Maandag 24/01/2022

Het is weer de schuld van de bakfietsouder

Waarom sturen goed menende 'bakfietsouders' hun kinderen niet naar gekleurde scholen? En waarom heb ik zelf in Borgerhout geen Poolse of Marokkaanse vrienden gemaakt? Lotte Beckers steekt alvast de hand in eigen boezem.

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Zodus: ik heb bijna tien jaar in Antwerpen-Noord gewoond, niet ver van de Turnhoutsebaan. Het was er fijn wonen. Ik hield van het leven op straat, de Turkse winkel waar ik fenegriek en andere exotische kruiden vond en de honingzoete chebakia die de Marokkaanse bakker verkoopt tijdens de ramadan. Mijn haar liet ik knippen bij de Iraakse kapper om de hoek en ik ging een tijdje voorlezen bij een Armeens gezin. Maar vriendschappen met mensen van andere origine? Nee, die heb ik daar niet aan overgehouden.

Vorig weekend werd in de deze katern door een leerkracht in een Antwerpse concentratieschool een lastige vraag gesteld: waar blijven de zogenaamde bakfietsouders? Haar kleuterklas zit in een mooi, gloednieuw gebouw, maar elke ochtend ziet ze hoe de buren hun kinderen in de bakfiets hijsen en wegfietsen, naar een andere school. Daar heeft ze het moeilijk mee. Die gezinnen zijn zogezegd open van geest, maar ze proberen het niet eens.

Een opmerking die prikt en op tenen trapt, zo blijkt uit de reacties. Akkoord: bakfietsouders, dat is een containerbegrip. Laten we ze progressief noemen. Jonge, welwillende mensen die openstaan voor diversiteit en graag wonen in Borgerhout, Molenbeek of aan Dampoort. Die er straatfeesten organiseren en buurttuinen onderhouden. Maar die ook - eerlijk is eerlijk - niet veel verder geraken dan de spreekwoordelijke tajine in het Marokkaanse restaurant om de hoek.

Hoe komt dat? Waarom heb ik geen Poolse vriendin gemaakt of nooit op de kinderen van mijn Chinese overburen gepast? Waarom werkt op deze redactie geen collega van Marokkaanse afkomst en waarom ben ik nog nooit uitgenodigd op een Turks trouwfeest?

"Omdat mensen van onze generatie nooit hebben geleerd hoe je je in een superdiverse buurt moet integreren. Ze hebben gewoon de skills niet", stelt historica Tina De Gendt vast. Voor haar boek Turkije aan de Leie bracht ze de Turkse migratie naar Gent in kaart en via haar man, een Turkse Gentenaar, heeft ze nauw contact met de geboren en getogen Turkse bewoners van de Gentse Dampoort. Maar via haar schoolgaande kinderen ook met de bakfietsende nieuwkomers in de wijk, en ze ziet elke dag hoe moeilijk het is voor die groepen om elkaar te vinden.

Zonder reële voeling

In haar stad ziet ze veelal inwijkelingen, vaak West-Vlamingen die een huis kopen in wijken die decennia achterstelling met zich meezeulen. Het zijn progressieve mensen die zich daar vestigen, met een open geest en veel enthousiasme, maar zonder reële voeling met de buurt.

"Doorgaans zijn ze niet opgegroeid in de stad, maar in dorpen die geen migratie kennen. Daarna trokken ze naar de universiteit, maar ook daar zaten ze nooit in de les met iemand van een andere origine of uit een ander sociaal milieu. Ze hebben niet geleerd om om te gaan met mensen die anders zijn en daar botsen ze nu constant tegen aan."

Aan goede intenties nochtans geen gebrek, ziet De Gendt. "Op het schoolkamp van mijn kinderen kunnen we kiezen tussen halal of vegetarische maaltijden, en daar doet niemand moeilijk over. Als we iets organiseren voor vluchtelingen, dan staan die mensen er. En tijdens de voorleesweek komen Turkse of Bulgaarse mama's voorlezen in hun eigen taal. Vinden die Vlaamse ouders super, ze staan daarvoor open. Maar die Bulgaarse mama echt leren kennen? Nee, dat niet. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze niet kunnen. Ik zie wel dat ze oprecht hopen dat hun kinderen het op dat vlak beter zullen doen."

Lieve uit Antwerpen-Noord wil niet met haar echte naam in de krant, maar stuurt haar twee kinderen naar een gemengde school. "Dat vinden we belangrijk, dat ze leren omgaan met mensen uit de buurt." Met wisselend succes. Haar dochtertje heeft een behoorlijke gemengde vriendenkring, maar haar oudste zoon ziet ze daar toch vooral samentroepen met blanke leeftijdgenoten. Samen voetballen ze tegen de jongens van Marokkaanse afkomst. "Dan zegt hij dingen als: Belgen kunnen niet voetballen en Marokkanen spelen vals. Dat heeft hij zeker niet van ons gehoord."

