzuto als kuitenbijter (stukken tot 15 procent) en de Monte Sante Maria, de oprijlaan van de hemel. Ik zeg het, ik ben gebeten door schoonheid, mijn doos met superlatieven staat open.

Maar zoals dat ook voor de wielertoeristenversie het geval is, wordt het karakter van deze wedstrijd bepaald door de onverharde wegen waarover moet worden gereden. De settori sterrati, 57 kilometer in totaal, onderverdeeld in acht segmenti. Iets wat in Roubaix wellicht een secteur zou heten. Hagelwitte wegen als de zon een handje toesteekt, zij worden roze gelijk goedkope tennisbaangravel in de regen. Slechts een enkel kilometertje asfalt scheidt het derde van het vierde segment, wat maakt dat de coureurs op die plaats hun tubes 19 kilometer lang over fijne steentjes schuren. De paadjes zijn er vaak niet breder dan een stadsparkwegel, doch eindeloos en lustig golvend en kronkelend. En het zou allemaal nóg mooier kunnen worden indien de organisatie het kreeg klaargespeeld dat de toeschouwers hun Fiatjes niet op het parcours zelf hoefden te parkeren.

Aankomstplaats is Siena, het is eens wat anders dan Kuurne, Meerbeke of Waregem. Recht naar omhoog, door de nauwe en ongetwijfeld naar looktenen riekende bochten van de Via Di Fontebranda, om dan uiteindelijk, in de beste aller werelden, de armen in de lucht te steken op Il Campo, in de schaduw van de Torre del Mangia. Ik heb mijn eigen boutade, namelijk dat de Muur van Hoei de mooiste slotkilometer aller wielerkoersen biedt, bij deze feestelijk aan diggelen geslagen. Met plezier, overigens.

De Omloop van de Eenheidsworst staat mij iets te vaak op de almanak. De Monte Paschi Strade Bianchi onderscheidt zich van duizend andere koersen, het is een wedstrijd met een eigen ziel, een uniek DNA. In de tabel van Mendeljev hoort een gloednieuw element te staan en ik wil het in alle onnozelheid doch plechtig noemen: Strade Bianchium. Dus ja, deze wedstrijd verdient het alleen al daarom om als een echte klassieker te worden beschouwd. En dat zowaar al na vijf edities. Trouwens, bekijk toch eens die jonge erelijst, nu hij nog op een post-it past: Kolobnev, Cancellara, Lövkvist, Iglinskiy en dus ook Gilbert. Daar lijken de lijstjes van vele ruimer erkende klassiekers kermiskoersen bij.

En dan druk ik nu vroom mijn knieën in het riet van een oude kerkstoel en smeek de verantwoordelijken van onze dierbare openbare omroep: zou u alstublieft de goedheid willen hebben om de Strade volgend jaar live op de buis te brengen. U bent toch in de buurt, op weg als u omstreeks die tijd altijd bent richting de Tyrreense Zee. Dank u.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234