Vrijdag 05/06/2020

'Het is winter en ik ben niet content'

(William Shakespeare/ Hugo Claus)

Nu gaan we het krijgen. Now is the winter of our discontent/ Made glorious summer by this son of York. 'Nu' is het jaar 1471. Koning Edward IV van York heeft in Engeland een eind gemaakt aan de Rozenoorlog. De huizen van York en Lancaster zijn elkaar lang genoeg in de haren gevlogen. Het is nu afgelopen. Maar Edwards broer Richard heeft de pest in. Nu al, now, hangt die saaie vrede hem de keel uit. The winter of our discontent mag dan voorbij zijn, Richard laat het vriezen dat het kraakt. De gebochelde Wille zur Macht dorst naar bloed en zet de oorlog gewoon keihard voort, maar deze keer tegen zijn eigen broers en al wie hem in de weg staat op zijn weg naar de troon. De openingsmonoloog van Richard III is het schuim op de bek van een pitbull. Het is een van Shakespeares vroege stukken en het bulkt van de woordpret. Een paradijs voor vertalers. Het begint al meteen met een woordspeling. In sommige edities staat zelfs sun of York. Edward zet een punt achter de Rozenoorlog, Shakespeare zet er een pun achter. En daar laten hij en zijn vertalers een heel zonnestelsel van gevoelens rond draaien: our discontent, 'ons grote wee', 'ons tergend zeer', 'ongenoegen', 'tegenzin', 'walg'. De tweede regel maakt pas duidelijk dat de discontent grammaticaal gezien over de voorbije oorlog moet gaan; maar de eerste regel heeft de toeschouwer al meteen op het verkeerde been gezet: Now is the winter of our discontent staat ook op zich, en met dat verkeerde been laat Hugo Claus zijn Richard uit bed stappen: "Het is winter en ik ben niet content." Punt.

Edward, het zonnetje in huis, heeft - aldus Richard - alle donkere wolken die dreigend boven York hingen, begraven in de oceaan. Hugo Claus laat ze in zijn vertaling voor het NTG met een kinderliedje in de zee zakken: "het lijkt dat die donderwolken van boven het dak van ons land gezakt zijn in de diepe zee." Het kleinste kind weet hier na vier regels van de monoloog al dat het niet de wolken zijn, maar dat het de zon is die het in de zee zal zien zakken. "Zon of regen, 't werkt al op mijn zenuwen. Zomer of winter, ik ben er tegen" (op zijn Gents en met dank aan Vincent Neyt); "vrede is mijne genre niet". Maar wat Richard er ook van vindt, Shakespeare laat de Oorlog in eigen persoon van zijn strijdros stappen en vredelievend door de vertrekken van wufte edelvrouwen huppelen, op een wulps muziekske. De bard bespeelt de woorden en al eeuwenlang danst de Engelstalige literatuur naar zijn pijpen. But I, ik, kijk naar mij, mismaakt, misdeeld, misprezen, ik "die niet gemaakt ben voor die fratsen en geen verliefde spiegel 't hof kan maken" (Willy Courteaux), "op speelsche kunsten niet gebouwd, noch toonbaar voor der lusten spiegel" (A. Roland Holst), "Ik - niet geschikt voor zulke gymnastiek, of voor vrijages met verliefde spiegels" (Gerrit Komrij), "niet voor gerollebol geschapen, verkeerd geëquipeerd om, voor de lol, mij voor een wrede spiegel af te trekken" (Tom Lanoye), "niet voor de minnesport gebouwd, noch om verliefde spiegels 't hof te maken" (H.J. de Roy van Zuydewijn), "kijk ik in de spiegel en zie ik die mismaakte vent dan keert mijn hart in mijn lijf" (Hugo Claus).

Elke vertaler vervormt en wie Shakespeare vertaalt, vestigt onvermijdelijk de aandacht op zijn vervormingen, zoals deze calque bij Claus: I, that am rudely stamp'd, "ik ben een gestampte boer". En de ene vertaling inspireert weer een volgende. Terwijl "de honden janken als ze mij zien manken" (Claus) maakt Lanoye zijn Richard "zo afzichtelijk van monstrousness/ Dat honden janken waar ik ook voorbijmank" - maar dan wel op het ritme van de jambische pentameter. Zo ontstaat een netwerk van vertalingen dat in niets moet onderdoen voor het web van geruchten en roddels dat Richard om zich heen spint: Plots have I laid, inductions dangerous, "houd u vast, gasten, ik heb strikken uitgezet, zo'n netwerk van laster en kwaadaardig gezever" (Claus). Daarmee speelt hij zijn twee broers Edward en George tegen elkaar uit.

Edward gelooft in een profetie die voorspelt dat een zekere 'G' onder zijn erfgenamen zijn ondergang zal betekenen. Meteen wordt George verdacht. Hij legt zelf uit waarom: And for my name of George begins with 'G',/ It follows in his thought that I am he. In Lanoyes versie: "And because 'George', my name, begins met 'G', ben ik de klos, ben ik plots de risee". Plots weerklinkt hier de echo van Richards plots en even later wordt broer G[eorge] inderdaad omgebracht. Maar als de voorspelling al enige waarde heeft, dan slaat ze natuurlijk op de G van Richard, hertog van Gloucester. Of op Shakespeare zelf, de God van zijn schepping. Richard is Gloucester, George de klos, Shakespeare the Greatest. En Gij? I am he. Wie zou het niet willen, Shakespeare zijn? Would-be or not would-be. En wat is daartoe een beter middel dan vertalen? Ton Naaijkens noemt de Ten Oorlog-vertaling van Lanoye een vorm van postmoderne aemulatio, in tegenstelling tot de pogingen van bijvoorbeeld Komrij om de tekst te imiteren. Maar of het nu imitatie, wed- of naijver is, Shakespeare blijft in het zonnige middelpunt staan. "I still kill my time door at my shadow in the sun te gluren" (Lanoye), "ik kan alleen nog maar mijn eigen schaduw zoeken in de zon" (Komrij). Blaakt Shakespeare intrinsiek dan zodanig dat hij zoveel schaduwen doet werpen, of is het omgekeerd dankzij zoveel schaduwen dat hij zo lijkt te blaken? De rollen zijn zo verdeeld als meningen. Dankzij de vertalingen krijgt de malcontente Richard III telkens weer zijn zin. Elke vertaling helpt hem weer in het zadel, al meer dan vierhonderd jaar. Maar als vadermoordenaar in 't diepst van zijn gedachten weet natuurlijk elke listige vertaler dat hij de koning uiteindelijk ook zijn paard kan ontzeggen. Zonder zijn talloze volbloedvertalers stond Shakespeare nu, now, misschien op het slagveld van de literatuur te janken als Richard III op het einde van zijn stuk: A horse! A horse! My kingdom for a horse!

Dirk Van Hulle

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234