En aan de schoolpoort? "Ik doe mijn best om te praten met gesluierde mama's. En soms vragen ze me wel of mijn dochter eens wil komen spelen. Maar duurzaam zijn die contacten niet. Het is niet zo dat ik met hen een pintje ga drinken, zoals ik wel doe met andere ouders", geeft Lieve toe. "Uiteindelijk staan er toch twee groepen aan de poort."

Lieve heeft zich toch ook wat geërgerd tijdens de infoavond op school. "Wij betalen 15 euro voor een babysit zodat ik naar de klas van mijn zoon kan, en mijn man naar die van mijn dochter. Maar de Marokkaanse mama's nemen hun baby's mee. Die klassen zijn al zo klein en dan worden ze vol buggy's en huilende kinderen gepropt. En halverwege de uitleg vertrekken ze om naar de leerkracht van hun andere kind te gaan luisteren. Ik probeer wel verdraagzaam te zijn, maar prettig is dat niet."

De Gendt ziet dan weer hoe, in de school van haar kinderen, moeders met een migratieachtergrond 's ochtends met elkaar proberen te praten. In elkaars taal, ook al kennen ze maar een paar woorden. Maar de drukbezette ouders zetten hun kinderen af aan de schoolpoort en reppen zich naar het werk. "Vaak gaan ze ook wat verkrampt om met meertaligheid en spreken ze alleen Nederlands. Dat komt nogal hautain over. Goed met elkaar omgaan zit hem echt in die kleine dingen."

Elizabeth Currid-Halkett is een Amerikaanse sociologe die in haar boek The Sum of Small Things: A Theory of the Aspirational Class een nieuwe elite herkent. Veelal hoogopgeleide mensen die zich niet onderscheiden met dure kleren en grote auto's, maar door hun streven naar een betere zelf en een mooiere wereld. Ze kopen duurzame producten en biologische groenten, doen aan sport en lezen respectabele kranten omdat ze geïnformeerd in de wereld willen staan.

"Ze maken verantwoorde keuzes en worden omringd door mensen die hetzelfde doen", vertelde de onderzoekster vorige week aan de Nederlandse krant Trouw. Ook in deze wereld worden bepaalde ideeën, symbolen en codes gedeeld. "Vanuit hun bubbel kunnen ze zich volgens mij niet altijd meer goed inleven in de alledaagse zorgen van anderen."

Brug te ver

Stadsonderzoeker Pascal Debruyne (UGent) moet daarbij denken aan het Gentse parkje achter zijn hoek, waar aan stadslandbouw wordt gedaan, en dat een bont allegaartje lokt: oudere arbeiders, mensen van Turkse afkomst en middenklassers. "Maar die komen allemaal met een ander idee. De ene wil goedkope courgettes, terwijl de ander allerlei ideeën over de circulaire economie verkondigt. Niet iedereen begrijpt de oude, sociale traditie van stadslandbouw om te overleven."

Nog een voorbeeld: mensen die bewust kiezen om zich met de fiets te verplaatsen, begrijpen niet altijd dat voor sommige mensen de auto een statussymbool is. "In mijn straat wonen arbeiders die drie keer per week hun auto wassen", vertelt Debruyne. "Als je tegen hen begint over de druk van de auto in de stad, dan zit het er bovenarms op."

Maar als je het voor een andere sociale groep wilt opnemen, moet je bereid zijn ook echt in hun schoenen te gaan staan, vindt Debruyne. "Zo geloven veel mensen wel in diversiteit op school, maar echt ruimte delen met mensen die anders zijn, dat vinden ze moeilijk. Een levensstijl is opgebouwd uit verschillende dimensies, en soms gaan die met elkaar in conflict."

Zoals een echte concentratieschool, voor velen toch een brug te ver. Want wie zie je daar? Nieuwkomers die hier in moeilijke omstandigheden leven of migranten van de tweede en derde generatie die onderaan op de sociale ladder bengelen. En dan botsen principes op reële angsten. "Ik hoor ouders vaak zeggen dat ze wel vinden dat het anders moet, maar dat ze hun kinderen niet willen opofferen, of liever geen risico lopen", zegt De Gendt.

Iedereen heeft zo zijn eigen redenen: hun kind heeft ADHD en dus speciale zorg nodig. Of ze zijn bang voor het niveau. Zo'n school zou een plek kunnen zijn waar kinderen leren om met diversiteit en armoede om te gaan, maar je krijgt die mensen niet overtuigd, zelfs al gaat het om een kwalitatief sterke school.

Gesubsidieerd straatfeest

Want het is natuurlijk ook wel fijn als je je als ouder comfortabel en thuis voelt op de school van je kinderen. Als je niet moet nadenken over hoe je met de andere ouders moet omgaan en je samen allerlei fijne projecten kunt organiseren.

Buurtfeesten, bijvoorbeeld. In Dampoort zijn de feesten in de wijk behoorlijk divers. Als de Turkse gemeenschap iets organiseert, springen de Russen ook eens binnen, en de Marokkanen gaan weleens naar de Afrikaanse feesten. Maar de progressieve inwijkelingen, die komen niet. Die organiseren zelf een gesubsidieerd straatfeest en begrijpen dan niet dat ze de rest niet meekrijgen.

Lieve: "Als wij straatfeesten organiseren, dan krijgen we de allochtone buren niet mee. Maar ik merk ook dat als de Marokkaanse mama's op school iets organiseren voor het Suikerfeest, dat de feestzaal stampvol zit en dat de blanke ouders niet komen. Omdat ze overdag moeten werken, zeggen ze, maar ik weet niet of dat altijd waar is."

"De streefklasse kan gesloten, kleingeestig en hooghartig overkomen, en dat wekt wrevel op", waarschuwt Currid-Halkett. Dat ervaart De Gendt ook. Bij de oorspronkelijke bewoners van Dampoort of Borgerhout, al dan niet met een migratieachtergrond, leeft het gevoel dat de zogenaamde bakfietsmensen zich niet integreren. "Migranten moeten zich integreren, maar de bakfietsers komen aanwaaien met het idee dat ze al lang aangepast zijn."

Neem nu de koffiebars, die overal opduiken. "In de ogen van mensen die al generaties lang aan Dampoort wonen, creëren nieuwkomers hun eigen cafés in een buurt waar al zoveel bars en koffieplaatsen zijn." Ze zitten vol jonge, hippe mensen die met hun fietsen het voetpad versperren, terwijl ze nooit eens binnenspringen in het Turkse café aan de overkant waar de koffie de helft goedkoper is. En dat wordt dan vooruitgang genoemd, of opwaardering van de buurt.

Of wat te denken van het gloednieuwe gebouw van de Freinetschool die midden in een kansarme wijk wordt opgetrokken, en die algauw volstroomt met blanke kindjes die elke ochtend met de fiets worden gebracht? "Enorm wrang voor mensen die daarnaast in krotten wonen, maar die niet zo handig zijn met het inschrijvingssysteem. En die hun kinderen dan maar naar de concentratieschool brengen."

Misschien vallen herkenning en schuldgevoelens u nu zwaar op de maag. Of bent u inmiddels aan het mopperen dat het ook nooit goed is? Dat die politiek correcte bakfietsliefhebbers, zoals het cliché het wil, evengoed hadden kunnen kiezen voor een rustig bestaan in Brasschaat, De Pinte of ergens in de Kempen, waar ze niet geconfronteerd worden met dit soort dilemma's?

Maar het is geen kwestie van schuld, vindt Debruyne. "We leven in een totaal gesegregeerde wereld, waardoor individuele keuzes botsen op structurele problemen. Je kunt openstaan voor andere culturen maar vrezen dat je kind er moeilijk zijn plek zal vinden. Je kunt in duurzaamheid geloven en toch veel het vliegtuig nemen."

Alleen, als veel mensen die individuele keuze maken, dan krijg je sociologische patronen. "Dat besef ontbreekt soms," zegt Debruyne, "maar mensen worden kwaad als je hen daarop aanspreekt. Ze nemen dat heel persoonlijk." En hij ziet ook wel middenklassers die zich echt engageren, die hun netwerk en positie gebruiken voor initiatieven die soms iets minder zichtbaar zijn, maar wel een gemengd publiek aantrekken.

Daarin ziet ook Illias Marraha van ondernemersplatform Muslinked een oplossing: meer plekken waar mensen van allerlei slag elkaar ontmoeten. "Iedereen heeft vandaag zijn eigen veilige zone: de koffiebar of het theehuis. Een stadsfestival als Borgerrio rond de Turnhoutsebaan brengt veel mensen op de been, maar daar stopt het ook. Er zijn te weinig kansen om elkaar echt te leren kennen."

Het is volgens Marraha ook tijd om het, na de witte stadsvlucht, eens te hebben over de braindrain door de gekleurde stadsvlucht. Steeds meer mensen met een migratieachtergrond werken zich sociaal-economisch op en verdienen genoeg om de goedkope woningen in achtergestelde buurten achter zich te laten. Ze willen dan ook graag in een mooiere, groene of rustige buurt wonen, ergens in de rand van de stad of in een dorp.

Niet op maat

Terwijl net die mensen, zegt Marraha, een bemiddelende rol kunnen spelen tussen de blanke middenklasse en sociaal achtergestelde groepen. "Wij, de allochtone middenklasse, hebben de kennis en sociale competenties om met beide werelden om te gaan. We kunnen mensen met een moeilijkere achtergrond mee omhoog trekken en misverstanden uitklaren."

Hij merkt bijvoorbeeld op dat hoogopgeleide mensen de neiging hebben om een school te overspoelen. "Vol goede bedoelingen engageren ze zich in de schoolraad. Ze organiseren feesten en hebben hoge verwachtingen van de school en andere ouders. Wat ze niet altijd zien, is dat andere ouders ook betrokken zijn, maar op een informelere manier."

"Dat zorgt voor een onevenwicht: een schoolquiz met een bierprijs of een ouderfeest met halalhotdogs. Maar het gaat niet over halalhotdogs, dat is niet de essentie. Het gaat erom dat zo'n feest niet op maat is van het doelpubliek. Dus misschien kan er daarnaast nog iets anders bestaan. En misschien moeten die moeders niet samen op café, maar is een namiddag met de kinderen naar het park wel een goed idee."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234